Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BC0347

Datum uitspraak2007-12-05
Datum gepubliceerd2007-12-17
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Haarlem
Zaaknummers355104 / CV EXPL 07-7248
Statusgepubliceerd
SectorSector kanton


Indicatie

Werknemer heeft op grond van een daartoe met de werkgever gesloten overeenkomst recht op een autokostenvergoeding. Werkgever beëindigt de overeenkomst in het kader van een nieuwe organisatiestructuur. Werknemer vordert verklaring voor recht dat de overeenkomst van kracht blijft en doorbetaling van de vergoeding. De kantonrechter is van oordeel dat het wijzigingsbeding in de overeenkomst niet ziet op eenzijdige beëindiging van de overeenkomst. Nu evenmin is gebleken dat werkgever bij de beëindiging van de overeenkomst een zwaarwichting belang heeft in de zin van artikel 7:613 BW, kan van werknemer niet worden verwacht dat hij instemt met afschaffing van de autokostenvergoeding.


Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM Sector kanton Locatie Haarlem zaak/rolnr.: 355104 / CV EXPL 07-7248 datum uitspraak: 5 december 2007 VONNIS VAN DE KANTONRECHTER inzake [eiser] te [woonplaats] eisende partij hierna te noemen [eiser] gemachtigde: mr. B. van Kasteel (DAS Rechtsbijstand) tegen de naamloze vennootschap MEDINOVA N.V. te Haarlem gedaagde partij hierna te noemen MediNova gemachtigde: mr. B.W.G. Orth De procedure Voor de loop van het geding verwijst de kantonrechter naar de volgende stukken, waarvan de inhoud als hier ingevoegd is te beschouwen: - de dagvaarding van 6 augustus 2007, met producties, - de conclusie van antwoord, met producties, - het tussenvonnis van de kantonrechter van 3 oktober 2007, - de aantekeningen van de griffier van de ingevolge dat vonnis op 5 november 2007 gehouden comparitie van partijen. Vonnis is bepaald op heden. De feiten Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de onweerspro¬ken inhoud van de overgelegde producties, staat tussen partij¬en het volgende vast: a. [eiser] is op 23 september 2002 bij MediNova in dienst getreden. Thans vervult [eiser] de functie van Adviseur Marketing voor het maandloon van € 3.628,00 bruto (exclusief emolumenten) vermeerderd met een harmonisatietoeslag van € 256,33 bruto per maand. b. In 2004 heeft MediNova [eiser] de keuze voorgelegd tussen een autokostenvergoeding van € 500,00 bruto per maand en een leaseauto. [eiser] heeft gekozen voor de autokostenvergoeding. c. Op 8 november 2004 hebben partijen de ‘Overeenkomst Autovergoeding MediNova’ (hierna: de Overeenkomst) gesloten. In de Overeenkomst is onder meer het volgende opgenomen: ‘1. Werknemer met ingang van 08 november 2004 recht heeft op een autokostenvergoeding van € 500,00 bruto per maand op full-time basis. (…). 2. Werkgever stelt de autokostenvergoeding aan werknemer ter beschikking, welke gebruikt dient te worden voor woonwerk verkeer en/of voor zakelijk verkeer om zodoende juiste uitvoering te geven aan de werkzaamheden van de werknemer. (…) 5. Werkgever is gerechtigd onmiddellijk de autokostenvergoeding te beëindigen indien: a. De werknemer geen werkzaamheden meer verricht voor werkgever en de relatie op welke wijze dan ook wordt beëindigd. b. Werknemer een bedrijfsauto aangeboden krijgt. c. De plaats voor het verrichten van de werkzaamheden wordt verplaatst, zodanig dat naar oordeel van de werkgever de autovergoeding niet langer noodzakelijk is. (…) 6. Bepalingen in deze overeenkomst kunnen gewijzigd worden zonder dat daarmee de overeenkomst vervalt als de werkgever ten minste 1 maand voorafgaande aan de wijziging de werknemer omtrent de wijziging in kennis is gesteld.’ d. [eiser] heeft na het sluiten van de Overeenkomst een auto gekocht en daarvoor een lening afgesloten. Die lening is nog niet afgelost. e. Per 1 januari 2007 was MediNova wegens tegenvallende bedrijfsresultaten genoodzaakt een nieuwe organisatiestructuur door te voeren. f. Op 5 januari 2007 heeft MediNova onder meer aan [eiser] geschreven: ‘Met tevredenheid en optimisme over de toekomst delen wij u mee dat wij vanaf 1 januari 2007 de nieuwe organisatiestructuur implementeren. Wij vinden het plezierig u te kunnen benoemen in een van de functies binnen deze nieuwe structuur. Per 1 januari 2007 bent u werkzaam als Adviseur Marketing binnen MediNova N.V. De inschaling van deze functie in het salarishuis en uitleg over de arbeidsvoorwaarden waarop wij tot een voorlopige instemming met de GOR ( de gemeenschappelijke ondernemingsraad, ktr.) zijn gekomen, worden in de loop van januari aan u gecommuniceerd (…)’ g. Op 31 januari 2007 heeft MediNova onder meer aan [eiser] geschreven: ‘Het traject rondom harmonisatie en eenduidigheid van het salarisgebouw en de bijbehorende arbeidsvoorwaarden is nu afgerond en de consequenties hiervan zijn per werknemer verschillend. Om de relevante verschillen duidelijk te maken hebben wij, zoals eerder aangekondigd, een ‘Benefit Statement’ bijgevoegd waarin uw persoonlijke situatie in 2006 en in 2007 wordt weergegeven. Wij hebben het genoegen u mede te delen dat wij graag uw dienstverband willen continueren onder de volgende condities: U bent benoemd in de functie van Adviseur Marketing, waarbij uw salaris € 3884,= (schaal F, RSP 100%) per maand zal bedragen (…) Indien u in het verleden boven de door ons voorgestelde schaal werd beloond, dan zal dit bovenmatige bedrag bevroren worden totdat u de juiste inschaling hebt bereikt. Graag vernemen wij vóór 6 februari aanstaande van u of u akkoord gaat met de inhoud van deze brief en de bijbehorende arbeidsvoorwaarden (…).’ h. In het ‘Benefit Statement’ van [eiser] is onder meer opgenomen dat de autokostenregeling geheel komt te vervallen. i. Hiertegen heeft [eiser] bij brief van 15 februari 2007 bezwaar gemaakt. j. Bij brief van 3 april 2007 heeft MediNova [eiser] meegedeeld dat de autokostenvergoeding in de maanden april tot en met juli 2007 volgens een bepaalde staffel (gefaseerd) zou worden afgebouwd en per augustus 2007 zou eindigen. k. De GOR heeft ingestemd met de inschaling van de functies in het nieuwe salarishuis en de daarbij behorende arbeidsvoorwaarden. l. [eiser] is de enige werknemer van MediNova met wie een overeenkomst betreffende een autokostenvergoeding is gesloten. De vordering [eiser] vordert (samengevat) dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: - voor recht zal verklaren dat de overeengekomen autokostenvergoeding van € 500,00 bruto per maand ook vanaf 1 januari 2007 onverkort tussen partijen van kracht blijft; - MediNova zal veroordelen tot betaling van € 850,00 bruto voor de ten onrechte in april tot en met juli 2007 ingehouden autokostenvergoeding, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding; - MediNova zal veroordelen tot betaling van € 500,00 per maand vanaf 1 augustus 2007 tot het rechtsgeldige einde van de arbeidsovereenkomst, verminderd met de door MediNova over enige maand reeds betaalde autokostenvergoeding; - MediNova zal veroordelen in de kosten van de procedure. [eiser] stelt daartoe onder meer het volgende. MediNova schendt de Overeenkomst. Het wijzigingsbeding in artikel 6 van de Overeenkomst geeft haar niet het recht de Overeenkomst integraal te beëindigen. Door de afschaffing van de autokostenregeling handelt MediNova voorts willekeurig en in strijd met het gelijkheidsbeginsel, en daarmee in strijd met het beginsel van goed werkgeverschap. In 2004 heeft [eiser] gekozen voor de autokostenregeling en een lening afgesloten om een auto te kunnen kopen. Mede gelet op het gegeven dat collega’s met een vergelijkbare functie na de invoering van de nieuwe organisatiestructuur wel hun leaseauto hebben mogen behouden, en [eiser] nu (ook) recht zou hebben op een leaseauto, acht hij de beëindiging van de met hem overeengekomen autokostenvergoeding onredelijk. [eiser] is van mening dat MediNova de autokostenvergoeding volledig moet blijven betalen en dus niet gerechtigd was daarop (inmiddels) € 850,00 in te houden. Door ondanks aanmaning met betaling in gebreke te blijven, heeft MediNova [eiser] genoodzaakt zijn vordering ter incasso uit handen te geven. MediNova dient de hieraan verbonden buitengerechtelijke kosten ad € 250,00 aan [eiser] te vergoeden. Ten slotte is MediNova wettelijke rente verschuldigd geworden vanaf de dag van dagvaarding. Het verweer MediNova betwist de vordering. Zij voert daartoe onder meer het volgende aan. Op grond van artikel 6 van de Overeenkomst heeft zij de autokostenregeling mogen wijzigen. Krachtens artikel 5 sub c was zij ook tot beëindiging van de Overeenkomst gerechtigd, omdat de autokostenvergoeding ten gevolge van een wijziging van de plaats waar [eiser] werkt, niet langer noodzakelijk is. Daarbij komt dat MediNova het recht heeft de autokostenvergoeding te beëindigen, indien zij daarbij een zodanig zwaarwichtig belang heeft dat het belang van [eiser] daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid behoort te wijken. Aan dat criterium is voldaan, omdat MediNova door haar slechte financiële situatie was genoodzaakt de functies en daarbij behorende salarissen en arbeidsvoorwaarden te harmoniseren. [eiser] is op grond van het goed werknemerschap gehouden in te gaan op het alleszins redelijke voorstel van MediNova om de autokostenvergoeding gefaseerd af te bouwen, te meer nu de GOR met de harmonisatie van de salarissen en arbeidsvoorwaarden heeft ingestemd. De beoordeling van het geschil 1. De eerste vraag die voorligt is of MediNova de autokostenvergoeding eenzijdig (gefaseerd) mag beëindigen op grond van artikel 6 van de Overeenkomst. MediNova stelt dat dit wijzigingsbeding, hoewel het wat ongelukkig is geformuleerd, ook op eenzijdige beëindiging ziet. De kantonrechter deelt met [eiser] de opvatting dat het beding zich daartoe niet uitstrekt, nu het beding uitdrukkelijk spreekt van het wijzigen van de Overeenkomst ‘zonder dat daarmee de overeenkomst vervalt’ en in de Overeenkomst uitdrukkelijk onderscheid wordt gemaakt tussen de mogelijkheid van beëindiging (artikel 5) en wijziging (artikel 6). Naar het oordeel van de kantonrechter faalt daarom het beroep van MediNova op artikel 6. 2. MediNova beroept zich tevens op artikel 5 sub c van de Overeenkomst. [eiser] heeft echter gemotiveerd betwist dat de plaats waar hij zijn werkzaamheden gewoonlijk verricht in juni 2007 is gewijzigd en aangevoerd dat dit al in 2004 is gebeurd. Nu MediNova haar stelling terzake niet heeft bewezen, noch bewijs daarvan heeft aangeboden, gaat de kantonrechter daaraan verder voorbij. 3. Het geschil spitst zich daarmee toe op de vraag of [eiser] op grond van goed werknemerschap is gehouden in te stemmen met de (gefaseerde) beëindiging van de autokostenvergoeding. In deze zaak moet daarbij het criterium van artikel 7:613 BW als richtsnoer dienen, en niet het criterium in het arrest Taxi Hofman, aangezien dat betrekking heeft op een gewijzigde functie-inhoud, en niet op een eenzijdige inkomensverlaging, waarvan in het geval van [eiser] de facto sprake is. Op zichzelf kunnen - ook zonder een wijzigingsbeding - wel bepaalde offers van een werknemer worden gevraagd, wanneer de werkgever in zwaar weer verkeert en een dreigend faillissement moet worden afgewend. In dit geval kan MediNova de beëindiging van de autokostenvergoeding echter in redelijkheid niet van [eiser] verlangen. Daartoe is het volgende redengevend. 4. Vast staat dat [eiser] vóór het sluiten van de Overeenkomst heeft mogen kiezen tussen de autokostenvergoeding en een leaseauto. Tevens staat vast dat de autokostenvergoeding goedkoper voor MediNova was dan een leaseauto. Onweersproken is voorts dat [eiser] na het sluiten van de Overeenkomst speciaal voor zijn werk een auto heeft gekocht en daarvoor een - nog steeds lopende - lening heeft afgesloten. De afschaffing van de autokostenvergoeding is voor hem dus financieel zeer nadelig. Immers, zijn maandinkomen vermindert met € 500,00 bruto en hij houdt een leenschuld over. Van belang is verder dat MediNova niet (voldoende) gemotiveerd heeft weersproken dat [eiser] momenteel wel voor een leaseauto in aanmerking zou kunnen komen. Gelet daarop is niet komen vast te staan dat, en in hoeverre, MediNova daadwerkelijk financieel voordeel bij de beëindiging van de Overeenkomst heeft. Op grond van al deze omstandigheden is de kantonrechter van oordeel dat niet van [eiser] mag worden verlangd in te stemmen met de afschaffing van de autokostenvergoeding. Dit geldt te meer, nu [eiser] al akkoord is gegaan met een bevriezing van zijn salaris (behoudens inflatiecorrectie) voor de komende jaren, waarmee hij al een financieel offer brengt. Dat de GOR heeft ingestemd met het harmonisatiebeleid, doet aan het voorgaande niet af. De GOR heeft zich niet specifiek uitgelaten over de autokostenvergoeding in kwestie en uit niets blijkt dat de GOR van het bestaan daarvan op de hoogte was. Het enkele feit dat MediNova wenst te harmoniseren is ten slotte onvoldoende om het belang van [eiser] bij voortzetting van de autokostenvergoeding ter zijde te stellen. 5. Nu MediNova overigens geen rechtens relevant verweer heeft gevoerd, brengt het voorgaande mee dat de vordering toewijsbaar is. Aangezien in het petitum van de dagvaarding geen buitengerechtelijke kosten zijn gevorderd, laat de kantonrechter deze buiten beschouwing. 6. MediNova zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Beslissing De kantonrechter: - verklaart voor recht dat de tussen partijen per 8 november 2004 overeengekomen autokostenvergoeding van € 500,00 bruto per maand ook vanaf 1 januari 2007 onverkort van kracht blijft tussen partijen; - veroordeelt MediNova tot betaling aan [eiser] van € 850,00 bruto aan autokostenvergoeding over de maanden april 2007 tot en met juli 2007 te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 6 augustus 2007 tot aan de dag der algehele voldoening; - veroordeelt MediNova tot betaling van een autokostenvergoeding van € 500,00 bruto per maand vanaf 1 augustus 2007 totdat de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig zal zijn geëindigd, op welk bedrag in mindering kan strekken de over enige maand reeds aan [eiser] betaalde autokostenvergoeding; - veroordeelt MediNova tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van [eiser] tot en met vandaag worden begroot op € 84,31 voor het exploot van dagvaarding, € 151,00 aan vastrecht en € 300,00 voor salaris gemachtigde; - verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; - wijst af hetgeen meer of anders mocht zijn gevorderd. Dit vonnis is gewezen door mr. E.P. Stolp en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.