Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BC0235

Datum uitspraak2007-12-05
Datum gepubliceerd2007-12-14
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Rotterdam
Zaaknummers248762 / HA ZA 05-3056
Statusgepubliceerd


Indicatie

Gedaagde heeft pand gekocht, maar kreeg dit niet gefinancierd. Nationale Borg-maatschappij heeft ten behoeve van de verkoper een bedrag overgemaakt op de derdenrekening van de notaris. Nationale Borg-maatschappij vordert dit bedrag van gedaagde op grond van tekortschieten van gedaagde van zijn verplichtingen uit de garantieovereenkomst.


Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM Sector civiel recht Zaak- /rolnummer: 248762 / HA ZA 05-3056 Uitspraak: 5 december 2007 VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van: de naamloze vennootschap NATIONALE BORG-MAATSCHAPPIJ N.V., gevestigd te Amsterdam, eiseres, procureur mr. Th. van 't Hoen, advocaat mr. M. Teekens te Leiden, - tegen - [gedaage], wonende te [woonplaats], gedaagde, procureur mr. R.H. de Vries, Partijen worden hierna aangeduid als "De Nationale Borg-maatschappij" respectievelijk "[gedaagde]". 1 Het verloop van het geding 1.1 De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken: - dagvaarding d.d. 17 oktober 2005 en de door De Nationale Borg-maatschappij overgelegde producties; - conclusie van antwoord; - tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 12 april 2006, waarbij een comparitie van partijen is gelast; - proces-verbaal van de comparitie van partijen gehouden gelijktijdig met die in de vrijwaringszaak onder zaak- /rolnummer: 257467 / HA ZA 06-754, op 22 augustus 2006. 1.2 Gelijktijdig met dit vonnis in de hoofdzaak wordt vonnis gewezen in de vrijwaringszaak, bij deze rechtbank bekend onder zaak- /rolnummer: 257467 / HA ZA 06-754. 2 De vaststaande feiten Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voorzover van belang - het volgende vast: 2.1 Op 23 december 2002 heeft [gedaagde] een koopovereenkomst gesloten (hierna: de koopovereenkomst) met de heer [X] en zijn echtgenote (hierna de verkopers) ten behoeve van de aankoop van het pand aan de […]straat [huisnummer] te [gemeente] (hierna: het pand) met als uiterste passeerdatum 10 maart 2003. Op grond van de koopovereenkomst diende [gedaagde] een bankgarantie af te geven van 10% van de koopsom, zijnde € 13.000,-. [gedaagde] heeft zich bij de koop laten bijstaan door Meeùs Assurantiën. 2.2 [gedaagde] was niet in staat de benodigde koopsom van het pand te financieren wegens het feit dat hij nog twee persoonlijke leningen op zijn naam had staan. [gedaagde] heeft geen beroep gedaan op de ontbindende voorwaarden in de koopovereenkomst. 2.3 In een door [gedaagde] en namens subgemachtigde [naam subgemachtigde] op 2 januari 2003 getekende garantieovereenkomst (hierna: de garantieovereenkomst) staat onder meer - voor zover van belang - het volgende vermeld: "(…) Opdracht van koper aan gevolmachtigde tot stellen van de garantie, regelen garantieprovisie en regresrecht (…) "de Koper" (…) De heer [gedaagde] te [gemeente] "de Verkoper" De heer [X] en mevrouw [Y] te [gemeente] "de Garantie" conform de bij de overeenkomst behorende tekst in Document 1 "het maximumbedrag" € 13.000,- zegge: dertienduizend Euro "de Borg" N.V. Nationale Borg-maatschappij gevestigd te Amsterdam "de notaris" Cornelissen & Jongenelen te FIJNAART (…) De ondergetekende, de Koper en de nevenvestiging van Meeùs Makelaars Midden b.v. gevestigd te Amersfoort, handelende onder de naam Garantie Beheer Nederland, hierna te noemen "de Garant", in aanmerking nemende; (…) - dat de garantie verstrekt wordt door de Garant onder volmacht van de Borg Komen als volgt overeen: (…) 2) De Koper verklaart zich uitdrukkelijk akkoord met de inhoud van de Garantie en de daarin op te nemen bepaling dat de Garant op eerste aangetekende schriftelijke verzoek van de Notaris zal zorgdragen voor betaling aan de Notaris, zonder enige verplichting van de Garant (of van de Borg) om juistheid van de vordering nader te onderzoeken. (…) Vervolgblad Document 2 (…) 3) De koper verbindt zich: A) onmiddellijk nadat de Garant op grond van de Garantie betalingen heeft gedaan, danwel door de Borg op verzoek van de Garant op grond van de Garantie heeft laten doen, die bedragen aan de Garant danwel aan de Borg te voldoen. B) op eerste verzoek aan de Garant of aan de Borg te betalen al hetgeen waarvoor de Garant of de Borg in verband met de Garantie in of buiten rechte is aangesproken, ook al zouden deze bedragen nog niet door de Garant of door de Borg zijn betaald, zulks onder de verplichting van de Garant of van de Borg om al hetgeen niet betaald hoeft te worden, aan de Koper terug te betalen. 4) Indien de Koper niet voldoet aan de betalingsverplichtingen als omschreven in artikel 3, zal de Koper onmiddellijk in verzuim zijn, zonder dat ingebrekestelling of enig andere formaliteit zal zijn vereist. (…)" 2.4 Op 29 januari 2003 is een document ten behoeve van de garantie (verder de Garantie) opgemaakt, waarin onder meer - voor zover van belang - het volgende vermeld staat. "Document 1 Nummer: G.338.111.00013 Definities in de garantie: "de Koper" De heer [gedaagde] te [gemeente] "de Verkoper" De heer [X] en mevrouw [Y] te [gemeente] "het Registergoed" […]straat [huisnummer] te [gemeente] Kadastrale Gemeente […], sectie […], nummer […] "het Maximumbedrag" € 13.000,- zegge: dertienduizend Euro "de Notaris" Cornelissen & Jongenelen te FIJNAART "de Einddatum" 27-3-2003, zevenentwintig maart tweeduizenddrie De ondergetekende, de nevenvestiging van Meeùs Makelaars Midden b.v., gevestigd te Amersfoort, handelende onder naam Garantie Beheer Nederland, hierna te noemen "de Garant", in aanmerking nemende: - dat de Koper en de Verkoper, een koopovereenkomst zijn aangegaan terzake van het Registergoed, - dat tot zekerheid voor de nakoming van de verplichtingen van de Koper een garantie dient te worden verstrekt van 10% van de koopsom, - dat de Garant bereid is deze garantie te verstrekken op basis van een volmacht gedateerd 21/12/2001 van de N.V. Nationale Borg-Maatschappij gevestigd te Amsterdam, stelt zich hierbij onvoorwaardelijk en onherroepelijk garant jegens de Verkoper voor de nakoming van de verplichtingen die voor de Koper jegens de Verkoper voortvloeien uit de voormelde koopovereenkomst, zulks tot het Maximumbedrag. De Garant zal op eerste aangetekende schriftelijke verzoek van de Notaris voor betaling zorgdragen aan de Notaris van al hetgeen volgens de schriftelijke opgave van de Notaris door de Koper is verschuldigd, evenwel tot maximaal het genoemde Maximumbedrag. (…) Na afloop zal deze garantie aan de Garant worden geretourneerd. (…)" 2.5 De Nationale Borg-maatschappij heeft op verzoek van de notaris mr. L.H.A.M. Jongenelen (verder: de notaris) uit hoofde van de garantieovereenkomst € 13.000,- overgemaakt op de derdenrekening van de notaris, ten behoeve van de heer [X]. 3 De vordering De vordering luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 15.374,65 met rente en kosten. Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft De Nationale Borg-maatschappij aan de vordering de volgende stellingen ten grondslag gelegd: 3.1 De Nationale Borg-maatschappij heeft uit hoofde van de garantieovereenkomst ter zake de uitgekeerde garantie van [gedaagde] te vorderen in hoofdsom het bedrag van € 13.000,-. [gedaagde] is in verzuim omdat hij, ondanks daartoe te zijn aangemaand, niet tot volledige voldoening van het verschuldigde is overgegaan. 3.2 [gedaagde] is op grond van zijn verzuim de wettelijke rente verschuldigd over het openstaande bedrag ad € 13.000,- verschuldigd, tot en met 28 juli 2005 berekend op € 1.298,89. 3.3 [gedaagde] is de buitengerechtelijke incassokosten berekend volgens Rapport Voorwerk II, ad € 1.075,76 verschuldigd. 4 Het verweer Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van De Nationale Borgmaatschappij in de kosten van het geding. [gedaagde] heeft daartoe het volgende aangevoerd: 4.1 De Nationale Borg-maatschappij heeft onzorgvuldig jegens [gedaagde] gehandeld. Zij had uit hoofde van de gerechtvaardigde belangen van [gedaagde] bij hem moeten informeren om welke reden tot betaling overgegaan moest worden en of [gedaagde] zich wenste te verweren tegen deze betaling. De Nationale Borgmaatschappij had niet op het eerste verzoek van de notaris de garantie mogen uitkeren, er had eerst onderzoek gedaan moeten worden naar de omstandigheden. 4.2 De verkopers hebben nooit aangetoond enige schade te hebben geleden. De boete had door de rechter gematigd kunnen worden. De Nationale Borg-maatschappij was niet gehouden enig bedrag aan de verkopers te betalen, zodat het niet aangaat het wel betaalde bedrag op [gedaagde] te verhalen. 4.3 [gedaagde] is de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten niet verschuldigd omdat deze onnodig zijn gemaakt en tegen te hoge kosten zijn gedaan, want van meet af aan was duidelijk dat [gedaagde] een bedrag van € 13.000,- niet kon betalen. Voor dat bedrag was immers een borgstelling afgegeven. 5 De beoordeling 5.1 Tussen partijen staat vast dat [gedaagde], in het kader van de koopovereenkomst, op de uiterste passeerdatum het pand niet gefinancierd kreeg. Uit hoofde van de garantie-overeenkomst die strekt tot zekerheid voor nakoming van de verplichtingen uit de koopovereenkomst van de koper, [gedaagde], jegens de verkopers, heeft De Nationale Borgmaatschappij de garantie ad € 13.000,- overgemaakt op de derdenrekening van de notaris ten behoeve van de verkopers. 5.2 De Nationale Borg-maatschappij heeft haar vordering gegrond op een tekortschieten door [gedaagde] in de nakoming van zijn verplichtingen uit de garantieovereenkomst, stellende dat [gedaagde] gelet op het bepaalde in artikel 3 van de garantieovereenkomst gehouden is tot terugbetaling van het door De Nationale Borg-maatschappij in het kader van artikel 2 van de garantieovereenkomst aan de notaris betaalde bedrag. [gedaagde] heeft betwist gehouden te zijn het door De Nationale Borg-maatschappij aan de notaris betaalde bedrag terug te betalen, stellende dat De Nationale Borg-maatschappij onzorgvuldig jegens hem heeft gehandeld. Zij had niet op het eerste verzoek van de notaris de garantie mogen uitkeren, maar had eerst bij [gedaagde] moeten informeren naar de omstandigheden. Doordat zij dat niet heeft gedaan, heeft [gedaagde] schade geleden, aldus [gedaagde]. De rechtbank overweegt als volgt. 5.3 [gedaagde] heeft niet betwist dat partijen zijn overeengekomen dat De Nationale Borg-maatschappij op eerste verzoek van de notaris zorg zal dragen voor betaling aan de notaris, zonder enige verplichting van De Nationale Borg-maatschappij om de juistheid van de vordering nader te onderzoeken. Dat De Nationale Borg-maatschappij vervolgens door - zonder nader onderzoek te doen bij [gedaagde] - over te gaan tot betaling aan de notaris onzorgvuldig - en naar de rechtbank het verweer ter zake begrijpt onrechtmatig - zou hebben gehandeld, valt, gelet op de formulering en strekking van artikel 2 van de garantieovereenkomst, zonder enige nadere onderbouwing, dan ook niet in te zien. In zoverre faalt het verweer. 5.4 Voor zover [gedaagde] bedoeld heeft te stellen dat De Nationale Borg-maatschappij geen beroep zou mogen doen op het bepaalde in artikel 2 van de garantieovereenkomst, overweegt de rechtbank als volgt. Gesteld noch gebleken is dat [gedaagde] zich de strekking van voornoemde bepaling niet bewust is geweest. [gedaagde] heeft ook overigens geen feiten en/of omstandigheden naar voren gebracht op grond waarvan zou kunnen worden geoordeeld dat De Nationale Borg-maatschappij een beroep op bedoelde bepaling niet vrijstaat. De enkele verwijzing ter comparitie van partijen naar het arrest van de Hoge Raad d.d. 19 mei 1967 (Saladin/HBU), zonder enige nadere onderbouwing, volstaat daartoe immers niet. 5.5 Gelet op het bepaalde in artikel 3 onder A van de garantieovereenkomst was [gedaagde], mede gelet op het bovenstaande, gehouden onmiddellijk na betaling door De Nationale Borg-maatschappij het aan de notaris betaalde bedrag aan De Nationale Borg-maatschappij terug te betalen. Nu hij dit heeft nagelaten is [gedaagde] daarmee toerkenbaar tekort geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de garantieovereenkomst. Daarmee ligt de vordering in hoofdsom - als overigens onbetwist - voor toewijzing gereed. 5.6 De gevorderde wettelijke rente zal als onbetwist eveneens worden toegewezen. 5.7 Ook de vordering ter zake de buitengerechtelijke incassokosten, zal, berekend volgens Rapport Voorwerk II, als onvoldoende gemotiveerd betwist worden toegewezen, tot een bedrag van € 904,-. 5.8 [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. 6 De beslissing De rechtbank, veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan De Nationale Borg-maatschappij te betalen het bedrag van € 15.202,89 (zegge: vijftienduizend tweehonderdentwee euro en negenentachtig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente over € 13.000,- vanaf 29 juli 2005 tot aan de dag der voldoening; veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van De Nationale Borg-maatschappij bepaald op € 340,- aan vast recht, op € 85,60 aan overige verschotten en op € 904,- aan salaris voor de procureur; verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. L.A. Pit. Uitgesproken ter openbare terechtzitting. 1158/344