
Jurisprudentie
BC0222
Datum uitspraak2007-11-28
Datum gepubliceerd2007-12-14
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Rotterdam
Zaaknummers281179 / HA ZA 07-838
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2007-12-14
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Rotterdam
Zaaknummers281179 / HA ZA 07-838
Statusgepubliceerd
Indicatie
Bestaan van een (buitenlandse) vennootschap; afhankelijk van inschrijving bij buitenlandse Kamer van Koophandel. Geen sprake van bestuurdersaansprakelijkheid.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Sector civiel recht
Zaak-/rolnummer: 281179 / HA ZA 07-838
Uitspraak: 28 november 2007
(bij vervroeging uitgesproken)
VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:
1. de maatschap ERNST & YOUNG ACCOUNTANTS,
2. de maatschap ERNST & YOUNG BELASTINGADVISEURS,
beiden gevestigd te Rotterdam,
eiseressen,
procureur mr. S.P.J.F. Zwanen,
advocaat mr. A.J.S. Lokin te Utrecht,
- tegen -
1. de buitenlandse vennootschap MULTIDEPOT LIMITED,
gevestigd te Rotterdam,
gedaagde,
niet verschenen,
2. [gedaagde],
wonende te [woonplaats],
gedaagde,
procureur en advocaat mr. S.J.O. Dijkstra.
Partijen worden hierna aangeduid als "Ernst & Young" respectievelijk "Multidepot" en “[gedaagde sub 2]”.
1 Het verloop van het geding
1.1 De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
- dagvaarding d.d. 21 maart 2007 en de door Ernst & Young overgelegde producties;
- conclusie van antwoord, met één productie;
- tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 18 juli 2007 waarbij een comparitie van partijen
is gelast;
- proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 22 oktober 2007;
- brief d.d. 11 oktober 2007 met bijlagen van mr. A.J.S. Lokin;
- brief d.d. 17 oktober 2007 met bijlagen van mr. S.J.O. Dijkstra.
1.2 Tegen Multidepot is verstek verleend.
2 De vordering
De vordering luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad gedaagden hoofdelijk te veroordelen aan Ernst & Young te betalen de somma van € 14.723,42, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 maart 2007 tot aan de dag der algehele voldoening, kosten rechtens.
Ernst & Young heeft aan de vordering de stelling ten grondslag gelegd dat [gedaagde sub 2] gehouden is een bedrag van € 13.504,12 te betalen in verband met de door Ernst & Young in opdracht van [gedaagde sub 2] verrichte werkzaamheden. Subsidiair stelt Ernst & Young dat [gedaagde sub 2] als bestuurder van Multidepot persoonlijk aansprakelijk is voor de facturen.
Naast de hoofdsom van € 13.504,12 vordert Ernst & Young een bedrag van € 315,30 aan rente, berekend tot en met 12 maart 2007, en een bedrag van € 904,- in verband met buitengerechtelijke incassokosten.
3 Het verweer
Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van Ernst & Young in de kosten van het geding.
[gedaagde sub 2] betwist dat Multidepot als eenmanszaak heeft gehandeld. Daarnaast betwist hij dat hij persoonlijk aansprakelijk is als bestuurder van Multidepot.
Voorts betwist [gedaagde sub 2] de verschuldigdheid van de factuur van 12 januari 2006 en stelt hij dat de - voldane - voorschotnota van 9 april 2005 nog niet is verrekend.
4 De beoordeling
4.1 Uit een door Ernst & Young overgelegd uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel te Rotterdam d.d. 14 maart 2007 blijkt dat Multidepot aldaar staat ingeschreven als buitenlandse vennootschap: Private limited company (UK), ingeschreven in ‘Companies house’ te Cardiff, Verenigd Koninkrijk. [gedaagde sub 2] staat als bestuurder vermeld. Voorts blijkt uit dit uittreksel dat op 2 november 2006 is geregistreerd dat de onderneming is overgedragen met ingang van 1 september 2006. Volgens [gedaagde sub 2] is Multidepot overgedragen aan /voortgezet door Hernandez Logistica S.L., met [X] als bestuurder.
4.2 Ernst & Young heeft haar vordering jegens [gedaagde sub 2] gebaseerd op haar stelling dat Multidepot ten tijde van de opdracht en de door Ernst & Young verrichte werkzaamheden geen bestaande vennootschap was. Ernst & Young stelt hiertoe dat nu Multidepot in de periode maart 2005 - september 2006 niet stond ingeschreven bij de Kamer van Koophandel in Engeland, de vennootschap in voornoemde periode niet - meer - bestond en Multidepot een eenmanszaak was met [gedaagde sub 2] als directeur.
[gedaagde sub 2] heeft gemotiveerd betwist dat Multidepot ten tijde van de opdracht een eenmanszaak was. Hij stelt dat de vennootschap in 1999 is uitgeschreven maar dat zij in 2000 weer is opgericht.
De rechtbank zal Ernst & Young als de partij die zich op de rechtsgevolgen daarvan beroept, toelaten tot het bewijs van haar stelling dat Multidepot in de periode maart 2005 - september 2006 niet stond ingeschreven bij de Kamer van Koophandel in Engeland en dat zij daarom geen bestaande - buitenlandse - vennootschap was.
Indien Ernst & Young slaagt in dit bewijs gaat de rechtbank er van uit dat Multidepot ten tijde van de opdrachtverstrekking als eenmanszaak heeft gehandeld, met [gedaagde sub 2] als directeur.
4.3 Voor zover de rechtbank zou oordelen dat Multidepot ten tijde van de opdracht wél een bestaande vennootschap was, stelt Ernst & Young dat [gedaagde sub 2] als bestuurder van Multidepot persoonlijk aansprakelijk is voor de eerste vijf facturen omdat hij namens de vennootschap verbintenissen is aangegaan, terwijl hij wist of behoorde te weten dat deze verbintenissen niet zouden kunnen worden nagekomen.
Voor persoonlijke aansprakelijkheid van een bestuurder jegens een crediteur wiens vordering onbetaald is gebleven, op grond van onrechtmatige daad, is vereist dat de bestuurder op grond van de concrete omstandigheden van het geval een voldoende ernstig persoonlijk verwijt kan worden gemaakt.
Ernst & Young heeft hiertoe onvoldoende gesteld. De enkele stelling van Ernst & Young dat [gedaagde sub 2], terwijl hij wist dat er een overname van de onderneming op handen was, er niet voor heeft gezorgd dat de facturen van Ernst & Young betaald zouden worden levert - voor zover al juist - nog geen ernstig verwijtbaar handelen op door [gedaagde sub 2]. [gedaagde sub 2] is derhalve niet persoonlijk aansprakelijk als bestuurder van Multidepot.
Het voorgaande betekent dat indien Ernst & Young er niet in slaagt te bewijzen dat Multidepot als eenmanszaak heeft gehandeld, de vordering van Ernst & Young tegen [gedaagde sub 2] zal worden afgewezen.
4.4 Nu [gedaagde sub 2] gemotiveerd heeft betwist dat de - voldane - voorschotnota van 7 april 2005 ad € 5.950,- is verrekend, zal Ernst & Young als de partij die zich op de rechtsgevolgen hiervan beroept, tevens worden toegelaten tot het bewijs van haar stelling dat de voorschotnota van 7 april 2005 is verrekend met door haar verrichte werkzaamheden waarvoor facturen zijn opgemaakt en dat voor zover de voorschotnota niet toereikend was voor de verrichte werkzaamheden, deze zijn gefactureerd bij factuur van 19 mei 2005.
Indien Ernst & Young niet slaagt in dit bewijs zal op haar vordering een bedrag van
€ 5.950,- in mindering worden gebracht.
4.5 [gedaagde sub 2] heeft voorts betwist dat opdracht is gegeven voor de werkzaamheden die staan vermeld op de factuur van 12 januari 2006, met uitzondering van het gedeelte van de werkzaamheden die zien op de salarisadministratie.
In de opdrachtbevestiging van 5 april 2005, overgelegd als bijlage A bij de brief van 11 november 2007, heeft Ernst & Young Multidepot, voor zover hier van belang, het volgende medegedeeld:
“(…)
waarin u ons de opdracht heeft gegeven om voor Multidepot Ltd met ingang van het boekjaar 2004 de (proforma) jaarrekening samen te stellen en de aangifte vennootschapsbelasting op te stellen.
…
Tevens aanvaarden wij u[w] opdracht een accountantsverklaring met betrekking tot het minimaal aanwezige risicodragend kapitaal te verstrekken ten behoeve van de aanvraag om vergunning voor binnenlands beroepsvervoer.
(..)”
Op de factuur van 12 januari 2006 is ten behoeve van het:
- “opstellen concept-cijfers t/m 30 september 2005 (inclusief besprekingen hierover)” een bedrag van € 6.430,00 (exclusief BTW) in rekening gebracht,
en is ten behoeve van:
- “besprekingen en adviezen inzake structurering, oprichting vennootschappen, BTW en overleg met banken, leasemaatschappijen en salarisadministratie en doornemen concept-akten” een bedrag van € 2.995,00 (exclusief BTW) opgenomen.
Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de omstandigheid dat is overeengekomen dat Ernst & Young met ingang van 2004 de jaarrekening van Multidepot zal samenstellen dat de conceptcijfers over 2005 moesten worden opgesteld zodat het verweer van Multidepot dat hiertoe geen opdracht is gegeven faalt.
In de opdrachtbevestiging van 5 april 2005 staat niets vermeld over de door Ernst & Young gedeclareerde werkzaamheden waarop het bedrag van € 2.995,- op de factuur van 12 januari 2006 betrekking heeft, zodat deze opdrachtbevestiging Ernst & Young niet tot bewijs kan dienen. Gelet op de gemotiveerde betwisting door [gedaagde sub 2] zal Ernst & Young derhalve dienen te bewijzen dat zij van [gedaagde sub 2] opdracht heeft gekregen tot het verrichten van werkzaamheden inzake structurering, oprichting vennootschappen, BTW en overleg met banken, leasemaatschappijen en salarisadministratie en doornemen concept-akten.
4.6 Voor wat betreft de betwisting door [gedaagde sub 2] dat de in de factuur van 12 januari 2006 genoemde werkzaamheden met betrekking tot het opstellen van de conceptcijfers 2005 en de besprekingen en adviezen ter zake de structurering en oprichting van de vennootschappen ook daadwerkelijk zijn verricht, zal Ernst & Young als partij die zich op de rechtsgevolgen daarvan beroept, haar stelling dat deze werkzaamheden zijn verricht dienen te bewijzen.
4.7 De rechtbank houdt voor het overige iedere beslissing aan.
5 De beslissing
De rechtbank,
alvorens verder te beslissen,
draagt Ernst & Young op het bewijs van haar stellingen:
- dat Multidepot in de periode maart 2005 - september 2006 niet stond ingeschreven in de Kamer van Koophandel in Engeland en dat zij daarom geen bestaande – buitenlandse - vennootschap was;
- dat de voorschotnota d.d. 7 april 2005 ad € 5.950,- is verrekend met verrichte werkzaamheden waarvoor facturen zijn opgesteld en dat, voor zover de voorschotnota niet toereikend was voor de verrichte werkzaamheden, deze zijn gefactureerd bij factuur van 19 mei 2005;
- dat zij van [gedaagde sub 2] opdracht heeft gekregen tot het verrichten van werkzaamheden inzake structurering, oprichting vennootschappen, BTW en overleg met banken, leasemaatschappijen en salarisadministratie en doornemen concept-akten;
- dat de op de factuur van 12 januari 2006 genoemde werkzaamheden door haar zijn verricht;
bepaalt dat indien Ernst & Young dit bewijs wil leveren door het doen horen van getuigen, deze zullen worden gehoord in het gebouw van deze rechtbank voor de rechter mr. F. Aukema-Hartog;
bepaalt dat de procureur van Ernst & Young binnen twee weken na vonnisdatum aan de rechtbank - sector civiel recht, afdeling planningsadministratie, kamer E 12.43, Postbus 50954, 3007 BR Rotterdam - opgave moet doen van de voor te brengen getuigen en de verhinderdata van de betrokkenen aan haar zijde in de maanden januari, februari en maart 2008 en dat de procureur van [gedaagde sub 2] binnen dezelfde periode opgave moet doen van de verhinderdata van de betrokkenen aan zijn zijde in dezelfde periode, waarna dag en uur van de verhoren zullen worden bepaald;
bepaalt dat het aan de hand van de opgaven vastgestelde tijdstip, behoudens dringende redenen, niet zal worden gewijzigd.
Dit vonnis is gewezen door mr. F. Aukema-Hartog.
Uitgesproken in het openbaar.
1295/548