Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BC0211

Datum uitspraak2007-11-28
Datum gepubliceerd2007-12-14
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Rotterdam
Zaaknummers273927 / HA ZA 06-3356
Statusgepubliceerd


Indicatie

Bevoegdheidsincident, internationale bevoegdheid. Artikel 5 aanhef en onder 3 EEX-vo; schadeveroorzakende gebeurtenis. Subsidiair: beroep op arbitrageclausule.


Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM Sector civiel recht Zaak-/rolnummer: 273927 / HA ZA 06-3356 Uitspraak: 28 november 2007 VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SCHENKER CUSTOMS AGENCY B.V., gevestigd te Rotterdam, eiseres in de hoofdzaak, gedaagde in het incident, procureur mr. J.G.A. van Zuuren, - tegen - 1. de vennootschap naar Portugees recht SCHENKER TRANSITÁRIOS LDA, gevestigd te Loures (Portugal), gedaagde in de hoofdzaak, niet verschenen, 2. de vennootschap naar Portugees recht HERBEX PRODUTOS QUIMICOS S.A., gevestigd te Sintra (Portugal), gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident, procureur mr. J. Wildeboer. Partijen worden hierna aangeduid als "Schenker Customs" waar eiseres wordt bedoeld, respectievelijk als "Biermann" waar gedaagde sub 1 wordt bedoeld en als "Herbex" waar gedaagde sub 2 wordt bedoeld. 1 Het verloop van het geding De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken: - dagvaardingen d.d. 28 juni 2006 en de door Schenker Customs overgelegde producties; - conclusie vóór alle weren van de zijde van Herbex; - conclusie van antwoord in het bevoegdheidsincident van de zijde van Schenker Customs, met één productie. 2 De vaststaande feiten Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voorzover van belang - het volgende vast: 2.1 Herbex heeft Biermann, in verband met de import door Herbex van diverse partijen glyfosaat, opdracht gegeven om de douaneformaliteiten verband houdende met deze import te regelen. Herbex heeft Biermann hiertoe documenten, inclusief certificaten van oorsprong waarop staat vermeld dat de glyfosaat afkomstig is uit Taiwan, verstrekt. Biermann heeft Schenker International opdracht gegeven de aangifte voor het vrije verkeer in Nederland te doen. Schenker International heeft deze werkzaamheden vervolgens uitbesteed aan haar zustermaatschappij Schenker Customs. Deze laatste heeft in Rotterdam aangiften voor het vrije keer van de partijen glyfosaat gedaan onder overlegging van de certificaten van oorsprong. 2.2 De Belastingdienst District Rotterdam (verder te noemen de Belastingdienst) heeft Schenker Customs diverse naheffingsaanslagen, genaamd Uitnodigingen tot Betaling (hierna UTB’S te noemen), voor in totaal een bedrag van € 1.696.303,17 opgelegd. De Belastingdienst heeft aan deze naheffingsaanslagen ten grondslag gelegd dat de diverse partijen glyfosaat met aangiften voor het vrije verkeer in 1999, 2000 en 2001, niet afkomstig waren uit Taiwan maar uit China, zodat over de aangiften antidumpheffing verschuldigd is. Ook Herbex heeft in verband hiermee naheffingsaanslagen opgelegd gekregen. 2.3 Schenker International heeft bij akten van 22 maart 2002, 22 mei 2002 en 30 juli 2002 aan Schenker Customs alle rechten en vorderingen gecedeerd en overgedragen die Schenker International ter zake van de UTB’s tegen Biermann en Herbex geldend kon maken, voorts heeft Schenker International aan Schenker Customs last en volmacht gegeven om die rechten en vorderingen in eigen naam tegen Biermann en/of Herbex geldend te maken. Van deze akten is mededeling gedaan aan zowel Biermann als Herbex. 2.4 Tussen Schenker International en Biermann bestaat een jarenlange relatie. Op elke door Schenker International aan Biermann gezonden brief of factuur worden de Fenex-voorwaarden toepasselijk verklaard. 3 Het geschil in de hoofdzaak De vordering luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad zowel Biermann als Herbex, althans Biermann, althans Herbex, te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding, een en ander in de loop van de procedure op te geven, althans op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, verhoogd met de wettelijke rente, met veroordeling van zowel Biermann als Herbex, althans Biermann, althans Herbex, in de kosten van het geding. 3.1 Schenker Customs heeft aan de vordering ten grondslag gelegd dat zij, voor zover zij de door de Belastingdienst gevorderde bedragen verschuldigd is, schade lijdt voor welke schade Biermann en Herbex aansprakelijk zijn. 3.2 Biermann is aansprakelijk op grond van de artikelen 11 en 17 van de toepasselijke Fenexcondities 1999 als ook op grond van artikel 7: 406 van het Burgerlijk Wetboek (BW). 3.3 Herbex is aansprakelijk: - uit onrechtmatige daad omdat Herbex door het overleggen van de certificaten van oorsprong aan Biermann heeft opgegeven dat de partijen glyfosaat van oorsprong waren uit Taiwan, hoewel zij wist of behoorde te weten dat de glyfosaat uit China afkomstig was; - omdat de Belastingdienst voor dezelfde antidumpheffingen ook Herbex aanslagen heeft opgelegd zodat, indien en voor zover de naheffingsaanslagen in stand blijven, Schenker Customs en Herbex op grond van artikel 213 van het Communautair Douane Wetboek (CDW) hoofdelijk aansprakelijk zijn en Schenker Customs derhalve op grond van artikel 6:10 BW regres op Herbex heeft; - omdat Schenker Customs, indien en voor zover Biermann als lasthebber van Herbex haar verplichtingen jegens Schenker Customs niet nakomt, haar rechten uit de met Biermann gesloten overeenkomst van opdracht jegens Herbex als lastgeefster van Biermann kan uitoefenen op grond van artikel 7: 421 BW. in het incident 3.4 Voor alle weren concludeert Herbex dat deze rechtbank zich onbevoegd dient te verklaren tot kennisname van de vordering van Schenker Customs. Herbex heeft hiertoe primair aangevoerd dat de Portugese rechter bevoegd is omdat de vestigingsplaats van Herbex in Portugal is gelegen. Subsidiair stelt Herbex dat de rechtbank onbevoegd is kennis te nemen van het geschil omdat artikel 23 van de Fenexvoorwaarden 1999 een arbitraal beding behelst. 3.5 Het verweer van Schenker Customs strekt tot afwijzing van de incidentele vordering van Herbex. 4. De beoordeling in het bevoegdheidsincident 4.1 De internationale bevoegdheid van deze rechtbank dient te worden beoordeeld aan de hand van Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna EEX-Vo te noemen). 4.2 De vordering tegen Herbex is - primair - gebaseerd op onrechtmatige daad. 4.3 De hoofdregel van artikel 2 EEX-Vo houdt in dat de rechter van het land waar de verweerder zijn woonplaats heeft, bevoegd is. Krachtens het bepaalde in artikel 5 aanhef en onder 3 EEX-Vo, op welk artikel Schenker Customs zich beroept, is ten aanzien van verbintenissen uit onrechtmatige daad echter ook bevoegd de rechter van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan. In het arrest van 30 november 1976, NJ 1977,494 (Bier/ Mines de Potasse) heeft het Hof van Justitie voor recht verklaard dat ingeval de plaats waar zich een feit heeft voorgedaan dat tot aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad kan leiden (het ‘Handlungsort’), en de plaats waar door dit feit schade is ontstaan (het ‘Erfolgsort’), niet samenvallen, de uitdrukking “plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan” in artikel 5 sub 3 van - toen nog - het Executieverdrag aldus moet worden verstaan, dat zij zowel ziet op de plaats waar de schade is ingetreden, als op de plaats van de veroorzakende gebeurtenis, zodat de verweerder ter keuze van de verzoeker kan worden opgeroepen voor de rechter van de ene of de andere van die twee plaatsen. Bij arrest van 19 september 1995, zaak C-364/93 (Marinari), NJ 1997, 52 heeft het Hof van Justitie van de Europese gemeenschappen overwogen dat het begrip “plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan” niet zo ruim dient te worden uitgelegd dat het iedere plaats omvat waar de schadelijke gevolgen voelbaar zijn van een feit dat reeds elders daadwerkelijk ingetreden schade heeft veroorzaakt. 4.4 Schenker Customs stelt dat het door Herbex aan Biermann opgeven van Taiwan als land van oorsprong van de diverse partijen glyfosaat pas effect heeft gesorteerd door de ontvangst door de Nederlandse douane in Rotterdam van de onjuiste aangiften ten invoer, zodat de schadeveroorzakende gebeurtenis in Rotterdam heeft plaatsgevonden. Tevens is Rotterdam de plaats waar de naheffingsaanslagen zijn opgelegd zodat het de plaats is waar de schade is ingetreden. Herbex heeft echter aangevoerd dat nu het overleggen door Herbex van de certificaten van oorsprong aan Biermann in Portugal heeft plaatsgevonden, Portugal het ‘Handlungsort’ is. Zij stelt voorts dat, met een beroep op het hiervoor genoemde Marinari-arrest, het niet relevant is dat Schenker Customs in Nederland financiële schade zou kunnen lijden. 4.5 Met Schenker Customs is de rechtbank van oordeel dat de schadeveroorzakende gebeurtenis heeft plaatsgevonden in Rotterdam, namelijk door het indienen van de certificaten ten behoeve van het doen van de aangiftes ten invoer, zodat Rotterdam als ‘Handlungsort’ moet worden aangemerkt. 4.6 Ten overvloede kan worden vastgesteld dat Nederland ook ‘Erfolgsort’ is. Schenker Customs stelt dat zij schade lijdt omdat de Belastingdienst haar in verband met de antidumpheffing diverse naheffingsaanslagen heeft opgelegd. Deze UTB’s zijn in Nederland opgelegd naar aanleiding van de in Nederland gedane aangiften ten invoer, zodat de producten hier in het vrije verkeer gebracht zouden kunnen worden. De certificaten van oorsprong hebben dus voor het eerst in Nederland een schadelijk effect gesorteerd en derhalve dient Rotterdam als ‘Erfolgsort’ te worden aangemerkt. Geen sprake is van een reeds elders ingetreden aanvankelijke schade. Voor wat betreft de vordering uit onrechtmatige daad is deze rechtbank dus internationaal bevoegd. Nu dat de primaire vordering is behoeven de subsidiaire en meer subsidiaire vorderingen geen bespreking. 4.7 Voor het geval de rechtbank zich wel internationaal bevoegd acht beroept Herbex zich op de toepasselijkheid van artikel 23 van de Fenexcondities waarin is bepaald dat alle geschillen die tussen de expediteur en zijn wederpartij mochten ontstaan met uitsluiting van de gewone rechter in hoogste ressort zullen worden beslist door drie arbiters. In dit verband stelt Herbex dat zij het recht heeft dezelfde verweermiddelen jegens Schenker Customs in te roepen die aan Biermann toekomen. Nu de grondslag van deze stelling, alsmede de daaraan te verbinden consequenties in het kader van dit bevoegdheidsgeschil niet duidelijk zijn, zal Herbex in de gelegenheid worden gesteld zich hier schriftelijk bij akte nader over uit te laten. Schenker Customs zal vervolgens bij akte hierop kunnen reageren. 4.8 Houdt verder iedere beslissing aan. 5 De beslissing De rechtbank, in het incident verwijst de zaak naar de rol van woensdag 9 januari 2008 voor het nemen van een akte door Herbex in verband met hetgeen hiervoor in 4.7 is overwogen. Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten. Uitgesproken in het openbaar. 1295/106