Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BC0210

Datum uitspraak2007-11-06
Datum gepubliceerd2008-01-25
RechtsgebiedPersonen-en familierecht
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Arnhem
Zaaknummers649/2007
Statusgepubliceerd


Indicatie

Een (interlocutoire) beschikking waarin de rechtbank de zaak voor langere tijd heeft aangehouden is een beschikking waarvan geen beroep mogelijk is.


Uitspraak

6 november 2007 Familiekamer Rekestnummer 649/2007 G E R E C H T S H O F T E A R N H E M Beschikking in de zaak van: [verzoeker sub 1], en [verzoekster sub 2], beiden wonende te [woonplaats], verzoekers, verder te noemen “de grootouders”, procureur mr. F.J. Boom, tegen [verweerder sub 1], en [verweerster sub 2], wonende te [woonplaats], verweerders, verder te noemen “de vader en de stiefmoeder”, procureur mr. J.W. Koekebakker. 1 Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Arnhem van 19 maart 2007, uitgesproken onder zaak/rekestnummer 150003/OR RK 06-266. 2 Het geding in hoger beroep 2.1 Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 30 mei 2007, zijn de grootouders in hoger beroep gekomen van voormelde beschikking. De grootouders verzoeken het hof die beschikking te vernietigen, en opnieuw beschikkende, bij beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, tussen hen en de hierna te noemen kinderen primair een omgangsregeling vast te stellen van één zaterdagmiddag of zondagmiddag per maand van 14.00 uur tot 17.30 uur, alsmede een dagdeel op (of rond) hun verjaardagen (1 januari en 2 juli) en een dagdeel rond de verjaardagen van de kinderen alsmede één of twee familiedagen per jaar en subsidiair een informatieregeling waarbij de vader en de stiefmoeder (het hof leest:) hen op de hoogte houden van het wel en wee van de kinderen waaronder in ieder geval wordt verstaan: -een kopie van het schoolrapport, binnen twee weken nadat het rapport is ontvangen; -een recente en goed gelijkende foto van de kinderen, tenminste één keer per kwartaal; -informatie over medische ingrepen (anders dan een simpel bezoek aan de huisarts); -eenmaal per maand een kort verslag omtrent het wel en wee van de kinderen in het algemeen (minimaal 1 A-4 formaat), vergezeld van door [kind 1] en [kind 2] zelf gemaakte tekeningen en/of andere door hen zelf gemaakte stukken; -al hetgeen in het kader van een normale informatievoorziening tussen grootouders en kleinkinderen van belang is. 2.2 Bij verweerschrift, ingekomen per fax ter griffie van het hof op 29 juni 2007 hebben de vader en de stiefmoeder het verzoek in hoger beroep van de grootouders bestreden. Zij verzoeken het hof de grootouders in hun verzoek in hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren met veroordeling van de grootouders in de kosten van deze procedure. 2.3 De mondelinge behandeling heeft op 25 september 2007 plaatsgevonden. Partijen -met uitzondering van de stiefmoeder- zijn in persoon verschenen, de grootouders bijgestaan door mr. A.R. van Wieren, advocaat te ‘s-Hertogenbosch, en de vader bijgestaan door zijn procureur. Namens de Raad voor de Kinderbescherming te Arnhem (verder te noemen “de raad”) is niemand verschenen. 2.4 Het hof heeft kennis genomen van de overige stukken, waaronder een faxbericht van de procureur van de vader en de stiefmoeder van 21 september 2007 met bijlage en een faxbericht van de advocaat van de grootouders van 21 september 2007 waarin wordt verzocht om de inhoud van de bijlage van het genoemde faxbericht van de zijde van de vader en de stiefmoeder buiten beschouwing te laten. 3 De vaststaande feiten 3.1 De vader en [de moeder] (verder te noemen “ de moeder”), de dochter van de grootouders, zijn met elkaar gehuwd geweest. Uit dit huwelijk zijn geboren: -[kind 1], op [geboortedatum] 2000 en -[kind 2], op [geboortedatum] 2002 (ver tezamen te noemen “de kinderen”). Het huwelijk is op 26 oktober 2002 ontbonden door het overlijden van de moeder. De vader was als gevolg hiervan van rechtswege alleen met het gezag over de kinderen belast. 3.2 Bij beschikking van 28 april 2005 heeft de rechtbank Arnhem de vader en de stiefmoeder gezamenlijk met het gezag over de kinderen belast. Uit de relatie van de vader en de stiefmoeder is op [geboortedatum] 2005 geboren [kind 3] (verder te noemen “[kind 3]”). De kinderen vormen met de vader, de stiefmoeder en [kind 3] een gezin. 3.3 Bij beschikking van dit hof van 2 augustus 2005 is de beschikking van de rechtbank Arnhem van 17 december 2004 waarbij het verzoek van de grootouders tot vaststelling van een omgangsregeling werd afgewezen, bekrachtigd. 3.4 Bij verzoekschrift, ingekomen bij de rechtbank Arnhem op 14 december 2006, hebben de grootouders verzocht een omgangsregeling vast te stellen van één zaterdagmiddag of zondagmiddag per maand van 14.00 uur tot 17.00 uur alsmede een dagdeel op (of rond) de verjaardagen van de grootouders (1 januari en 2 juli) en een dagdeel rond de verjaardagen van de (klein) kinderen zelf, alsmede één of twee familiedagen per jaar, een en ander op straffe van een dwangsom van € 1.000,- voor iedere keer dat de vader en/of zijn partner hun verplichting(en) niet nakomt(en) respectievelijk daaraan niet meewerkt(en), subsidiair een informatieregeling vast te stellen een en ander op straffe van een dwangsom van € 1.000,- voor iedere keer dat de man respectievelijk zijn partner hun verplichting niet nakomt(en) respectievelijk daaraan niet meewerkt(en). 3.5 Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank de beslissing aangehouden tot een nader te bepalen datum in maart 2008 pro forma, en heeft de rechtbank (de raadslieden) van partijen verzocht om uiterlijk eind februari 2008 de rechtbank schriftelijk de stand van zaken mee te delen. 4 De motivering van de beslissing 4.1 Ingevolge artikel 358 lid 4 Rv kan hoger beroep van tussenbeschikkingen slechts tegelijk met dat van de eindbeschikking worden ingesteld, tenzij de rechter anders heeft bepaald of artikel 75, lid 1 Rv, van toepassing is. Van een eindbeschikking is sprake indien in het dictum uitdrukkelijk wordt beslist omtrent enige deel van het verzochte. 4.2 Het hof is van oordeel dat de rechtbank in de bestreden beschikking een interlocutoire beslissing heeft gegeven en niet (mede) een deelbeslissing. De rechter heeft niet bepaald dat hoger beroep mogelijk is. De beschikking waarvan beroep maakt in het dictum niet een (gedeeltelijk) einde aan het geding tussen partijen betreffende de omgangsregeling. Voor zover de grootouders betogen dat de beslissing tot aanhouding een afwijzing van de door hen verzochte regeling voor de duur van een jaar impliceert gaat dat betoog naar het oordeel van het hof niet op. Anders dan de grootouders stellen kan uit de inhoud van het verzoek niet worden afgeleid dat zij hebben verzocht per direct een omgangsregeling vast te stellen. Het verzoek bevat geen tijdsaanduiding. Bovendien is een dergelijke impliciete afwijzing voor de periode tot de eindbeschikking inherent aan elke tussenuitspraak en zou in die zin elke tussenuitspraak in zoverre ook einduitspraak zijn - en daarmee appellabel - hetgeen niet de bedoeling van de wetgever is geweest. De bestreden beschikking is mitsdien een tussenbeschikking waarvan geen hoger beroep open staat. 4.3 Voor zover de grootouders bedoeld hebben te betogen dat er sprake is van een onredelijke vertraging is het hof van oordeel dat ook dit betoog niet opgaat. Gezien de -ook door de grootouders niet betwiste- problematiek van het samengestelde gezin van de vader en de stiefmoeder acht het hof de door de rechtbank gegeven periode van een jaar om weer rust, structuur en stabiliteit binnen hun gezin te verkrijgen niet onredelijk. Er is daarom geen sprake van een onredelijke vertraging van de procedure als bedoeld in artikel 6 EVRM en artikel 20 Rv. 4.4 Het hof zal gelet op het vorenstaande de grootouders niet-ontvankelijk verklaren in hun verzoek in hoger beroep. 4.5 Gezien de aard van het geschil en de relatie tussen partijen zal het hof de kosten van de procedure compenseren aldus dat iedere partij zijn eigen kosten draagt. 5 De beslissing Het hof; verklaart de grootouders niet-ontvankelijk in hun verzoek in hoger beroep; compenseert de kosten van het geding in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt. Deze beschikking is gegeven door mrs. Wammes, Van Gelder en Van der Wiel-Rammeloo, bijgestaan door F.E. Knoppert als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 november 2007 in tegenwoordigheid van de griffier.