
Jurisprudentie
BC0206
Datum uitspraak2007-11-21
Datum gepubliceerd2007-12-14
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Rotterdam
Zaaknummers270728 / HA ZA 06-2865
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2007-12-14
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Rotterdam
Zaaknummers270728 / HA ZA 06-2865
Statusgepubliceerd
Indicatie
Gedaagde heeft een bedrijfshal gebouwd op een achter het bedrijf van eiseres gelegen industrieterrein. Ongemonteerde en gemonteerde platen afkomstig van dit bouwterrein zijn op en door de kassen van eiseres gewaaid. Door onvoldoende voorzorgsmaatregelen te nemen om te voorkomen dat er platen van het bouwterrein op en door kassen van eiseres zouden waaien, heeft gedaagde onzorgvuldig jegens eiser gehandeld.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Sector civiel recht
Zaak-/rolnummer: 270728 / HA ZA 06-2865
Uitspraak: 21 november 2007
VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:
de vennootschap onder firma,
[eiseres],
gevestigd te Hoek van Holland,
eiseres,
procureur mr. M.A.H.H. Ceelen,
advocaat mr. M. Hoekman te Den Haag,
- tegen -
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,
[gedaagde],
gevestigd te Best,
gedaagde,
procureur mr. J. Kneppelhout,
advocaat mr. J.M.H.W. Bindels te Arnhem.
Partijen worden hierna aangeduid als "[eiseres]" respectievelijk "[gedaagde]".
1 Het verloop van het geding
De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
- dagvaarding d.d. 5 oktober 2006 en de door [eiseres] overgelegde producties;
- conclusie van antwoord, met producties;
- tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 24 januari 2007, waarbij een comparitie van partijen is gelast;
- de ter gelegenheid van de comparitie van partijen door [eiseres] overgelegde brief van 23 maart 2007 met producties;
- proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 16 april 2007.
2 De vaststaande feiten
Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voorzover van belang - het volgende vast:
2.1 [eiseres] exploiteert een glastuinbouwbedrijf, dat het gehele jaar door radijs teelt.
2.2 [gedaagde] heeft in 2002 een bedrijfshal gebouwd op een achter het bedrijf van [eiseres] gelegen industrieterrein.
2.3 De weersverwachtingen van het KNMI hebben geluid:
Op donderdag 24 oktober 2002 om 11.19 uur:
“de vooruitzichten voor vrijdag 25 oktober tot en met dinsdag 29 oktober:
Wisselvallig herfstweer en vooral tijdens het weekeinde, veel wind (…)”
Uit de tabel bij deze weersverwachting volgt dat voor zondag windkracht 7 is voorspeld.
Op vrijdag 25 oktober 2002 om 05.50 uur en geldig tot middernacht:
“(…) In de middag en avond ook fikse buien, soms met onweer en zware, mogelijk ook zeer zware windstoten. (…)”
“(…) De wind: Zuidelijk, matig, 3 tot 4 langs de kust en op het IJsselmeer krachtig tot hard, 6 of 7. In de middag draaiend naar zuidwest en toenemend tot vrij krachtig, 5, langs de kust later in de avond mogelijk stormachtig, 8.”
Op vrijdag 25 oktober 2002 om 11.50 uur, geldig tot zaterdag middernacht:
“(…) zware, in de kustprovincies mogelijk zeer zware windstoten (…)” en “(…) langs de kust en op het IJsselmeer hard tot stormachtig 7-8 (…).”
2.4 Op zondag 27 oktober 2002 zijn ongemonteerde en gemonteerde platen afkomstig van het hiervoor onder 2.2 vermelde bouwterrein op en door de kassen van [eiseres] gewaaid.
2.5 Op 1 november 2002 heeft [eiseres] [gedaagde] aansprakelijk gesteld voor de door haar geleden schade.
2.6 [eiseres] heeft een uitkering ten bedrage van EUR 51.968, 88 (waarvan EUR 10.876,84 ter zake glasschade en EUR 41.101,04 ter zake gewasschade) ontvangen van haar verzekeraar, Interpolis.
3 De vordering
De gewijzigde vordering luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een bedrag van EUR 26.927,59 (exclusief BTW) met rente, buitengerechtelijke kosten, kosten ter zake van het opvragen van de KNMI-weerberichten en kosten van het geding.
Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft [eiseres] aan de vordering de volgende stellingen ten grondslag gelegd:
3.1 [gedaagde] heeft onrechtmatig gehandeld jegens [eiseres] door te handelen in strijd met de door [gedaagde] in het maatschappelijke verkeer jegens [eiseres]’ zaken in acht te nemen zorgvuldigheid. De onzorgvuldigheid is volgens [eiseres] gelegen in het door [gedaagde] niet, althans onvoldoende, treffen van voorzorgsmaatregelen om schade als gevolg van wegwaaiend bouwmateriaal (gemonteerde isolatie/gevelplaten en ongemonteerde platen) te voorkomen terwijl zij wist, althans had kunnen weten, dat het in het weekend van 26 en 27 oktober 2002 stormachtig of zwaarder weer zou kunnen worden.
Op het bouwterrein lagen losliggende bouwmaterialen. Daarnaast waren er isolatie/gevelplaten op de constructie van de bedrijfshal gehesen. Op dat moment bestond de bedrijfshal uit vier wanden, terwijl het dak nog gebouwd/geplaatst moest worden. Hierdoor had de wind vrij spel.
3.2 De glasschade bedraagt in totaal EUR 28.141,50 bestaande uit werkzaamheden van [B.V.] (verder: “[B.V.]”) ad EUR 13.161,50 en eigen arbeid ad EUR 14.980,00 (één arbeidsuur per ruit; 749 ruiten á EUR 20,00 per uur). Omdat het glas slechts voor EUR 10, 00 per m2 verzekerd was, heeft Interpolis ter zake, na aftrek van het eigen risico van EUR 1.125,00 slechts EUR 10.867, 84 uitgekeerd. Er resteert voor [eiseres] derhalve een schade van EUR 17.273,66.
3.3 De gewasschade bedraagt in totaal EUR 50.754,97. De gevolgschade voor de tweede teelt ad EUR 7.403,93 is door Interpolis niet vergoed, aangezien dit niet onder de dekking van de verzekering viel. Er gold voorts een eigen risico van EUR 2.250,00 zodat voor [eiseres] ter zake een schade resteert ad EUR 9.653,93.
3.4 De kosten verbonden aan het opvragen van KNMI-weerberichten bedragen EUR 35,10.
3.5 De buitengerechtelijke kosten hebben betrekking op werkzaamheden van [eiseres] en Interpolis ten aanzien van pogingen het geschil in der minne op te lossen. Deze worden begroot op EUR 1.158,00 op grond van het rapport Voorwerk II.
4 Het verweer
Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van [eiseres] bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad in de kosten van het geding.
[gedaagde] heeft daartoe het volgende aangevoerd:
4.1 [gedaagde] heeft niet onrechtmatig jegens [eiseres] gehandeld. De bouwplaats was bestand tegen zwaarder weer dan waarop [gedaagde] bedacht diende te zijn. [gedaagde] diende bedacht te zijn op windkracht 7/8, zoals voorspeld op vrijdag 25 oktober 2002 om 11.50 uur. Het KNMI heeft in Rotterdam en Vlissingen op 27 oktober 2002 windkracht 12 gemeten. Windkracht 12 hoefde [gedaagde] niet te verwachten.
4.2 [gedaagde] heeft voldoende voorzorgsmaatregelen getroffen ten aanzien van de ongemonteerde en gemonteerde platen. Voor wat betreft de ongemonteerde platen ging het om een gesloten krat en een geopende krat. Beide kratten stonden op het dak. De gesloten krat was vastgesnoerd en de geopende krat was met een stalen balk verzwaard. De wandplaten waren alle gemonteerd, zodat er geen losse wandplaten meer op het bouwterrein aanwezig waren.
4.3 [gedaagde] heeft voorts niet onzorgvuldig gehandeld door de laatste wand van het bouwwerk te plaatsen en niet tegelijkertijd het dak volledig af te sluiten met dakplaten.
4.4 Andere dan de door [gedaagde] getroffen voorzorgsmaatregelen waren bezwarend voor [gedaagde].
4.6 [gedaagde] betwist de omvang van de schade. Door het vervangen van de ruiten van de kassen treedt een verbetering van nieuw voor oud op. Ten aanzien van de kosten van vervanging heeft [eiseres] niet onderbouwd in welke periode, door welk aantal mensen en in hoeveel uren de werkzaamheden zijn verricht. Evenmin is het gehanteerde uurtarief onderbouwd. De schade aan het gewas is vergroot doordat [eiseres] de knollen kapot heeft gefreesd en heeft ondergespit. Voorts ontbreekt een onderbouwing van de gewasschade. Tenslotte betwist [gedaagde] dat [eiseres] BTW plichtig is.
4.7 Ten aanzien van de buitengerechtelijk incassokosten heeft [eiseres] geen betalingsbewijzen overgelegd. Voorts kan zij de werkzaamheden van haar verzekeraar niet vorderen en valt het bestuderen van de stukken onder de proceskosten zodra een procedure aanhangig is gemaakt.
5 De beoordeling
5.1 Tussen partijen is allereerst in geschil of [gedaagde] onrechtmatig jegens [eiseres] heeft gehandeld. De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt.
Vaststaat dat de schade van [eiseres] is veroorzaakt door platen die van het bouwterrein van [gedaagde] op en door de kassen van [eiseres] zijn gewaaid. Dat hiervoor een andere oorzaak aanwezig is dan de wind, is gesteld noch gebleken. De rechtbank is van oordeel dat het losraken van gevelplaten dan wel dakplaten zeer gevaarzettend is. Het is voorzienbaar dat dit grote schade tot gevolg kan hebben, zeker indien het gebouw zich bevindt in de nabijheid van glazen kassen. Het mag derhalve verwacht worden dat deze platen op zodanige wijze bevestigd worden, dat deze niet los kunnen waaien. Wat betreft ongemonteerde platen mag verwacht worden dat deze op zodanige wijze opgeborgen worden dat deze niet weg kunnen waaien. In onderhavig geval geldt dit des te meer, nu was voorspeld dat het zou gaan stormen met mogelijk zeer zware windstoten. [gedaagde] heeft ter comparitie ook aangegeven dat zij zich ervan bewust was dat het het bewuste weekend zou gaan stormen. [gedaagde] heeft voorts ter comparitie aangegeven dat zij met het oog hierop geen extra voorzorgsmaatregelen heeft genomen, aangezien de standaardprocedure afdoende is. De rechtbank kan echter niet anders dan constateren dat deze standaardprocedure in het onderhavige geval niet afdoende is gebleken.
[gedaagde] heeft gesteld dat het uiteindelijk windkracht 12 is geworden en dat zij hiermee geen rekening hoefde te houden, nu slechts windkracht 7 tot 8 was voorspeld. De rechtbank gaat aan deze stelling voorbij. Het is een feit van algemene bekendheid dat het weerbericht niet 100% betrouwbaar is. Er dient dus altijd rekening te worden gehouden met het feit dat het harder gaat waaien/stormen dan voorspeld. Bovendien was in onderhavig geval de mogelijkheid van zeer zware windstoten voorspeld. [gedaagde] had er derhalve rekening mee kunnen en moeten houden dat er plaatselijk windstoten met een aanzienlijk hogere windkracht dan 7 tot 8 voor zouden kunnen komen.
[gedaagde] heeft nog gesteld dat het voor haar bezwaarlijk was om extra voorzorgsmaatregelen te treffen. De rechtbank gaat echter ook aan deze stelling voorbij, nu deze niet concreet met feiten en/of omstandigheden is onderbouwd.
Gezien het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat [gedaagde] onzorgvuldig jegens [eiseres] heeft gehandeld door onvoldoende voorzorgsmaatregelen te nemen om te voorkomen dat er platen van het bouwterrein op en door de kassen van [eiseres] zouden waaien. In het midden kan daarbij blijven of het gaat om gemonteerde dan wel ongemonteerde platen. [gedaagde] is mitsdien aansprakelijk voor de door [eiseres] als gevolg daarvan geleden schade.
5.2 [gedaagde] heeft de hoogte van de door [eiseres] gevorderde schade betwist.
5.2.1 Wat betreft de door [eiseres] gevorderde glasschade overweegt de rechtbank het volgende. [gedaagde] heeft allereerst aangevoerd dat rekening gehouden zou moeten worden met een verbetering van nieuw voor oud. Ter comparitie heeft [eiseres] gedetailleerd aangegeven waarom hiervan geen sprake is. Het had op de weg van [gedaagde] gelegen om deze uitleg gemotiveerd te betwisten. Nu zij dit heeft nagelaten, zal de rechtbank aan haar verweer voorbij gaan en geen rekening houden met een verbetering nieuw voor oud.
De door [eiseres] overgelegde facturen van [B.V.] ad € 13.161,50 heeft [gedaagde] niet betwist, zodat de rechtbank aanneemt dat [eiseres] deze kosten heeft gemaakt. Ter comparitie heeft [gedaagde] niet langer betwist dat [eiseres] btw-plichtig is, zodat tevens rekening gehouden wordt met het bedrag aan BTW, zijnde € 2.500,68.
[eiseres] heeft ten aanzien van de post “eigen arbeid” aangegeven dat het gaat om eigen arbeid van een vennoot van [eiseres] en zijn zoon. Zij hebben al het gebroken glas verwijderd. Het ging om 749 ruiten met gemiddeld 1 uur aan arbeid per ruit tegen een uurtarief van € 20,-. [gedaagde] heeft het aantal opgevoerde uren en het uurtarief betwist. De rechtbank is van oordeel dat de post “eigen arbeid” naar redelijkheid begroot dient te worden. Dat per ruit 1 uur besteed is aan het verwijderen van glas, komt de rechtbank bovenmatig voor, zeker indien rekening gehouden wordt met het feit dat [B.V.] ook kosten in rekening heeft gebracht voor het verwijderen van glas. De rechtbank zal uitgaan van een half uur per ruit. Het gehanteerde uurtarief komt de rechtbank niet bovenmatig voor. De rechtbank begroot deze post derhalve op een bedrag ad € 7.490,-. Nu over dit bedrag door [eiseres] geen BTW zal zijn betaald, zal de rechtbank over dit bedrag geen BTW berekenen.
Gezien het voorgaande staat derhalve vast dat [eiseres] een bedrag ad € 23.152,18 (inclusief BTW) aan glasschade heeft geleden. Zoals hiervoor onder 2.6 vermeld, heeft zij van Interpolis ter zake deze schade een bedrag ad € 10.867,84 uitgekeerd gekregen, zodat haar resterende schade € 12.284,34 inclusief BTW bedraagt.
5.2.2 De gevorderde gewasschade ziet op de niet onder de dekking van de gewasverzekering van Interpolis vallende schade aan de tweede teelt van [eiseres]. Dat is de oogst na de dertiende week na het ontstaan van de schade. De schade aan het gewas heeft Interpolis in productie 4 bij dagvaarding vast gesteld op een bedrag van EUR 1,823 per vierkante meter. Dit bedrag is bepaald aan de hand van de gemiddelde prijs per 100 knollen in de dertiende week na 27 oktober 2002. Bij de berekening van de schade is rekening gehouden met 10% uitval bij de oogst, 40 % uitval vanwege de glasscherven die het gewas onbruikbaar hebben gemaakt en uitgespaarde verwerkingskosten. De rechtbank acht zowel de wijze waarop de schade is berekend als de omvang van het schadebedrag niet onredelijk. Ter comparitie heeft [eiseres] voldoende gemotiveerd aangegeven dat het noodzakelijk was de knollen kapot te frezen. In het licht daarvan heeft [gedaagde] de stelling dat de bewerkingen door [eiseres] de schade hebben vergoot, onvoldoende gemotiveerd zodat de rechtbank hieraan voorbij gaat. Nu [gedaagde] voorts de hoogte van het gestelde eigen risico niet heeft betwist, wordt de resterende gewasschade vastgesteld op een bedrag ad € 9.653,93. Over dit bedrag zal geen BTW worden berekend, nu gesteld noch gebleken is op grond waarvan dat redelijk zou zijn.
5.2.3 De door [eiseres] gevorderde wettelijke rente over de glas-en gewasschade en eigen risico vanaf 1 november 2002 heeft [gedaagde] niet betwist met als gevolg dat deze met ingang van die datum zal worden toegewezen.
5.2.4 De door [eiseres] gestelde en door [gedaagde] niet betwiste kosten van EUR 35,10 voor het opvragen van de weerrapporten van het KNMI zijn voor toewijzing vatbaar.
5.2.5 [eiseres] vordert niet gespecificeerd en niet onderbouwd EUR 1.158,00 ter zake van buitengerechtelijke kosten. [gedaagde] betwist dat deze kosten zijn gemaakt en dat het gevorderde bedrag redelijk is. Op het verzoek van de rechtbank in het tussenvonnis van 24 januari 2007 een onderbouwde specificatie van de buitengerechtelijke kosten aan te leveren, heeft [eiseres] niet gereageerd. Niet is gebleken dat de gestelde verrichtingen meer hebben omvat dan een enkele (eventueel) herhaalde sommatie of het enkel doen van een niet aanvaard schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De daarop betrekking hebbende kosten moeten worden aangemerkt als betrekking hebbende op verrichtingen waarvoor de in het artikel 241 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bedoelde kosten een vergoeding plegen in te sluiten. De rechtbank zal de betreffende vordering dan ook afwijzen.
5.3 [gedaagde] zal als grotendeels in het ongelijkgestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.
6 De beslissing
De rechtbank,
veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseres] te betalen het bedrag van € 21.973,37 (zegge: éénentwintigduizend negenhonderd drieënzeventig euro en zevenendertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 november 2002 tot aan de dag der voldoening over een bedrag ad EUR 21.938,27;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eiseres] bepaald op € 695,00 aan vast recht, op € 71,32 aan overige verschotten en op € 1.158,00 aan salaris voor de procureur;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. Fiege.
Uitgesproken in het openbaar.
1860/204