Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BC0201

Datum uitspraak2007-12-05
Datum gepubliceerd2007-12-14
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Arnhem
Zaaknummers159535
Statusgepubliceerd


Indicatie

Bevoegdheidsincident


Uitspraak

vonnis RECHTBANK ARNHEM Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 159535 / HA ZA 07-1356 Vonnis in incident van 5 december 2007 in de zaak van 1. de naamloze vennootschap BRASSERIE D'ACHOUFFE N.V., gevestigd te B6666 Houffalize, België, 2. de naamloze vennootschap DUVEL MOORTGAT N.V., gevestigd te B2870 Puurs, België, eiseressen in conventie in de hoofdzaak, verweersters in reconventie in de hoofdzaak, verweersters in het incident, procureur mr. L. Paulus, advocaat mr. C.A.M. van Eeuwijk te Amsterdam, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DE KIKVORSCH B.V., gevestigd te Deest, gemeente Druten, gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiseres in reconventie in de hoofdzaak, eiseres in het incident, procureur mr. J.A.M.P. Keijser, advocaat mr. A.J.H. Rutten te Nijmegen. Partijen zullen hierna D'Achouffe c.s. en de Kikvorsch genoemd worden. Eiseressen in conventie in de hoofdzaak zullen tevens afzonderlijk worden aangeduid als D’Achouffe en Duvel. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie, alsmede exceptie van onbevoegdheid - de conclusie van antwoord in het bevoegdheidsincident. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident. 2. De feiten 2.1. Vooralsnog is het voorliggende incident te plaatsen in het volgende feitelijke kader. 2.2. D'Achouffe en Duvel zijn Belgische bierbrouwerijen. De Kikvorsch is een Nederlandse groothandel in alcoholische dranken, met name in bier. 2.3. Tussen D'Achouffe en De Kikvorsch komt per 1 mei 2005 een distributierelatie tot stand. De Kikvorsch neemt bier af bij D'Achouffe en D'Achouffe zendt aan De Kikvorsch maandelijks de bijbehorende factuur. 2.4. Op 6 september 2006 wordt D’Achouffe overgenomen door Duvel. 2.5. Bij brief van 27 oktober 2006 schrijft D’Achouffe aan De Kikvorsch: Zoals meegedeeld werd begin september laatstleden Brasserie d’Achouffe overgenomen door brouwerij Duvel Moortgat nv en als zodanig opgenomen in de Moortgat groep. (…) Eén en ander wijzigt uiteraard grondig de bestaande marktsituatie en noopt ons ertoe een einde te stellen zowel aan onze huidige samenwerking als aan uw huidige aankoopvoorwaarden. Bij deze betekenen wij U dan ook de opzegging van onze samenwerking zoals die sinds 1 mei 2005 bestond alsook van uw huidige aankoopvoorwaarden aangezien wij U niet langer rechtstreeks en aan de actuele koopvoorwaarden zullen kunnen beleveren. Hoewel wij U reeds enkele weken geleden mondeling van onze beslissing op de hoogte hebben gebracht zullen wij vanaf heden nog een opzeggingstermijn van drie maanden eerbiedigen zodat U nog tot 31 januari 2007 de bieren van Brasserie d’Achouffe bij ons tegen de thans bestaande condities zal kunnen blijven betrekken. 2.6. Op 13 maart 2007 schrijft D'Achouffe aan De Kikvorsch: Niettegenstaande onze boekhouding U meerdere herinneringen heeft toegestuurd, (…) blijft U ons nog altijd een bedrag schuldig groot € 41.994,56 (…). Met dit schrijven stellen wij U formeel in gebreke tot betaling van de som van € 41.994,56. 3. De vordering en het verweer in het incident 3.1. D'Achouffe c.s. vordert in de hoofdzaak, samengevat: a) een verklaring voor recht dat de distributieovereenkomst tussen D'Achouffe en De Kikvorsch rechtsgeldig is opgezegd en door D'Achouffe is beëindigd per 31 januari 2007; b) een verklaring voor recht dat D'Achouffe c.s. ten aanzien van de beëindiging van de distributieovereenkomst, noch uit anderen hoofde, schadevergoeding is verschuldigd aan De Kikvorsch; c) veroordeling van De Kikvorsch om aan D'Achouffe te betalen € 41.994,56, vermeerderd met wettelijke rente; d) veroordeling van De Kikvorsch om aan D'Achouffe c.s. te voldoen de buitengerechtelijke kosten ad € 3.576,00, vermeerderd met wettelijke handelsrente; e) veroordeling van De Kikvorsch in de proceskosten. 3.2. D'Achouffe c.s. stelt zich op het standpunt dat de rechtbank Arnhem op grond van artikel 2 lid 1 van de EG-Verordening 44/2001 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: de EEX-Verordening) bevoegd is om van het geschil kennis te nemen. 3.3. De Kikvorsch vordert voor alle weren dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart voor zover het de in rechtsoverweging 3.1 onder c), d) en e) genoemde vorderingen in de hoofdzaak betreft. Ten aanzien van de vordering tot betaling van het bedrag van € 41.994,56 voert De Kikvorsch daartoe aan dat deze vordering niet ziet op de distributierelatie tussen partijen, maar op betaling van leveranties door D’Achouffe vanuit België aan De Kikvorsch in Nederland. Op grond van artikel 57 lid 1 sub a van het Verdrag der Verenigde Naties inzake internationale koopovereenkomsten (hierna: het Weens Koopverdrag) in samenhang met artikel 5 lid 1 sub a van de EEX-Verordening is de Belgische rechter bevoegd om kennis te nemen van een dergelijke vordering. Ten aanzien van de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten is de rechtbank volgens De Kikvorsch evenmin bevoegd. Deze kosten hangen immers samen met de vordering die ziet op de leveranties en moeten daarom worden beoordeeld door een Belgische rechter, aldus De Kikvorsch. 3.4. D'Achouffe c.s. voert gemotiveerd verweer. 3.5. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4. De beoordeling in het incident 4.1. Nu alle partijen zijn gevestigd in landen die partij zijn bij de EEX-Verordening, moet de vraag naar de bevoegdheid van de rechtbank worden beantwoord aan de hand van die Verordening. Op grond van artikel 93 van de Grondwet en artikel 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de EEX-Verordening voorrang boven commune bevoegdheidsregels. 4.2. Ingevolge artikel 2 van de EEX-Verordening wordt de territoriale bevoegdheid van de rechter bepaald door de woonplaats van de gedaagde. De Kikvorsch is statutair gevestigd in Deest, gemeente Druten. Hieruit volgt dat de rechtbank Arnhem bevoegd is om van het geschil tussen partijen kennis te nemen. 4.3. De Kikvorsch stelt zich op het standpunt dat de vordering in de hoofdzaak tot betaling van het bedrag van € 41.994,56 niet ziet op de distributierelatie, maar op de betaling van leveranties, zodat op grond van artikel 57 lid 1 sub a van het Weens Koopverdrag juncto artikel 5 lid 1 sub a van de EEX-Verordening de Belgische rechter bevoegd is om van het geschil kennis te nemen. 4.4. Deze stelling van De Kikvorsch, wat daarvan verder ook zij, staat echter niet in de weg aan de bevoegdheid van deze rechtbank op grond van de hoofdregel van artikel 2 van de EEX-Verordening. Artikel 5 van de EEX-Verordening is immers een alternatieve bevoegdheidsregel. Artikel 5 lid 1 sub a van de EEX-Verordening houdt in dat een persoon die woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat in een andere lidstaat ten aanzien van verbintenissen uit overeenkomst kan worden opgeroepen voor het gerecht van de plaats waar de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt, is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd. D'Achouffe c.s. heeft er dan ook voor kunnen kiezen om De Kikvorsch op grond van de hoofdregel van artikel 2 van de EEX-Verordening te dagvaarden voor de rechtbank Arnhem. De stelling van De Kikvorsch wordt gelet hierop verworpen. 4.5. De Kikvorsch stelt zich voorts op het standpunt dat de rechtbank onbevoegd is voor zover het de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten betreft, omdat deze vordering samenhangt met de vordering aangaande de betaling van de leveranties. Deze stelling wordt op grond van het voorgaande eveneens verworpen. 4.6. Gezien het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de incidentele vordering moet worden afgewezen, omdat de aangevoerde gronden die vordering niet kunnen dragen. 4.7. De Kikvorsch zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld. 5. De beoordeling in de hoofdzaak 5.1. De rechtbank zal een comparitie van partijen bevelen om inlichtingen over de zaak te vragen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden. Daarbij kan de mogelijkheid van doorverwijzing naar een mediator aan de orde komen. 5.2. D'Achouffe c.s. heeft de gelegenheid de conclusie van antwoord in reconventie ter comparitie te nemen. D'Achouffe c.s. moet de conclusie uiterlijk twee weken voor aanvang van de comparitie toezenden. Na de comparitie kan deze conclusie niet meer genomen worden. 5.3. De rechtbank wijst erop dat zij uit een niet verschijnen van een partij ter comparitie de gevolgtrekkingen - ook in het nadeel van die partij - kan maken die zij geraden zal achten. 5.4. De partijen wordt verzocht de stukken waarop zij tijdens de comparitie een beroep willen doen, uiterlijk twee weken tevoren in fotokopie aan de andere partij en aan de rechtbank toe te zenden. 5.5. De behandeling van de zaak ter comparitie zal in beginsel de volgende onderwerpen bevatten. • De rechter zal beginnen met een aantal formaliteiten. • Vervolgens zal de rechter zo nodig vragen stellen over de feiten en over de standpunten van partijen waarin inzicht moet bestaan om tot een oordeel te kunnen komen. • In beginsel zal ter comparitie niet de gelegenheid worden geboden om te pleiten, waarbij onder pleiten wordt verstaan het juridisch beargumenteren van de zaak aan de hand van een voorbereide, uitgeschreven pleitnotitie. • Op de comparitie zal, eventueel aan de hand van een voorlopig oordeel over de zaak, worden nagegaan hoe de verdere gang van zaken van de procedure moet zijn. Daarbij kan ook aan de orde komen of een schikking (al dan niet op onderdelen) mogelijk is. • Partijen moeten er op voorbereid zijn dat de rechtbank een mondeling tussenvonnis kan wijzen. • De zitting eindigt met een aantal formaliteiten. 6. De beslissing De rechtbank in het incident 6.1. wijst het gevorderde af, 6.2. veroordeelt de Kikvorsch in de kosten van het incident, aan de zijde van d'Achouffe c.s. tot op heden begroot op € 894,00, in de hoofdzaak 6.3. beveelt een verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten, voor het geven van inlichtingen en ter beproeving van een minnelijke regeling op de terechtzitting van een nog aan te wijzen rechter van deze rechtbank in het paleis van justitie te Arnhem aan de Walburgstraat 2-4 op een door de rechtbank vast te stellen datum en tijd, 6.4. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 19 december 2007 voor het opgeven van de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden januari tot en met maart 2008, waarna dag en uur van de comparitie zullen worden bepaald, 6.5. bepaalt dat bij gebreke van de gevraagde opgave(n) de rechtbank het tijdstip van de comparitie zelfstandig zal bepalen, 6.6. bepaalt dat na de vaststelling van het tijdstip van de comparitie dit in beginsel niet zal worden gewijzigd, 6.7. wijst partijen er op, dat voor de zitting drie uur zal worden uitgetrokken, 6.8. bepaalt dat de partijen dan vertegenwoordigd moeten zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is haar te vertegenwoordigen, 6.9. verzoekt de tijdige toezending van de stukken. Dit vonnis is gewezen door mr. T.P.E.E. van Groeningen en in het openbaar uitgesproken op 5 december 2007.