
Jurisprudentie
BC0150
Datum uitspraak2007-12-12
Datum gepubliceerd2007-12-13
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureKort geding
Instantie naamRechtbank Leeuwarden
Zaaknummers85530 / KG ZA 07-344
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2007-12-13
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureKort geding
Instantie naamRechtbank Leeuwarden
Zaaknummers85530 / KG ZA 07-344
Statusgepubliceerd
Indicatie
Vordering tot recificatie door de geïnterviewden van een artikel in een regionale krant wordt afgewezen.
Uitspraak
vonnis
RECHTBANK LEEUWARDEN
Sector civiel recht
zaaknummer / rolnummer: 85530 / KG ZA 07-344
Vonnis in kort geding van 12 december 2007
in de zaak van
[eiser], h.o.d.n. DE STILLE GENIETER,
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen eiser,
procureur mr. P.R. van den Elst,
advocaat mr. A.J. Welvering te Leek,
tegen
1. [gedaagde sub 1],
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen gedaagde 1,
verschenen in persoon,
2. [gedaagde sub 2],
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen gedaagde 2,
procureur mr. E.A. van Wieren.
hierna tezamen te noemen gedaagden,
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van gedaagde 2.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
2.1. Eiser exploiteert onder de naam "De Stille Genieter" een detailhandel in geluidsdragers. Tot de bedrijfsactiviteiten hoort eveneens de exploitatie van een platenlabel. Onder de naam "STG Producties" produceert en verspreidt eiser onder andere cd's en dvd's. Diverse (met name) regionale artiesten hebben in de afgelopen jaren hun geluidsdragers en dvd's door eiser laten opnemen en verspreiden. Zo ook de in april 2007 overleden zanger Rommy Henstra, hierna te noemen Rommy. Gedaagden zijn de zoons van Rommy.
2.2. In de Leeuwarder Courant van zaterdag 13 oktober 2007 is een artikel gepubliceerd getiteld "Rommy volgens zoons door manager gebruikt". Het eerste deel van het artikel wordt hieronder weergegeven.
"Zwaagwesteinde Volkszanger Rommy is tien jaar lang gebruikt door zijn manager [eiser] uit [woonplaats]. Dit zeggen [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2], zoons van de in april overleden zanger.
Rommy heeft volgens de broers- beiden ook zangers- nooit een cent verdiend aan de tien cd's
die hij bij de platenmaatschappij van [eiser], De Stille Genieter in Harkema, heeft uitgebracht.
[gedaagde sub 1], die al jaren op gespannen voet staat met [eiser], denkt dat er per album enkele
duizenden over de toonbank zijn gegaan. "As ik safolle cd's ferkocht hie as ûs heit, dan hie ik der no in knappe bûssint oan oerhâlden", stelt [gedaagde sub 1] "Mar heit wie fierstente te goed"
[eiser] profileerde zich steeds als grootste vriend van Rommy. "Hy seit dat hy Rommy grut makke hat", stelt [gedaagde sub 2],"Mar ik tink dat it oarsom west hat." Beide broers zeggen ook dat hun vader een gevoelsmens was en niet erg zakelijk. "De gesellichheid wie him genôch. Dat wie syn sterkte, mar ek syn swakte.""
2.3. Na het verschijnen van het artikel heeft mr. E.J. Postma, de voormalig raadsman van eiser, gedaagden bij brief van 15 oktober 2007 respectievelijk 16 oktober 2007 gesommeerd om in de Leeuwarder Courant van 20 oktober 2007 hun in het artikel geuite beschuldigingen publiekelijk terug te nemen door het plaatsen van een advertentie in de Leeuwarder Courant.
2.4. In reactie hierop heeft gedaagde 1 eiser per e-mail bericht dat eiser zich diende te wenden tot de journalist die het artikel had geschreven, omdat het artikel volgens gedaagde 1 geen juist beeld gaf van hetgeen gedaagden aan de journalist hadden verteld.
2.5. Bij brief van 22 oktober 2007 heeft mr. Postma voornoemd gedaagden opnieuw gesommeerd om de beschuldigingen welke zij in het artikel hadden geuit publiekelijk in te trekken door het plaatsen van een advertentie in de Leeuwarder Courant. Gedaagden hebben niet aan deze sommatie voldaan.
3. Het geschil
3.1. [eiser] vordert samengevat - dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, gedaagden hoofdelijk veroordeelt om in de eerstvolgende zaterdageditie van de Leeuwarder Courant die na dit vonnis zal verschijnen op eigen kosten een advertentie van minimaal 100 cm² te plaatsen met daarin de tekst, zoals opgenomen in het lichaam van de dagvaarding, althans (subidiair) een in goede justitie te bepalen tekst waaruit duidelijk blijkt dat gedaagden, publiekelijk afstand doen van de inhoud van het betreffende krantenartikel, één en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom en met veroordeling van gedaagden in de kosten van de procedure.
3.2. Hiertoe stelt hij het volgende. In voormeld artikel wordt door gedaagden ten onrechte de indruk gewekt dat eiser financieel misbruik van hun vader heeft gemaakt. Door het publiek uiten van dergelijke onjuiste mededelingen en suggesties handelen gedaagden onrechtmatig jegens eiser. Eiser wordt door dergelijke uitlatingen in zijn eer en goede naam aangetast. Behalve dat eiser er gezien zijn vriendschappelijke band met wijlen Rommy emotioneel door wordt beschadigd leiden dergelijke uitlatingen ook tot (potentiële) financiele schade. Nu gedaagden ontkennen de betrefende uitlatingen te hebben gedaan, blijkt daaruit reeds dat gedaagden niet achter de geuite mededelingen staan. De onrechtmatigheid van de uitlatingen is daarmee een gegeven.
3.3. Gedaagden voeren gemotiveerd verweer.
3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4. De beoordeling
4.1. Gedaagden hebben ten verwere aangevoerd dat het artikel in de Leeuwarder Courant geen juiste beeld geeft van het gesprek dat zij, ieder afzonderlijk, met de journalist die het artikel heeft geschreven hebben gevoerd. Volgens hen hebben zij enkel de in het artikel letterlijk geciteerde uitlatingen gedaan. Eiser heeft deze stelling niet ontzenuwd. De blote betwisting door eiser van deze stelling is daartoe onvoldoende. Nu de procedure in kort geding zich vanwege haar aard niet leent voor verdere bewijsvoering is daarom voorshands niet komen vast te staan dat gedaagden meer aan de journalist hebben verteld dan hetgeen in de letterlijk geciteerde passages is weergegeven.
4.2. Gedaagden hebben verder onweersproken aangevoerd dat deze letterlijke citaten op zichzelf beschouwd, anders dan de kop van het artikel en de context waarin deze citaten zijn geplaatst, niet de suggestie wekken dat zij vinden dat hun vader door eiser financieel zou zijn gebruikt. Nu voorts gesteld noch gebleken is dat deze citaten anderszins onnodig kwetsend of grievend zijn voor eiser, kunnen deze uitlatingen van gedaagden niet als onrechtmatig jegens eiser worden beschouwd.
4.3. Omdat onvoldoende vaststaat dat gedaagden meer aan de journalist hebben verteld dan hetgeen in de letterlijk geciteerde passages is weergegeven en deze passages niet als onrechtmatig jegens eiser kunnen worden beschouwd, kunnen gedaagden niet verplicht worden in wat voor publicatie in de Leeuwarder Courant dan ook, zoals een ingezonden brief of advertentie, het artikel te rectificeren.
4.4. Eiser heeft nog gesteld dat het op de weg van gedaagden ligt om het artikel te rectificeren, nu het artikel volgens hen, afgezien de van de letterlijke citaten, geen juist beeld geeft van hetgeen zij aan de journalist hebben verteld. De voorzieningenrechter volgt eiser hierin niet. Waar niet in voldoende mate vast staat dat de tekst van het artikel, afgezien van de letterlijke citaten, aan gedaagden toegerekend kan worden, gaat het te ver van gedaagden te verlangen dat zij het artikel (laten) rectificeren. Daar komt nog bij dat ongeveer de helft van het artikel in beslag wordt genomen door een reactie (met aangehaalde citaten) van eiser, die in verband met het betreffende stuk ook door de journalist is benaderd en met deze heeft gesproken. Voorts geldt dat gedaagden ter zitting niet hebben afgedaan aan de goede en nauwe band die hun vader met eiser heeft gehad.
4.5. Nu het verweer van gedaagden, zoals hiervoor weergegeven slaagt, behoeven de overige weren van gedaagde 2 geen verdere bespreking.
4.6. Eiser zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van gedaagde 1 worden begroot op EUR 251,- aan vast recht. De kosten aan de zijde van gedaagde 2 worden begroot op:
- vast recht EUR 251,00
- salaris procureur 816,00
Totaal EUR 1067,00
5. De beslissing
De voorzieningenrechter
5.1. wijst de vorderingen af,
5.2. veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van gedaagde 1 tot op heden begroot op EUR 251,00 aan de zijde van gedaagde 2 tot op heden begroot op EUR 1.067,00
Dit vonnis is gewezen door mr. J. de Vroome en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. W. van Seijen op 12 december 2007.?