Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BC0136

Datum uitspraak2007-11-12
Datum gepubliceerd2007-12-13
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureVoorlopige voorziening
Instantie naamRechtbank Alkmaar
Zaaknummers248107 CV EXPL 07-3010
Statusgepubliceerd
SectorSector kanton


Indicatie

Concurrentiebeding. De ktr acht niet althans onvoldoende aangetoond dat (tegelijk) met de omzetting van het aanvankelijke dienstverband voor bepaalde tijd naar een dienstverband voor onbepaalde tijd sprake is geweest van een wijziging van de arbeidsverhouding van ingrijpende aard. Volgt belangenafweging.


Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR Sector Kanton Locatie Hoorn Zaaknr/rolnr.: 248107 CV EXPL 07-3010 Uitspraakdatum: 12 november 2007 Vonnis in kort geding De kantonrechter als voorzieningenrechter, rechtdoende in kort geding, heeft het volgende vonnis gewezen in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Borent Skytrain Hoogwerkerverhuur B.V., statutair gevestigd te Amsterdam en kantoorhoudende te Hoorn eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie verder ook te noemen: Skytrain gemachtigde: mr. J.W. Bloem, advocaat te Zaandam tegen [naam] wonende te Hoogkarspel, gemeente Drechterland, aan [adres] gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie verder ook te noemen: [naam] gemachtigde: mr. O. van der Kind, advocaat te Amsterdam Het procesverloop In conventie en in reconventie Skytrain heeft bij dagvaarding d.d. 2 oktober 2007 (met producties) een voorziening gevorderd. De zaak is behandeld op de terechtzitting van 23 oktober 2007. Beide partijen zijn ter zitting verschenen, bijgestaan door hun gemachtigden. Skytrain heeft de vordering bij monde van haar gemachtigde toegelicht aan de hand van pleitnotities en producties. [naam] heeft tegen de vordering verweer doen voeren aan de hand van pleitnotities en producties. Tevens heeft [naam] een vordering in reconventie ingesteld, waartegen Skytrain verweer heeft gevoerd. Na afloop van de behandeling ter zitting is de zaak aangehouden teneinde partijen in de gelegenheid te stellen alsnog tot een minnelijke regeling te komen. Zij zijn hierin echter niet geslaagd. Vervolgens is vonnis bepaald op heden. De inhoud van de processtukken geldt als hier ingelast. De uitgangspunten In conventie en in reconventie 1. [naam] is rond 18 maart 2002 bij Skytrain in dienst getreden, aanvankelijk op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd in de functie van commercieel medewerker, en laatstelijk op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in de functie van filiaalleider op de bedrijfslocatie te Hoorn. 2. In de tussen partijen op 1 januari 2003 gesloten arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (welke later onder dezelfde voorwaarden bij schrijven van 17 maart 2004 is omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd) staat het volgende concurrentiebeding: "3.1 De werknemer zal zonder schriftelijke toestemming van werkgever gedurende het bestaan der dienstbetrekking en, na beëindiging van de dienstbetrekking binnen een tijdvak van één jaar in Nederland niet in één of andere soort vorm een zaak gelijk, gelijksoortig of aanverwant aan die van de werkgever vestigen, drijven, mede drijven of doen drijven, hetzij direct hetzij indirect, alsook in of daarvoor op één of andere manier werkzaam te zijn, al dan niet in dienstbetrekking, hetzij tegen vergoeding, hetzij om niet, of daarin aandeel van welke aard ook hebben en niet in dienst treden van een onderneming die tot het klantenbestand van werkgever behoort of ooit heeft behoord noch advies te geven of diensten te verlenen aan een dergelijke onderneming, dat op verbeurte van een direct opeisbare boete van € 5.000,00 (zegge: vijfduizend euro) per gebeurtenis en tevens € 500,00 (zegge: vijfhonderd euro) voor iedere dag, dat werknemer in overtreding is, te betalen aan werkgever, onverminderd het recht van werkgever om volledige schadevergoeding te vorderen van de werknemer, indien deze meer mocht belopen. Deze boete komt in afwijking van artikel 7:650 lid 3 BW ten goede aan werkgever." 3. [naam] heeft bij brief van 21 augustus 2007 per 1 oktober 2007 ontslag genomen en is vervolgens als commercieel medewerker in dienst getreden van Peinemann Hoogwerksystemen B.V. (hierna te noemen: Peinemann). De vorderingen In conventie 4. Skytrain vordert dat de kantonrechter [naam] bij wege van voorlopige voorziening bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad binnen tweemaal 24 uur na betekening van het te deze te wijzen vonnis zal verbieden om te handelen in strijd met het in voornoemd artikel 3.1 vervatte concurrentiebeding op verbeurte van een direct opeisbare boete van € 5.000,- (zegge: vijfduizend euro) per gebeurtenis en (zoals de kantonrechter het voornoemde concurrentiebeding tot uitgangspunt nemend begrijpt) € 500,- (zegge: vijfhonderd euro) voor iedere dag, dat [naam] in overtreding is, zulks op straffe van een dwangsom van € 500,- (zegge: vijfhonderd euro) voor iedere dag dat [naam] nalatig blijft aan deze veroordeling/dit vonnis te voldoen, dit alles met veroordeling van [naam] in de kosten van deze procedure. 5. Skytrain heeft aan haar vordering - kort en zakelijk samengevat - het volgende ten grondslag gelegd. [naam] was bij Skytrain op de locatie Hoorn belast met de dagelijkse commerciële leiding en in die hoedanigheid ook verantwoordelijk en medebepalend voor het bedrijfsresultaat van Skytrain en een en ander is ter gelegenheid van de mondelinge behandeling namens Skytrain nader toegelicht. Door thans in dienst te treden bij een directe concurrent in een soortgelijke functie overtreedt hij het genoemde concurrentiebeding. Skytrain heeft een groot commercieel belang bij onverkorte gelding van dit beding. 6. Namens [naam] is gemotiveerd verweer gevoerd, strekkende tot afwijzing van de vordering. Daarop zal hierna bij de beoordeling van het geschil nader worden ingegaan. In reconventie 7. [naam] heeft bij wege van reconventionele vordering - kort gezegd - gevorderd dat het concurrentiebeding met onmiddellijke ingang, althans met ingang van een in goede justitie te bepalen tijdstip, geheel of gedeeltelijk zal worden geschorst, dan wel gematigd of te niet gedaan, zodat [naam] bevoegd is werkzaamheden te verrichten voor Peinemann, totdat in een bodemprocedure onherroepelijk over het van kracht zijn, teniet doen of matigen van het concurrentiebeding is beslist, althans tot een in goede justitie te bepalen tijdstip, met veroordeling van Skytrain in de kosten van dit geding. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling is namens [naam] de grondslag voor deze reconventionele vordering nader uiteengezet en een en ander volgt uit hetgeen namens [naam] in conventie naar voren is gebracht. Gelijk hiervoor reeds is gezegd zal daarop bij de beoordeling van het geschil nader worden ingegaan. De standpunten van partijen 8. De standpunten van partijen zijn bekend uit hun schrifturen en worden hier als herhaald en ingelast beschouwd. De beoordeling van het geschil In conventie en in reconventie. 9. De kantonrechter overweegt in de eerste plaats dat de vorderingen als zodanig als voldoende spoedeisend kunnen worden beschouwd. In het kader van deze procedure dient voorts als leidraad voor de beoordeling te gelden de vraag of het aannemelijk is te achten dat de onderhavige vorderingen door de kantonrechter in een bodemprocedure zullen worden toegewezen. Beoordeeld dient dan ook te worden of de vorderingen in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben dat vooruitlopen daarop door toewijzing reeds nu gerechtvaardigd is. 10. Namens [naam] is in de eerste plaats betwist dat het concurrentiebeding vervat in de arbeidsovereenkomst voor bepaalde duur van 1 januari 2003 thans tussen partijen nog gelding heeft. Daartoe is namens [naam] betoogd dat toen deze arbeidsovereenkomst is omgezet in een dienstverband voor onbepaalde duur, dit concurrentiebeding niet opnieuw schriftelijk is overeengekomen. Dienaangaande overweegt de kantonrechter het volgende. 11. De Hoge Raad heeft - onder meer laatstelijk in haar arrest van 5 januari 2007 (JAR 2007/38) - overwogen dat een concurrentiebeding in de zin van artikel 7:653 BW opnieuw schriftelijk moet worden overeengekomen indien de wijziging in de arbeidsverhouding van zo ingrijpende aard is dat het concurrentiebeding aanmerkelijk zwaarder gaat drukken. Voor de beantwoording van de vraag of een concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk zijn geldigheid heeft verloren en opnieuw schriftelijk dient te worden overeengekomen, zal, aldus de Hoge Raad in genoemd arrest, onderzocht moeten worden niet alleen of sprake is van een wijziging van de arbeidsverhouding van ingrijpende aard, maar ook of, en zo ja op grond waarvan, die wijziging meebrengt dat het concurrentiebeding aanmerkelijk zwaarder gaat drukken. 12. De kantonrechter ziet voorshands onvoldoende aanleiding om het betoog van [naam] op het hiervoorgenoemde onderdeel te volgen. Naar het oordeel van de kantonrechter is namens [naam] niet althans onvoldoende aannemelijk gemaakt, laat staan aangetoond dat (tegelijk) met de omzetting van het aanvankelijke dienstverband voor bepaalde tijd naar een dienstverband voor onbepaalde tijd sprake is geweest van een wijziging van de arbeidsverhouding van ingrijpende aard. Weliswaar is [naam] bij Skytrain begonnen als commercieel medewerker en daarna doorgegroeid naar de functie van filiaalleider, maar deze functiewijziging was al doorgevoerd in de arbeidsovereenkomst van 1 januari 2003. Het vorenstaande wettigt voorshands de conclusie dat het daarin opgenomen concurrentiebeding ook toen de arbeidsovereenkomst bij schrijven van 17 maart 2004 voor onbepaalde tijd werd voortgezet zijn geldigheid heeft behouden. Dat in deze brief het concurrentiebeding van artikel 3.1 niet expliciet wordt genoemd (in tegenstelling tot de artikel 5 t/m 6 van de arbeidsovereenkomst van 1 januari 2003), doet daaraan niet af, te minder nu in de brief van 17 maart 2004 ook met zoveel woorden wordt vermeld dat de arbeidsovereenkomst "onder dezelfde voorwaarden zal worden omgezet". 13. De kantonrechter neemt dan ook als vaststaand aan dat het onderhavige concurrentiebeding als zodanig voldoet aan de daaraan door de wet gestelde eisen. 14. Anders dan namens [naam] is betoogd ziet de kantonrechter voorshands onvoldoende reden om eraan te twijfelen - gelijk door Skytrain is gesteld - dat Peinemann als een directe concurrent van Skytrain dient te worden beschouwd zodat de kantonrechter bij zijn oordeelsvorming ervan uitgaat dat [naam] met de voorgenomen werkzaamheden als commercieel medewerker bij Peinemann in strijd zal handelen met het onderhavige concurrentiebeding. 15. Ingevolge artikel 7:653 lid 2 BW kan de rechter een overeengekomen concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk vernietigen wanneer de werknemer in verhouding tot het te beschermen belang van de werkgever door dat beding onbillijk wordt benadeeld. De vraag of Skytrain [naam] ten aanzien van de door hem beoogde werkzaamheden bij Peinemann kan en mag houden aan het concurrentiebeding dan wel of er aanleiding bestaat om (vooruitlopende op een eventueel nog aanhangig te maken beslissing van de kantonrechter in een bodemprocedure) het concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk ten gunste van [naam] ter zijde te schuiven, zal derhalve moeten worden beantwoord aan de hand van een belangenafweging. 16. Voor wat betreft deze belangenafweging moet naar het oordeel van de kantonrechter worden geoordeeld dat - onder de ter zitting van 23 oktober 2007 door Skytrain genoemde omstandigheden welke door of namens [naam] niet althans niet overtuigend genoeg zijn tegengesproken - Skytrain een evident commercieel belang heeft bij handhaving van het concurrentiebeding. Het daartegenoverstaande belang van [naam] bij (gedeeltelijke) schorsing of matiging van het concurrentiebeding acht de kantonrechter van minder zwaar gewicht. 17. Niet ontkend kan worden dat [naam] bij zijn indiensttreding bij Peinemann financieel erop vooruit is gegaan, maar de kantonrechter acht niet aannemelijk dat de kantonrechter in een bodemprocedure aan dit aspect doorslaggevend gewicht zal toekennen. Evenmin ziet de kantonrechter grond om te oordelen dat [naam] bij Peinemann wezenlijk betere carrièrevooruitzichten zou krijgen. Een en ander is naar het oordeel van de kantonrechter niet met concrete en te controleren gegevens onderbouwd. 18. Gegeven de namens Skytrain gegeven toelichting houdt de kantonrechter het er voorshands voor dat [naam] bij zijn werkzaamheden bij Peinemann sterk zal kunnen leunen op de bij Skytrain opgedane kennis en ervaring aangezien op basis van de voorhanden zijnde informatie voldoende aannemelijk kan worden geacht dat [naam] zeker ook in de contacten met cliënten (inclusief de met hen te maken financiële afspraken) een belangrijke rol heeft gespeeld. 19. Gegeven hetgeen hiervoor is overwogen acht de kantonrechter de kans dat de kantonrechter in een bodemprocedure het concurrentiebeding in stand zal laten beduidend groter dan dat dit beding (geheel of gedeeltelijk) zal worden vernietigd. Naar het oordeel van de kantonrechter bestaat thans dan ook onvoldoende aanleiding om het concurrentiebeding bij wege van voorlopige voorziening geheel of gedeeltelijk ter zijde te schuiven ten gunste van [naam]. 20. De kantonrechter verwacht niet dat het concurrentiebeding qua geldigheidsduur zal worden beperkt nu dit zich uitstrekt tot één jaar hetgeen niet een onredelijk lange termijn kan worden genoemd. 21. De vordering in conventie zal derhalve op de hierna te noemen wijze worden toegewezen. De daar tegenover staande reconventionele vordering zal worden afgewezen. 22. De meegevorderde dwangsom zal worden afgewezen nu de dreiging van verbeuring van boetes op grond van het toepasselijke concurrentiebeding - gegeven de hoogte daarvan - als een genoegzame verdere aansporing voor [naam] kan worden beschouwd om zich te weerhouden van overtreding van het concurrentiebeding. 23. [naam] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden belast met de proceskosten in conventie en in reconventie. De proceskosten in reconventie zullen wegens de nauwe samenhang met de zaak in conventie worden vastgesteld op nihil. De beslissing in kort geding De kantonrechter: In conventie Verbiedt [naam] om binnen tweemaal 24 uur na betekening van dit vonnis te handelen in strijd met het voornoemde concurrentiebeding, op verbeurte van een direct opeisbare boete van € 5.000,- per gebeurtenis en € 500,- voor iedere dag dat [naam] in overtreding is. Veroordeelt [naam] in de proceskosten, die tot heden voor Skytrain worden vastgesteld op een bedrag van € 755,85 (inclusief btw indien en voor zover door [naam] verschuldigd), waaronder een bedrag van € 400,- voor salaris van de gemachtigde van Skytrain (waarover [naam] geen btw verschuldigd is). Verklaart deze veroordeling(en) uitvoerbaar bij voorraad. Wijst af het meer of anders gevorderde. In reconventie Wijst de vordering af. Veroordeelt [naam] in de proceskosten, aan de zijde van Skytrain begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. drs. J.H.A.C. Everaerts, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 12 november 2007.