Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BC0128

Datum uitspraak2007-12-13
Datum gepubliceerd2007-12-13
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureKort geding
Instantie naamRechtbank Amsterdam
Zaaknummers385545 / KG ZA 07-2335 P/BB
Statusgepubliceerd


Indicatie

Het wordt niet onrechtmatig geacht dat gedaagde een uitlating over eiser in het van te voren opgenomen televisieprogramma 'Tussen de Oren' heeft laten staan en uitgezonden, omdat de uitlating slechts een terloops gestelde vraag in een drie kwartier durend programma betreft waarop verder niet wordt ingegaan.


Uitspraak

vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Sector civiel recht, voorzieningenrechter, zaaknummer / rolnummer: 385545 / KG ZA 07-2335 P/BB Vonnis in kort geding van 13 december 2007 in de zaak van [eiser], wonende te Amsterdam, eiser bij dagvaarding van 4 december 2007, procureur mr. M. Meijjer, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SBS BROADCASTING B.V., gevestigd te Amsterdam, gedaagde, procureur mr. W.H. van Baren, advocaten mr. Q.R. Kroes en mr. A. van Essen te Amsterdam. Partijen zull[eiser] en SBS worden genoemd. 1. De procedure Vóór de inhoudelijke behandeling ter terechtzitting van 5 december 2007 is een gedeelte van het op 2 december 2007 op NET5 uitgezonden programma ‘Tussen de Oren’, waaronder het item aangaande [eiser] bekeken. Vervolgens heeft [eiser] gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. SBS heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Na verder debat heeft SBS ter zitting toegezegd uit het programma ‘Tussen de Oren’ van 2 december 2007, dat op 5 december 2007 om 23.00 uur op NET5 zal worden herhaald, het item waarin [eiser] voorkomt te zullen verwijderen. Vervolgens heeft SBS te kennen gegeven dat zij ongeacht deze toezegging een vonnis wenst. 2. De feiten 2.1. SBS exploiteert meerdere commerciële televisiestations, waaronder NET5. NET5 zendt ondermeer het programma ‘Tussen de Oren’ uit. Op de website van SBS wordt dit programma, voor zover relevant, als volgt gepresenteerd: ‘In de nieuwe humoristische NET 5-quiz ‘Tussen de oren’, die [presentator 1] en [presentator 2] presenteren, draait het om verbale en non-verbale communicatie. Ze ontvangen wekelijks drie bekende Nederlanders, (…). De presentatoren confronteren de gasten met humoristische vragen en experimenten. Dit levert onthullende gesprekken op…’ (…) In ‘Tussen de oren’ draait het vooral om hoe mensen denken en communiceren. Via gesprekken, filmpjes en experimenten worden gasten, publiek en de kijker geconfronteerd met hun eigen gedrag. Dit levert herkenbare en verrassende beelden op. Ook praten ze aan de hand van wetenschappelijk onderzoek over de verschillen tussen mannen en vrouwen. Door verder verschillende psychologische en humoristische experimenten komt de kijker steeds meer te weten over de gasten aan tafel, maar ook over zichzelf.’ 2.2. In de uitzending van 2 december 2007 is in ‘Tussen de Oren’ een item te zien geweest waarbij aan de drie gasten van die uitzending de vraag werd gesteld: ‘Wie heeft het hoogste testosterongehalte van de twee’? Daarop is driemaal een foto getoond met twee naast elkaar geplaatste beeltenissen waaruit de gasten konden kiezen. Op de derde foto was links de beeltenis van de stripfiguur Kuifje met zijn hondje Bobby en rechts de beeltenis van [eiser] te zien. Nadat het door één van de gasten gegeven antwoord ‘Kuifje’ werd afgekeurd kregen de gasten de kans nog een gok te wagen. Daarop vraagt een tweede gast zich hardop af wie de persoon op de rechter beeltenis is en geeft de derde gast vervolgens het antwoord: ‘[eiser]’. Als toelichting op haar antwoord heeft deze gast gezegd: ‘die schijnt toch hele losse handjes te hebben, of niet?’. Daarop heeft de presentator bevestigd dat [eiser] het juiste antwoord is, waarbij hij als toelichting heeft gegeven dat [eiser] een gescheiden man is en wetenschappelijk is bewezen dat een scheiding testosteronverhogend werkt. 2.3. SBS is voornemens om de uitzending van 2 december 2007 van ‘Tussen de Oren’ op 5 december 2007 om 23.00 uur op NET5 te herhalen. 2.4. Bij brief van 3 december 2007 heeft [eiser] SBS gesommeerd, kort gezegd, om excuses te maken voor het programma ‘Tussen de Oren’ dat op 2 december 2007 is uitgezonden en over te gaan tot een rectificatie. Daarnaast heeft [eiser] SBS gesommeerd om de herhaling van deze uitzending, die gepland staat voor 5 december 2007, te schrappen, althans het item dat hem aangaat eruit te verwijderen. 3. Het geschil 3.1. [eiser] vordert samengevat - primair SBS te verbieden de op 2 december 2007 uitgezonden uitzending van het programma ‘Tussen de Oren’ te herhalen en subsidiair SBS te verbieden het item aangaande [eiser] te herhalen. Verder vordert [eiser] SBS te gelasten om een rectificatie te plaatsen op de internetpagina www.net5.nl en een rectificatie uit te zenden op NET5 om 20.30 uur op de dag dat dit vonnis wordt gewezen alsmede op 5 december 2007 om 23.00 uur. Het voorgaande op straffe van dwangsommen. Ten slotte vordert [eiser] SBS te veroordelen aan hem een voorschot op immateriële schadevergoeding te betalen van € 10.000,=, met veroordeling van SBS in de proceskosten. 3.2. [eiser] heeft daartoe gesteld, kort gezegd, dat met het op 2 december 2007 in het programma ‘Tussen de Oren’ getoonde item waarin hij voorkomt, de suggestie wordt gewekt dat hij zijn ex-echtgenote heeft mishandeld. Daarvan is geen sprake en [eiser] is ook nooit als verdachte van mishandeling aangemerkt geweest. De uitlating in het programma is volgens [eiser] louter gebaseerd op geruchten die op deze wijze bij het publiek als waarheid gaan gelden. Hierdoor lijdt [eiser] schade. [eiser] heeft reeds jarenlang te maken met negatieve berichtgeving in de media over zijn persoon en ter bescherming van zijn privacybelang moet hij daartegen op kunnen komen. ‘Tussen de Oren’ is geen live-programma maar is van te voren opgenomen, zodat SBS het item waarin [eiser] voorkomt er bij de montage eenvoudig uit had kunnen laten. Door dit na te laten heeft SBS onrechtmatig jegens [eiser] gehandeld. [eiser] heeft in dit verband gesteld dat SBS het item er hoogstwaarschijnlijk in heeft gelaten, omdat via de gewraakte uitlating een mooie link is ontstaan met het volgende item in het programma. Dat betrof namelijk een experiment met de menselijke hand als onderwerp waarbij ook een ‘losse hand’ in beeld werd gebracht. Ten slotte heeft [eiser] gesteld dat de lasterlijke en smadelijke uitlating in ‘Tussen de Oren’ hem en zijn directe omgeving ernstig heeft gekrenkt. Volgens [eiser] heeft hij daardoor emotionele schade geleden, die de door hem gevraagde immateriële schadevergoeding rechtvaardigt. 3.3. SBS heeft tegen de vordering verweer gevoerd en zich daarbij kort gezegd op het standpunt gesteld dat de uitzending van 2 december 2007 van ‘Tussen de Oren’ niet onrechtmatig is. SBS heeft in dat verband aangevoerd dat ‘Tussen de Oren’ een humoristisch programma is waarin bekende Nederlanders worden uitgenodigd om zich van hun leuke, onverwachte, spontane kant te laten zien. Het programma draait om vrije associatie en improvisatie en de uitlatingen hebben dan ook volgens SBS een lage waarheidspretentie. Verder heeft SBS aangevoerd dat de omstreden uitlating zelf onbeduidend is omdat het een eenmalige losse flodder van een deelneemster is, die bovendien nog enigszins vertwijfeld als vraag wordt gesteld, en maar een fractie van het hele programma in beslag neemt. Daar komt naar de mening van SBS bij dat voldoende afstand is genomen van de uitlating doordat er door niemand op wordt ingegaan en door één van de presentatoren direct erna een andere wending aan het gesprek wordt gegeven. Ten slotte heeft SBS aangevoerd dat het niet vreemd is dat de betreffende gast een verband heeft gelegd tussen [eiser] en het hebben van ‘losse handjes’ omdat in de media verschillende berichten zijn verschenen waarin gemeld wordt dat [eiser] ‘een kort lontje’ heeft. De uitlating vloeit voort uit de formule van het programma dat is gericht op improvisatie en vrije associatie. Het inperken van dergelijke spontaniteit zou betekenen dat dit soort programma’s niet meer kunnen worden gemaakt, wat zich volgens SBS niet verdraagt met de vrijheid van meningsuiting. 4. De beoordeling 4.1. Uitgangspunt is dat toewijzing van de vorderingen van [eiser] een beperking zou inhouden van het in artikel 10 lid 1 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM) neergelegde grondrecht van SBS op vrijheid van meningsuiting. Een dergelijk recht kan slechts worden beperkt indien dit bij de wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving, bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam en de rechten van anderen (artikel 10 lid 2 EVRM). Van een beperking die bij de wet is voorzien is sprake, wanneer de uitlating over [eiser] in het door SBS op Net5 op 2 december 2007 uitgezonden programma ‘Tussen de Oren’ onrechtmatig is in de zin van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Voor het antwoord op de vraag of dat het geval is dienen de wederzijdse belangen te worden afgewogen en daarbij moeten alle omstandigheden van het geval in aanmerking worden genomen. Het belang van [eiser] is erin gelegen dat hij recht heeft op bescherming van eer en goede naam en dat hij niet lichtvaardig wordt blootgesteld aan voor hem ongewenste publiciteit omtrent zijn persoon. Het belang van SBS is daarin gelegen dat zij zich vrijelijk wil kunnen uitlaten over kwesties die de samenleving raken en in de gelegenheid wil blijven dit in de vorm van entertainment aan het publiek aan te bieden. In het programma ‘Tussen de Oren’ doet zij dat door aan een drietal gasten vragen en informatie voor te leggen waarop die gasten al improviserend moeten reageren. 4.2. Vooropgesteld wordt dat een verbod tot herhaling van de gehele uitzending niet aan de orde is, nu alleen het fragment waarin [eiser] voorkomt jegens hem onrechtmatig kan zijn. [eiser] heeft voorts uitsluitend bezwaar gemaakt tegen de hiervoor weergegeven opmerking/vraag over de ‘hele losse handjes’. Verder staat vast dat het programma ‘Tussen de Oren’ geen live-programma is maar van te voren is opgenomen, zodat er van kan worden uitgegaan dat het een bewuste keuze van SBS is geweest om die opmerking over [eiser] in het programma te laten en uit te zenden. De vraag is of SBS daarmee onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld. 4.3. Ter beantwoording van deze vraag is met name van belang dat de aard van het programma, door SBS gepresenteerd als een humoristische quiz, een vrije associatie en improvisatie van de gasten met zich brengt. In dit kader is in de uitzending van 2 december 2007 onder een item over testosteron, en dus niet een item over ‘losse handjes’ zoals [eiser] aanvankelijk heeft gesteld, een foto getoond met de beeltenissen van stripfiguur Kuifje en [eiser], waarbij de vraag werd gesteld ‘wie heeft het hoogste testosterongehalte van de twee?’. Daarop heeft één van de gasten ‘[eiser]’ als antwoord gegeven en in haar toelichting op een vragende toon gezegd: ‘die schijnt toch hele losse handjes te hebben, of niet?’. Hierop wordt door de presentatoren of de andere gasten in het geheel niet ingegaan maar wordt door één van de presentatoren onmiddellijk het juiste antwoord gegeven, welk antwoord op geen enkele wijze verband houdt met ‘losse handjes’. De gewraakte uitlating is dus een enkele losse opmerking -die bovendien nog als vraag wordt gesteld- in een drie kwartier durend programma dat juist is gericht op de improvisatie en spontane reacties van de gasten. Daar komt bij dat de associatie die de betreffende gast kennelijk met [eiser] heeft niet geheel onbegrijpelijk is, nu in de media verschillende berichten zijn verschenen die de [eiser] in verband brengen met mishandeling. Dat [eiser] stellig betwist zich ooit schuldig te hebben gemaakt aan mishandeling en hij in dat verband ook nog nooit als verdachte is aangemerkt doet er niet aan af dat door de berichten in de media daarover de associatie kan zijn gewekt. Bovendien is [eiser] aan te merken als een persoon die een zekere bekendheid geniet hetgeen met zich brengt dat hij zich wat meer dient te laten welgevallen dan de gemiddelde Nederlander. Daartegenover staat dat het voor [eiser], over wie in de media veelvuldig negatief is bericht, kwetsend is om (wederom) geconfronteerd te worden met de suggestie dat hij zich schuldig zou hebben gemaakt aan mishandeling, terwijl daarvoor geen enkel bewijs bestaat. Het zou van begrip voor zijn positie getuigd hebben indien deze losse opmerking over [eiser] niet in de uitzending was opgenomen. Echter, nu de omstreden uitlating slechts een terloops gestelde vraag in een drie kwartier durend programma betreft waarop in het geheel niet wordt ingegaan, kan voorshands niet gezegd worden dat door het fragment in de uitzending te laten SBS onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld. [eiser] heeft nog gesteld dat die opmerking over hem een link vormt met het daarop volgende item, maar dat is voorshands niet aannemelijk, nu op die opmerking verder niet wordt ingegaan. 4.4. Aldus bestaat er onvoldoende grond de vrijheid van meningsuiting van SBS te beperken. Het gevraagde verbod de uitzending van 2 december 2007, althans het fragment met daarin [eiser], te herhalen en de gevraagde rectificatie zijn derhalve niet toewijsbaar. 4.5. Nu geoordeeld wordt dat SBS niet onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld bestaat evenmin grond voor toewijzing van de gevorderde schadevergoeding. 4.6. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van SBS worden begroot op: - vast recht EUR 251,00 - salaris procureur 816,00 Totaal EUR 1.067,00 5. De beslissing De voorzieningenrechter 5.1. weigert de gevraagde voorzieningen, 5.2. veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van SBS tot op heden begroot op EUR 1.067,00, 5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. M.Y.C. Poelmann, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. B.P.W. Busch, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 13 december 2007.?