
Jurisprudentie
BC0112
Datum uitspraak2007-12-13
Datum gepubliceerd2007-12-13
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureKort geding
Instantie naamRechtbank Arnhem
Zaaknummers162640
Statusgepubliceerd
SectorVoorzieningenrechter
Datum gepubliceerd2007-12-13
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureKort geding
Instantie naamRechtbank Arnhem
Zaaknummers162640
Statusgepubliceerd
SectorVoorzieningenrechter
Indicatie
Twee dochters hebben onlangs voor de rechtbank te Arnhem in kort geding gevorderd dat hun ouders ieder contact met hen zou vermijden. Zij beschuldigden hun ouders ervan hun zoontjes van 3 en 4 seksueel te hebben misbruikt. Vandaag heeft de rechter beslist dat de vordering wordt afgewezen. Een contact- en straatverbod is een inbreuk op de bewegingsvrijheid en dat is in onze samenleving een groot goed. Zo’n verbod kan alleen worden toegewezen als voldoende duidelijk is geworden dat er sprake is van stelselmatig lastig vallen. In deze zaak is niet komen vast te staan dat de ouders de dochters en hun gezinnen stelselmatig hebben lastig gevallen. De ouders hebben zich in ieder geval na 18 oktober 2007 onthouden van contact met hun dochters. Daarom wordt de vordering afgewezen.
Uitspraak
vonnis
RECHTBANK ARNHEM
Sector civiel recht
zaaknummer / rolnummer: 162640 / KG ZA 07-705
Vonnis in kort geding van 13 december 2007
in de zaak van
1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats],
eiseressen,
procureur en advocaat mr. A.W.H.L.M. van Bon-Moors te [woonplaats],
tegen
1. [gedaagde 1],
2. [gedaagde 2],
beiden wonende te [woonplaats],
gedaagden,
advocaat mr. R.M. Tjong Kim Sang te Lent.
Partijen zullen hierna eiseressen en gedaagden genoemd worden.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van eiseressen.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
2.1. Eiseressen zijn de dochters van gedaagden. Eiseres sub 1 heeft een zoontje, genaamd [naam zoontje] (hierna: [voornaam]), geboren op 26 april 2003 en eiseres sub 2 heeft een zoontje, genaamd [naam zoontje] (hierna: [voornaam]), geboren op 21 oktober 2003.
2.2. Gedaagden pasten regelmatig op [voornaam] en [voornaam] als eiseressen aan het werk waren.
2.3. Op 3 augustus 2007 hebben eiseressen bij de politie District Tweestromenland/Wijchen en District Stad Nijmegen aangifte gedaan van seksueel misbruik van hun beide zoontjes, gepleegd door gedaagden tijdens het oppassen. [voornaam] is door de politie gehoord. [voornaam] is niet gehoord omdat hij nog geen vier jaar was.
2.4. Op 5 september 2007 zijn gedaagden door de politie gehoord. Gedaagde sub 1 is in totaal drie dagen in verzekering gesteld.
2.5. Op 7 september 2007 hebben eiseressen per aangetekende brief, gedaagden verzocht geen contact meer met hen, hun partners, hun kinderen en hun schoonfamilie op te nemen, noch rechtstreeks, noch indirect. Tevens hebben eiseressen gedaagden op 11 september 2007 gesommeerd niet meer in hun straat/buurt te komen.
2.6. Op 18 september 2007 is de zaak geseponeerd wegens gebrek aan bewijs. De politie Gelderland-Zuid heeft dit gedaagde sub 1 bij brief d.d. 9 oktober 2007 medegedeeld.
2.7. Gedaagde sub 2 heeft op 18 oktober 2007 eiseres sub 1 opgezocht. Eiseres sub 1 heeft gedaagde sub 2 echter niet binnengelaten, waarna gedaagde sub 2 is vertrokken. Ondertussen was de politie wel gealarmeerd.
2.8. Gedaagden hebben op 18 oktober 2007 een verjaardagskaart naar [voornaam] gestuurd.
2.9. [voornaam] is op 6 november 2007 door het Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis lichamelijk onderzocht. De kinderarts heeft het volgende geconstateerd:
“ [voornaam] lijkt ook opvallend bang door moeder alleen gelaten te worden.
(…)
Opvalt is dat bij het afnemen van de kweken op SOA’s [voornaam] het niet goedvindt dat wij aan zijn urethra zitten. Hij durft er wel zelf aan te zitten en met een watje langs te gaan.
(…)
Op grond van eht verhaal van moeder en het verhaal van de zus van moeder die ik daarvoor ook al met 2 kinderen had gezien, is er een verdenking dat [voornaam] het slachtoffer zou kunnen zijn van een kinderpornonetwerk. Bij lichamelijk onderzoek en aanvullende diagnostiek waren hier geen bewijzen voor.”
3. Het geschil
3.1. Eiseressen vorderen, samengevat,
a. gedaagden te verbieden zich te bevinden of te begeven in de gemeente [naam gemeente], in
[regio straatverbod]
d. gedaagde te verbieden zich te bevinden of te begeven in de gemeente [naam gemeente] [regio straatverbod]
e. gedaagden een contactverbod op te leggen in de ruimste zin des woords;
f. bovenvermelde verboden aan gedaagden op te leggen op straffe van een dwangsom van
€ 500,- voor elke keer dat deze verboden bewijsbaar overtreden worden, te betalen binnen vijf werkdagen nadat daartoe is aangemaand;
g. te bepalen dat bij niet betaling van de verschuldigde dwangsom gedaagden gegijzeld kunnen worden voor de duur van 7 dagen voor ieder keer dat de verboden overtreden worden;
h. eiseressen de bevoegdheid te geven de sterke arm in te roepen bij overtreding van de verboden;
i. gedaagden te veroordelen in de kosten van dit geding
3.2. Eiseressen voeren als grondslag van het gevorderde aan dat hun recht en het recht van hun gezinnen op bewegingsvrijheid en op bescherming van de persoonlijke levenssfeer ernstig is aangetast door het gedrag van gedaagden. Eiseressen hebben het sterke vermoeden dat gedaagden hun kinderen seksueel misbruikt hebben. Dat er voor een strafzaak op dit moment te weinig bewijs is, doet niets af aan de overtuiging van eiseressen dat gedaagden wel degelijk grensoverschrijdend bezig zijn geweest. Eiseressen verdenken gedaagden met name van kinderporno met hun kinderen, waarbij ook een derde betrokken is geweest.
De ontdekking dat hetgeen eiseres sub 1 vroeger zelf met gedaagden had meegemaakt, herhaald zou zijn bij haar kind en het kind van haar zus, heeft voor een zeer emotionele en woedende reactie gezorgd. Het heeft angst gezaaid, waarvoor thans therapie bij het GGz, Jeugdzorg en extra begeleiding op school is ingeschakeld.
Volgens eiseressen vertonen hun kinderen moeilijk gedrag. [voornaam] is thuis onhandelbaar geworden en [voornaam] heeft een lichte hersenstoornis, waardoor hij licht autistisch gedrag vertoont. Volgens de specialisten van het Radboud hebben de traumatische ervaringen het beeld verstechterd.
Eiseressen stellen voorts dat zij geen enkel contact met gedaagden willen en zij dit hun ook bij aangetekende brieven kenbaar hebben gemaakt. Ondanks dit hebben gedaagden eiseressen en hun gezinnen tot en met 18 oktober 2007 niet met rust gelaten. Volgens eiseressen stond gedaagde sub 2 op 18 oktober 2007 ’s avonds voor de deur van eiseres
sub 1. Gedaagde sub 2 wilde met eiseres sub 1 praten, maar deze heeft haar moeder niet binnengelaten. Volgens eiseres sub 1 heeft haar moeder op de deur gebonst, door de brievenbus geroepen en geschreeuwd. Toen de politie eenmaal arriveerde, was gedaagde sub 2 al vertrokken. Tevens hebben gedaagden [voornaam] op 18 oktober 2007 een verjaardagskaart gestuurd.
Ook stelt eiseres sub 1 dat zij thuis en op haar werk anoniem gebeld wordt. Eiseres sub 1 is bang dat gedaagden hier achter zitten.
Eiseressen stellen dat zij en hun kinderen het gebeurde alleen kunnen verwerken als het van de zijde van gedaagden rustig bijft. Voor die rust is het volgens eiseressen nodig dat gedaagden een straat- en contactverbod opgelegd krijgen.
Ten slotte stellen eiseressen dat zij bang zijn om hun kinderen naar school te sturen en vrezen voor de confrontatie met gedaagden.
3.3. Gedaagden voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4. De beoordeling
4.1. Er is sprake van een zeer gespannen relatie tussen partijen. Het spoedeisend belang bij de gevraagde voorzieningen is daarmee gegeven en vloeit tevens voort uit de stellingen van de dochters.
4.2. Het opleggen van een straat- en contactverbod vormt een vergaande inbreuk op het grondrecht van bewegingsvrijheid. Dit grondrecht is in onze samenleving een groot goed, zodat inbreuken daarop alleen in ernstige gevallen van stelselmatig lastig vallen toelaatbaar zijn. De feiten en omstandigheden die zijn gesteld moeten dan in hoge mate aannemelijk zijn en bovendien zo'n inbreuk kunnen rechtvaardigen.
4.3. In deze zaak is niet komen vast te staan dat de ouders hun dochters en gezinnen stelselmatig hebben lastig gevallen. Van enig ontoelaatbaar gedrag tegenover de dochters en hun gezinnen is, in ieder geval na 18 oktober 2007, niet gebleken. Dat de ouders de dochters zouden lastig vallen met anonieme telefoontjes is gesteld, maar door de ouders gemotiveerd betwist. Dit feit is daarom niet komen vast te staan. Onder deze omstandigheden bestaat er onvoldoende aanleiding om de ouders in de bewegingsvrijheid te beperken door het opleggen van een straat- en contactverbod. De gevraagde voorzieningen zullen daarom worden geweigerd.
4.4. In deze procedure wordt geen beslissing genomen over de vraag of de (groot-)ouders hun kleinkinderen seksueel hebben misbruikt. Het gaat in deze procedure alleen om de vraag of de ouders in hun bewegingsvrijheid zouden moeten worden beperkt om aldus contact met hun dochters en hun gezinnen te voorkomen. Hierboven is gebleken dat daarvoor onvoldoende aanleiding bestaat. Wel is het in de gegeven omstandigheden verstandig dat de ouders contact met hun dochters en hun gezinnen vermijden. Ter terechtzitting hebben de ouders verklaard dat zij de wens van hun dochters om met rust gelaten te worden respecteren en zich hier ook aan zullen houden. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat de ouders zich daarnaar zullen blijven gedragen.
4.5. Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
5. De beslissing
De voorzieningenrechter
5.1. wijst de vorderingen af,
5.2. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.J. de Vries en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier V.R. Bouwmeister op 13 december 2007.