
Jurisprudentie
BC0105
Datum uitspraak2007-12-18
Datum gepubliceerd2007-12-18
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Assen
Zaaknummers19.605913-07
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2007-12-18
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Assen
Zaaknummers19.605913-07
Statusgepubliceerd
Indicatie
De verdachte dient van het tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.
In dit soort zaken is de rechtbank in het algemeen afhankelijk van de verklaringen van één getuige: het slachtoffer. In deze is het slachtoffer een meisje met geestelijke beperkingen. Zo verklaart o.a. het locatiehoofd van stichting De Leite, de heer [naam locatiehoofd] op dossierpagina 53 van het proces-verbaal dat [naam orthopedagoog], orthopedagoog bij stichting De Leite, heeft aangegeven dat bij [naam betrokkene] fantasie en werkelijkheid nog wel eens door elkaar lopen.
Uitspraak
RECHTBANK ASSEN
Sector strafrecht
Parketnummer: 19/605913-07
vonnis van de meervoudige kamer d.d. 18 december 2007 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:
[naam verdachte],
geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] 1950,
wonende te [adres verdachte].
Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 4 december 2007.
De verdachte is verschenen. Hij werd bijgestaan door mr. R.J. de Boer, advocaat te Coevorden.
De officier van justitie, mr. G.C. Bruins Slot, acht hetgeen is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen: een taakstraf, bestaande uit een werkstraf van 180 uren subsidiair 90 dagen hechtenis en drie maanden voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van twee jaren.
Tenlastelegging
De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode 01 december 2006 tot en met 31 december 2006, in de gemeente Coevorden, althans in het arrondissement Assen, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [naam betrokkene] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit het aanraken van en/of knijpen in haar (blote) borst(en) en/of het aanraken van en/of wrijven over haar vagina, althans haar schaamstreek en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) uit het psychische en fysieke overwicht van verdachte op die (zwakbegaafde) [naam betrokkene], en/of uit het zich niet kunnen onttrekken aan vorenomschreven handelingen, aangezien verdachte en [naam betrokkene] ten tijde van die incidenten zich (telkens) in een (rijdend) motorvoertuig bevonden.
Vrijspraak
De verdachte dient van het tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.
In dit soort zaken is de rechtbank in het algemeen afhankelijk van de verklaringen van één getuige: het slachtoffer. In deze is het slachtoffer een meisje met geestelijke beperkingen. Zo verklaart o.a. het locatiehoofd van stichting De Leite, de heer [naam locatiehoofd] op dossierpagina 53 van het proces-verbaal dat [naam orthopedagoog], orthopedagoog bij stichting De Leite, heeft aangegeven dat bij [naam betrokkene] fantasie en werkelijkheid nog wel eens door elkaar lopen.
Voorts heeft de rechtbank acht te slaan op de verklaringen door het slachtoffer afgelegd tijdens het studioverhoor. Dit verhoor heeft plaatsgehad geruime tijd nadat de gebeurtenissen waarvan verdachte wordt verdacht zouden hebben plaatsgehad. Niet uit te sluiten valt dat de verklaringen van het slachtoffer zijn beïnvloed door hetgeen in de tussentijd over de vermeende gebeurtenissen is besproken. Daarbij komt dat de rechtbank zich niet aan de indruk kan onttrekken dat de vraagstelling tijdens het studioverhoor hier en daar enigszins sturend is geweest en bovendien soms vragen bevatte van een te weinig open karakter. Daarnaast zijn de verklaringen van het slachtoffer niet altijd consistent, waarbij de rechtbank natuurlijk overweegt dat dit van het slachtoffer ook nauwelijks mag worden verwacht.
Een en ander leidt tot de gevolgtrekking dat de rechtbank te veel twijfels overhoudt om tot de door de wet vereiste overtuiging te komen, zodat vrijspraak dient te volgen.
Beslissing van de rechtbank
De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.E. Münzebrock, voorzitter, en mr. N.R. Boonstra en mr. M.R.M. Beaumont, rechters, in tegenwoordigheid van R.C. Sprong, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op dinsdag 18 december 2007. Mr. Beaumont is buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.