
Jurisprudentie
BC0096
Datum uitspraak2007-12-11
Datum gepubliceerd2007-12-13
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Assen
Zaaknummers19.830206-07
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2007-12-13
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Assen
Zaaknummers19.830206-07
Statusgepubliceerd
Indicatie
De rechtbank acht het opleggen van de maatregel tot plaatsing van verdachte in een richting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel), zoals door de officier van justitie is gevorderd, thans niet opportuun. De rechtbank zal aan verdachte, bij wijze van een laatste kans ter voorkoming van oplegging van de ISD-maatregel, een gevangenisstraf opleggen, waarvan een substantieel deel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.Verdachte kan gedurende de proeftijd laten zien, dat hij zijn leven -zoals hij ter terechtzitting heeft aangegeven- op positieve wijze heeft gewijzigd en niet zal terugvallen in crimineel gedrag. De rechtbank overweegt hierbij dat, mocht blijken dat verdachte zijn toezeggingen niet nakomt en opnieuw een strafbaar feit pleegt, behalve tenuitvoerlegging van de onderhavige voorwaardelijke gevangenisstraf, oplegging van de ISD-maatregel onontkoombaar lijkt.
Uitspraak
RECHTBANK ASSEN
Sector strafrecht
Parketnummer: 19.830206-07
vonnis van de Meervoudige kamer d.d. 11 december 2007 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:
[naam verdachte],
geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] 1985,
wonende [adres verdachte], thans verblijvende in het huis van bewaring te [plaats van detentie verdachte].
Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 27 november 2007.
De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. M. Smid, advocaat te Hoogeveen.
De officier van justitie mr. S. Kromdijk, acht hetgeen onder 1 en 2 is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen:
* oplegging van de maatregel tot plaatsing van verdachte in een richting voor
stelselmatige daders voor de duur van twee jaren;
* niet ontvankelijk verklaring van benadeelde partij [naam benadeelde partij] in zijn vordering.
Tenlastelegging
De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat
1.
hij in of omstreeks de periode van 4 april 2007 tot en met 5 april 2007, te
Hoogeveen, althans in de gemeente Hoogeveen, ter uitvoering van het door
verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of
anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening
in/uit een bedrijfspand aan [adres] weg te nemen een auto (BMW)
en/of een aantal stoelen, geheel of ten dele toebehorende aan [naam benadeelde]
en/of [naam benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte
en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot dat pand te verschaffen
en/of die/dat weg te nemen auto en/of stoelen onder zijn/hun bereik te brengen
door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn
mededader(s), althans alleen, een gat in het hekwerk, dat rond/bij dat pand
was geplaatst heeft gemaakt en/of de/een roldeur van dat bedrijf heeft
opengebroken/opengemaakt en/of dat pand is binnengegaan en/of heeft getracht
die auto te openen en/of te starten en/of die stoelen heeft verplaatst,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2.
hij in of omstreeks periode van 4 april 2007 tot en met 5 april 2007 te
Hoogeveen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een in een magazijn
van een bedrijfspand aan [adres] ([naam bedrijf]) staande auto
(Seat Cordabo) heeft weggenomen een versterker (merk Cruncher), in elk geval
enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam benadeelde], in elk geval aan
een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij
verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs
heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun
bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of
inklimming.
Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.
Bijzondere bewijsoverwegingen
De raadsvrouw van verdachte heeft onder meer als haar uitdrukkelijk standpunt aangevoerd dat verdachte ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde feit dient te worden vrijgesproken, nu verdachte niet als medepleger van de diefstal kan worden aangemerkt. De raadsvrouw heeft daartoe aangevoerd dat verdachte pas later is gebleken dat [naam medeverdachte] uit een andere auto in het pand, een Seat Corboda, een versterker had meegenomen.
De rechtbank kan zich niet met dit standpunt verenigen.Verdachte is samen met medeverdachte [naam medeverdachte] naar het bedrijfspand aan [adres] te Hoogeveen gegaan met het gezamenlijk plan om daar een auto (merk BMW) weg te nemen. Na inbraak in het pand hebben beide verdachten gepoogd om de BMW en aldaar aangetroffen stoelen weg te nemen.Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij vervolgens heeft gezien dat medeverdachte [naam medeverdachte] met een andere auto (merk Seat) -die in hetzelfde pand stond- bezig was.Verdachte heeft gezien dat [naam medeverdachte] iets onder zijn T-shirt verborgen heeft meegenomen, wat later een versterker bleek te zijn.Verdachte heeft samen met [naam medeverdachte] de versterker maar [naam betrokkene] gebracht.
De rechtbank is, gelet op het hiervoor overwogene, van oordeel dat nu verdachte en diens medeverdachte met een vooropgezet plan naar het betrokken bedrijfspand zijn gegaan om in te breken, de wegneming van de versterker door medeverdachte [naam medeverdachte] ook aan verdachte in strafrechtelijke zin kan worden toegerekend. Er is derhalve sprake van een diefstal, gepleegd door twee of meer verenigde personen.
Bewijsmiddelen
Overeenkomstig de nader op te nemen bewijsconstructie.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1.
hij in de periode van 4 april 2007 tot en met 5 april 2007, te Hoogeveen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een bedrijfspand aan [adres] weg te nemen een auto (BMW) en een aantal stoelen, geheel of ten dele toebehorende aan [naam benadeelde] en/of [naam benadeelde] en zich daarbij de toegang tot dat pand te verschaffen door middel van braak en inklimming, met een van zijn mededaders een roldeur van dat bedrijf heeft opengebroken en dat pand is binnengegaan en heeft getracht die auto te starten en die stoelen heeft verplaatst, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2.
hij in de periode van 4 april 2007 tot en met 5 april 2007 te Hoogeveen tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een in een magazijn van een bedrijfspand aan [adres] ([naam bedrijf]) staande auto
(Seat Cordabo) heeft weggenomen een versterker (merk Cruncher), toebehorende aan [naam benadeelde], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak.
De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
De verdachte zal van het onder 1 en 2 meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Kwalificaties
Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op:
onder 1: poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming,
strafbaar gesteld bij artikel 311 junctis de artikelen 45 en 310 van het Wetboek van Strafrecht;
onder 2: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak,
strafbaar gesteld bij artikel 311 juncto artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht.
Strafbaarheid
De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.
Strafmotivering
De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking:
- de aard en de ernst van de gepleegde feiten;
- de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan;
- hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon
van de verdachte;
- de eis van de officier van justitie;
- het pleidooi van de raadsvrouw van de verdachte;
- de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 16 augustus 2007, waaruit blijkt dat de verdachte eerder ter zake van soortgelijke misdrijven is veroordeeld tot onvoorwaardelijke gevangenisstraffen.
De rechtbank acht het opleggen van de maatregel tot plaatsing van verdachte in een richting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel), zoals door de officier van justitie is gevorderd, thans niet opportuun. De rechtbank zal aan verdachte, bij wijze van een laatste kans ter voorkoming van oplegging van de ISD-maatregel, een gevangenisstraf opleggen, waarvan een substantieel deel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.Verdachte kan gedurende de proeftijd laten zien, dat hij zijn leven -zoals hij ter terechtzitting heeft aangegeven- op positieve wijze heeft gewijzigd en niet zal terugvallen in crimineel gedrag. De rechtbank overweegt hierbij dat, mocht blijken dat verdachte zijn toezeggingen niet nakomt en opnieuw een strafbaar feit pleegt, behalve tenuitvoerlegging van de onderhavige voorwaardelijke gevangenisstraf, oplegging van de ISD-maatregel onontkoombaar lijkt.
Benadeelde partij [naam benadeelde partij]
De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen verklaarde feit sub 1 en de brandschade niet bewezen. De benadeelde partij [naam benadeelde partij] zal niet ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering en kan deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Toepassing van wetsartikelen
De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.
Beslissing van de rechtbank
De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1 en 2 tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.
De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van 17 maanden, waarvan een gedeelte groot 12 maanden, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.De rechtbank beveelt, dat deze voorwaardelijk opgelegde straf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.
De rechtbank heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van 10 januari 2008.
De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [naam benadeelde partij] niet ontvankelijk is in zijn vordering en dat hij zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. De benadeelde partij en de verdachte dragen de eigen kosten.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.E. Münzebrock, voorzitter en mr. A. Rombouts-Nieuwstraten en mr. H. de Wit, rechters in tegenwoordigheid van J. Hoogeveen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 11 december 2007.