Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BC0093

Datum uitspraak2007-12-05
Datum gepubliceerd2007-12-13
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Dordrecht
Zaaknummers67858 / HA ZA 06-2833
Statusgepubliceerd


Indicatie

Geschil over verkoop van een woning die niet doorging. Gaat over verschuldigheid van contractuele boete en (aanvullende) schadevergoeding.


Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT Sector civiel recht zaaknummer: 67858 / HA ZA 06-2833 vonnis van de enkelvoudige kamer van 5 december 2007 in de zaak van [eiseres], wonende te Oude Tonge (gemeente Oostflakkee), eiseres, procureur: mr. J.A. Visser, tegen 1. [gedaagde1], wonende te ’s-Gravendeel. procureur: mr. J.M. Visser, 2. [gedaagde2], wonende ‘s-Gravendeel, procureur: mr. J.M. Visser 3. [gedaagde3], wonende te Zoetermeer, niet verschenen, 4. [gedaagde4], wonende te Zoetermeer, niet verschenen, gedaagden. Eiseres wordt hieronder aangeduid als [eiseres] en gedaagden gezamenlijk als [alle gedaagden] De afzonderlijke gedaagden worden aangeduid als [gedaagde1], [gedaagde2], [gedaagde3] en [gedaagde4]. 1. Het procesverloop 1.1 De rechtbank heeft kennis genomen van de volgende processtukken: beslagstukken, dagvaardingen van 5 december 2006, conclusie van antwoord van J.S. [gedaagde1] en [gedaagde2], tussenvonnis van de enkelvoudige kamer van 7 februari 2007 waarbij een comparitie van partijen is gelast, proces-verbaal van comparitie van 10 april 2007 en de daarin genoemde stukken, de door [eiseres], [gedaagde1] en [gedaagde2] overgelegde producties. 1.2 Tegen de niet-verschenen gedaagden, [gedaagde3] en [gedaagde4], is verstek verleend. 2. De vaststaande feiten Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, alsmede op grond van de producties, voor zover niet betwist, staat het volgende tussen partijen vast. 2.1 Bij obligatoire overeenkomst van 17/23 september 2006 heeft [eiseres] aan [alle gedaagden] verkocht het woon-/winkelpand met toebehoren en onder- en bijgelegen grond, plaatselijk bekend als Molendijk 25 te Oude Tonge, gemeente Oostflakkee (hierna: het pand), voor een koopprijs van € 270.000,-. 2.2 Artikel 12, derde lid van de koopovereenkomst luidt: “Wanneer het verzuim betrekking heeft op het meewerken aan de feitelijke en/of juridische levering dan wel op de voldoening van de koopprijs, zal de nalatige partij daarnaast, ten behoeve van de wederpartij, een zonder rechterlijke tussenkomst opeisbare boete verbeuren. De hoogte van deze boete is gelijk aan tien procent van de totale koopprijs. Voor zover de wederpartij meer schade lijdt, heeft hij, naast de boete, recht op aanvullende schadevergoeding.” 2.3 Na daartoe van de voorzieningenrechter van deze rechtbank verkregen verlof is op 22 november 2006 beslag gelegd op de woning van [gedaagde1] en [gedaagde2], voor een bedrag van € 35.000,- 3. De vordering 3.1 [eiseres] vordert dat [alle gedaagden] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeeld wordt, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om: 1. aan [eiseres] een bedrag van € 34.500,- (€ 27.000,- + € 7.500,-) te betalen, althans ten deze subsidiair indien en voor zover de rechtbank de vordering ter zake van de gemaakte kosten van juridische bijstand als bedoeld in het lichaam van deze vordering niet voor toewijzing vatbaar acht, een bedrag van € 27.000,- te betalen, steeds te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 november 2006, althans vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening; 2. aan [eiseres] een nog nader te begroten of bij staat op te maken bedrag te bepalen ter vergoeding van de schade die [eiseres] lijdt ten gevolge van de waardedaling van het in het geding zijnde woon/winkelpand, doordat zij het betreffende woon/winkelpand slechts voor een prijs lager dan € 270.000,- k.k. zal kunnen verkopen, alsmede de verdere schade ten gevolge van de dubbele woonlasten; 3. subsidiair ten aanzien van het gevorderde onder de punten 1 en 2 hiervoor, aan [eiseres] te vergoeden de schade die zij lijdt door de aan [alle gedaagden] toerekenbare tekortkoming in de nakoming van hun verplichtingen uit de tussen [eiseres] en [alle gedaagden] gesloten koopovereenkomst, door de rechtbank te begroten; 4. te betalen de te liquideren kosten ad € 998,-; 5. zulks met veroordeling van [alle gedaagden], des dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd, in de kosten van de procedure, de kosten van het conservatoir beslag en eventuele executiemaatregelen daaronder begrepen. [eiseres] stelt daartoe het volgende. 3.2 [alle gedaagden] hebben de waarborgsom ter hoogte van € 27.000,- niet betaald. Daarnaast hebben zij de koopsom van de woning niet betaald en hebben zij het pand niet afgenomen. [alle gedaagden] zijn derhalve de contractuele boete verschuldigd op grond van artikel 12, derde lid van de koopovereenkomst. 3.3 Daarnaast zijn [alle gedaagden] aansprakelijk voor de schade die naar aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid voortvloeit uit een waardedaling van het pand van [eiseres], nu zij het pand opnieuw te koop heeft moeten zetten en zij slechts kan afwachten of zij het pand tegen de met [alle gedaagden] overeengekomen koopprijs in de nabije toekomst aan een derde zal kunnen verkopen. De lasten van het pand bedragen € 1.310,05 per maand. Verder zal de makelaar extra kosten in het kader van de hernieuwde verkoopbemiddelingen in rekening brengen. 3.4 Nu [eiseres] in verband met de verkoop en voorgenomen levering reeds verhuisd was en elders haar intrek genomen heeft, houdt zij [alle gedaagden] tevens aansprakelijk voor de schade die voortvloeit uit dubbele woonlasten die zij vanaf 1 november 2006 dient te dragen. 3.5 Voorts heeft [eiseres] aanzienlijke juridische kosten moeten maken, nu zij naast het betrekken van [alle gedaagden] in een procedure, tevens ter gedeeltelijke zekerheid van haar vordering beslag heeft gelegd onder [alle gedaagden] De kosten voor juridische bijstand worden aan de zijde van [eiseres] geschat op € 7.500,-. 3.6 [alle gedaagden] waren in gebreke met afnemen van het pand. Nu zij vanaf 30 oktober 2006 in verzuim zijn, wordt de wettelijke rente vanaf 1 november 2006 gevorderd. 3.7 De buitengerechtelijke incassokosten worden op grond van het rapport Voorwerk II begroot op 2 punten van het liquidatietarief III op € 499,- derhalve een totaalbedrag van € 998,-. 4. Het verweer De conclusie van [gedaagde1] en [gedaagde2] strekt tot afwijzing van de vordering, althans tot matiging van het boetebedrag ad € 27.000,-, met veroordeling van [eiseres] in de kosten van het geding. Zij voeren als verweer het volgende aan. 4.1 Op 28 en 29 november 2006 zijn betalingen verricht tot een totaalbedrag van € 27.000,-, het bedrag van de totale boete. Daarnaast hebben [alle gedaagden] ook reeds € 8.000,- betaald. 4.2 De bedongen boete dient gematigd te worden nu de billijkheid dit klaarblijkelijk eist. De omstandigheden waaronder de tekortkoming tot stand is gekomen, alsmede de omstandigheid dat [eiseres] geen enkel uitstel heeft geduld, vormen aanleiding de boete te matigen op grond van artikel 6:94 BW. 4.3 Betwist wordt dat [eiseres] naast de contractuele boete recht heeft op schadevergoeding. Geenszins staat vast dat het pand alleen voor minder dan de overeengekomen koopsom met [alle gedaagden] kan worden verkocht. Dat het pand een vrij moeilijk verkoopbaar object schijnt te zijn, valt niet aan [gedaagde1] en [gedaagde2] toe te rekenen. Daarnaast ontbreekt een onderbouwing van de gestelde dubbele woonlasten. 4.4 [alle gedaagden] betwisten het bestaan en de hoogte van de kosten van juridische bijstand. 4.5 [alle gedaagden] betwisten eveneens de buitengerechtelijke kosten. Door of namens [eiseres] zijn geen werkzaamheden verricht die toewijzing van een bedrag zoals gevorderd rechtvaardigen. 5. De beoordeling van het geschil 5.1 Als gesteld en onbestreden staat vast dat [alle gedaagden] de overeengekomen waarborgsom niet hebben betaald, dat zij het pand niet op de overeengekomen datum van [eiseres] hebben afgenomen, ook niet toen zij daartoe in gebreke zijn gesteld en dat [alle gedaagden] daarmee in verzuim zijn geraakt. [eiseres] heeft de overeenkomst op goede gronden ontbonden. [alle gedaagden] zijn derhalve in beginsel de contractuele boete aan [eiseres] verschuldigd. 5.2 De vordering tot betaling van de boete van € 27.000,- moet, voor zover gericht tegen [alle gedaagden] worden afgewezen, reeds omdat [alle gedaagden] dit bedrag al hebben voldaan. Overigens gaat het beroep van [alle gedaagden] op matiging van de contractuele boete (omdat de billijkheid dit volgens hen klaarblijkelijk eist) niet op, omdat de door [alle gedaagden] aangevoerde persoonlijke omstandigheden onvoldoende zijn om tot matiging over te gaan. 5.4 Voor wat betreft de mogelijke waardedaling van de woning en de schade als gevolg van dubbele woonlasten overweegt de rechtbank als volgt. In artikel 12, derde lid, van de koopovereenkomst staat dat de contractuele boete 10 % van de koopsom beloopt, en dat, indien de wederpartij méér schade lijdt, hij, naast de boete, recht heeft op aanvullende schadevergoeding. [eiseres] dient in dat geval wel te onderbouwen en zo nodig te bewijzen dat zij méér schade heeft geleden dan het bedrag van de boete. Bij gebreke van verkoop van het pand kan de door [eiseres] geleden schade niet worden begroot. De mogelijkheid dat [eiseres] meer schade heeft geleden dan het bedrag van de boete van € 27.000,- kan echter aannemelijk worden geacht en dat is voldoende voor verwijzing naar de schadestaatprocedure als na te melden. 5.5 Voor zover [alle gedaagden] zich op het standpunt stellen dat ook de aanvullende schadevergoeding gematigd dient te worden, komt de rechtbank hier niet aan toe vanwege de verwijzing naar de schadestaatprocedure. Overigens kan aanvullende schadevergoeding niet worden gematigd op grond van artikel 6:94 BW, want in dat artikel gaat het alleen om matiging van een contractuele boete. 5.6 Ten aanzien van de kosten voor juridische bijstand ad € 7.500,- oordeelt de rechtbank dat [alle gedaagden] gemotiveerd hebben bestreden die kosten verschuldigd te zijn. [eiseres] heeft het gevorderde bedrag vervolgens in het geheel niet feitelijk onderbouwd. Het gevorderde zal derhalve worden afgewezen. 5.7 De verschuldigdheid van de buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 998,- is gemotiveerd bestreden en vervolgens niet onderbouwd door [eiseres]. Zij zullen derhalve worden afgewezen. 5.8 Tussen partijen is sprake van een rechtsbetrekking die verplicht tot een voor alle gedaagden gelijke beslissing. De contractuele boete is hoofdelijk verschuldigd door alle vier de gedaagden, terwijl twee gedaagden, [gedaagde1] en [gedaagde2], al hebben betaald. Dit heeft tot gevolg dat de vorderingen 1 en 4 ook ten opzichte van [gedaagde3] en [gedaagde4] worden afgewezen en dat de vorderingen 2 en 3 ook ten opzichte van de niet verschenen gedaagden wordt toegewezen als na te melden. 5.9 Nu partijen over en weer deels in het ongelijk worden gesteld, zal de rechtbank de proceskosten compenseren. 5.10 De rechter onder wiens leiding de comparitie heeft plaatsgevonden is wegens een herverdeling van zaken niet in staat dit vonnis te wijzen. 5. De beslissing De rechtbank: veroordeelt [alle gedaagden] aan [eiseres] te betalen een bedrag ter vergoeding van de schade die [eiseres] lijdt door de aan [alle gedaagden] toerekenbare tekortkoming in de nakoming van hun verplichtingen uit de tussen [eiseres] en [alle gedaagden] gesloten koopovereenkomst, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet; verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad; bepaalt dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen; wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. I. Bouter en uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 5 december 2007.