Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BC0084

Datum uitspraak2007-12-11
Datum gepubliceerd2007-12-13
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Assen
Zaaknummers19.605124-07
Statusgepubliceerd


Indicatie

De rechtbank overweegt dat de verklaringen van [naam eerste meisje] en [naam tweede meisje] en hun broertje [naam broertje] zozeer uiteenlopen dat de rechtbank daaruit geen eenduidige toedracht van de gebeurtenissen heeft kunnen reconstrueren. Daarbij speelt een rol dat er aanwijzingen zijn voor "collaborative story telling". De rechtbank heeft uit de wettige bewijsmiddelen dan ook niet de overtuiging kunnen verkrijgen dat de verdachte het hem tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.


Uitspraak

RECHTBANK ASSEN Sector strafrecht Parketnummer: 19/605124-07 vonnis van de meervoudige kamer d.d. 11 december 2007 in de zaak van het openbaar ministerie tegen: [naam verdachte], geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] 1966, wonende te [adres verdachte]. Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 21 augustus 2007 en 27 november 2007. De verdachte is verschenen ter terechtzitting van 27 november 2007 en werd bijgestaan door mr. J.B. Pieters, advocaat te Hoogeveen. De officier van justitie, mr. G.C. Bruins Slot, acht hetgeen is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen: 240 uur taakstraf, bestaande uit een werkstraf, subsidiair 120 dagen hechtenis, onder aftrek van voorarrest, en zes maanden voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van twee jaren. Tenlastelegging De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat hij in of omstreeks de periode 25 augustus 2006 tot en met 1 september 2006 te Erm, gemeente Coevorden, met [naam slachtoffer], geboren op [geboortedatum slachtoffer] 1999, en/of met [naam slachtoffer], geboren op [geboortedatum slachtoffer] 1997, die beiden toen de leeftijd van zestien jaren nog niet hadden bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, immers heeft verdachte ontuchtig (van) die [naam eerste slachtoffer] haar bikini(broekje) opzij gedaan, zodat haar vagina (voor hem) zichtbaar werd en/of haar (boven)benen, liesstreek, billen en/of vagina ingesmeerd met zalf, althans met een of meer vingers aangeraakt, en/of (van) die [naam tweede slachtoffer] haar badpak opzij gedaan, zodat haar vagina (voor hem) zichtbaar werd en/of haar (boven)benen, liesstreek, schaamhaar en/of vagina ingesmeerd met zalf, althans met een of meer vingers aangeraakt. Vrijspraak De verdachte dient van het tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht. De rechtbank overweegt daartoe dat de verklaringen van [naam eerste meisje] en [naam tweede meisje] en hun broertje [naam broertje] zozeer uiteenlopen dat de rechtbank daaruit geen eenduidige toedracht van de gebeurtenissen heeft kunnen reconstrueren. Daarbij speelt een rol dat er aanwijzingen zijn voor "collaborative story telling". De rechtbank heeft uit de wettige bewijsmiddelen dan ook niet de overtuiging kunnen verkrijgen dat de verdachte het hem tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken. Beslissing van de rechtbank De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door mr. J.E. Münzebrock, voorzitter, en mr. A. Rombouts-Nieuwstraten en mr. H. de Wit, rechters, in tegenwoordigheid van J. Hoogeveen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op dinsdag 11 december 2007.