Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AZ1223

Datum uitspraak2006-10-05
Datum gepubliceerd2006-10-31
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Haarlem
Zaaknummers15/501027-06
Statusgepubliceerd


Indicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de uitvoer van ongeveer twee kilo XTC-pillen. Deze bevatten de voor de gezondheid van personen schadelijke stof MDMA. De uitgevoerde hoeveelheid was van dien aard, dat deze bestemd moet zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. De verspreiding van en handel in MDMA gaan gepaard, ook in het buitenland, met vele andere vormen van criminaliteit, waaronder de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stof. Ten nadele van verdachte houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte op 16 oktober 2006 voor de smokkel van harddrugs is veroordeeld tot een werkstraf van aanmerkelijke duur en dat die veroordeling hem er kennelijk niet van heeft kunnen weerhouden andermaal tot de smokkel van harddrugs over te gaan.


Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM VESTIGING SCHIPHOL SECTOR STRAFRECHT MEERVOUDIGE STRAFKAMER Parketnummer: 15/501027-06 Uitspraakdatum: 5 oktober 2006 Tegenspraak VERKORT STRAFVONNIS (art. 138b Sv) Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 21 september 2006 in de zaak tegen: [verdachte], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande, thans gedetineerd in P.I. HvB Ter Apel, te Ter Apel. 1. Tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat hij op of omstreeks 26 juli 2006 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet, ongeveer 1975,9 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (3,4-methyleendioxymethamfetamine), zijnde MDMA (3,4-methyleendioxymethamfetamine) een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 2. Voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 3. Bewijs De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan in dier voege dat hij op 26 juli 2006 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet, ongeveer 1975,9 gram van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I. Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest de rechtbank deze verbeterd. De verdachte wordt daardoor niet geschaad in zijn verdediging. Hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. 4. Strafbaarheid van het feit Het bewezenverklaarde levert op: Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod. 5. Strafbaarheid van verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar. 6. Motivering van de sancties en van overige beslissingen Eis van de officier van justitie De officier van justitie heeft ter terechtzitting terzake van het opzettelijk buiten het grondgebied van Neder-land brengen van een hoeveelheid van ongeveer 2 kilogram van een materiaal bevattende MDMA oplegging gevorderd van een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Ten aanzien van het vliegticket, de reisschema’s en de vouchers heeft de officier van justitie geëist dat deze verbeurd zullen worden verklaard. Hoofdstraf Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de uitvoer van ongeveer twee kilo XTC-pillen. Deze bevatten de voor de gezondheid van personen schadelijke stof MDMA. De uitgevoerde hoeveelheid was van dien aard, dat deze bestemd moet zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. De verspreiding van en handel in MDMA gaan gepaard, ook in het buitenland, met vele andere vormen van criminaliteit, waaronder de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stof. Ten nadele van verdachte houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte op 16 oktober 2006 voor de smokkel van harddrugs is veroordeeld tot een werkstraf van aanmerkelijke duur en dat die veroordeling hem er kennelijk niet van heeft kunnen weerhouden andermaal tot de smokkel van harddrugs over te gaan. Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. Verbeurdverklaring De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten een vliegticket, de reisschema’s en de vouchers dienen te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat het bewezenverklaarde feit met behulp van die aan verdachte toebehorende voorwerpen, is begaan of voorbereid. 7. Toepasselijke wettelijke voorschriften De volgende wetsartikelen zijn van toepassing: 33, 33a, 63 van het Wetboek van Strafrecht. 2, 10 van de Opiumwet. 8. Beslissing De rechtbank: Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3. vermeld. Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aan-genomen en spreekt verdachte daarvan vrij. Bepaalt dat het bewezenverklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert. Verklaart verdachte hiervoor strafbaar. Veroordeelt verdachte wegens dit feit tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden. Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechte-nis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht. Verklaart verbeurd: – 1.00 STK Vliegticket, KLM electronisch 074 4327125591; – 2.00 STK Reisdocument, reisschema's; – 4.00 STK Diverse, voucher, afgegeven door Nile travel (de Egypte spec). Gelast de teruggave aan verdachte van: – 2.00 STK Notitieboekje, roze en meerkleurige exemplaar; – 1.00 STK Notitie en memo Kl:meerkleurig; – 1.00 STK Telefoontoestel Kl:zilver, SAMSUNG. 9. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum Dit vonnis is gewezen door mr. Van Mierlo, voorzitter, mrs. Toeter en Mateman, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. Van der Ploeg, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 5 oktober 2006.