Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AZ1212

Datum uitspraak2006-08-11
Datum gepubliceerd2006-10-31
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureKort geding
Instantie naamRechtbank Amsterdam
ZaaknummersKK 06-737
Statusgepubliceerd


Indicatie

kort geding, kanton, huurzaak.


Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM KORT GEDING SECTOR KANTON - LOCATIE AMSTERDAM Kenmerk : KK 06-737 Datum : 11 augustus 2006 178 Vonnis in kort geding van de kantonrechter te Amsterdam in de zaak van: [opposante] gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam opposante gemachtigde: mr. B.W. Newitt t e g e n: de stichting WONINGSTICHTING ROCHDALE gevestigd te Amsterdam geopposeerde verder te noemen Rochdale gemachtigde: van Twuijver Incasso B.V. VERLOOP VAN DE PROCEDURE Bij dagvaarding van 8 februari 2006 heeft Rochdale [opposante] in kort geding gedagvaard voor de terechtzitting van 20 februari 2006. Rochdale is op die dagvaarding niet ter terechtzitting verschenen. Bij verstekvonnis van 27 februari 2006 is [opposante] veroordeeld tot betaling aan Rochdale van € 550,00, met rente en kosten. Hiertegen is [opposante] in verzet gekomen bij verzetdagvaarding van 12 juli 2006. De verzetzaak is aangebracht op een rolzitting van de sector kanton. Op die zitting heeft Rochdale geantwoord in oppositie. De kantonrechter heeft de verzetzaak vervolgens verwezen naar de terechtzitting van 4 augustus 2006. Ter terechtzitting van 4 augustus 2006 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. [opposante] is verschenen, vergezeld door haar gemachtigde. Rochdale is verschenen bij [vertegenwoordiger Van Twuijver Incasso B.V.] van Van Twuijver Incasso B.V. Vervolgens is vonnis bepaald op heden. GRONDEN VAN DE BESLISSING 1. Als gesteld en onvoldoende weersproken staat vast: 1.1. [opposante] heeft van Rochdale in huur gehad de woning aan de [adres] te Amsterdam. 1.2. In de periode 2003 – 2005 is [opposante], terzake van bovengenoemde huurovereenkomst, 4 keer veroordeeld wegens huurachterstand. De laatste veroordeling had betrekking op huurachterstand tot en met oktober 2005, vermeerderd met buitengerechtelijke kosten en rente over die achterstand. 1.3. Tussen 1 november 2005 en 23 januari 2006 heeft gedaagde weer huurachterstand opgebouwd. Op 25 november 2005 heeft [opposante] de huur van die maand betaald. Op 9 januari 2006 is de vordering uit handen gegeven en heeft de gemachtigde van Rochdale aan [opposante] een sommatie voor de huur van december 2005 en januari 2006 (€ 726,24) aan [opposante] gezonden, vermeerderd met buitengerechtelijke kosten. Op 17 januari 2006 heeft Rochdale deze sommatie herhaald. Op 23 januari 2006 heeft [opposante] dit bedrag van € 726,24 aan de gemachtigde betaald, maar niet de buitengerechtelijke kosten. Toen [opposante] vervolgens de huur van februari 2006 niet voor de eerste van de maand had betaald heeft Rochdale haar op 8 februari 2006 gedagvaard voor deze nieuwe achterstand vermeerderd met de onbetaald gebleven buitengerechtelijke kosten en rente. Vordering 2. [opposante] vordert in deze verzetprocedure vernietiging van bovengenoemd verstekvonnis, althans opheffing van de daarin uitgesproken veroordeling Rochdale stelt dat, dat er slechts sprake was van minimaal verzuim, omdat alleen de maand februari 2006 openstond, terwijl reeds 8 februari 2006 werd gedagvaard. Voorts zijn de buitengerechtelijke kosten bovenmatig en is de renteberekening onjuist, aldus [opposante]. Verweer 3. Rochdale heeft de vordering die bij verstek is toegewezen en bij welke vordering Rochdale in oppositie heeft volhard, beargumenteerd, stellende - kort gezegd – dat mede gelet op het eerdere verzuim Rochdale op 8 februari 2006 niet te vroeg was met een dagvaarding voor de huur van die maand, terwijl de meegevorderde kosten bovendien al over de op dat moment weer ingelopen achterstand waren gemaakt. Beoordeling 4. Onbestreden is dat op het moment van dagvaarden de huur van februari 2006 niet was betaald en dat bovendien buitengerechtelijke kosten, die reeds met het uit handen geven van de vordering op 9 januari 2006 werden gemaakt, onbetaald waren gebleven. Nu de maand februari 2006 voor 1 februari 2006 had moeten zijn betaald, kan, gelet op de nog maar net ingelopen achterstand van 2 maanden en de veevuldige achterstanden uit het verleden, niet worden geoordeeld dat Rochdale [opposante] op 9 februari 2006 in redelijkheid (nog) niet voor die achterstand had mogen dagvaarden. Voor zover het verzet zich daartegen richt is het ongegrond. 5. Het verzet richt zich tevens tegen de bij verstekvonnis toegewezen buitengerechtelijke kosten, die [opposante] bovenmatig vindt bij een achterstand van alleen de lopende maand. De buitengerechtelijke kosten moeten evenwel worden beschouwd als zijnde gemaakt over de huurachterstand van december 2005 en januari 2006, welke achterstand op 23 januari 2006 door [opposante] is ingelopen. Niet valt in te zien waarom Rochdale die vordering op 9 januari 2006 niet ter incasso uit handen had mogen geven. De daarbij gemaakte buitengerechtelijke kosten zijn daarom in beginsel door [opposante] verschuldigd geworden. Over de hoogte van het bij verstekvonnis toegewezen bedrag aan buitengerechtelijke kosten wordt evenwel geoordeeld als volgt. Rochdale heeft ter zitting te kennen gegeven dat in het huurcontract is overeengekomen dat in een geval als dit de huurder de buitengerechtelijke kosten moet betalen en wel volgens het daartoe gebruikelijke percentage. Uit de oorspronkelijke dagvaarding valt op te maken dat Rochdale bij het hanteren van dat criterium “volgens het gebruikelijke percentage” aansluiting zoekt bij de zg kantonstaffel. De kantonstaffel is echter een tarievenlijst die de kantonrechter gebruikt om te kunnen beoordelen in hoeverre de tussen partijen overeengekomen kosten, in verhouding tot de hoogte van de vordering, als redelijk kunnen worden beoordeeld. Anders dan Rochdale kennelijk meent toont de staffel dus het door de kantonrechter bij die beoordeling (in beginsel) maximaal redelijk te oordelen tarief en niet een forfaitair tarief dat partijen geacht worden overeengekomen te zijn. Zo beschouwd kan “het gebruikelijke percentage” niet worden uitgelegd als een verwijzing naar de kantonstaffel. Gebruikelijk in de verhouding tussen civiele partijen is een tarief van 15% van de hoofdsom (evt. vermeerderd met btw). Gerekend over de hoogste achterstand (€ 726,24) komt dat op een bedrag van € 129,63 (inclusief btw). Dat betekent dat het verzet tegen de toewijzing van € 178,50 (incl. btw) aan buitengerechtelijke kosten gedeeltelijk gegrond is. 6. Uit de bijlage bij oorspronkelijke dagvaarding blijkt dat de rentevordering is berekend alsof er 7 maanden lang een huurachterstand van € 363,03 is geweest. Deze berekening is niet te volgen. Immers het gaat bij de oorspronkelijke vordering om de te laat betaalde huren over periode november 2005 – februari 2006 (4 maanden), waarbij de renteberekening loopt tot en met 8 februari 2006. Onbestreden is gebleven dat november 25 dagen te laat is betaald, december 54 dagen, januari 23 dagen en februari 8 dagen. Dat zijn in totaal 110 dagen. De wettelijke rente van 4% over € 363,21 over een periode van € 110 dagen komt neer op € 4,37.en niet zoals gevorderd en bij verstekvonnis toegewezen € 8,47. Het verzet, voor zover gericht tegen de toegewezen rente, is gedeeltelijk gegrond. 7. Ook in het geval [opposante] in de oorspronkelijke procedure zou zijn verschenen waarbij haar verweer tegen kosten en rente op gelijke wijze als thans gegrond zou zijn verklaard zou zij als overwegend in het ongelijk gesteld partij in de kosten van de oorspronkelijke procedure zijn veroordeeld. Hieruit vloeit voort dat de bij verstekvonnis uitgesproken kostenveroordeling in stand blijft. 8. Nu het verzet gedeeltelijk gegrond wordt verklaard wordt, worden de kosten van de onderhavige verzetprocedure gecompenseerd aldus, dat ieder der partijen de eigen kosten draagt. BESLISSING De kantonrechter: verklaart het verzet gedeeltelijk gegrond; vernietigt het bestreden verstekvonnis van 27 februari 2006 ten aanzien van de daarin uitgesproken veroordeling van [opposante] tot betaling van buitengerechtelijke kosten en rente, en opnieuw rechtdoende: veroordeelt [opposante] tot betaling aan Rochdale van € 129,63 (incl. btw) aan buitengerechtelijke kosten en € 4,37 aan rente; bekrachtigt het verstekvonnis voor het overige; compenseert de kosten van de verzetprocedure aldus, dat ieder der partijen de eigen tot heden gevallen kosten draagt. Aldus gewezen door mr. M.L. Tan, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 augustus 2006 in tegenwoordigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter