
Jurisprudentie
AZ1194
Datum uitspraak2006-10-30
Datum gepubliceerd2006-10-31
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureKort geding
Instantie naamRechtbank Haarlem
Zaaknummers324720/ VV EXPL 06-239
Statusgepubliceerd
SectorSector kanton
Datum gepubliceerd2006-10-31
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureKort geding
Instantie naamRechtbank Haarlem
Zaaknummers324720/ VV EXPL 06-239
Statusgepubliceerd
SectorSector kanton
Indicatie
Arbeidszaak. Voorlopige voorziening. Wet Aanpassing Arbeidsduur. Eiseres, leidinggevende in winkel op Schiphol in het gebied achter de douane, vordert vermindering van haar arbeidsduur tot (primair) 28,(subsidiair) 32 uur per week , verdeeld over vier dagen per week. Werkgever heeft geen bezwaar tegen arbeidsduurverkorting, wel tegen spreiding van de arbeidsuren over vier i.p.v. vijf dagen. De kantonrechter acht het vooralsnog niet aannemelijk dat spreiding over vier dagen per week zal leiden tot onoverkomelijke roostertechnische problemen en nadelige gevolgen voor de omzet. De vordering wordt toegewezen.
Uitspraak
RECHTBANK HAARLEM
Sector kanton
Locatie Haarlem
zaak/rolnr.: 324720/ VV EXPL 06-239
datum uitspraak: 30 oktober 2006
VONNIS VAN DE KANTONRECHTER IN KORT GEDING
inzake
[eiseres]
te [woonplaats]
eisende partij
hierna te noemen [eiseres]
gemachtigde mr. P.M. Eijgenhuijsen
tegen
de besloten vennootschap KAPPÉ SCHIPHOL B.V.
te Hoofddorp
gedaagde partij
hierna te noemen Kappé
gemachtigde mr. H.M. van der Bij
De procedure
[eiseres] heeft Kappé op 5 oktober 2006 gedagvaard. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 18 oktober 2006, waarbij de gemachtigden zich hebben bediend van pleitnotities. Partijen hebben nog stukken in het geding gebracht.
De feiten
1. [eiseres] is vanaf 2 februari 1993 bij Kappé in dienst, krachtens een arbeidsovereenkomst voor 35 uur per week, verdeeld over vijf dagen per week. [eiseres] is sedert 1997 werkzaam in de functie van Customer Manager, tegen een salaris van € 2.163,20 bruto per maand, exclusief vakantietoeslag en onregelmatigheidstoeslagen.
2. Kappé drijft op Schiphol in het gebied achter de douane een winkel in (onder meer) parfum, cosmetica en drogisterijproducten. De winkel is zeven dagen per week, gedurende ongeveer 18 uur per dag, open voor het publiek.
3. [eiseres] geeft, tezamen met drie andere Customer Managers, leiding aan in totaal 65 winkelmedewerkers. Zij werkt, evenals de andere Customer Managers, in wisseldiensten.
4. [eiseres] is in het kader van ouderschapsverlof vanaf augustus 2006 werkzaam voor 28 uur per week, verdeeld over vier dagen per week. Het ouderschapsverlof van [eiseres] loopt op 12 november 2006 af.
5. Op 23 mei 2006 heeft [eiseres] op grond van de Wet Aanpassing Arbeidsduur (hierna: WAA) een verzoek ingediend tot vermindering van het aantal arbeidsuren van 35 naar 28 uur per week, verdeeld over vier dagen per week, aansluitend aan haar ouderschapsverlof.
6. Kappé heeft het verzoek afgewezen. Zij heeft in haar brief van 2 juni 2006 verwezen naar artikel 2.3.1 van het Huishoudelijk Reglement, waarin wordt bepaald dat parttime werken voor medewerkers in leidinggevende functies niet mogelijk is.
7. Bij brief van 12 juni 2006 heeft [eiseres] Kappé verzocht aan te geven welke zwaarwegende bedrijfsbelangen volgens Kappé aan de vermindering van het aantal arbeidsuren van [eiseres] in de weg staan.
8. Bij brief van 8 augustus 2006 heeft Kappé haar zwaarwegende belangen aan [eiseres] kenbaar gemaakt.
9. Tijdens een gesprek op 14 september 2006 heeft [eiseres] aangegeven bereid te zijn om in plaats van gedurende 24 uur, gedurende 32 uur per week, verdeeld over vier dagen, haar werkzaamheden uit te voeren. Kappé heeft dit voorstel van de hand gewezen.
De vordering
[eiseres] vordert bij wijze van voorlopige voorziening (samengevat) veroordeling van Kappé om
- primair [eiseres] met ingang van 12 november 2006 in de gelegenheid te stellen haar werkzaamheden als Customer Manager ter vervullen voor 28 uur per week (verdeeld over vier dagen);
- subsidiair [eiseres] met ingang van 12 november 2006 in de gelegenheid te stellen haar werkzaamheden als Customer Manager te vervullen voor 32 uur per week (verdeeld over vier dagen);
primair en subsidiair op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag of gedeelte daarvan dat Kappé hiermee in gebreke blijft.
[eiseres] stelt daartoe, kort samengevat, het volgende.
[eiseres] maakt ingevolge de WAA aanspraak op verkorting van de arbeidsduur. Kappé heeft geen zwaarwegende bedrijfsbelangen aangevoerd die daaraan in de weg staan. Zij dient het verzoek van [eiseres] dan ook te honoreren.
Het verweer
Kappé betwist de vordering van [eiseres] en voert daartoe het volgende aan.
Het geschil tussen partijen betreft niet zozeer de vermindering van de arbeidsuren, maar veeleer de door [eiseres] gewenste spreiding daarvan over vier dagen. Tegen de vermindering van de arbeidsuren heeft Kappé geen bezwaar, mits deze uren worden verdeeld over vijf dagen per week.
Het is de werkgever die de spreiding van de uren bepaalt. Deze dient daarbij weliswaar ingevolge artikel 2 lid 6 WAA rekening te houden met de wens van de werknemer, maar kan daaraan voorbij gaan indien er sprake is van een zodanig (bedrijfs)belang, dat de wens van de werknemer daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken.
De organisatie van Kappé is erop gericht dat gedurende vier dagen per week van openings- tot sluitingstijd een leidinggevende aanwezig is in de winkel. Dit kan met de huidige bezetting aan leidinggevenden worden gerealiseerd door middel van een systeem van wisseldiensten, waarbij de Customer Managers over de verschillende winkels van Kappé worden verdeeld.
Die aanwezigheid is noodzakelijk voor zowel de efficiency en routine waarmee de werkzaamheden worden uitgevoerd als de gewenste mate van aandacht voor en toezicht op de medewerkers. Bij spreiding van de werkuren van [eiseres] over vier in plaats van vijf dagen zou een gat komen te vallen in het volcontinue rooster en zou er nog maar gedurende drie van de zeven dagen van openen tot sluiten een leidinggevende in de winkel aanwezig zijn. Dit levert niet alleen roostertechnische problemen op – er moet een herindeling van de Customer Managers plaatsvinden -, maar brengt tevens de omzet van de winkel in gevaar, nu de leidinggevenden daarvoor direct verantwoordelijk zijn. Omdat het niet mogelijk is om voor enkele uren een nieuwe leidinggevende aan te trekken, wordt de druk om de juiste omzet te halen in dat geval meer bij de andere leidinggevenden neergelegd, hetgeen onwenselijk is.
Bij de afweging van de wederzijdse belangen van partijen dient dan ook de wens van [eiseres] om parttime te gaan werken, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid te wijken voor het belang van Kappé.
Voorts leent de vordering, gelet op het structurele karakter daarvan, zich niet voor een procedure in kort geding. Wijziging van het aantal arbeidsuren is immers een definitieve regeling waarop slechts in een bodemprocedure kan worden beslist.
De beoordeling van het geschil
Het laatste verweer is het verst strekkend, zodat dit al eerste zal worden behandeld.
[eiseres] heeft ter zitting haar vordering gewijzigd, met dien verstande dat zij thans arbeidsduurverkorting vordert “bij wijze van voorlopige maatregel”, dat wil zeggen totdat in een bodemprocedure op een soortgelijke vordering zal zijn beslist. Nu de vordering van [eiseres] een voorlopig karakter heeft gekregen, leent deze zich voor een procedure in kort geding.
Vooropgesteld dient te worden dat de (gewijzigde) vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening slechts voor toewijzing in aanmerking komt, als in dit geding aan de hand van de thans bekende feiten en omstandigheden de verwachting gewettigd is dat in een eventueel tussen partijen nog te voeren bodemprocedure een soortgelijke vordering van [eiseres] tot een toewijzing daarvan zal leiden.
[eiseres] heeft ter zitting betoogd, dat in de huidige praktijk gedurende meer dan de helft van de week geen leidinggevende aanwezig is bij het openen en sluiten van de winkel en dat dit tot nu toe geen problemen, van welke aard dan ook, heeft opgeleverd. Ook komt het volgens [eiseres] regelmatig voor dat ten gevolge van vakantie of ziekte slechts één leidinggevende aanwezig is en dat daarvoor geen vervanging wordt gezocht. Kappé heeft geen feiten en omstandigheden aangevoerd welke de stellingen van [eiseres] logenstraffen. Dat Kappé, naar zij ter zitting heeft aangevoerd, thans bezig is om voor twee langdurig zieke medewerkers vervanging zoeken, doet daaraan niet af. Mede gelet op het feit dat Kappé de door haar aangevoerde roostertechnische problemen niet inzichtelijk heeft gemaakt, althans niet heeft aangegeven dat en waarom het niet mogelijk is om de huidige roosterindeling aan een nieuwe situatie aan te passen, kan haar verweer dat de efficiency en de effectiviteit van de bedrijfsvoering in gevaar komt, indien [eiseres] vier in plaats van vijf dagen per week gaat werken, geen doel treffen.
Tegen de stelling van Kappé dat de omzet in gevaar komt, omdat [eiseres] in vier dagen niet genoeg contact met de medewerkers kan onderhouden, heeft [eiseres] ingebracht dat het ook bij een vijfdaagse werkweek niet mogelijk is om steeds alle medewerkers, onder wie diverse parttimers, van nabij mee te maken. Volgens [eiseres] vindt de aansturing en beoordeling van de medewerkers daarom altijd in onderling overleg met de andere Customer Managers plaats.
Kappé heeft hiertegen geen gemotiveerd verweer gevoerd.
De kantonrechter is voorshands, op grond van de thans voorliggende gegevens, van oordeel dat vooralsnog niet aannemelijk is dat in een bodemprocedure zal komen vast te staan, dat het niet mogelijk is om [eiseres] gedurende vier dagen per week te werk te stellen zonder dat daaruit onoverkomelijke roostertechnische problemen en nadelige gevolgen voor de omzet van Kappé zullen voortvloeien.
Dit leidt ertoe dat de belangenafweging tussen partijen vooralsnog in het voordeel van [eiseres] uitvalt, zodat de vordering tot tewerkstelling van [eiseres] gedurende vier dagen per week bij wijze van voorlopige voorziening, dat wil zeggen totdat in een bodemprocedure zal zijn beslist, zal worden toegewezen.
De dwangsom zal worden gematigd tot € 100,-- per dag tot een maximum van € 5000,--.
De kantonrechter ziet in de omstandigheden van het geval aanleiding om de proceskosten te compenseren, met dien verstande dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Beslissing
De kantonrechter:
- veroordeelt Kappé bij wijze van voorlopige voorziening om [eiseres] met ingang van 12 november 2006 in de gelegenheid te stellen haar werkzaamheden als Customer Manager te vervullen voor 28 uur per week (verdeeld over vier dagen), op straffe van een dwangsom van € 100,-- per dag tot een maximum van € 5.000,--;
- bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst af hetgeen meer of anders mocht zijn gevorderd.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.J. Harts en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.