
Jurisprudentie
AZ1164
Datum uitspraak2006-09-26
Datum gepubliceerd2006-10-31
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Maastricht
Zaaknummers03/703279-06
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2006-10-31
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Maastricht
Zaaknummers03/703279-06
Statusgepubliceerd
Indicatie
De rechtbank is van oordeel dat uit het voorliggende dossier afdoende is gebleken dat verdachte dermate uitvoerig en nauw bij de bewuste poging tot diefstal met braak betrokken is geweest dat van medeplegen sprake is.
Uitspraak
RECHTBANK MAASTRICHT
Sector Strafrecht
Parketnummer: 03/703279-06
Datum uitspraak: 26 september 2006
Dit vonnis is naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 12 september 2006 op tegenspraak gewezen door de meervoudige kamer voor strafzaken in de zaak tegen
[naam verdachte],
geboren te [geboortedatum en plaats verdachte],
thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Limburg Zuid - De Geerhorst te
Sittard.
De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
1.
hij op of omstreeks 02 juni 2006 te Hulsberg, in de gemeente Nuth, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto, merk Mercedes, gekentekend [11-22-33], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen personenauto onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking; (zaak 1)
subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:
[naam verdachte 2] en/of [naam verdachte 3] en/of [naam verdachte 4] op of omstreeks 02 juni 2006 te Hulsberg, gemeente Nuth, tezamen en in vereniging, althans die [naam verdachte 2], [naam verdachte 3] of [naam verdachte ] alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening hebben/heeft weggenomen een personenauto, merk Mercedes, gekentekend [11-22-33], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [naam verdachte 2]
en/of [naam verdachte 3] en/of [naam verdachte 4] en/of verdachte, waarbij die [naam verdachte 2] en/of [naam verdachte 3] en/of [naam verdachte 4] die weg te nemen auto onder hun/zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking, bij het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar opzettelijk behulpzaam is geweest door in de nabijheid van die auto op de uitkijk te staan; (zaak 1)
meer subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:
hij op of omstreeks 02 juni 2006 te Hulsberg, gemeente Nuth en/of in de gemeente Maastricht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een personenauto, merk Mercedes, gekentekend [11-22-33], heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die auto wist(en) dat het een door misdrijf verkregen goed betrof; (zaak 1)
2.
hij op of omstreeks 02 juni 2006 in de gemeente Meerssen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een winkel, gelegen aan de [adres benadeelde partij], heeft weggenomen een hoeveelheid kleding, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam benadeelde partij 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming; (zaak 2)
3.
hij op of omstreeks 02 juni 2006 te Gulpen, in de gemeente Gulpen-Wittem, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een bedrijfspand, gelegen aan de [adres benadeelde partij 2], weg te nemen enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam benadeelde partij 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die zaak te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen/geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met dat oogmerk met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, een of meer auto's in de nabijheid van dat bedrijfspand heeft klaargezet en/of de ruit van een deur van dat bedrijfspand heeft stukgemaakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; (zaak 3)
4.
hij op of omstreeks 02 juni 2006 in de gemeente Maastricht, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen een personenauto, merk Mercedes, gekentekend [22-33-44], geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen personenauto onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, met dat oogmerk met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, de/het portier(en) en/of het contactslot van die personenauto heeft geforceerd en/of heeft opgengebroken, die/dat portier(en) heeft geopend, in die personenauto heeft plaatsgenomen en/of heeft getracht de motor van die auto te starten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; (zaak 4)
subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:
[naam verdachte 2] en/of [naam verdachte 4] en/of [naam verdachte 3] of omstreeks 02 juni 2006 te Maastricht ter uitvoering van het door die [naam verdachte 2], [naam verdachte 4] en/of [naam verdachte 3] voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een personenauto, merk Mercedes, gekentekend [22-33-44], geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [naam verdachte 2], [naam verdachte 4], [naam verdachte 3] of aan verdachte, en die weg te nemen auto onder hun/zijn bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, met een of meer van die mededader(s), althans die [naam verdachte 2], [naam verdachte 4] of [naam verdachte 3] alleen, de/het portier(en) en/of het contactslot van die personenauto hebben/heeft geforceerd en/of hebben/heeft opgengebroken, die/dat portier(en) hebben/heeft geopend, in die personenauto hebben/heeft plaatsgenomen en/of hebben/heeft getracht de motor van die auto te starten, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid, bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 02 juni 2006 in de gemeente Maastricht en/of elders in Nederland opzettelijk behulpzaam is geweest door in de nabijheid van die auto op de uitkijk te staan; (zaak 4).
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2, 3 en 4 primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat
1. primair
hij op 2 juni 2006 te Hulsberg, in de gemeente Nuth, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto, merk Mercedes, gekentekend [11-22-33], toebehorende aan [naam slachtoffer 1], waarbij verdachte en zijn mededaders die weg te nemen personenauto onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;
2.
hij op 2 juni 2006 in de gemeente Meerssen, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in een winkel, gelegen aan de [adres benadeelde partij], heeft weggenomen een hoeveelheid kleding, toebehorende aan [naam benadeelde partij 1], waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;
3.
hij op 2 juni 2006 te Gulpen, in de gemeente Gulpen-Wittem, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een bedrijfspand, gelegen aan de [adres benadeelde partij 2], weg te nemen enig goed, toebehorende aan [naam benadeelde partij 2], en zich daarbij de toegang tot die zaak te verschaffen en die weg te nemen goederen onder hun bereik te brengen door middel van braak, met dat oogmerk met zijn mededaders, een of meer auto's in de nabijheid van dat bedrijfspand hebben klaargezet en de ruit van een deur van dat bedrijfspand hebben stukgemaakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
4. primair
hij op 2 juni 2006 in de gemeente Maastricht, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen een personenauto, merk Mercedes, gekentekend [22-33-44], toebehorende aan [naam slachtoffer 2], en die weg te nemen personenauto onder hun bereik te brengen door middel van braak, met dat oogmerk met zijn mededaders, het portier en het contactslot van die personenauto heeft geforceerd en/of heeft opengebroken, dat portier heeft geopend, in die personenauto heeft plaatsgenomen en heeft getracht de motor van die auto te starten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Bijzondere overweging ten aanzien van het onder 4 primair bewezenverklaarde
De raadsman heeft tot vrijspraak van het onder 4 primair tenlastegelegde geconcludeerd, stellende dat er geen sprake is van ‘medeplegen’, maar van medeplichtigheid, nu verdachte zich op grote afstand bevond van de Mercedes, toen deze werd gestolen.
De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt.
Verdachte heeft onder meer verklaard dat hij samen met zijn mededaders in Maastricht een rondje is gaan rijden en dat zij, toen zij in een zijstraat een Mercedes zagen staan, samen besloten om deze auto te gaan stelen. Verdachte is daarbij op de uitkijk gaan staan en is samen met zijn mededaders gevlucht nadat de claxon van de auto is afgegaan en hij zag dat de gordijnen van de aldaar gelegen woning werden opengedaan.
Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat uit het voorliggende dossier afdoende is gebleken dat verdachte dermate uitvoerig en nauw bij de bewuste poging tot diefstal met braak betrokken is geweest dat van medeplegen sprake is.
De bewijsmiddelen
De beslissing van de rechtbank, dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan, steunt op de inhoud van de bewijsmiddelen, houdende de daartoe redengevende feiten en omstandigheden.
De kwalificatie
Het bewezenverklaarde levert op strafbare feiten welke moeten worden gekwalificeerd als volgt.
Feit 1 primair:
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;
Feit 2:
diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;
Feit 3:
poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;
Feit 4 primair:
poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.
De strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid uitsluit. De verdachte is derhalve strafbaar.
De redengeving van de op te leggen straf en maatregel
De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat de verdachte ter zake van de feiten onder 1 primair, 2, 3 en 4 primair zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek conform het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
De raadsman heeft aangevoerd dat rekening moet worden gehouden met de omstandigheden waaronder het feit is gegaan en de persoon van verdachte, zodat de gevorderde straf te hoog is. De raadsman heeft gepleit voor een werkstraf en een gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf.
Mede gelet op hetgeen door de officier van justitie en namens de verdachte ter terechtzitting naar voren is gebracht, overweegt de rechtbank in verband met de op te leggen straf en maatregel het volgende.
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf en maatregel gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf welke een deels onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt. Daarbij is rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, alsmede het belang van een juiste normhandhaving.
De vorderingen van de benadeelde partijen
Ter terechtzitting zijn de formulieren, als bedoeld in artikel 51b, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, behandeld, waarbij [naam slachtoffer 1], [adres slachtoffer 1] en [naam benadeelde partij 2], [adres benadeelde partij 2] zich ter zake van hun vorderingen tot schadevergoeding als benadeelde partijen in het strafproces hebben gevoegd.
Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering van de benadeelde partij [naam slachtoffer 1] niet van zodanig eenvoudige aard dat deze zich voor behandeling in dit strafgeding leent, reden waarom zij zal bepalen dat de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk is en die vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Nu uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij [naam benadeelde partij 2] door het hiervoor onder 3 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks schade is toegebracht tot het door haar gevorderde bedrag van € 400,34 en nu aan de verdachte ter zake van dat feit een straf zal worden opgelegd, zal deze vordering geheel worden toegewezen.
Nu de verdachte onder meer ter zake van het hiervoor onder 3 bewezen verklaarde strafbare feit zal worden veroordeeld en hij naar burgerlijk recht jegens het slachtoffer, zijnde de hiervoor genoemde benadeelde partij [naam benadeelde partij 2], aansprakelijk is voor de schade die door dat strafbare feit is toegebracht, heeft de rechtbank tot het opleggen van nader te noemen maatregel besloten.
De toepasselijke wettelijke bepalingen
De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 24c, 36f, 45, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.
DE BESLISSINGEN:
De rechtbank
-verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 1 primair, 2, 3 en 4 primair ten laste gelegde, zoals hiervoor is omschreven, heeft begaan;
-verklaart dat het bewezenverklaarde de hiervoor vermelde strafbare feiten oplevert en dat de verdachte strafbaar is;
-veroordeelt de verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van TWAALF MAANDEN;
-beveelt, dat van de opgelegde gevangenisstraf een deel, groot DRIE MAANDEN, niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de veroordeelde niet heeft nageleefd de voorwaarde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren niet schuldig te maken aan een strafbaar feit, dan wel de volgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;
-stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen overeenkomstig de door de Reclassering Nederland, Regio Limburg, Unit Maastricht, gevestigd te 6224 LA Maastricht, Heerderweg 25, te stellen richtlijnen zolang deze reclasseringsinstelling zulks gedurende de proeftijd nodig oordeelt;
-geeft opdracht aan genoemde instelling aan de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen;
-beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de aan veroordeelde opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;
-verklaart de benadeelde partij [naam slachtoffer 1], [adres slachtoffer 1], in haar vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
-veroordeelt de benadeelde partij [naam slachtoffer 1] in de kosten, door verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil;
-veroordeelt de verdachte hoofdelijk om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde partij 2], [adres benadeelde partij 2], te betalen een bedrag van € 400,34 (zegge vierhonderd euro en vierendertig cent);
-veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij [naam benadeelde partij 2] in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil;
-legt aan de verdachte hoofdelijk de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam benadeelde partij 2], [adres benadeelde partij 2], te betalen een bedrag van € 400,34 (zegge: vierhonderd euro en vierendertig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 8 dagen;
-verstaat dat toepassing van laatstbedoelde vervangende hechtenis de opgelegde verplichting tot betaling niet opheft;
-bepaalt dat, indien de verdachte aan de benadeelde partij [naam benadeelde partij 2] voormeld bedrag van € 400,34 heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de staat komt te vervallen.
-bepaalt dat, indien verdachte aan de verplichting tot betaling aan de staat van het bedrag van € 400,34 heeft voldaan, de verplichting tot betaling van dat bedrag aan de benadeelde partij [naam benadeelde partij 2] komt te vervallen.
Dit vonnis is aldus gewezen door mr. W.L.J. Voogt, voorzitter, mr. F.A.G.M. Vluggen en mr. Th.J.M. Oostdijk, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Wijckerheld Bisdom, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 september 2006.