Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AZ1152

Datum uitspraak2006-09-12
Datum gepubliceerd2007-07-19
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureHerziening
Instantie naamHoge Raad
Zaaknummers01312/06 H
Statusgepubliceerd


Indicatie

Herziening.


Uitspraak

12 september 2006 Strafkamer nr. 01312/06 H MR Hoge Raad der Nederlanden Arrest op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 16 juni 2000, nummer 20/003038-99, ingediend door mr. S. Weening, advocaat te Maastricht, namens: [aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971, ten tijde van het indienen van de aanvrage gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "De Geerhorst" te Sittard. 1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank te 's-Hertogenbosch van 8 december 1999 - de aanvrager ter zake van "diefstal" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van een jaar. 2. De aanvrage tot herziening De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. 3. Beoordeling van de aanvrage 3.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling. 3.2. In de aanvrage wordt aangevoerd dat het onderzoek van de zaak destijds niet tot een veroordeling zou hebben geleid indien het Hof kennis had gedragen van de inhoud van de thans overgelegde ten overstaan van een notaris op 19 april 2004 afgelegde verklaring van [betrokkene 1], waarin hij terugkomt op eerder bij de politie afgelegde, voor de aanvrager belastende verklaringen. 3.3. Van de inhoud van die bij de notaris afgelegde verklaring kan niet worden gezegd dat deze de rechter die de veroordeling heeft uitgesproken niet bekend was nu die inhoud overeenkomt met hetgeen [betrokkene 1] blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 25 mei 2000 aldaar heeft verklaard. Reeds daarom is geen sprake van een omstandigheid als hiervoor onder 3.1 genoemd. 3.4. Uit het vorenoverwogene vloeit voort dat de aanvrage kennelijk ongegrond is, zodat als volgt moet worden beslist. 4. Beslissing De Hoge Raad wijst de aanvrage tot herziening af. Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier D.N.I. Gjaltema, en uitgesproken op 12 september 2006.