Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AZ1102

Datum uitspraak2006-10-13
Datum gepubliceerd2006-10-30
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureKort geding
Instantie naamRechtbank Rotterdam
Zaaknummers751461
Statusgepubliceerd
SectorSector kanton


Indicatie

Een werknemer vordert bij wijze van voorlopige voorziening schorsing van een concurrentiebeding. De kantonrechter wijst dit af, gelet op de rechtsgeldigheid van het beding, het gevaar voor concurrentie en de belangenafweging die in het nadeel van de werknemer uitvalt. De nakoming van het geheimhoudingsbeding wordt ten laste van de werknemer toegewezen.


Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM Sector Kanton VONNIS inzake: de heer [eiser], wonende te [woonplaats], eiser in conventie bij exploot van dagvaarding d.d. 27 september 2006, verweerder in reconventie, gemachtigde: mr. J. van Haarlem, t e g e n : de besloten vennootschap REFILL B.V., gevestigd te Rotterdam, gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, gemachtigde: mr. R.A.P. Bruurs. Partijen worden aangeduid als “[eiser]” en “Refill”, tenzij anders is vermeld. 1. De vaststaande feiten 1.1. [eiser], geboren op [geboortedatum], is op 22 mei 2001 in loondienst van Refill getreden, laatstelijk in de functie van Floor Manager tegen een bruto maandsalaris van €. 2.646,60. In de arbeidsovereenkomst is het volgende beding opgenomen: “d. Relatie/concurrentiebeding 1. Werknemer zal zowel tijdens als na het einde van het dienstverband, bevorderen dat alle (zakelijke-) relaties tussen clienten van werkgever en werkgever zelf, onverminderd blijven voortbestaan. 2. Het zal werknemer gedurende twee jaar na beëindiging van de arbeidsovereenkomst verboden zijn voor eigen rekening, in loondienst van of in een enig samenwerkingsverband met derden (cliënten van werkgever, ex-cliënten of relaties), direct of indirect, werkzaamheden (die werkgever verricht/pleegt aan te bieden) te verrichten die strijdig zijn met de belangen van werkgever. 3. Het is werknemer gedurende één jaar na beëindiging van de arbeidsovereenkomst, behoudens opheffing op verzoek, verboden in dienst te treden van een met werkgever concurrerende onderneming, dan wel daarbij op welke wijze dan ook, direct of indirect bij betrokken te zijn. 4. Op overtreding van deze verboden staat de schade-boetebepaling als omschreven sub e. 1.2. De arbeidsovereenkomst is door [eiser] opgezegd tegen 28 juli 2006. Aansluitend wilde hij in dienst treden van Holland Office Group B.V. te Zaltbommel in de functie van Sales Manager. 1.3. Op 27 juni 2006 heeft [eiser] zijn opleiding commerciële economie met een diploma afgesloten. In zijn scriptie, die ziet op Refill, is op pagina 28 vermeld: “Daarnaast is Holland Office Group (www.hollandofficegroup.nl) een concurrent die verschillende leaseconcepten voert, echter is deze onderneming zelf geen fabrikant van apparatuur.” 1.4. [eiser] heeft Refill in eerste instantie een exemplaar van de scriptie verstrekt waarin onder andere deze zinsnede was doorgehaald. Via de Hogeschool Rotterdam heeft Refill het oorspronkelijke exemplaar van de scriptie in handen gekregen. 1.5. Refill stelt zich op het standpunt dat de voorgenomen indiensttreding bij Holland Office Group strijdig is met het concurrentiebeding. Geconfronteerd hiermee heeft [eiser] zijn indiensttreding uitgesteld tot in dit kort geding hierover is beslist. 2. De vordering in conventie [eiser] verzoekt om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, het volgende te bepalen: “Primair Het beding te schorsen voor wat betreft indiensttreding bij Holland Office Group, nu dit bedrijf geen concurrent is, onder de overweging van dit beding niet van toepassing is. Subsidiair De werking van het concurrentiebeding tussen eiser en gedaagde te schorsen, totdat in een bodemprocedure zal zijn beslist over de toepasselijkheid/reikwijdte van het concurrentiebeding, althans een zodanige voorziening te treffen als de Rechtbank, sector kanton, gerade acht. Meer subsidiair Te bepalen dat het concurrentiebeding in tijd tot bijvoorbeeld twee maanden en geografische reikwijdte tot bijvoorbeeld de provincie Zuid Holland of binnen een straal van 25 kilometer van Rotterdam gematigd wordt en waarbij de boete gematigd wordt tot een bedrag in goede justitie te bepalen met een maximum van €. 2.000,--. Een en ander onder veroordeling van gedaagde in de kosten van de procedure.” 3. De vordering in reconventie Na eiswijziging ter zitting vanwege de gebleken omstandigheid dat [eiser] indiensttreding heeft uitgesteld, komt deze neer op het volgende: I. nakoming van het geheimhoudingsbeding, op straffe van verbeurte van een dwangsom, II. nakoming van het concurrentiebeding, op straffe van verbeurte van een dwangsom, III. vervalt, IV. een voorschot op de contractuele boete. V. de wettelijke rente. Een en ander met veroordeling van [eiser] in de kosten van de procedure. 4. De verweren in conventie en in reconventie Partijen concluderen over en weer tot afwijzing van elkaars vordering, met veroordeling van de andere partij in de kosten van de procedure. 5. De stellingen van [eiser] Kort en zakelijk weergegeven luiden deze als volgt: - bij Refill zijn er naar haar eigen zeggen geen doorgroeimogelijkheden, - hij kan een carrièresprong, zowel qua functie als salaris maken, als hij kan overstappen naar Holland Office Group, - bij Holland Office Group heeft hij niets te maken met toners, waarop zijn functie bij Refill juist was gericht, hooguit is er sprake van een toekomstige handelsactiviteit van Refill die als concurrerend kan worden gezien, - de termijn van het concurrentiebeding is te lang en het territoriaal bereik is te omvangrijk, - Holland Office Group is geen concurrent. Voor haar zijn toners slechts een ondersteunend product, - Refill valt ten onrechte over de hiervoor aangehaalde passage uit zijn scriptie, - anders dan Refill stelt heeft hij geen bedrijfsgevoelige informatie in de scriptie verwerkt. 6. De stellingen van Refill Kort en zakelijk weergegeven luiden deze als volgt: - er is sprake van een rechtsgeldig concurrentiebeding, - Holland Office Group is een rechtstreekse concurrent van Refill; beide bedrijven hebben een technische dienst voor onderhoud en reparaties aan kantoorapparatuur en beide bedrijven verkopen binnenkort een price per page-concept aan dezelfde doelgroep. Daarop ziet de scriptie voor een relevant gedeelte, - er was voor [eiser] geen enkele noodzaak zijn dienstverband op te zeggen en ook bij Refill had hij genoeg doorgroeimogelijkheden. Duidelijk is dat tegen deze achtergrond een eventuele belangenafweging in het voordeel van Refill dient uit te vallen, mede in aanmerking de door [eiser] terzake van de scriptie ten toon gespreide kwade trouw. 7. De beoordeling 7.1. Gelet op de aard van de vorderingen is de spoedeisendheid gegeven. 7.2. Anders dan [eiser] aanvoert is er geen reden om Refill in haar reconventionele vordering niet-ontvankelijk te verklaren, nu deze eerst ter gelegenheid van het pleidooi is kenbaar gemaakt en niet van te voren is aangekondigd. Geen rechtsregel verzet zich hier immers tegen terwijl er, gelet op de aard van de kort geding procedure, evenmin strijdigheid met een goede procesorde kan worden aangenomen. 7.3. Bij de beoordeling van de vordering dient in dit kort geding bepalend te zijn het antwoord op de vraag of het zeer waarschijnlijk is dat de rechter in de bodemprocedure tot toewijzing van de vorderingen zou besluiten. 7.4. Vooropgesteld wordt dat sprake is van een rechtsgeldig concurrentiebeding. Anders dan [eiser] bepleit behoeft niet specifiek te worden vastgesteld of zijn toekomstige functie sec als concurrerende activiteit kan worden aangemerkt. Het gaat erom dat zijn toekomstige werkgever een onderneming exploiteert die concurreert met die van Refill. 7.5. In dit kort geding kan ervan worden uitgegaan dat dit het geval is. Immers, beide bedrijven bedienen de kantorenmarkt ten aanzien van (in elk geval) printers en aanverwante artikelen. Het PPP-concept dat Holland Office Group bezigt, is daarnaast rechtstreeks concurrerend met de handelsactiviteit van Refill, in die zin dat meer dan aannemelijk is dat als zij een klant van Refill werft, deze voor Refill geheel verloren is. Refill heeft bovendien aannemelijk gemaakt, onder verwijzing naar de scriptie van [eiser] zelf, dat zij doende is een vergelijkbaar concept te ontwikkelen, te weten: “Hosprintality”. Voorts noemt [eiser] Holland Office Group in de concurrentieanalyse in de scriptie een concurrent. Tot slot geldt dat [eiser] meer dan de schijn tegen zich heeft aangaande het verwijt van kwade trouw dat Refill hem maakt ten aanzien van de gang van zaken omtrent de scriptie. 7.6. Beoordeeld dient te worden of een afweging van belangen leidt tot geheel of gedeeltelijke toewijzing van de vorderingen van [eiser]. Voor Refill spreekt dat aannemelijk is, zeker gelet op het onderzoek dat uit de scriptie blijkt, dat [eiser] op de hoogte is van vertrouwelijke commerciële bedrijfsinformatie en dat hij in dienst wenst te treden bij een rechtstreekse concurrent. Door [eiser] is wel gesteld, maar overigens niet aangetoond, dat hij er financieel en qua functie fors op vooruitgaat. Wel is duidelijk dat hij het initiatief tot beëindiging van het dienstverband heeft genomen alsmede dat hij momenteel geen inkomsten geniet, nu hij de uitkomst van deze procedure afwacht. 7.7. Overwogen wordt dat de belangen van Refill de doorslag geven, met name de elementen van vertrouwelijke commerciële informatie, deels vergaard met medewerking van Refill en neergeschreven in de scriptie en het aansluitend onmiddellijk in dienst willen treden van de concurrent, mede in aanmerking genomen de suspecte gang van zaken omtrent de scriptie. 7.8. De kantonrechter kan zich voorstellen dat verkorting van de termijn van 2 jaar tot 1 jaar van het concurrentiebeding de uitkomst van een bodemprocedure kan zijn. In dit kort geding is echter geen aanleiding om het concurrentiebeding reeds tot 1 jaar te beperken, nu immers [eiser] genoeg tijd heeft dit aan de bodemrechter voor te leggen en het niet duidelijk is of dit, gelet op de beslissing in dit kort geding, nog opportuun is. 7.9. De vorderingen van [eiser] worden derhalve afgewezen. 7.10. Wat betreft de reconventionele vorderingen geldt het volgende. De vordering strekkende tot nakoming van het geheimhoudingsbeding wordt toegewezen, wederom vanwege de gang van zaken betreffende de scriptie, in het kader waarvan, zo blijkt uit een schrijven van de Hogeschool, [eiser] beschikte over vertrouwelijke bedrijfsinformatie. De dwangsommen worden gemaximeerd, zoals hieronder te vermelden. 7.11. De vordering strekkende tot nakoming van het concurrentiebeding wordt afgewezen, nu gebleken is dat [eiser] niet in dienst is getreden van Holland Office Group en aldus kenbaar heeft gemaakt zich te houden aan het concurrentiebeding, daargelaten de processuele mogelijkheden van Refill om desgewenst in de toekomst bij een veronderstelde overtreding actie te nemen. 7.12. Er bestaat geen aanleiding om contractuele boetes toe te wijzen, nu niet aannemelijk is dat [eiser] zich niet heeft gehouden aan de bedingen. 7.13. Als overwegend in het ongelijk gestelde partij wordt [eiser] veroordeeld in de kosten van de procedure. 8. De beslissing in conventie wijst de vorderingen af, in reconventie veroordeelt [eiser] om het tussen partijen overeengekomen geheimhoudingsbeding, zoals geformuleerd in artikel B van het aanhangsel bij de arbeidsovereenkomst d.d. 22 november 2001, na te komen, bepaalt dat [eiser] een dwangsom verbeurt van €. 1.000,00 per dag, voor iedere dag dat [eiser] hiermee in gebreke blijft, maximeert de dwangsommen tot €. 25.000,00, in conventie en in reconventie veroordeelt [eiser] in de kosten van de procedure, aan de zijde van Refill begroot op nihil aan verschotten en op €. 1.000,00 aan salaris gemachtigde, verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.J. van Rijen en is uitgesproken ter openbare terechtzitting.