Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AZ1046

Datum uitspraak2006-08-23
Datum gepubliceerd2006-10-27
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Rotterdam
Zaaknummers737858
Statusgepubliceerd
SectorSector kanton


Indicatie

Een woningcorporatie vordert ontbinding van de huurovereenkomst tussen haar en de bewoonster, omdat in de woning een hennepkwekerij is aangetroffen. Gedaagde stelt dat zij de woning op zeker moment heeft verlaten om voor een ziek familielid te zorgen. Ze heeft de sleutel afgegeven aan een klusjesman. Deze heeft, zonder haar medeweten, de hennepkwekerij in de woning gevestigd. De kantonrechter bepaald een comparitie van partijen om nadere inlichtingen van partijen te verkrijgen.


Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM Sector Kanton VONNIS in de zaak van de stichting STICHTING WOONBRON, gevestigd te Rotterdam, eiseres bij exploot van dagvaarding van 19 juli 2006, gemachtigde: mr. T.A. Vermeulen, tegen [gedaagde], wonende te [woonplaats], gedaagde, gemachtigde: mr. T.J. Roest Crollius. Het verloop van de procedure De vordering luidt - zakelijk weergegeven - de tussen partijen gesloten huurovereenkomst met betrekking tot de [woning] te ontbinden en gedaagde te veroordelen tot ontruiming van die woning, met veroordeling van gedaagde in de kosten van de procedure. Op de eerstdienende dag heeft gedaagde uitstel gevraagd en gekregen. Op 23 augustus 2006 heeft gedaagde een conclusie van antwoord genomen en producties in het geding gebracht. De kantonrechter heeft dadelijk uitspraak gedaan. De stellingen van partijen Tot het uiterste verkort legt eiseres aan haar vordering het volgende ten grondslag: - gedaagde heeft van eiseres voormelde woning gehuurd; - de politie heeft op of omstreeks 8 mei 2006 een in het gehuurde ingerichte hennepkwekerij ontmanteld; - er was gemanipuleerd met de energiemeter, de aangesloten warmtelampen leveren gevaar op, er is in verzekeringsopzicht sprake van verzwaring van het risico; - gedaagde heeft zich dus niet als een goed huurder gedragen: de tekortkoming kan niet meer ongedaan wordt gemaakt en is zodanig ernstig dat ontbinding gerechtvaardigd is. Gedaagde voert verweer. Eveneens verkort en zakelijk weergegeven komt dat neer op het volgende: - in verband met de zorg voor een ziek familielid heeft zij met haar kinderen de woning op 1 mei 2006 tijdelijk verlaten; - zij heeft op woensdag 3 mei 2006 de sleutel van de woning afgegeven aan een klusjesman, die nieuwe vloertegels zou leggen; - deze klusjesman, die niet meer te traceren is, heeft misbruik gemaakt van haar vertrouwen door in de slaapkamers een hennepkwekerij te installeren; - dat is geheel buiten haar medeweten gebeurd; - de kwekerij was ten tijde van de ontdekking op 8 mei 2006 nog pas zeer korte tijd aanwezig; - zij heeft dus geen wanprestatie gepleegd; - in ieder geval zijn de gevolgen van een ontbinding voor haar en haar kinderen te ernstig in vergelijking tot die van eiseres. De voorlopige beoordeling van het geschil Partijen moeten verschijnen op een terechtzitting van de kantonrechter om inlichtingen te verstrekken. Als partijen nog nadere stukken in het geding willen brengen moeten die tenminste een week voor de zitting aan de wederpartij en de kantonrechter worden toegezonden. De beslissing De kantonrechter, alvorens verder te beslissen, - bepaalt dat partijen - in persoon of behoorlijk vertegenwoordigd en desgewenst met hun gemachtigde - op donderdag 21 september 2006 te 10.30 uur moeten verschijnen in het gerechtsgebouw B aan het Wilhelminaplein 100 te Rotterdam (het hoge rode gebouw, op de eerste verdieping); - wijst partijen erop dat stukken, die zij nog in het geding willen brengen, tijdig tevoren moeten worden toegezonden. Dit vonnis is gewezen door mr. W.F. Lubberink en is, alvorens op schrift te zijn gesteld, uitgesproken ter openbare terechtzitting.