Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AZ1036

Datum uitspraak2006-10-24
Datum gepubliceerd2006-10-27
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Zutphen
Zaaknummers06/460369-06 en 06/801844-05 (TUL)
Statusgepubliceerd


Indicatie

Verdachte is veroordeeld voor bedreiging en mishandeling van zijn broer. Hij is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 200 (tweehonderd) dagen, waarvan 93 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Daarbij zijn de bijzondere voorwaarden gesteld dat betrokkene zich zal laten behandelen en dat hij gedurende de proeftijd geen contact met zijn broer zal hebben tenzij door bemiddeling van de reclassering.


Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN Sector Straf Meervoudige kamer Parketnummer(s): 06/460369-06 en 06/801844-05 (TUL) Uitspraak d.d.: 24 oktober 2006 tegenspraak/ dip VERKORT VONNIS in de zaak tegen: [verdachte], geboren te [plaats] op [geboortedatum], wonende te [plaats] thans gedetineerd in het huis van bewaring te Doetinchem, Hogenslagweg 8. Onderzoek van de zaak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 10 oktober 2006. De tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1. hij op of omstreeks 11 juli 2006 te Nunspeet [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd :"Ik maak je een kopje kleiner." en/of "Het is tijd om jou terug te pakken." en/of "Als de politie mij weer laat gaan dan zoek ik je op en maak ik jou dood.", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht 2. hij op of omstreeks 11 juli 2006 te Nunspeet opzettelijk mishandelend [slachtoffer], zijnde zijn, verdachtes, broer, die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal heeft geschopt en/of geslagen en/of gestompt tegen het lichaam en/of die [slachtoffer] bij zijn nek/keel heeft gepakt en/of zijn nek/keel heeft dichtgedrukt en/of krachtig tegen zijn schouder heeft gestoten en/of die [slachtoffer] op de grond heeft gegooid, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden; artikel 304 wetboek van strafrecht art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht Taal- en/of schrijffouten Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat: 1. hij op of omstreeks 11 juli 2006 te Nunspeet [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd :"Ik maak je een kopje kleiner." En "Het is tijd om jou terug te pakken." En "Als de politie mij weer laat gaan dan zoek ik je op en maak ik jou dood."; 2. hij op of omstreeks 11 juli 2006 te Nunspeet opzettelijk mishandelend [slachtoffer], zijnde zijn, verdachtes, broer, die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal heeft geschopt en/of geslagen en/of gestompt tegen het lichaam en/of die [slachtoffer] bij zijn nek heeft gepakt en zijn keel heeft dichtgedrukt en/of krachtig tegen zijn schouder heeft gestoten en/of die [slachtoffer] op de grond heeft gegooid, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden; Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezene levert op de misdrijven: feit 1: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht; feit 2: mishandeling. Strafbaarheid van de verdachte Over verdachte is een rapport, gedateerd 3 augustus 2006, opgemaakt door S. de Jong, psychiater, werkzaam bij de Forensisch Psychiatrische Dienst Zutphen. In deze rapportage is de navolgende conclusie getrokken en is daaraan vervolgens het hiernavolgende advies verbonden: "Een 28-jarige man bij wie sprake is van persoonlijkheid met sterk afhankelijke, egocentrische en antisociale kenmerken. Er zijn geen aanwijzingen dat onderzochte ten tijde het ten laste gelegde onvoldoende besef had van of sturing kon geven aan zijn handelen. Vanuit psychiatrische optiek wil ik adviseren 1e dat onderzochte detentiegeschikt is en 2e tot een strafrechtelijke afdoening. De reclassering is bereid tot een toezichthoudend contact gericht op 1e het steunen van moeder om grenzen te gaan stellen en 2e te trachten bij onderzochte enige motivatie op te wekken voor het nemen van verantwoording (in dat kader is hij ook verwezen naar de daderbehandeling van De Waag). Probleem bij de behandeling is dat onderzochte althans nu, alle hulp verwacht van anderen in plaats van zelf enig initiatief te nemen." Over verdachte is voorts een rapport, gedateerd 6 oktober 2006, opgemaakt door G. Florentinus, reclasseringsmedewerker, werkzaam bij Reclassering Nederland te Zutphen. In deze rapportage is de navolgende conclusie getrokken en is daaraan vervolgens het hiernavolgende advies verbonden: "Betrokkene is een nu 28 jarige man die verdacht wordt van huiselijk geweld. Hij heeft weinig of geen probleembesef en stelt zich passief, afhankelijk en dwingend op. Dit is ook zijn problematiek waarop de delictpleging volgt. Uit de Risc afname komt naar voren dat het recidiverisico hoog is. Daarnaast is het gevaarrisico ook hoog. De kans is aanwezig dat hij na zijn vrijlating een beroep op zijn moeder gaat doen. Met alle mogelijke gevolgen van dien. Wij onderschrijven de conclusie en advies van de FPD. Wij adviseren de rechtbank betrokkene naast een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf, een voorwaardelijke vrijheidsstraf op te leggen met als bijzondere voorwaarde een reclasseringstoezicht. Dit toezicht zal als volgt worden ingevuld: - betrokkene verwijzen naar het woon- en werkcentrum "Huize Norel" te Epe. Dit met als doelstelling: betrokkene kan zelfstandig functioneren en is niet meer afhankelijk van zijn moeder; - als een opname "Huize Norel" is gerealiseerd, betrokkene verwijzen naar de forensische polikliniek De Waag voor een behandeling. Dit met als doelstelling betrokkene heeft zicht op zijn agressie en relatieproblematiek, zodat hij problemen in de relationele sfeer zonder geweld kan oplossen.". De rechtbank kan zich met de inhoud van deze rapporten verenigen. Verdachte is strafbaar, nu overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden is die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Oplegging van straf en/of maatregel De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I). De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen - en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden – dat verdachte zich in een korte periode heeft schuldig gemaakt aan een reeks geweldsdelicten, en dat tengevolge van de ten laste gelegde feit(en) vrees bij het slachtoffer is ontstaan. De rechtbank acht een deels voorwaardelijke gevangenis-straf voorts op zijn plaats teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank zal om die reden - onder meer - de bijzondere voorwaarde stellen, dat verdachte gedurende de proeftijd geen contact zal hebben met [slachtoffer] (broer van verdachte), tenzij door bemiddeling van de reclassering. Vordering tenuitvoerlegging Nu is bewezen dat verdachte zich opnieuw heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit, kan van de bij vonnis van de politierechter in deze rechtbank van 16 juni 2006 (parketnummer 06/801844-05) voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf de tenuitvoerlegging worden gelast. In de persoon, de omstandigheden van de veroordeelde, de aard en omstandigheden van het feit ziet de rechtbank aanleiding de tenuitvoerlegging overeenkomstig de vordering van de officier van justitie slechts voor een gedeelte groot 4 (vier) weken te gelasten. Toepasselijke wettelijke voorschriften Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 14g, 14h, 27, 57, 285 en 300 van het Wetboek van Strafrecht. Beslissing De rechtbank beslist als volgt. Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar. Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 200 (tweehonderd) dagen. Bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 93 (drieënnegentig) dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd. Stelt als bijzondere voorwaarden: - dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de reclassering, zolang de reclassering dit noodzakelijk oordeelt, ook als dit inhoudt dat veroordeelde zich ambulant zal laten behandelen door De Waag en ook als dit inhoudt dat veroordeelde zich laat opnemen in "Huize Norel" te Epe; - dat veroordeelde gedurende de proeftijd geen contact zal hebben met [slachtoffer] (broer van de veroordeelde), tenzij via bemiddeling van de reclassering. Geeft de reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarde(n) hulp en steun te verlenen. Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht. Heft het bevel tot voorlopig hechtenis op met ingang van het tijdstip waarop de duur van deze hechtenis gelijk wordt aan die van de onvoorwaardelijk opgelegde straf. Gelast de tenuitvoerlegging van een gedeelte van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in deze rechtbank van 16 juni 2006, te weten van: 4 (vier) weken gevangenisstraf. Aldus gewezen door mrs. De Bie, voorzitter, Borgerhoff Mulder en Elders, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Bunt, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 24 oktober 2006.