Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AZ1030

Datum uitspraak2006-10-25
Datum gepubliceerd2006-10-27
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Zutphen
Zaaknummers080379-04
Statusgepubliceerd


Indicatie

Het uitlokken van bedreigingen en het uitlokken van brandstichting komt verdachte op een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk te staan. Een uitvoerige bewijsoverweging van de rechtbank is in het vonnis opgenomen.


Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN Sector Straf Meervoudige kamer Parketnummer(s): 080379-04 Uitspraak d.d.: 25 oktober 2006 tegenspraak/ oip VERKORT VONNIS in de zaak tegen: [verdachte], geboren te [plaats] op [geboortedatum], wonende te [adres]. Onderzoek van de zaak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 28 juni en 11 oktober 2006. Ter terechtzitting gegeven beslissingen Ter terechtzitting zijn de volgende beslissingen gegeven: Op 28 juni 2006 is de vordering van de officier van justitie tot wijziging van de tenlastelegging toegewezen. Op 11 oktober 2006 is beslist dat geen aanleiding bestaat voor schorsing van het onderzoek ten behoeve van nadere oproeping van de niet ter terechtzitting verschenen en onvindbare getuige [medeverdachte A]. De tenlastelegging Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting is gewijzigd is aan de verdachte ten laste gelegd dat: 1. [medeverdachte B] en/of [medeverdachte A] op meerdere, althans een tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 3 april 2003 tot en met 21 april 2003 te Heerde en/of Uden en/of Escharen, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B] en/of [slachtoffer C] en/of [slachtoffer D] (telkens) hebben/heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, met zware mishandeling, met enig misdrijf waardoor de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar wordt gebracht of met brandstichting, immers heeft/hebben die [medeverdachte B] en/of die [medeverdachte A] (telkens) opzettelijk dreigend - op of omstreeks 3 april 2003 aan voornoemde [slachtoffer A] (telefonisch) de woorden toegevoegd: "Vieze vuile klootzakken, jullie moeten binnen 2 weken het huis verlaten, anders gooien we een handgranaat naar binnen", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of - op of omstreeks 3 april 2003 aan voornoemde [slachtoffer C] (telefonisch) de woorden toegevoegd: "Binnen 2 weken verhuizen, anders gooi ik een handgranaat naar binnen", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of - op of omstreeks 21 april 2003 aan voornoemde [slachtoffer C] en/of [slachtoffer D] (telefonisch) de woorden toegevoegd:"Jij blijven wonen jij zullen dood. Niet leuk hoor. Geloof me, geloof me, niet leuk. Ik volgende keer komen, ik jouw oor tot oor nek opensnijden. Niet weg, jij weggaan. Jij weg ander huis. Ik nog 1 week, 1 week nog wachten. Dan jij nek gewoon dood.", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking welk vorenomschreven feit hij, verdachte en/of zijn mededader(s), op meerdere, althans een tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 augustus 2002 tot en met 21 april 2003 te Uden en/of Heerde en/of Escharen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen, althans alleen (telkens) opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften en/of door misbruik van gezag en/of geweld en/of bedreiging en/of door het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen, te weten: - door tegen die [medeverdachte A] te zeggen dat hij de schade moet vergoeden door voor hem/hen te werken, althans woorden van gelijke aard of strekking en/of - door aan die [medeverdachte A] en/of [medeverdachte B] een notitie/briefje met de na(a)m(en) en/of de/het telefoonnummer(s) van die [familie slachtoffer B, C en D] en/of [slachtoffer F] te geven en/of - door aan die [medeverdachte A] en/of [medeverdachte B] 50 euro, althans een hoeveelheid te geven en/of (daarbij) de opdracht aan die [medeverdachte B] en/of die [medeverdachte A] te geven om (onder andere) die [familie slachtoffer B, C en D] te bellen en duidelijk te maken dat ze moeten verhuizen of dat er anders ongelukken zouden gebeuren, althans een woordelijke opdracht van gelijke aard of strekking en/of - door aan die [medeverdachte A] en/of [medeverdachte B] (gedeeltelijke) kwijtschelding van hun/zijn schuld(en) toe te zeggen bij voltooiing van eerdergenoemde opdracht, althans door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging en/of misleiding en/of door het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen en aldus die [medeverdachte B] en/of die [medeverdachte A] tot het (mede)plegen van voornoemd(e) feit(en) heeft/hebben uitgelokt; (medeplegen uitlokking van medeplegen bedreiging) art 47 lid 1 ahf / sub 1 Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf / sub 2 Wetboek van Strafrecht ALTHANS dat hij op meerdere, althans een tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 3 april 2003 tot en met 21 april 2003 te Heerde, in elk geval in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B] en/of [slachtoffer C] en/of [slachtoffer D] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, althans met enig misdrijf waardoor de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar wordt gebracht of met brandstichting, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) opzettelijk dreigend - op of omstreeks 3 april 2003 voornoemde [slachtoffer A] (telefonisch) de woorden toegevoegd: "Vieze vuile klootzakken, jullie moeten binnen 2 weken het huis verlaten, anders gooien we een handgranaat naar binnen", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of - op of omstreeks 3 april 2003 voornoemde [slachtoffer C] (telefonisch) de woorden toegevoegd: "Binnen 2 weken verhuizen, anders gooi ik een handgranaat naar binnen", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of - op of omstreeks 21 april 2003 voornoemde [slachtoffer C] en/of [slachtoffer D] (telefonisch) de woorden toegevoegd:"Jij blijven wonen jij zullen dood. Niet leuk hoor. Geloof me, geloof me, niet leuk. Ik volgende keer komen, ik jouw oor tot oor nek opensnijden. Niet weg, jij weggaan. Jij weg ander huis. Ik nog 1 week, 1 week nog wachten. Dan jij nek gewoon dood.", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking (medeplegen bedreiging) art 47 lid 1 ahf / sub 1 Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf / sub 2 Wetboek van Strafrecht art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht 2. [medeverdachte A] en/of [medeverdachte C] en/of zijn/hun mededader(s) op of omstreeks 30 maart 2003 te Heerde ter uitvoering van het door hem/hen voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand te stichten in, althans bij een woning (op perceel [straat]), terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten was, met dat opzet met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, - naar de woning aan de [straat] is gereden, althans toe gegaan en/of - (onderweg naar deze woning) een fles met benzine heeft gevuld en/of - een papieren/stoffen prop in de flessenhals geduwd en/of aldus een molotovcocktail heeft gemaakt en/of - deze molotovcocktail, althans deze fles met benzine, althans de prop in de flessenhals met een aansteker heeft aangestoken, in elk geval met dat opzet (open) vuur in aanraking heeft gebracht met papier en/of stof en/of benzine, althans met (een) brandbare stof(fen), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid welk feit hij, verdachte en/of zijn mededader(s) in of omstreeks de periode van 1 augustus 2002 tot en met 29 maart 2003 te Heerde en/of Uden en/of Escharen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander en/of alleen, opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften en/of door misbruik van gezag en/of geweld en/of bedreiging en/of door het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen, te weten door - een plattegrond en/of routebeschrijving naar de woning aan de [straat] aan die [medeverdachte A] en/of [medeverdachte B] en/of zijn/hun mededader(s) te verstrekken, althans de route naar die woning te duiden en/of uit te leggen en/of - het adres van de [familie slachtoffer B, C en D] aan die [medeverdachte A] en/of [medeverdachte B] en/of hun mededader(s) te noemen en/of - die [medeverdachte A] en/of [medeverdachte B] en/of zijn/hun mededader(s) de opdracht te geven om een molotovcocktail door het raam te gooien en/of de woning in de brand te steken en/of brand te stichten, althans te zeggen dat zij een molotovcocktail naar binnen moesten gooien en/of - tegen die [medeverdachte A] te zeggen dat hij dan van zijn schulden af zal zijn, althans woorden van gelijke aard of strekking en/of - die [medeverdachte A] en/of [medeverdachte B] en/of zijn/hun mededader(s) een geldbedrag uit te reiken en/of toe te zeggen, althans door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging en/of misleiding en/of door het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen en aldus die [medeverdachte B] en/of die [medeverdachte A] en/of hun/zijn mededader(s) tot het (mede)plegen van voornoemd(e) feit(en) heeft/hebben uitgelokt; (medeplegen uitlokking van medeplegen poging brandstichting) art 45 Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf / sub 1 Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf / sub 2 Wetboek van Strafrecht art 157 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht ALTHANS, dat [medeverdachte A] en/of [medeverdachte C] en/of zijn/hun mededader(s) op 30 maart 2003 te Heerde, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B] en/of [slachtoffer C] en/of [slachtoffer D] hebben/heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, met zware mishandeling, met enig misdrijf waardoor de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar wordt gebracht of met brandstichting, immers heeft/hebben die [medeverdachte B] en/of die [medeverdachte A] en/of zijn/hun mededader(s) opzettelijk dreigend: een molotovcocktail, althans een fles met benzine, althans een stoffen/papieren prop in de flessenhals gestopt en/of (vervolgens) deze molotovcocktail, althans deze fles met benzine en/of een steen tegen de gevel en/of in de richting van de woning aan de [straat] (van de [familie slachtoffer B, C en D]) gegooid/geworpen, althans gebracht welk vorenomschreven feit hij, verdachte en/of zijn mededader(s), op meerdere, althans een tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 augustus 2002 tot en met 30 maart 2003 te Uden en/of Heerde en/of Escharen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen (telkens) opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften en/of door misbruik van gezag en/of geweld en/of bedreiging en/of door het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen, te weten door: - een plattegrond en/of routebeschrijving naar de woning aan de [straat] aan die [medeverdachte A] en/of [medeverdachte C] en/of zijn/hun mededader(s) te verstrekken, althans de route naar die woning te duiden en/of uit te leggen en/of - het adres van de [familie slachtoffer B, C en D] aan die [medeverdachte A] en/of [medeverdachte C] en/of hun mededader(s) te noemen en/of - die [medeverdachte A] en/of [medeverdachte C] en/of zijn/hun mededader(s) de opdracht te geven om een molotovcocktail door het raam te gooien en/of de woning in de brand te steken en/of brand te stichten, althans te zeggen dat zij een molotovcocktail naar binnen moesten gooien en/of - tegen die [medeverdachte A] te zeggen dat hij dan van zijn schulden af zou zijn, althans woorden van gelijke aard of strekking en/of - die [medeverdachte A] en/of [medeverdachte C] en/of zijn/hun mededader(s) een geldbedrag uit te reiken en/of toe te zeggen, althans door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging en/of misleiding en/of door het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen en aldus die [medeverdachte A] en/of [medeverdachte C] en/of hun/zijn mededader(s) tot het (mede)plegen van voornoemd(e) feit(en) heeft/hebben uitgelokt; (medeplegen uitlokking van medeplegen bedreiging) artikel 285 Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf / sub 1 Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf / sub 2 Wetboek van Strafrecht ALTHANS, dat hij, op meerdere, althans een tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 augustus 2002 tot en met 30 maart 2003 te Heerde en/of Uden, in elk geval in Nederand, tezamen in vereniging met een ander, althans alleen ter uitvoering van het door hem verdachte en/of zijn mededader(s), voorgenomen misdrijf om [medeverdachte A] en/of [medeverdachte C] en/of zijn/hun mededader(s) door giften en/of beloften en/of door misbruik van gezag en/of geweld en/of bedreiging en/of door het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het navolgende strafbare feit te bewegen, te weten het tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand te stichten in, althans bij een woning perceel [straat] te Heerde, welke giften en/of beloften en/of misbruik van gezag en/of geweld en/of bedreiging en/of welk verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen, hieruit bestonden dat verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk: - een plattegrond en/of routebeschrijving naar de woning aan de [straat] aan die [medeverdachte A] en/of [medeverdachte C] en/of zijn/hun mededader(s) heeft verstrekt, althans de route naar die woning heeft geduid en/of heeft uitgelegd en/of - het adres van de [familie slachtoffer B, C en D] aan die [medeverdachte A] en/of [medeverdachte C] en/of hun mededader(s) heeft genoemd en/of - die [medeverdachte A] en/of [medeverdachte C] en/of zijn/hun mededader(s) de opdracht heeft gegeven om een molotovcocktail door het raam te gooien en/of de woning in de brand te steken en/of brand te stichten, althans te zeggen dat zij een molotovcocktail naar binnen moesten gooien en/of - tegen die [medeverdachte A] heeft gezegd dat hij dan van zijn schulden af zou zijn, althans woorden van gelijke aard of strekking en/of - die [medeverdachte A] en/of [medeverdachte C] en/of zijn/hun mededader(s) een geldbedrag heeft uitgereikt en/of heeft toegezegd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid en/of dat misdrijf of een strafbare poging daartoe niet is gevolgd, (medeplegen poging(mislukte uitlokking) een ander te bewegen tot een medeplegen brandstichting) art 47 lid 1 ahf / sub 1 Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf / sub 2 Wetboek van Strafrecht art 46a Wetboek van Strafrecht art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht 3. [medeverdachte A] en/of [medeverdachte B] en/of zijn mededaders op of omstreeks 31 maart 2003 te Heerde (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand hebben/heeft gesticht in, althans bij een woning (perceel [straat]), immers heeft/hebben die [medeverdachte A] en/of [medeverdachte B] en/of zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk - een steen door de ruit van de woning van genoemd perceel gegooid en/of - (vervolgens) een brandende molotovcocktail, althans een fles met benzine met een brandende papieren/stoffen prop, in de richting van die (verbroken) ruit gegooid, althans tegen de gevel van die woning gegooid en/of - benzine, althans een brandbare vloeistof over een band van een auto, althans over een auto (staande bij die woning) gegoten, althans gesprenkeld en/of - vervolgens deze benzine, althans brandbare vloeistof met een aansteker aangestoken, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met benzine, althans met (een) brandbare stof(fen) in een fles, ten gevolge waarvan de gevel van die woning en/of (de band van) die auto geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die woning op genoemd perceel en/of die auto, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de bewoners van die woning op genoemd perceel en/of de bewoners van de belendende panden, in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was welk feit hij, verdachte en/of zijn mededader(s) in of omstreeks de periode van 1 augustus 2002 tot en met 30 maart 2003 te Heerde en/of Uden en/of Escharen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften en/of door misbruik van gezag en/of geweld en/of bedreiging en/of door het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen, te weten door: - een plattegrond en/of routebeschrijving naar de woning aan de [straat] aan die [medeverdachte A] en/of [medeverdachte B] en/of zijn/hun mededader(s) te verstrekken, althans de route naar die woning te duiden en/of uit te leggen en/of - het adres van de [familie slachtoffer B, C en D] aan die [medeverdachte A] en/of [medeverdachte B] en/of hun mededader(s) te noemen en/of - die [medeverdachte A] en/of [medeverdachte B] en/of zijn/hun mededader(s) de opdracht te geven om een molotovcocktail door het raam te gooien en/of de woning in de brand te steken en/of brand te stichten, althans te zeggen dat zij een molotovcocktail naar binnen moesten gooien en/of - tegen die [medeverdachte A] te zeggen dat hij dan van zijn schulden af zou zijn, althans woorden van gelijke aard of strekking en/of - die [medeverdachte A] en/of [medeverdachte B] en/of zijn/hun mededader(s) een geldbedrag uit te reiken en/of toe te zeggen en/of - door kwaad te worden vanwege de mislukte poging van de dag daarvoor en/of - door tegen die [medeverdachte A] te zeggen dat het opnieuw moest en nu goed, althans woorden van gelijke aard of strekking althans door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging en/of misleiding en/of door het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen en aldus die [medeverdachte B] en/of die [medeverdachte A] en/of hun/zijn mededader(s) tot het (mede)plegen van voornoemd(e) feit(en) heeft/hebben uitgelokt; (medeplegen uitlokking van medeplegen brandstichting) art 47 lid 1 ahf / sub 1 Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf / sub 2 Wetboek van Strafrecht art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht ALTHANS, dat [medeverdachte A] en/of [medeverdachte B] en/of zijn/hun mededader(s) op of omstreeks 31 maart 2003 te Heerde ter uitvoering van het door hem/hen voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand te stichten in, althans bij een woning (op perceel [straat]), terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten was, met dat opzet met een of meer van zijn/hun mededader(s), althans alleen, - naar de woning aan de [straat] is gereden, althans toe gegaan en/of - (onderweg naar deze woning) een fles met benzine heeft gevuld en/of - een papieren/stoffen prop in de flessenhals geduwd en/of aldus een molotovcocktail heeft gemaakt en/of - deze molotovcocktail, althans deze fles met benzine, althans de prop in de flessenhals met een aansteker heeft aangestoken en/of - een steen door de ruit van de woning van genoemd perceel gegooid en/of - (vervolgens) een brandende molotovcocktail, althans een fles met benzine met een brandende papieren/stoffen prop, in de richting van die (verbroken) ruit gegooid, althans tegen de gevel van die woning gegooid en/of - benzine, althans een brandbare vloeistof over een band van een auto, althans over een auto (staande bij die woning) gegoten, althans gesprenkeld en/of - vervolgens deze benzine, althans brandbare vloeistof met een aansteker aangestoken, in elk geval met dat opzet (open) vuur in aanraking heeft gebracht met papier en/of stof en/of benzine, althans met (een) brandbare stof(fen), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid welk feit hij, verdachte en/of zijn mededader(s) in of omstreeks de periode van 1 augustus 2002 tot en met 30 maart 2003 te Heerde en/of Uden en/of Escharen en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften en/of misbruik van gezag en/of geweld en/of bedreiging en/of door het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen, te weten door - een plattegrond en/of routebeschrijving naar de woning aan de [straat] aan die [medeverdachte A] en/of [medeverdachte B] en/of zijn/hun mededader(s) te verstrekken, althans de route naar die woning te duiden en/of uit te leggen en/of - het adres van de [familie slachtoffer B, C en D] aan die [medeverdachte A] en/of [medeverdachte B] en/of hun mededader(s) te noemen en/of - die [medeverdachte A] en/of [medeverdachte B] en/of zijn/hun mededader(s) de opdracht te geven om een molotovcocktail door het raam te gooien en/of de woning in de brand te steken en/of brand te stichten, althans te zeggen dat zij een molotovcocktail naar binnen moesten gooien en/of - tegen die [medeverdachte A] te zeggen dat hij dan van zijn schulden af zou zijn, althans woorden van gelijke aard of strekking en/of - die [medeverdachte A] en/of [medeverdachte B] en/of zijn/hun mededader(s) een geldbedrag uit te reiken en/of toe te zeggen en/of - door kwaad te worden vanwege de mislukte poging van de dag daarvoor en/of - door tegen die [medeverdachte A] te zeggen dat het opnieuw moest en nu goed, althans woorden van gelijke aard of strekking althans door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging en/of misleiding en/of door het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen en aldus die [medeverdachte B] en/of die [medeverdachte A] en/of hun/zijn mededader(s) tot het (mede)plegen van voornoemd(e) feit(en) heeft/hebben uitgelokt; (medeplegen uitlokking van medeplegen poging brandstichting) art 45 Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf / sub 1 Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf / sub 2 Wetboek van Strafrecht art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht Taal- en/of schrijffouten Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Overwegingen omtrent het bewijs(materiaal) Met een toelichting als vermeld in zijn ter terechtzitting overgelegde pleitnota is door verdachtes raadsman geconcludeerd tot algehele vrijspraak wegens de kennelijke onbetrouwbaarheid van het van de getuigen [medeverdachte A], [medeverdachte B] en [medeverdachte D] afkomstige bewijsmateriaal, het niet kunnen ondervragen van [medeverdachte A] door de verdediging, de ontoereikende aard van het overige bewijsmateriaal en de categorische ontkenningen van verdachte en de medeverdachte [medeverdachte E]. Ofschoon de raadsman terecht heeft gewezen op een aantal onjuistheden, verschillen en andere aandachtspunten, die nopen tot extra behoedzaamheid bij de beoordeling van het van [medeverdachte A], [medeverdachte B] en [medeverdachte D] afkomstige bewijsmateriaal, ziet de rechtbank geen aanleiding dit bewijsmateriaal als kennelijk onbetrouwbaar volledig buiten beschouwing te laten. Nog daargelaten dat verdachte zich opvallend zwijgzaam heeft getoond en dat voor bedoelde onjuistheden en verschillen wel verklaringen zijn te bedenken, laten zij namelijk, ook in samenhang met bedoelde aandachtspunten, onverlet dat het van [medeverdachte A], [medeverdachte B] en [medeverdachte D] afkomstige bewijsmateriaal in die zin overeenstemt dat daarin verdachte direct of indirect ([medeverdachte B]) als instigator van de in de tenlastelegging vermelde misdrijven naar voren komt, dat [medeverdachte A] en deels ook [medeverdachte B] hun – van elkaar verschillende – betrokkenheid bij die misdrijven hebben erkend, dat zij terzake onherroepelijk zijn veroordeeld en dat voor hun handelen en hun voor verdachte belastende verklaringen een begrijpelijke drijfveer volstrekt ontbreekt zonder de door hen geschetste achtergrond en de rol van verdachte. Omtrent deze achtergrond kan worden vastgesteld: - dat de in [plaats] wonende [medeverdachte E], wegens een hoogopgelopen milieuconflict rond zijn bedrijf boze gevoelens had jegens de in [plaats] wonende [familie slachtoffer B, C en D] en [slachtoffer F]; - dat [medeverdachte E] en verdachte elkaar privé en zakelijk kenden; - dat [medeverdachte A] destijds woonde bij [medeverdachte B] in [plaats] en zij samen bedrijf uitoefenden in een loods in het naburige Escharen; - dat zij (mede) daardoor contacten hadden met de in diezelfde loods bedrijf uitoefenende en in het naburige Uden wonende verdachte; - dat [medeverdachte A] vanwege zijn rol in een mislukte drugstransactie angstig was en in een kwetsbare positie verkeerde; - dat generlei aanwijzing bestaat omtrent een voorheen reeds aanwezige bekendheid met de [plaats] [familie slachtoffer B, C en D] en/of [slachtoffer F] bij [medeverdachte A] en/of [medeverdachte B]. Bij deze stand van zaken en in samenhang met het overige bewijsmateriaal, is de rechtbank niet alleen van oordeel, dat het van [medeverdachte A], [medeverdachte B] en [medeverdachte D] afkomstige bewijsmateriaal in bovenbedoelde zin betrouwbaar is, maar ook dat het alleen van [medeverdachte A] afkomstige bewijsmateriaal zodanig substantiële steun vindt in het overige bewijsmateriaal, dat het zonder resultaat blijven van het door verdachte verzochte en door de rechtbank bevolen getuigeverhoor van [medeverdachte A], - ook tegen de achtergrond van verdachtes aanspraak op een eerlijk proces en de daarop betrekking hebbende rechtspraak - niet in de weg kan staan aan een veroordeling op basis van het thans voorhanden zijnde bewijsmateriaal, nu daaruit, onder meer, nog het volgende naar voren komt: - blijkens handschriftvergelijkend NFI-onderzoek is verdachte met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de schrijver van een bij [medeverdachte B] aangetroffen notitie, inhoudende de op papier vermelde namen [slachtoffer B, C en D] en [slachtoffer F] met bijbehorende telefoonnummers en het bij Heerde behorende kengetal; - bij [medeverdachte A] en [medeverdachte B] stond verdachte met (bij)naam en telefoonnummer(s) geregistreerd; - er is sprake geweest van contacten tussen de bij verdachte en [medeverdachte B] in gebruik zijnde mobiele telefoons op 29, 30 en 31 maart 2003, en met [medeverdachte B] telefoon is op 30 maart 2003 bovendien contact gelegd met het faxnummer van [medeverdachte E]; - (ook) blijkens de verklaring van de getuige [medeverdachte C] werd naar de plaats van bestemming gereden aan de hand van een bij [medeverdachte A] aanwezige routebeschrijving en vond [medeverdachte A] het achteraf wel best dat er feitelijk geen brand(je) gesticht was; - een grote grijze Mercedes als door [medeverdachte A] en [medeverdachte B] eenmaal waargenomen bij voormelde loods was destijds ook bij [medeverdachte E] in gebruik; - [medeverdachte A] heeft [medeverdachte E] eind 2003 of begin 2004 vergeefs om financiële hulp gevraagd in twee, door [medeverdachte E] en zijn echtgenote vernietigde, brieven. Vrijspraak Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 primair tenlastegelegde heeft begaan. De verdachte behoort hiervan te worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt dat niet bewezen is dat daadwerkelijk op 30 maart 2003 open vuur in aanraking is gebracht met papier of benzine en dat daardoor niet is voldaan aan het vereiste, dat het opzet op de voltooiing van het misdrijf zich heeft geopenbaard door een begin van uitvoering. Uit het onderzoek komt ook naar voren dat [medeverdachte A] toenmaals eigenlijk geen brandstichting wilde, maar dat hij zich wilde beperken tot een bedreigende daad. Overigens is de rechtbank met de officier van justitie van oordeel, dat het bij verdachte bestaande opzet een dergelijke gang van zaken niet uitsloot, maar in voorwaardelijke zin mede omvatte en dat hetzelfde geldt voor het onder 2 subsidiair ten laste gelegde medeplegen. Bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 subsidiair en 3 primair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat: 1. [medeverdachte B] en/of [medeverdachte A] in de periode van 3 april 2003 tot en met 21 april 2003 te Heerde [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B] en/of [slachtoffer C] en/of [slachtoffer D] hebben bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers hebben die [medeverdachte B] en/of die [medeverdachte A] opzettelijk dreigend - op 3 april 2003 aan voornoemde [slachtoffer A] (telefonisch) de woorden toegevoegd: "Vieze vuile klootzakken, jullie moeten binnen 2 weken het huis verlaten, anders gooien we een handgranaat naar binnen", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of - op 3 april 2003 aan voornoemde [slachtoffer C] (telefonisch) de woorden toegevoegd: "Binnen 2 weken verhuizen, anders gooi ik een handgranaat naar binnen", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of - op 21 april 2003 aan voornoemde [slachtoffer D] (telefonisch) de woorden toegevoegd: "Jij blijven wonen jij zullen dood. Niet leuk hoor. Geloof me, geloof me, niet leuk. Ik volgende keer komen, ik jouw oor tot oor nek opensnijden. Niet weg, jij weggaan. Jij weg ander huis. Ik nog 1 week, 1 week nog wachten. Dan jij nek gewoon dood.", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, welk vorenomschreven feit hij, verdachte, op tijdstippen in de periode van 1 augustus 2002 tot en met 21 april 2003 te Uden en/of Escharen, opzettelijk heeft uitgelokt door giften en beloften en/of door misbruik van gezag en/of door het verschaffen van gelegenheid en/of inlichtingen, te weten: - door tegen die [medeverdachte A] te zeggen dat hij de schade moet vergoeden door voor hem/hen te werken, althans woorden van gelijke aard of strekking en/of - door aan die [medeverdachte B] een notitie met de namen en de telefoonnummers van die [familie slachtoffer B, C en D] en [slachtoffer F] te geven en/of - door aan die [medeverdachte A] 50 euro te geven en/of (daarbij) de opdracht aan die [medeverdachte A] te geven om (onder andere) die [familie slachtoffer B, C en D] te bellen en duidelijk te maken dat ze moeten verhuizen of dat er anders ongelukken zouden gebeuren, althans een woordelijke opdracht van gelijke aard of strekking en/of - door aan die [medeverdachte A] (gedeeltelijke) kwijtschelding van zijn schuld(en) toe te zeggen bij voltooiing van eerdergenoemde opdracht; 2 subsidiair [medeverdachte A] en [medeverdachte C] en hun mededader op 30 maart 2003 te Heerde, tezamen en in vereniging, [slachtoffer B] en/of [slachtoffer C] en/of [slachtoffer D] hebben bedreigd met brandstichting, immers hebben die [medeverdachte A] en zijn mededaders opzettelijk dreigend: een fles met benzine en een steen tegen de gevel van de woning aan de [straat] (van de [familie slachtoffer B, C en D]) gegooid/geworpen, welk vorenomschreven feit hij, verdachte op tijdstippen in de periode van 1 augustus 2002 tot en met 30 maart 2003 te Uden en/of Escharen, opzettelijk heeft uitgelokt door beloften en/of door misbruik van gezag en/of door het verschaffen van gelegenheid en/of inlichtingen, te weten door: - een routebeschrijving naar de woning aan de [straat] te [plaats] aan die [medeverdachte A] te verstrekken, en - die [medeverdachte A] de opdracht te geven om een molotovcocktail door het raam te gooien en/of de woning in de brand te steken en/of brand te stichten, althans te zeggen dat zij een molotovcocktail naar binnen moesten gooien en - tegen die [medeverdachte A] te zeggen dat hij dan van zijn schulden af zou zijn, althans woorden van gelijke aard of strekking; 3. [medeverdachte A] op of omstreeks 31 maart 2003 te Heerde opzettelijk brand heeft gesticht bij een woning (perceel [straat]), immers heeft die [medeverdachte A] toen aldaar opzettelijk een band van een auto (staande bij die woning) aangestoken, ten gevolge waarvan de band van die auto gedeeltelijk is verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die woning en die auto en levensgevaar voor de bewoners van die woning te duchten was, welk feit hij, verdachte in de periode van 1 augustus 2002 tot en met 30 maart 2003 te Uden en/of Escharen, opzettelijk heeft uitgelokt door beloften en/of door misbruik van gezag en/of bedreiging en/of door het verschaffen van gelegenheid en/of inlichtingen, te weten door: - een plattegrond en/of routebeschrijving naar de woning aan de [straat] aan die [medeverdachte A] te verstrekken, althans de route naar die woning te duiden en/of uit te leggen en/of - die [medeverdachte A] de opdracht te geven om een molotovcocktail door het raam te gooien en/of de woning in de brand te steken en/of brand te stichten en/of - tegen die [medeverdachte A] te zeggen dat hij dan van zijn schulden af zou zijn, althans woorden van gelijke aard of strekking en/of - door kwaad te worden vanwege de mislukte poging van de dag daarvoor en/of - door tegen die [medeverdachte A] te zeggen dat het opnieuw moest en nu goed, althans woorden van gelijke aard of strekking. Aangaande het onder 1 bewezen verklaarde feit overweegt de rechtbank dat zij de strekking van het tenlastegelegde aldus verstaat dat verdachtes opzet moet worden geacht mede betrekking te hebben op de mogelijkheid dat [medeverdachte A] zijn voor de familie [slachtoffer F] bestemde bedreiging feitelijk zou uiten tegen (via) de voor deze familie werkzame en toenmaals de telefoon opnemende huishoudster [slachtoffer A]. Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezene levert op de misdrijven: feit 1 primair: uitlokking van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd; feit 2 subsidiair: uitlokking van medeplegen van bedreiging met brandstichting; feit 3 primair: uitlokking van brandstichting, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is en uitlokking van brandstichting, terwijl daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is, meermalen gepleegd Strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Oplegging van straf en/of maatregel De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I). De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij haar straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen - en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden - dat verdachte om hem moverende, maar kennelijk met de positie van [medeverdachte E] verband houdende, redenen tegen de [familie slachtoffer B, C en D] en [slachtoffer F] gepleegde misdrijven heeft uitgelokt, die niet alleen hebben geleid tot grote angst bij de families en tot veel beroering in hun woonplaats, maar op 31 maart 2003 ook tot daadwerkelijk gevaar voor de levens en bezittingen van het gezin [slachtoffer B, C en D]. De rechtbank neemt voorts, in aanmerking dat verdachte blijkens zijn justitiële documentatie reeds vaker met politie en justitie in aanraking is geweest en tot lange vrijheidsstraffen is veroordeeld, zij het voor andersoortige feiten. Anderzijds neemt de rechtbank in aanmerking dat sedert verdachtes aanhouding reeds geruime tijd is verstreken. De rechtbank acht een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Toepasselijke wettelijke voorschriften Deze beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 47, 57, 63, 157 en 285 van het Wetboek van Strafrecht. Beslissing De rechtbank beslist als volgt. Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 2 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij. Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 2 subsidiair en 3 primair tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar. Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden. Bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht. Aldus gewezen door mr. Van Harreveld, voorzitter, mrs. Van der Hooft en Hemrica, rechters, in tegenwoordigheid van mr. De Bruijn-van der Sluijs, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 25 oktober 2006.