
Jurisprudentie
AZ1025
Datum uitspraak2006-10-18
Datum gepubliceerd2006-10-26
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Middelburg
Zaaknummers51319 HA ZA 06-63
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2006-10-26
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Middelburg
Zaaknummers51319 HA ZA 06-63
Statusgepubliceerd
Indicatie
koop van een boot.
Geschil over gebreken van een 26 jaar oude boot.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDELBURG
Sector civiel recht
Vonnis van 18 oktober 2006 in de zaak van:
rolnr: 06-63
[eiser],
wonende te Middelburg,
eiser,
procureur: mr. J.J. Spijk,
tegen:
[gedaagde],
wonende te Wissenkerke (gemeente Noord - Beveland),
gedaagde,
procureur: mr. C. Bosland.
1. Het verdere verloop van de procedure
De rechtbank verwijst naar haar vonnis van 31 mei 2006. Ter uitvoering van dat vonnis heeft op 24 augustus 2006 een comparitie van partijen plaatsgevonden, waarvan proces-verbaal is opgemaakt.
In het proces-verbaal van comparitie van partijen is abusievelijk vermeld dat mr. Spijk de door hem op voorhand aan de rechtbank en de wederpartij toegestuurde conclusie van antwoord in reconventie neemt. De rechtbank heeft bedoeld te melden dat mr. Spijk het op voorhand aan de rechtbank en de wederpartij toegestuurde rapport van bevindingen d.d. 2 juni 2006 heeft overgelegd.
2. De feiten
2.1. [gedaagde] heeft een Elfmeren kruiser verkocht en geleverd aan [eiser] waarvan de koopprijs € 42.000,- bedroeg. [eiser] heeft dit bedrag in twee gelijke termijnen aan [gedaagde] voldaan.
2.2. De door [eiser] opgemaakte koopovereenkomst werd door partijen op 22 maart 2005 ondertekend. De overeenkomst luidt als volgt:
Van u gekocht voor privé-gebruik:
Elfmeren kruiser 12,4–3.4 mtr, b.j. 1979, met dafmotor, dubbele besturing – Davids inboedel op achterdek – fenders – omvormer – gelijkrichter – 3 akkus – boegschroef – dieptemeter – (…) voorziening – marifoon – radio – (…) – kleurentelevisie – koelkast, alles in werkende staat.
Ligplaats in Kamperland wordt seizoen 2005 ter beschikking gesteld.
Chassis nummer boot [nummer], links achter op dek.
Betaling in 2 termijnen:
1e termijn € 21.000,-, 29 maart 2005;
2e termijn € 21.000,-, 29 april 2005, na proefvaart.
Boot wordt vaarklaar afgeleverd met anti-fauling laag, plekken bijgewerkt.
2.3. [eiser] heeft na de totstandkoming van de koopovereenkomst geen gebruik kunnen maken van de ligplaats in Kamperland.
3. Het geschil
3.1. [eiser] vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,
1. primair voor recht verklaart dat [eiser] bij schrijven van 2 januari 2006 de koopovereenkomst van 22 maart 2005 gedeeltelijk buitengerechtelijk heeft ontbonden;
subsidiair voor recht verklaart dat [gedaagde] jegens [eiser] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn verbintenissen uit hoofde van de koopovereenkomst van 22 maart 2005;
2. primair [gedaagde] veroordeelt tot ongedaanmaking van de door [eiser] jegens [gedaagde] verrichte prestatie, te weten door de door [gedaagde] ontvangen koopprijs gedeeltelijk aan [eiser] terug te betalen;
subsidair [gedaagde] veroordeelt tot vergoeding van alle door [eiser] als gevolg van de tekortkoming van [gedaagde] geleden en nog te lijden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de regels der wet, strekkende daarop in mindering het bedrag, tot betaling waarvan [gedaagde] jegens [eiser] veroordeeld zal worden overeenkomstig het onder 3 gevorderde;
3. primair [gedaagde] veroordeelt tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] bij wijze van voorschot op de hem toekomende koopprijsvermindering te betalen de somma van € 15.000,-, te vermeerderen met wettelijke rente over dat bedrag vanaf 22 maart 2005, althans vanaf 30 mei 2005, althans vanaf 15 juni 2005, althans vanaf 11 januari 2006, althans vanaf de dag der dagvaarding tot die der algehele voldoening;
subsidiair [gedaagde] veroordeelt tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] bij wijze van voorschot op de hem toekomende schadevergoeding te betalen de somma van € 15.000,-, te vermeerderen met wettelijke rente over dat bedrag vanaf 22 maart 2005, althans vanaf 30 mei 2005, althans vanaf 15 juni 2005, althans vanaf 11 januari 2006, althans vanaf de dag der dagvaarding tot die der algehele voldoening;
4. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van het geding, het salaris van de procureur van [eiser] en de noodzakelijke verschotten daaronder begrepen.
3.2. Ter onderbouwing van zijn vordering voert [eiser] – zakelijk weergegeven – het volgende aan. Na een korte proefvaart met de boot te hebben gemaakt, heeft [eiser] de tweede termijn betaald. Na levering van de boot is echter gebleken dat deze niet aan de koopovereenkomst voldeed. Er was sprake van roestvorming, de warmtewisselaar en de brandstofpomp waren defect, de koppakking was lek en de uitlaatklep was krom. Tevens geeft [eiser] aan dat de boot diverse andere gebreken had waarover partijen in een eerder stadium hebben gecorrespondeerd. Omdat de boot niet meer kon varen heeft [eiser] deze eind november 2005 uit het water moeten halen. Hoewel [eiser] een aantal facturen van reparaties heeft overgelegd voor een totaal bedrag van € 7.963,37, kan hij (nog) geen begroting geven van de totaal door hem geleden schade. Voorts stelt [eiser] dat [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst omdat [gedaagde] hem geen ligplaats ter beschikking heeft gesteld gedurende het seizoen 2005, terwijl dat wel overeengekomen was. Als gevolg daarvan heeft [eiser] voor een bedrag van € 1.766,- zelf een ligplaats moeten huren.
3.3. [gedaagde] voert verweer. Hij stelt onder meer dat hij de overeenkomst van 22 maart 2005 niet heeft gelezen in verband met een slecht gezichtsvermogen. [eiser] heeft hem de overeenkomst – naar later is gebleken – niet volledig voorgelezen.
Voorts betwist [gedaagde] dat hij de koopovereenkomst niet is nagekomen. [eiser] heeft de boot tot driemaal toe uitvoerig bekeken en er tweemaal een proefvaart mee gemaakt. Bovendien heeft [gedaagde] al hetgeen hij over de boot wist aan [eiser] meegedeeld, zo heeft hij [eiser] onder meer gemeld dat een dieptemeter en een marifoon aan boord van de boot ontbraken. Bij levering van de boot voldeed deze derhalve aan hetgeen [eiser] daarvan mocht verwachten. Van verborgen gebreken is geen sprake.
Ten aanzien van de ligplaats in Kamperland stelt [gedaagde] dat hij nimmer heeft toegezegd dat [eiser] deze kon overnemen en dat partijen dit ook niet zijn overeengekomen. [gedaagde] was – overeenkomstig de regels – genoodzaakt bij de verhuurder aan te geven dat hij zijn boot verkocht had. [eiser], die van de beleidsregels in de haven op de hoogte was, zou de ligplaats alleen kunnen overnemen als de verhuurder daar mee akkoord zou gaan. De verhuurder gaf hiervoor echter geen toestemming.
Ten aanzien van de ontbinding van de koopovereenkomst van 2 januari 2006 stelt [gedaagde] dat deze onterecht is geweest. [eiser] had niet de bevoegdheid de koopovereenkomst (gedeeltelijk) te ontbinden aangezien er is geen sprake was van toerekenbare tekortkomingen. Dit brengt tevens met zich mee dat [eiser] geen recht op schadevergoeding dan wel recht op ongedaanmaking van de door [eiser] geleverde prestatie heeft.
Met betrekking tot de bij dagvaarding overgelegde facturen stelt [gedaagde] onder meer dat [eiser] niet mocht verwachten dat hij een boot kocht waaraan hij de eerstkomende jaren geen onderhoudskosten zou hebben aangezien de boot 26 jaar oud is. [gedaagde] heeft de boot altijd goed verzorgd, iedere winter kreeg deze een onderhoudsbeurt en om de drie jaar vond er een grote onderhoudsbeurt plaats.
4. De beoordeling van het geschil
4.1. [eiser] heeft bij dagvaarding gesteld dat er sprake is van roestvorming, een defecte warmtewisselaar en brandstofpomp, een lekke koppakking en een kromme uitlaatklep.
Met betrekking tot diverse andere gebreken in de nakoming van de overeenkomst is door [eiser] niet meer gesteld dan dat daarover met [gedaagde] reeds is gecorrespondeerd. [eiser] heeft zijn vordering op dat punt mitsdien onvoldoende onderbouwd. De rechtbank zal deze diverse andere gebreken derhalve niet in haar beoordeling meenemen.
4.2. Ten aanzien van de stelling van [eiser] dat de boot niet aan de overeenkomst van 22 maart 2005 voldoet, oordeelt de rechtbank als volgt. De afgeleverde zaak, in casu de boot, beantwoordt niet aan de overeenkomst indien zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die [gedaagde] over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die [eiser] op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Dit houdt in dat [eiser] mocht verwachten dat de zaak de eigenschappen bezat die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet hoefde te betwijfelen.
4.3. In de koopovereenkomst is opgenomen dat de boot in 1979 is gebouwd, de boot was op moment van verkoop derhalve 26 jaar oud. Dit brengt met zich mee dat [eiser] er tot op zekere hoogte rekening mee diende te houden dat hij als gevolg van slijtage onderhoud aan de boot zou moeten verrichten, ook in het geval de noodzaak daartoe bij het sluiten van de overeenkomst niet direct zichtbaar was. Bovendien heeft [gedaagde] gesteld dat hij aan [eiser] alles heeft verteld wat hij over de boot wist, zo ook het bestaan van een aantal gebreken, hetgeen niet door [eiser] is betwist. Voorts is in de koopovereenkomst een toevoeging opgenomen waarin staat dat de “elfmeren kruiser” en verscheidene bij naam genoemde onderdelen in werkende staat zouden verkeren. De rechtbank is van oordeel dat de toevoeging dat alles in werkende staat zou verkeren een omschrijving is van een eigenschap van de boot en van de genoemde onderdelen op het moment van aflevering. De bewoordingen houden derhalve geen toezegging in dat de boot en / of de betreffende onderdelen nog gedurende geruime tijd na de oplevering in diezelfde staat zullen verkeren. Kennelijk beantwoordde de boot op het tijdstip van aflevering aan de overeenkomst. [eiser] heeft namelijk niet gesteld dat de in het geding zijnde gebreken zich reeds op het tijdstip van aflevering van de boot voordeden. Voorts is de boot nog tot eind november 2005 in de vaart geweest en is onvoldoende gesteld noch gebleken dat de boot niet meer kon varen als gevolg van de gestelde gebreken. Het rapport van bevindingen geeft geen aanleiding tot een ander oordeel, het lijkt dit juist te bevestigen.
4.4. Omdat de boot 26 jaar oud was, [eiser] door [gedaagde] op diverse gebreken is gewezen en [eiser] naar eigen zeggen onvoldoende deskundig was om alle gebreken van de boot op te sporen, had het op de weg van [eiser] gelegen (nader) onderzoek te laten verrichten. Nu [eiser] dat heeft nagelaten en daardoor niet aan zijn onderzoeksplicht heeft voldaan, komt hem ook daarom een beroep op het niet voldoen van de boot aan de overeenkomst niet toe, ook niet in het geval de boot niet aan de overeenkomst zou hebben voldaan.
4.5. Op grond van het voorgaande zal de rechtbank de vordering op dit punt afwijzen.
4.6. Ten aanzien van de stelling van [eiser] dat [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst omdat [gedaagde] hem geen ligplaats voor de boot ter beschikking heeft gesteld gedurende het seizoen 2005, oordeelt de rechtbank het volgende. In de koopovereenkomst is opgenomen dat [gedaagde] gedurende het seizoen 2005 een ligplaats in Kamperland ter beschikking stelt aan [eiser]. Nu vast staat dat [eiser] na het sluiten van de koopovereenkomst geen gebruik meer heeft kunnen maken van de ligplaats in Kamperland, is [gedaagde] op dit punt tekort geschoten in de nakoming van de overeenkomst. [gedaagde] dient de schade die [eiser] als gevolg hiervan heeft geleden te vergoeden. De rechtbank stelt de omvang van die schade – die zij berekent over de periode van mei tot en met december 2005 – vast op een bedrag van € 1.137,36. De kosten voor de huur van de parkeerplaats blijven voor rekening van [eiser].
4.7. De proceskosten zullen gelet op de uitkomst van de procedure worden gecompenseerd, zo dat iedere partij de eigen kosten draagt.
5. De beslissing
De rechtbank:
- veroordeelt [gedaagde] tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen een bedrag van € 1.137,36 vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
- compenseert de proceskosten zo dat iedere partij de eigen kosten draagt;
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.
Dit vonnis is gewezen door mr. N. van der Ploeg - Hogervorst en uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 18 oktober 2006 in tegenwoordigheid van de griffier.
BO