
Jurisprudentie
AZ0995
Datum uitspraak2006-10-25
Datum gepubliceerd2006-10-26
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Middelburg
Zaaknummers50127 HA ZA 05-556
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2006-10-26
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Middelburg
Zaaknummers50127 HA ZA 05-556
Statusgepubliceerd
Indicatie
''...De kern van het geschil spitst zich echter toe op het al dan niet overeengekomen meerwerk en de omvang daarvan. De rechtbank oordeelt hieromtrent als volgt. Het bestaan van de opdracht tot meerwerk kan worden aangenomen indien het werk op voor gedaagden kenbare wijze, zonder protest van die kant is uitgevoerd, indien gedaagden moeten hebben begrepen dat het om werk ging dat niet tot de oorspronkelijke opdracht behoorde en er geen reden voor gedaagden was om aan te nemen dat eiseres die werkzaamheden gratis uitvoerde. Naar de rechter zich kan herinneren heeft mevrouw [gedaagde sub 2] ter comparitie verklaard dat zij weliswaar de heer Misset heeft verzocht om – naast de in eerste instantie afgesproken werkzaamheden – meerwerk te verrichten, maar dat over de prijs daarvan tussen hen niet is gesproken...''
Uitspraak
RECHTBANK MIDDELBURG
Sector civiel recht
Vonnis van 25 oktober 2006 in de zaak van:
rolnr: 05-556
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MISSET ZEELAND B.V.,
gevestigd te Koewacht, gemeente Terneuzen,
eiseres,
procureur: mr. B.H. Vader,
tegen:
1. [gedaagde sub 1],
2. [gedaagde sub 2],
beiden wonende te Terneuzen,
gedaagden,
procureur: mr. S.B.A. Lhachmi.
1. Het verdere verloop van de procedure
De rechtbank verwijst naar haar vonnis van 18 januari 2006. Ter uitvoering van dat vonnis heeft eiseres bij brief van 8 februari 2006 de rechtbank een tweetal uittreksels uit het Handelsregister overgelegd en is op 24 februari 2006 een comparitie van partijen gehouden, waarvan proces-verbaal is opgemaakt. Daarna zijn de volgende processtukken gewisseld:
- antwoordakte namens eiseres;
- akte namens gedaagden;
- antwoordakte tevens akte vermindering eis.
2. De feiten
2.1. Omstreeks maart 2005 zijn partijen overeengekomen dat eiseres diverse (schilders)werkzaamheden zou verrichten in het appartement van gedaagden.
2.2. Eiseres heeft gedaagden in verband met (schilders)werkzaamheden een drietal facturen toegestuurd. De eerste factuur van 28 april 2005 (ad € 10.115,-) is door gedaagden voldaan. De facturen van 18 juni 2005 (ad € 8.330,-) en 3 augustus 2005 (ad € 1.345,78) zijn onbetaald gebleven.
3. Het geschil
3.1. Bij dagvaarding vordert eiseres dat de rechtbank gedaagden bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeelt om aan haar te betalen een bedrag van € 9.675,78 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 september 2005 tot de dag der algehele voldoening, met veroordeling van gedaagden in de proceskosten. Bij akte vermindering eis heeft eiseres deze vordering verminderd in die zin dat zij als hoofdsom thans nog vordert een bedrag van € 9.306,84.
3.2. Ter onderbouwing van haar vordering voert eiseres het volgende aan. Eiseres heeft in opdracht van gedaagden werkzaamheden verricht in hun appartement. De opdracht daartoe werd in maart 2005 verstrekt waarbij een totaalprijs van € 13.000,- (ex. BTW) werd overeengekomen. Na de eerste opdracht werden tijdens de werkzaamheden door gedaagden mondeling aanvullende opdrachten verstrekt die geen onderdeel uitmaakten van de oorspronkelijke overeenkomst. Tevens traden tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden diverse bouwkundige wijzigingen op waardoor de omvang van de werkzaamheden wijzigde.
Partijen kwamen ten aanzien van de aanvullende opdrachten en de gewijzigde omvang van de werkzaamheden overeen dat de daarvoor verschuldigde prijs op nacalculatiebasis zou worden vastgesteld. Ter zake van de verrichte werkzaamheden heeft eiseres een drietal verzamelstaten (calculaties) en facturen aan gedaagden verstrekt. Eiseres heeft gedaagden op 23 augustus 2005 in gebreke gesteld vanwege het onbetaald laten van facturen, derhalve vordert eiseres wettelijke rente ingaande vanaf 5 september 2005. Ten aanzien van de akte van 21 juni 2005 merkt eiseres op dat de opmerkingen die daarin ten aanzien van de verscheidene werkzaamheden / posten in de verzamelstaten zijn gemaakt, tardief zijn omdat gedaagden ze nooit eerder aan eiseres kenbaar heeft gemaakt.
3.3. Gedaagden voeren verweer. Zij stellen onder meer dat eiseres niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering omdat zij niet staat ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. Voorts voeren gedaagden aan dat er geen rechtsgrond bestaat voor een betalingsverplichting van meer dan € 13.500,17 (incl. BTW). Gedaagden stellen zich in de conclusie van antwoord op het standpunt dat partijen voor alle te verrichten werkzaamheden een all-in prijs zijn overeengekomen van € 13.890,01 (incl. BTW) en dat nimmer meerwerkopdrachten zijn verstrekt / uitgevoerd. Op de all-in prijs dient een bedrag van € 389,84 (incl. BTW) in mindering te worden gebracht vanwege het niet uitvoeren van één van de werkzaamheden (punt 070A van de calculatiestaat d.d. 3 maart 2005). Het totaal bedrag dat in rekening kan worden gebracht, bedraagt derhalve € 13.500,17 waarvan reeds € 10.115,- is betaald. Voor gedaagden resteert daarom een betalingsverplichting van hooguit € 3.385,17. Tevens betwisten gedaagden dat de voor het meerwerk opgegeven prijzen juist zijn. In de akte van 21 juni 2006 hebben gedaagden ten aanzien van verscheidene posten in de verzamelstaten (calculaties) opmerkingen geplaatst. Gedaagden hebben hun betalingsverplichting opgeschort omdat eiseres de werkzaamheden nog niet heeft voltooid en omdat bepaalde werkzaamheden niet goed werden uitgevoerd. Ten aanzien van de wettelijke rente voeren gedaagden aan dat zij deze niet verschuldigd zijn. In de eerste plaats omdat de vordering dient te worden afgewezen, in de tweede plaats omdat niet zij, maar eiseres in verzuim is komen te verkeren.
4. De beoordeling van het geschil
4.1. Blijkens het proces-verbaal van comparitie van partijen hebben gedaagden afstand gedaan van het verweer dat strekt tot niet-ontvankelijkheid van eiseres. Door overlegging van de uittreksels uit het Handelsregister is duidelijk dat de eisende partij in onderhavige zaak Schilders- en afwerkingsbedrijf Misset Zeeland BV is. De rechtbank is van oordeel dat eiseres ontvankelijk is in haar vordering.
4.2. Met betrekking tot het verweer dat ziet op de (omvang van de) aanneemsom overweegt de rechtbank het volgende. Gedaagden hebben gesteld dat voor het verrichten van de opdracht een prijs van € 13.890,01 (incl. BTW) was overeengekomen. Eiseres heeft dit niet betwist, zodat dit vast staat. Eveneens staat vast dat gedaagden reeds een gedeelte hiervan, te weten € 10.115,-, aan eiseres betaald hebben. Partijen zijn het er voorts over eens dat gedaagden het onder punt 070A van de verzamelstaat d.d. 3 maart 2005 genoemde bedrag, te weten € 389,84, niet verschuldigd zijn omdat de daarmee corresponderende werkzaamheden niet zijn uitgevoerd. Eiseres heeft dit bedrag ook in mindering gebracht op de factuur van 3 augustus 2005 en daarbij verwezen naar de verzamelstaat van 3 maart 2005. De rechtbank gaat er derhalve vanuit dat deze (en de overige op de staat van 3 maart 2005 vermelde) werkzaamheden onder het opgenomen werk vallen. Op de gevorderde (aanneem)som dient derhalve een bedrag van € 389,84 in mindering te worden gebracht.
4.3. De kern van het geschil spitst zich echter toe op het al dan niet overeengekomen meerwerk en de omvang daarvan. De rechtbank oordeelt hieromtrent als volgt. Het bestaan van de opdracht tot meerwerk kan worden aangenomen indien het werk op voor gedaagden kenbare wijze, zonder protest van die kant is uitgevoerd, indien gedaagden moeten hebben begrepen dat het om werk ging dat niet tot de oorspronkelijke opdracht behoorde en er geen reden voor gedaagden was om aan te nemen dat eiseres die werkzaamheden gratis uitvoerde. Naar de rechter zich kan herinneren heeft mevrouw [gedaagde sub 2] ter comparitie verklaard dat zij weliswaar de heer Misset heeft verzocht om – naast de in eerste instantie afgesproken werkzaamheden – meerwerk te verrichten, maar dat over de prijs daarvan tussen hen niet is gesproken, zodat zij er van uit ging dat ook die werkzaamheden binnen de eerder afgesproken prijs van € 13.890,01,- zouden vallen. Aan de rechtbank zijn echter geen redenen gebleken op grond waarvan gedaagden konden aannemen dat de aanvullende werkzaamheden gratis zouden worden uitgevoerd. Dit standpunt kan dan ook in redelijkheid niet worden gevolgd. De rechtbank is derhalve van oordeel dat gedaagden het verrichten van meerwerk zijn overeengekomen en dat daarvoor betaald dient te worden.
4.4. Ten aanzien van de omvang van het gevorderde meerwerk oordeelt de rechtbank als volgt. Gedaagden hebben de omvang van de vordering niet anders betwist dan door te stellen dat de voor het meerwerk opgegeven prijzen niet juist zijn. Nu gedaagden hun stelling onvoldoende concreet hebben onderbouwd en omdat de hoogte van de vordering de rechtbank niet onredelijk voorkomt, gaat de rechtbank aan het verweer van gedaagden voorbij. Bovendien heeft eiseres ter comparitie verklaard dat het in rekening gebrachte bedrag wellicht niet helemaal klopte en dat de vordering derhalve aangepast moest worden. Eiseres heeft hieraan – blijkens de akte vermindering eis – reeds gevolg gegeven.
4.5. Ten aanzien van het beroep van gedaagden op het opschortingsrecht (onder meer) in verband met de kwaliteit van het geleverde werk, is de rechtbank van oordeel dat gedaagden een beroep hierop niet toekomt. Gesteld noch gebleken is dat gedaagden hierover bij eiseres tijdig en op een adequate wijze gereclameerd hebben. De rechtbank gaat derhalve ook aan dit verweer voorbij.
4.6. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de vordering van eiseres toewijzen in die zin dat daarop een bedrag van € 389,84 in mindering wordt gebracht.
4.7. De rechtbank zal gedaagden, als de in het merendeel in het ongelijk gestelde partij, veroordelen in de kosten van het geding.
5. De beslissing
De rechtbank:
- veroordeelt gedaagden om aan Schilders- en afwerkingsbedrijf Misset Zeeland B.V. te betalen een bedrag van € 8.917,00 vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 5 september 2005 tot de dag der algehele voldoening;
- veroordeelt gedaagden in de kosten van het geding welke aan de zijde van eiseres tot aan dit moment worden begroot op € 291,00 wegens griffierecht en € 960,00 wegens procureurssalaris;
- wijst het meer of anders gevorderde af;
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. N. van der Ploeg - Hogervorst en uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 25 oktober 2006 in tegenwoordigheid van de griffier.
BO