
Jurisprudentie
AZ0949
Datum uitspraak2006-10-23
Datum gepubliceerd2006-10-26
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Arnhem
ZaaknummersTBS 2006\172
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2006-10-26
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Arnhem
ZaaknummersTBS 2006\172
Statusgepubliceerd
Indicatie
Mede gelet op de aard en de ernst van de indexdelicten acht het hof het in het belang van betrokkene dat de mogelijkheden van plaatsing in een GGZ-instelling, die geschikt is voor de problematiek van betrokkene, worden onderzocht, temeer daar de kliniek in het advies niet concreet heeft aangegeven welke mogelijkheden precies zijn onderzocht en hoe dit onderzoek is verlopen. De kliniek heeft enkel vermeld vervolgvoorzieningen te hebben aangeschreven en dat betrokkene werd afgewezen. Gelet hierop is het hof van oordeel dat verlenging van de terbeschikkingstelling met een jaar is geïndiceerd, waarbij voor een kortere - deels reeds verstreken - termijn is gekozen opdat binnen afzienbare tijd door de kliniek mogelijkheden voor een vervolgtraject in beeld worden gebracht.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM
TBS 2006z
Beslissing d.d. 23 oktober 2006
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[TERBESCHIKKINGGESTELDE],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
thans gedetineerd in [verblijfplaats].
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank te Zutphen van 16 juni 2006, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.
Overwegingen:
Het hof zal de beslissing van de rechtbank dienen te vernietigen, daar het recht zal doen mede op grond van nieuwe stukken en hetgeen de getuige-deskundigen ter terechtzitting hebben verklaard.
In het bijzonder gelet op de advisering is het hof van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist als in de hierna te vermelden beslissing vervat. Uit het verlengingsadvies volgt dat bij betrokkene sprake is van schizofrenie, afhankelijkheid van verschillende middelen en een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Betrokkene heeft weinig ziektebesef en ziekte-inzicht. De inschatting van de kliniek is dat betrokkene bij het wegvallen van de structuur van de kliniek vrij snel zal terugvallen in zijn drugsproblematiek en nauw daaraan gerelateerd delictgedrag. In het verlengingsadvies staat tevens dat de indexdelicten en de daarvoor door betrokkene gepleegde delicten vrijwel allemaal gerelateerd zijn aan de verslavingsproblematiek van betrokkene.
Mede gelet op de aard en de ernst van de indexdelicten acht het hof het in het belang van betrokkene dat de mogelijkheden van plaatsing in een GGZ-instelling, die geschikt is voor de problematiek van betrokkene, worden onderzocht, temeer daar de kliniek in het onderhavige verlengingsadvies niet concreet heeft aangegeven welke mogelijkheden precies zijn onderzocht en hoe dit onderzoek is verlopen. De kliniek heeft enkel vermeld een aantal vervolgvoorzieningen in de GGZ te hebben aangeschreven en dat betrokkene overal werd afgewezen.
Gelet op het hiervoor overwogene is het hof, anders dan de advocaat-generaal, van oordeel dat verlenging van de terbeschikkingstelling met een jaar is geïndiceerd, waarbij voor een kortere - deels reeds verstreken - termijn is gekozen opdat binnen afzienbare tijd door de kliniek mogelijkheden voor een vervolgtraject in beeld worden gebracht.
Beslissing:
Het hof:
Vernietigt de beslissing van de rechtbank te Zutphen van 16 juni 2006 met betrekking tot de [terbeschikkinggestelde].
Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar.
Aldus gedaan door
mr Stikkelbroeck als voorzitter,
mrs Verheugt en Roessingh-Bakels als raadsheren,
en drs Mensing en drs Poll als raden,
in tegenwoordigheid van mr Jansen als griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 23 oktober 2006.