Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AZ0924

Datum uitspraak2006-04-12
Datum gepubliceerd2006-10-25
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Middelburg
Zaaknummers49789 HA ZA 05-510
Statusgepubliceerd


Indicatie

koop, verkoop van een spuitcabine-installatie. Eiseres vordert betaling. Gedaagde verweert zich omdat het een ander merk is en niet het juiste bouwjaar is zoals bij de koop vermeld. Vordering toegewezen.


Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG Sector civiel recht Vonnis van 12 april 2006 in de zaak van: rolnr: 05-510 de besloten vennootschap, [eiseres] B.V., gevestigd te Tilburg, eiseres, procureur: mr. J.J. Brugge, advocaat: mr. H.M.J. van Boxtel, tegen: [ge[gedaagde], h.o.d.n. Metaxx, wonende te Zierikzee, gemeente Schouwen-Duiveland, gedaagde, procureur: mr. C.T.E. Nuis. 1. Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank verwijst voor het eerdere verloop van de procedure naar haar tussenvonnis van 14 december 2005. Ter uitvoering van dat vonnis is op 18 augustus 2005 een comparitie van partijen gehouden, waarvan proces-verbaal is opgemaakt. Zijdens [eiseres] zijn ter gelegenheid van de comparitie producties overgelegd. 2. De feiten 2.1. [eiseres] heeft op Marktplaats.nl een spuitcabine-installatie te koop aangeboden. [gedaagde] heeft naar aanleiding daarvan met [eiseres] contact opgenomen en is de spuitcabine-installatie gaan bekijken. Daarna is [gedaagde] nadere informatie over de installatie gaan inwinnen. [gedaagde] heeft vervolgens de spuitcabine-installatie van [eiseres] gekocht voor een bedrag van € 5.900,00 exclusief BTW. 2.2. Op de spuitcabine-installatie zijn plaatjes bevestigd. [gedaagde] heeft de plaatjes gezien voor hij de spuitcabine-installatie kocht. Op één plaatje staat onder verwarming bij bouwjaar “REVISIE 1999” en ook onder ventilatie staat bij bouwjaar “REVISIE 1999”. 2.3. [eiseres] heeft [gedaagde] gesommeerd bij brief van 24 mei 2005 om tot betaling over te gaan. [gedaagde] heeft de spuitcabine-installatie niet betaald. 3. Het geschil 3.1. [eiseres] heeft gevorderd dat de rechtbank [gedaagde] bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, veroordeelt om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseres] te voldoen: ? een bedrag ad € 5.900,00 exclusief BTW, vermeerderd met ? de wettelijke rente vanaf 1 juli 2005, althans 5 juli 2005 tot aan de dag der algehele voldoening vermeerderd met ? een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten ad € 476,00 inclusief BTW en ? de kosten van dit geding. 3.2. [eiseres] stelt ter onderbouwing van haar vordering dat zij de spuitcabine-installatie aan [gedaagde] heeft verkocht voor een koopprijs van € 5.900,00 exclusief BTW en dat [gedaagde] de koopovereenkomst moet nakomen. 3.3. [gedaagde] heeft ter verweer aangevoerd dat de koopovereenkomst buiten rechte is ontbonden. Volgens [gedaagde] is door [eiseres] aangeboden een spuitcabine-installatie van het merk Soloan uit bouwjaar 1999. De spuitcabine-installatie blijkt volgens [gedaagde] niet van bouwjaar 1999 te zijn en niet van het merk Soloan. Een en ander is volgens [gedaagde] een reden om de spuitcabine-installatie niet te willen afnemen en betalen. 4. De beoordeling van het geschil 4.1. Op één van de plaatjes die op de spuitcabine-installatie zijn gemonteerd staat dat de verwarming en ventilatie van de spuitcabine-installatie in 1999 zijn gereviseerd. [gedaagde] heeft dat plaatje voor hij de spuitcabine-installatie kocht gezien. Indien hem gezegd is dat de spuitcabine-installatie bouwjaar 1999 had dan had [gedaagde] gezien de tekst op het plaatje moeten twijfelen over de juistheid van die mededeling. [gedaagde] kan zich er daarom niet op beroepen dat de spuitcabine-installatie niet uit 1999 komt en bijgevolg niet voldoet aan hetgeen hij mocht verwachten toen hij de spuitcabine-installatie kocht. [gedaagde] kan niet op deze grond de overeenkomst ontbinden. 4.2. De tweede reden die [gedaagde] aanvoert voor de ontbinding is dat de spuitcabine-installatie niet van het merk Soloan zou zijn. De gestelde tekortkoming kan de ontbinding van de koopovereenkomst niet rechtvaardigen. [eiseres] heeft gesteld dat het merk van de spuitcabine-installatie geen reden voor ontbinding van de koopovereenkomst is omdat het merk van ondergeschikt belang is. Hij heeft aangevoerd dat de kwaliteit van de spuitcabine-installatie van belang is en dat die goed is. [gedaagde] heeft dat niet betwist. Hij heeft ook niet aangevoerd welk belang hij heeft bij het merk van de spuitcabine-installatie. [gedaagde] kan de koopovereenkomst derhalve niet ontbinden omdat de spuitcabine-installatie van een ander merk zou zijn dan overeengekomen zou zijn. 4.3. [eiseres] heeft [gedaagde] bij brief van 24 mei 2005 gesommeerd om te betalen voor 1 juni 2005. [gedaagde] heeft aan deze sommatie geen gehoor gegeven, zodat hij vanaf die datum in verzuim is en wettelijke rente verschuldigd is aan [eiseres]. 4.4. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal - mede gelet op de door de rechtbank gevolgde aanbevelingen van het Rapport Voor-werk II - worden afgewezen. [eiseres] heeft aanspraak gemaakt op kosten die betrekking hebben op verrichtingen die niet meer omvatten dan het aanmanen van [gedaagde] en het bespreken van de zaak met de advocaat. De brief d.d. 20 juli 2005 van de advocaat is naar het oordeel van de rechtbank een eenvoudige brief die betrekking heeft op het voorbereiden van de procedure. De gevorderde kosten moeten dan ook worden aangemerkt als betrekking hebbend op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling wordt geacht een vergoeding in te sluiten. 4.5. [gedaagde] zal als de in het ongelijkgestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. De beslissing De rechtbank: veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseres] te voldoen een bedrag ad € 5.900,00 exclusief BTW, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 juni 2005 tot aan de dag der algehele voldoening; veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het geding welke aan de zijde van [eiseres] tot aan dit moment worden begroot op € 768,00 wegens procureurssalaris, € 291,00 wegens griffierecht en € 71,93 wegens deurwaarderskosten; verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. B.M. Nagelmakers en uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 12 april 2006 in tegenwoordigheid van de griffier.