Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AZ0911

Datum uitspraak2006-10-19
Datum gepubliceerd2006-10-25
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof 's-Gravenhage
Zaaknummers22-000810-05
Statusgepubliceerd


Indicatie

Oplegging elektronisch toezicht als bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijke gevangenisstraf, conform reclasseringsrapportage.


Uitspraak

rolnummer 22-000810-05 parketnummer 12-000282-03 (inclusief ad informandum gevoegde zaak) datum uitspraak 19 oktober 2006 TEGENSPRAAK Gerechtshof te 's-Gravenhage meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank te Middelburg van 2 februari 2005 in de strafzaak tegen de verdachte: [naam verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1972, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 5 oktober 2006. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, waarvan een kopie in dit arrest is gevoegd. Procesgang In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zesendertig maanden, waarvan twaalf maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van voorarrest. Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. Het vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: (zie de hierna ingevoegde bijlage die van dit arrest deel uitmaakt) Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewijsvoering Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring. In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: 1: medeplichtigheid aan diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, meermalen gepleegd; 2: opzetheling, meermalen gepleegd; 3: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod. Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar. Strafmotivering De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en tot veroordeling van de verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde tot een werkstraf voor de duur van tweehonderdveertig uren, subsidiair honderdtwintig dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest, alsmede tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, met een proeftijd van twee jaren, met als bijzondere voorwaarde het ondergaan van elektronisch toezicht. Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting. Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte is op de bewezenverklaarde wijze behulpzaam geweest bij meerdere woninginbraken. Feiten als de onderhavige brengen naast overlast doorgaans ergernis en financiële schade voor de benadeelden met zich mee. Voorts heeft de verdachte zich meermalen schuldig gemaakt aan opzetheling van diverse gestolen goederen. Feiten als de onderhavige bevorderen het plegen van vermogens-delicten en verdienen dan ook te worden bestraft. Tot slot heeft de verdachte pillen bevattende MDMA voorhanden gehad. Door het gebruik van deze harddrugs wordt de volksgezondheid ernstig bedreigd. Dit veroorzaakt veel schade in de samenleving. In beginsel acht het hof - gelet op de veelheid en de ernst van de bewezenverklaarde feiten – een deels voorwaardelijke gevangenisstraf zoals door de rechtbank opgelegd, passend. In het voordeel van de verdachte houdt het hof in belangrijke mate rekening met de omstandigheid dat de verdachte blijkens een hem betreffend uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 20 september 2006 niet eerder is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke feiten, alsmede met de omstandigheid dat hij er ter terechtzitting in hoger beroep blijk van heeft gegeven het verwerpelijke van zijn handelen in te zien. Voorts heeft het hof bij de beraadslaging acht geslagen op hetgeen is vermeld in het omtrent de verdachte en diens persoonlijke omstandigheden opgemaakte Reclasseringsrapport d.d. 23 januari 2004 en daarmee in het voordeel van de verdachte in zoverre rekening gehouden dat een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf met het oog op een wending ten goede minder aangewezen lijkt. Het hof heeft acht geslagen op de inhoud van een door L.J.A van Thillo opgesteld voorlichtingsrapport d.d. 27 februari 2006, alsmede op de inhoud van een door M. Etsburg d.d. 26 juni 2006 opgesteld adviesrapport, betreffende de mogelijkheden van elektronisch toezicht. In voornoemde rapporten wordt de mogelijkheid van het opleggen van elektronisch toezicht in overweging gegeven, eventueel in combinatie met een andere straf. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte zich bereid verklaard te voldoen aan de voorwaarden voor elektronisch toezicht, zoals in eerdergenoemd adviesrapport nader omschreven. Gelet op het hiervoor overwogene, zal het hof komen tot het opleggen van een onvoorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf van na te melden duur, alsmede tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, met als bijzondere voorwaarde elektronisch toezicht, beide straffen overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep erkend, dat hij zich ook heeft schuldig gemaakt aan een ander, niet tenlastegelegd feit. Dit feit is door het openbaar ministerie onder parket-nummer 12-000282-03 bij deze strafzaak gevoegd met het oog op de aan de verdachte op te leggen straf. Het hof heeft op dit feit acht geslagen bij de beslissing over de straf, waarbij het ervan is uitgegaan dat de verdachte ter zake van dat feit niet afzonderlijk zal worden vervolgd. Toepasselijke wettelijke voorschriften Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 14a (oud), 14b (oud), 14c, 14d, 22c (oud), 22d, 48, 49 (oud), 57, 310, 311 (oud) en 416 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 (oud) en 10 (oud) van de Opiumwet. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht. Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen ter zake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij. Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert. Verklaart de verdachte strafbaar ter zake van het bewezenverklaarde. Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, te vervangen door hechtenis voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen voor het geval die taakstraf niet naar behoren wordt verricht. Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden. Beveelt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd. Stelt als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich gedurende 6 zes maanden zal stellen onder elektronisch toezicht met inachtneming van de door de Reclassering in het adviesrapport d.d. 26 juli 2006 gestelde voorwaarden. Beveelt dat het elektronisch toezicht voorafgaand aan de uitvoering van de hierbovengenoemde werkstraf, doch uiterlijk binnen twee maanden na ingang van de proeftijd, zal beginnen. Dit arrest is gewezen door mr. Kramer, mr. Van Dissel en mr. Groos, in bijzijn van de griffier mr. Schmidt-Fries. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 19 oktober 2006.