Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AZ0906

Datum uitspraak2006-10-03
Datum gepubliceerd2006-11-15
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof 's-Gravenhage
Zaaknummers2200140806
Statusgepubliceerd


Indicatie

Zedenzaak; Verdachte - destijds 19 jaar oud - heeft met anderen een jong meisje verkracht en twee andere jonge meisjes aangerand in het huis van zijn zuster Omvang hoger beroep beperkt, Het hof heeft op de voet van art. 423, lid 4, WvSv, de straf bepaald voor in eerste aanleg bewezenverklaarde feiten.


Uitspraak

Rolnummer: 22-001408-06 Parketnummer: 10-100266-04 Datum uitspraak: 3 oktober 2006 TEGENSPRAAK Gerechtshof te 's-Gravenhage meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank te Rotterdam van 1 februari 2006 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1984, adres: [adres], thans verblijvende in PI Haaglanden - HvB Zoetermeer te Zoetermeer. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 18 juli 2006 en 19 september 2006. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, zoals ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep op vordering van respectievelijk de officier van justitie en de advocaat-generaal gewijzigd. Van de dagvaarding en van de vorderingen wijziging tenlastelegging zijn kopieën in dit arrest gevoegd. Procesgang In eerste aanleg heeft de rechtbank op de terechtzitting van 18 januari 2006 het onder 9 tenlastegelegde afgesplitst. Voorts is de verdachte van het onder 3 primair en 5 tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1, 2, 3 subsidiair, 4 primair, 6, 7 primair en 8 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren, met aftrek van voorarrest. Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. Omvang van het hoger beroep De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep overeenkomstig zijn overgelegde pleitnota medegedeeld, dat het hoger beroep van de verdachte niet gericht is tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak van het onder 5 tenlastegelegde. Voorts heeft de raadsman medegedeeld dat overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 407, tweede lid, juncto 453 en 454 van het Wetboek van Strafvordering de omvang van het hoger beroep is beperkt tot de in het vonnis waarvan beroep genomen beslissingen ten aanzien van het onder 7 en 8 tenlastegelegde. Waar hierna wordt gesproken van "de zaak" of "het vonnis", wordt daarmee bedoeld de zaak of het vonnis voorzover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van dit hof onderworpen. Het voorgaande brengt mee, dat het hof, nu in eerste aanleg terzake van de onder 1, 2, 3 subsidiair, 4 primair, 6, 7 primair en 8 tenlastegelegde feiten één hoofdstraf is uitgesproken en het hof het vonnis zal vernietigen ten aanzien van de straf, op grond van artikel 423, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering alsnog een hoofdstraf voor het in eerste aanleg onder 1, 2, 3, 4 en 6 bewezenverklaarde zal bepalen. Het vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het 7 primair en 8 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: (zie de hierna ingevoegde bijlage die van dit arrest deel uitmaakt) Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewijsvoering Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring. In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het onder 7 primair bewezenverklaarde levert op: Medeplegen van verkrachting. Het onder 8 bewezenverklaarde levert op: Medeplegen van feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd. Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar. Strafmotivering De advocaat-generaal heeft geconcludeerd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en - rekening houdend met het tijdsverloop sedert de pleegdatum van de onder 7 primair en 8 tenlastegelegde feiten en met de samenloopregeling van artikel 57 van het Wetboek van Strafrecht - de verdachte ter zake van het onder 7 primair en 8 tenlastegelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren, met aftrek van voorarrest en de hoofdstraf voor het in eerste aanleg onder 1, 2, 3, 4 en 6 bewezenverklaarde zal bepalen op drie jaren. Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte, destijds 19 jaar oud en zonder strafblad, heeft met twee anderen drie jonge meisjes meegenomen naar de woning van zijn zuster. Aldaar heeft één der anderen, in samenwerking met de verdachte en de derde persoon een (destijds) 14-jarig meisje verkracht. Tevens heeft de verdachte, staand voor één van deze meisjes, zich afgetrokken en een ander meisje over de kleding aan haar vagina en borsten gevoeld. In het bijzonder door de verkrachting is de lichamelijke en psychische integriteit van de jonge slachtoffers op grove wijze geschonden en is onrust in de samenleving teweeggebracht. Deze feiten rechtvaardigen dan ook het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur. Het hof houdt bij het bepalen van de duur van de op te leggen gevangenisstraf in het voordeel van de verdachte evenwel rekening met diens jonge leeftijd ten tijde van het begaan van de feiten, het feit dat de verdachte niet de hoofddader is geweest van de verkrachting en het feit dat de ontucht vrij kort heeft geduurd. Voorts heeft het hof ten voordele van de verdachte rekening gehouden met de tijd die - als gevolg van het vooronderzoek waaronder het oproepen en horen van getuigen - sinds het als minderjarige begaan van deze feiten is verstreken, zonder dat daarbij volgens het hof de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM is geschonden. Ook neemt het hof ex artikel 57 van het Wetboek van Strafrecht de straf voor de feiten 1, 2, 3, 4 en 6 mede in aanmerking. Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van anderhalf jaar een passende en geboden reactie vormt. Bepaling van de straf voor de feiten 1, 2, 3, 4 en 6 Ingevolge artikel 423, vierde lid van het Wetboek van Strafvordering zal het hof de straf voor de feiten 1, 2, 3, 4 en 6 die de rechtbank als volgt heeft bewezenverklaard en gekwalificeerd: feit 1: Een ander ertoe brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling, dan wel ten aanzien van een ander enige handeling ondernemen waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat die ander zich daardoor tot het verrichten van die handelingen beschikbaar stelt, terwijl die ander minderjarig is, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd; feit 2: Een ander door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding bewegen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling en/of onder voornoemde omstandigheden enige handeling ondernemen waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat die ander zich daardoor tot het verrichten van die handelingen beschikbaar stelt en opzettelijk voordeel trekken uit seksuele handelingen van een ander met of voor een derde tegen betaling, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat die ander zich onder voornoemde omstandigheden beschikbaar stelt tot het plegen van die handelingen, meermalen gepleegd; feit 3: Poging tot zware mishandeling; feit 4: Diefstal; feit 6: Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Al deze feiten zijn gepleegd, nadat de verdachte meerderjarig was geworden. Hij heeft een vijftien-jarig meisje gedurende acht maanden tot prostitutie gedwongen, uitsluitend voor eigen gewin. Hij heeft nog een vrouw gedwongen tot prostitutie voor eigen gewin, haar een pistool getoond en zich niet ontzien haar te mishandelen door hard te stompen en te slaan, haar vaak bij de haren te sleuren, een brandende sigaret tegen haar gezicht te duwen, een knietje tegen het hoofd te geven en haar tussen portier en auto te klemmen. Het slachtoffer heeft hierdoor een paar keer het bewustzijn verloren. Dit zijn zeer ernstige feiten. Rekening houdend met de ernst van deze feiten en de persoon van de toen nog maar kort volwassen verdachte zal het hof de straf voor deze feiten bepalen op drie jaar gevangenisstraf. Toepasselijke wettelijke voorschriften Het hof heeft gelet op de artikelen 47, 57, 242 en 246 van het Wetboek van Strafrecht. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep - voorzover aan het oordeel van het hof onderworpen - en doet opnieuw recht. Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 7 primair en 8 tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen terzake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij. Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert. Verklaart de verdachte strafbaar terzake van het bewezenverklaarde. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) jaar en 6 (zes) maanden. Bepaalt, dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Bepaalt de straf voor de onder 1, 2, 3, 4 en 6 bewezenverklaarde feiten op een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren. Dit arrest is gewezen door mr. S.C.H. Koning, mr. H.W.J. de Groot en mr. G.J.W. van Oven, in bijzijn van de griffier mr. C. Hol. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 3 oktober 2006.