
Jurisprudentie
AZ0876
Datum uitspraak2006-10-16
Datum gepubliceerd2006-10-25
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Arnhem
Zaaknummers450324 \ CV EXPL 06-5249
Statusgepubliceerd
SectorSector kanton
Datum gepubliceerd2006-10-25
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Arnhem
Zaaknummers450324 \ CV EXPL 06-5249
Statusgepubliceerd
SectorSector kanton
Indicatie
Werkgever verplicht tijdens dienstverrichting opgelopen schade aan de eigen auto van wijkverpleegster te vergoeden.
Beperkte uitleg art. 51 CAO Thuiszorg en art. 3 Uitvoeringsreglement J Reis- en verblijfkosten
Uitspraak
Vonnis
RECHTBANK ARNHEM
Sector kanton
Locatie Arnhem
zaakgegevens 450324 CV EXPL 06-5249 163 PH
uitspraak van 16 oktober 2006
Vonnis
in de zaak van
[werkneemster]
wonende te Westervoort
eisende partij
gemachtigde Advocatenkantoor Boerhaavelaan
tegen
Stichting Thuiszorg Midden-Gelderland
gevestigd te Arnhem
gedaagde partij
procederend in persoon
Partijen worden hierna [werkneemster] en Thuiszorg genoemd.
De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit
- de dagvaarding van 28 juni 2006 met producties
- de conclusie van antwoord met een productie
- het comparitievonnis van 10 juli 2006
- de pleitaantekeningen van de gemachtigde van [werkneemster]
- de aantekeningen van de griffier
De feiten
De kantonrechter gaat uit van de volgende vaststaande feiten.
Mevrouw [werkneemster] reed op 16 januari 2006 tijdens haar avonddienst in haar eigen auto als wijkverzorgende in dienst bij Thuiszorg van haar zevende naar haar achtste patiënt. Het had geijzeld en zij reed stapvoets. Bij een verkeersdrempel gleed haar auto met een voorwiel tegen een trottoirband, waardoor dit beschadigd raakte. De schade aan het wiel bedroeg € 290,22.
Op het moment van het ongeluk was de auto 9 jaar oud en had een kilometerstand van 108.500. De auto was W.A. verzekerd. [werkneemster] heeft de reparatiekosten niet op enige verzekering kunnen verhalen.
Thuiszorg weigert de reparatiekosten te vergoeden.
In de CAO Thuiszorg is onder meer bepaald:
Artikel 51
De werknemer die in de uitoefening van zijn diensbetrekking schade lijdt waarvoor de werkgever wettelijk aansprakelijk is, heeft jegens de werkgever aanspraak op vergoeding van deze schade, behalve wanneer sprake is van :
- schade aan vervoermiddelen; en/of
- grove schuld of ernstige nalatigheid van de werknemer.
In het Uitvoeringsreglement J Reis- en Verblijfkosten van de algemeen verbindendverklaarde CAO Thuiszorg is onder meer het volgende bepaald.
Artikel 3 Verzekering
Indien de werknemer ingevolge de toepassing van artikel 1 lid 2 gebruik maakt van een eigen motorvoertuig, dient hij een WA-verzekering af te sluiten, die mede de aansprakelijkheid van de werkgever dekt en waarbij tevens een mede-inzittendenverzekering is gesloten.
De vordering en het verweer
[werkneemster] vordert verklaring voor recht dat Thuiszorg aansprakelijk is voor de schade en voorts veroordeling van Thuiszorg tot betaling van € 290,22 met rente en de proceskosten.
Thuiszorg heeft de vordering bestreden met een beroep, primair, op artikel 3 van genoemd Uitvoeringsreglement en subsidiair op artikel 51 van de CAO.
De beoordeling
1. Sedert het arrest Bruinsma Tapijt/Schuitmaker (NJ 1993/264) is algemeen aanvaard dat een werkgever aansprakelijk is voor schade die een werknemer in de uitoefening van het dienstverband aan zijn auto oploopt, behoudens eigen opzet of grove nalatigheid.
In de literatuur is de mogelijkheid beschreven dat een werkgever in de arbeidsovereenkomst kan bedingen dat hij deze schade niet behoeft te dragen.
De vraag in deze zaak is of de geciteerde bepalingen van collectief arbeidsrecht een dergelijke vrijtekening inhouden.
2. Voor de beantwoording van de vraag zijn verschillende aspecten van belang.
In de eerste plaats: tussen partijen staat vast dat geen sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid aan de zijde van [werkneemster].
3. In de tweede plaats is gesteld noch gebleken dat in de (individuele of collectieve) arbeidsovereenkomst uitdrukkelijk is bedongen dat de door Thuiszorg betaalde kilometervergoeding (mede) strekt tot bekostiging van een all risk of cascoverzekering.
4. In de derde plaats heeft [werkneemster] bij dagvaarding voorgerekend dat de verstrekte kilometervergoeding van zodanig laag niveau is, dat het maar de vraag is of zij de gereden kilometers daadwerkelijk vergoed krijgt. Thuiszorg heeft dat niet bestreden.
5. Ten aanzien van artikel 3 van de hiervoor geciteerde Uitvoeringsregeling overweegt de kantonrechter verder dat gesproken wordt over een WA-verzekering die de werknemer moet afsluiten voor zijn motorvoertuig. Nu elke verduidelijking ontbreekt, kan daarmee naar de mening van de kantonrechter geen andere verzekering worden bedoeld dan de WAM-verzekering die elke bestuurder van een motorvoertuig verplicht is af te sluiten. Deze behoedt de bestuurder voor aanspraken van derden aan wie hij met het motorvoertuig schade toebrengt.
Redelijke uitleg van de bepaling brengt mee dat deze zo moet worden gelezen dat is beoogd om de werkgever te beschermen tegen aanspraken van derden die schade hebben geleden door het gebruik van een motorvoertuig door een werknemer die niet WAM verzekerd is.
De bepaling bestrijkt echter niet de rechtsverhouding tussen werknemer en werkgever in geval van schade die de werknemer zelf lijdt bij gebruik van een eigen motorvoertuig tijdens zijn werk.
Het primaire verweer moet daarom worden verworpen.
6. Ook het subsidiaire verweer faalt.
Artikel 51 CAO betreft schade waarvoor de werkgever wettelijk aansprakelijk is.
De verhouding tussen werkgever en werknemer wordt beheerst door het arbeidsrecht, dat een netwerk van wederzijdse rechten en plichten vormt. Daarin bestaan over en weer aansprakelijkheden, die – wat deze casus betreft - voortvloeien uit de artikelen 7:658 en – spiegelbeeldig – uit 7:661 jo 6:170 BW.
De aansprakelijkheid van de werkgever, neergelegd in artikel 7:658, tweede lid, BW, is een gevolg van zijn zorgplicht voor de werknemer. Van deze aansprakelijkheid kan de werkgever niet ten nadele van de werknemer afwijken (7:658, derde lid, BW).
Indien met de onderhavige CAO-bepaling zou zijn bedoeld om van deze aansprakelijkheid af te komen, dan zou dat slechts mogelijk zijn binnen een geheel van voorzieningen dat maakt dat de positie van de werknemer daardoor niet slechter wordt. Het bestaan van dergelijke voorzieningen is echter niet gebleken, zodat de bepaling niet kan worden uitgelegd in de zin die Thuiszorg bepleit.
7. Bij het vorige punt moet worden opgemerkt dat de autokostenvergoeding – waarvan immers moet worden aangenomen dat zij niet de werkelijke kosten dekt – niet als een voorziening is op te vatten die tot gevolg heeft dat de werknemer niet in een slechtere positie verkeert dan bij toepassing van 7:658, tweede lid, BW.
8. De vordering wordt daarom toegewezen en Thuiszorg wordt veroordeeld in de proceskosten.
9. [werkneemster] vordert toewijzing van rente vanaf de dag van opeisbaarheid. Uit de stukken niet blijkt van een ingebrekestelling van Thuiszorg. Blijkens een kassabon en een factuur van 21, onderscheidenlijk 24 januari 2006 heeft [werkneemster] op die data de kosten gemaakt. Reeds op 17 januari heeft [werkneemster] Thuiszorg aansprakelijk gesteld. Nadat Thuiszorg bij brief van 22 januari 2006 aansprakelijkheid had afgewezen, heeft [werkneemster] pas bij brief van 4 april 2006 opnieuw om vergoeding van haar schade gevraagd. De kantonrechter moet uit deze gang van zaken aannemen dat Thuiszorg toen pas op de hoogte kwam van het gevorderde bedrag. Rekening houdend met een gebruikelijke betalingstermijn van 14 dagen, moet de renteberekening daarom ingaan op 19 april 2006.
De beslissing
De kantonrechter
verklaart voor recht dat Thuiszorg aansprakelijk is voor de door Van Boggelaar geleden schade van € 290,22
veroordeelt Thuiszorg om Van Boggelaar tegen behoorlijk bewijs van kwijting € 290,22 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente voor particulieren vanaf 19 april 2006 tot de algehele voldoening;
veroordeelt Thuiszorg in de kosten van dit geding tot aan deze uitspraak aan de zijde van [werkneemster] begroot op € 84,87 (inclusief BTW) voor explootkosten, € 90,- voor vastrecht en € 60,- voor salaris gemachtigde.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. P.A. Huidekoper en in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2006.