Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AZ0797

Datum uitspraak2006-10-17
Datum gepubliceerd2006-10-25
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureVoorlopige voorziening
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200606602/1
Statusgepubliceerd
SectorVoorzitter


Indicatie

Bij brief van 11 juli 2006 heeft verweerder aan verzoeker kennisgeving gedaan van zijn voornemen om een dwangsom ten bedrage van € 5.000,- op te leggen vanwege niet nader aangegeven overtreding van de milieuregelgeving op het perceel van verzoeker aan de [locatie] te [plaats].


Uitspraak

200606602/1 Datum uitspraak: 17 oktober 2006 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer: [verzoeker], wonend te [woonplaats], en het college van burgemeester en wethouders van Heerde, verweerder. 1.    Procesverloop Bij brief van 11 juli 2006 heeft verweerder aan verzoeker kennisgeving gedaan van zijn voornemen om een dwangsom ten bedrage van € 5.000,- op te leggen vanwege niet nader aangegeven overtreding van de milieuregelgeving op het perceel van verzoeker aan de [locatie] te [plaats]. Daartegen heeft verzoeker bij schrijven van 17 juli 2006 bezwaar gemaakt. Bij brief van 4 september 2006, bij de Raad van State ingekomen op 5 september 2006, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 3 oktober 2006, waar verzoeker in persoon en verweerder, vertegenwoordigd door F. Vorselman en C.L. Beekhuis, beiden ambtenaar der gemeente, zijn verschenen. 2.    Overwegingen 2.1.    Ingevolge artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt onder een besluit, waartegen op grond van artikel 7:1 en artikel 8:1 van de Awb bezwaar en beroep open staat, verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.    Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Awb, voor zover hier van belang, kan indien tegen een besluit bezwaar is gemaakt de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen. 2.2.    Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in de uitspraak van 14 maart 2003 in zaak no. 200206766/1 is een voornemen niet aan te merken als een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb, maar vormt het een onderdeel van de procedure die kan voorafgaan aan de totstandkoming van een besluit. 2.3.    Aangezien het door verzoeker bij brief van 17 juli 2006 ingediende bezwaarschrift tegen het voornemen van 11 juli 2006 niet gericht is tegen een besluit, zal het bezwaarschrift naar verwachting door verweerder niet-ontvankelijk worden verklaard. Gelet hierop ziet de Voorzitter geen aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening. 2.4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. 3.    Beslissing De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. W. Konijnenbelt, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. P.A. Melse, ambtenaar van Staat. w.g. Konijnenbelt    w.g. Melse Voorzitter    ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 17 oktober 2006 191-518