
Jurisprudentie
AZ0619
Datum uitspraak2006-10-19
Datum gepubliceerd2006-10-23
RechtsgebiedPersonen-en familierecht
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Zwolle
Zaaknummers112610 / FA RK 05-3049 en 112612 / FA RK 05-3051
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2006-10-23
RechtsgebiedPersonen-en familierecht
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Zwolle
Zaaknummers112610 / FA RK 05-3049 en 112612 / FA RK 05-3051
Statusgepubliceerd
Indicatie
Verzoek wijziging gezag in eenhoofdig gezag; kader voor advisering door de Raad voor de Kinderbescherming.
Uitspraak
RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD
Sector civiel recht
Locatie Zwolle
zaak/rolnrs.: 112610 / FA RK 05-3049 en 112612 / FA RK 05-3051
datum :
beschikking van de enkelvoudige familiekamer
inzake
[vrouw],
wonende te [plaats], gemeente [gemeente],
procureur mr. M. Cupido,
hierna als de vrouw aangeduid,
verzoekster,
en
[man],
wonende te [plaats], [land],
hierna als de man aangeduid,
belanghebbende.
Het procesverloop
De rechtbank heeft eerder in deze zaak op 8 december 2005 een beslissing gegeven. De rechtbank blijft bij hetgeen in die beschikking is overwogen en beslist voor zover daarvan hierna niet wordt afgeweken. Daarbij is de zaak aangehouden voor wat betreft:
- het gezag over de minderjarigen;
- de omgang tussen de man en de minderjarigen.
Bij die beschikking heeft de rechtbank tevens de Raad voor de Kinderbescherming te Zwolle, hierna als de Raad aangeduid, verzocht rapport en advies uit te brengen over het gezag en de omgang.
De rechtbank heeft kennis genomen van:
- een briefrapport van de Raad d.d. 20 juni 2006;
- een brief van de vrouw d.d. 23 augustus 2006 met bijlage.
De zaak is behandeld ter zitting met gesloten deuren op 12 september 2006.
Verschenen zijn:
- de vrouw met mr. H.M. Wiechers;
- de man in persoon;
- R.D.W. van Kleij namens de Raad.
Vaststaande feiten
De minderjarige kinderen van de man en de vrouw zijn:
1. [minderjarige 1], hierna als [minderjarige 1] aangeduid, geboren op [datum] 1997 in de gemeente Almelo;
2. [minderjarige 2], hierna als [minderjarige 2] aangeduid, geboren op [datum] 1998 in de gemeente Almelo.
De rechtbank Almelo heeft bij beschikking van 9 augustus 2000 de echtscheiding tussen de man en de vrouw uitgesproken.
Deze beschikking is op 25 augustus 2000 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
De man en de vrouw zijn na ontbinding van hun huwelijk door echtscheiding gezamenlijk met het gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] belast gebleven.
Bij die beschikking is als omgangsregeling vastgesteld tussen de man en de kinderen:
- één weekend per veertien dagen van zaterdag 10.00 uur tot zondag 18.00 uur;
- gedurende de zomervakantie twee weken aaneengesloten, alles in nader overleg te bepalen.
Beoordeling van de zaak
Gezag
De vrouw heeft de rechtbank verzocht het gezamenlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te wijzigen en haar alleen met het gezag te belasten.
De man heeft bezwaar gemaakt tegen toewijzing van het verzoek van de vrouw.
Standpunt van de vrouw:
De man heeft al vier jaar geen contact meer met de vrouw en de kinderen gehad. De man is niet meer op de hoogte van de van belang zijnde omstandigheden in het leven van [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. [minderjarige 1] heeft medische problemen. Hij heeft zowel ADHD als PDD-NOS. De man kan niet beoordelen wat goed is voor [minderjarige 1]. [minderjarige 2] heeft de man nooit gekend. De man heeft in die vier jaar geen enkele moeite gedaan om op de hoogte te komen en te blijven van het wel en wee van de kinderen. Er is geen enkele communicatie tussen de man en de vrouw. De vrouw heeft bij gezamenlijk gezag de medewerking van de man nodig voor allerlei praktische zaken aangaande de kinderen. De vrouw weet niet waar de man is, zodat zij niet kan overleggen met hem. De vrouw handhaaft haar verzoek in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2].
Standpunt van de man:
De man heeft hierop aangevoerd dat het juist is dat er al vier jaar geen contact is geweest tussen hem enerzijds en de vrouw en de kinderen anderzijds. De man was echter niet onvindbaar voor de vrouw. De vrouw is immers in het bezit van het mobiele telefoonnummer van de man. De man is op de hoogte van de problemen van [minderjarige 1]. De man heeft het begin van het medisch traject van [minderjarige 1] meegemaakt. De man en de vrouw verschilden in die periode van mening over de behandeling. De man was het bijvoorbeeld niet eens met het verstrekken van medicatie aan [minderjarige 1].
Advies Raad:
Uit het rapport van de raad blijkt onder andere dat het gezin van de vrouw bestaat uit de vrouw zelf, haar partner, [minderjarige 1] en [minderjarige 2], twee kinderen van de partner van de vrouw, een kind van de vrouw en haar partner samen en een kind van de broer van haar partner.
De raad wijst erop dat het in het belang is van het gezin van de vrouw dat de huidige situatie in het gezin stabiel blijft. Het opstarten van een omgangsregeling zal, aldus de raad, veel onrust in het gezin van de vrouw teweeg brengen. Dit geldt zeker voor [minderjarige 1] maar mogelijk ook voor [minderjarige 2]. [minderjarige 1] zal zeker niet met het opstarten van een omgangsregeling kunnen omgaan. Dit zal bij hem angst opwekken en resulteren in onberekenbaar gedrag. De vrouw en haar partner hebben nu al hun handen vol om het gezin draaiende te houden.
De raad adviseert tot toewijzing van het verzoek van de vrouw.
Rapportage RIAGG:
Uit het onderzoeksverslag van 2 november 2005 van [minderjarige 1] opgesteld door jeugdarts
R. Ruiter en J. van Pelt-Koning autismehulpverlener van het RIAGG Zwolle blijkt dat [minderjarige 1] een diagnose autisme met ernstige kenmerken heeft, respectievelijk een perversive ontwikkelingsstoornis heeft.
Uit het verslag van het psychologisch onderzoek van 24 mei 2006 van [minderjarige 2] opgesteld door de kinderpsycholoog G. Hof van het RIAGG Zwolle blijkt dat [minderjarige 2] een goed begaafde, opgewekte jongen is met sterke kenmerken van ADHD gemengd type.
Oordeel rechtbank:
Het gezamenlijk gezag kan onder omstandigheden worden gewijzigd in eenhoofdig gezag. In verband met het antwoord op de vraag of die omstandigheden aanwezig zijn wijst de rechtbank allereerst op het uitgangspunt zoals neergelegd in artikel 3, eerste lid, van het Verdrag Inzake de Rechten van het Kind. (IVRK) Volgens die bepaling vormen kort samengevat, de belangen van het kind bij het nemen van een beslissing de eerste overweging. Uit artikel 7, eerste lid, van het IVRK kan worden afgeleid dat het kind recht heeft, voor zover, mogelijk niet alleen zijn moeder maar ook zijn vader te leren kennen en door hen te worden verzorgd.
Voor wijziging van gezamenlijk gezag in eenhoofdig gezag wordt in de jurisprudentie als criterium gehanteerd dat de bestaande communicatieproblemen zodanig ernstig zijn dat er een onaanvaardbaar risico is dat de minderjarige klem of verloren raakt tussen de ouders die het ouderlijk gezag gezamenlijk uitoefenen zonder dat te verwachten is dat binnen afzienbare tijd een voldoende verbetering in de onderlinge verhouding tot stand komt. De enkele wens om gezamenlijk gezag in eenhoofdig gezag te wijzigen, is zondermeer onvoldoende.
Hoewel niet geheel duidelijk is, hoe de huidige situatie is ontstaan, staat wel vast dat de man een groot aantal jaren geen contact met de vrouw en de kinderen heeft gehad en dat de man geen invulling heeft gegeven aan zijn (mede)gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2].
Naar het oordeel van de rechtbank kan in het midden blijven waarom de omgangsregeling die destijds is vastgelegd, is vastgelopen.
Nu het tegendeel niet is gesteld noch is gebleken gaat de rechtbank ervan uit dat het in het ontwikkelingsbelang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is dat de man, zij het op afstand, enige invulling aan zijn vaderrol geeft. Daarbij behoort vooralsnog het (mede)gezag van de man. In het bijzonder trekt in dit verband de aandacht van de rechtbank de mededeling van de vrouw dat [minderjarige 2] zelfs zijn vader niet kent. Uit de verslagen van de RIAGG lijdt de rechtbank af dat de verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor de vrouw en haar partner vanwege de problematiek van de kinderen zwaar is. De opvatting van de raad dat de vrouw en haar partner hun handen vol hebben het gezin draaiende te houden is eerder een argument voor gezinsondersteuning, maar is minder een argument om gezamenlijk gezag te wijzigen in eenhoofdig gezag respectievelijk omgang te beëindigen. Uit het rapport van de raad en op basis van hetgeen tijdens de zitting naar voren is gebracht, heeft de rechtbank de indruk gekregen dat de vrouw de man geen dan wel nauwelijks enige ruimte kan of wil geven om de hem, zij het op afstand, enige invulling te laten geven aan zijn vaderrol. Naar het oordeel van de rechtbank mag van de vrouw gevergd worden dat zij zich inspant om de man in het leven van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] toe te laten. Naar het oordeel van de rechtbank mag van de man gevergd worden dat hij zich actief en flexibel opstelt bij het invulling geven aan zijn (mede)gezag.
Gelet op het rapport van de raad en hetgeen tijdens de zitting naar voren is gebracht is de rechtbank van oordeel nog onvoldoende geïnformeerd te zijn om te kunnen beslissen op het verzoek van de vrouw. Dit geldt te meer nu wijziging van gezamenlijk gezag in eenhoofdig gezag door de vrouw, het grote risico met zich brengt dat de man definitief uit het leven van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verdwijnt. De rechtbank zal daarom de raad verzoeken een nader onderzoek in te stellen, en de rechtbank nader te rapporteren en te adviseren. De rechtbank geeft de raad in overweging bij de nadere advisering het IVRK alsmede de ter zake gangbare jurisprudentie als advieskader te hanteren.
In afwachting van het rapport en advies van de raad zal de rechtbank de zaak verwijzen naar de rol van deze kamer, zoals hierna is vermeld.
Omgangsregeling
De vrouw heeft de rechtbank verzocht de man zijn bij beschikking van de rechtbank te Almelo van 9 augustus 2000 toegekende recht op omgang met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te ontzeggen.
In aansluiting op hetgeen hierboven is overwogen zal de rechtbank de raad verzoeken voor zover van belang omgang tussen de man en de kinderen in zijn advisering te betrekken.
Beslissing
De rechtbank:
Houdt de beslissing over het gezag en de omgang aan.
Alvorens verder te beslissen
Verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming te Zwolle om nader rapport en advies aan de rechtbank uit te brengen omtrent het gezag over de minderjarigen en de omgang tussen de man en de minderjarigen.
Verwijst de zaak voor inlichtingen door de Raad naar de rol van deze kamer van donderdag
7 december 2006.
Aldus gegeven door mr. W. Miltenburg, rechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van C. van Leeuwen als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 oktober 2006.