
Jurisprudentie
AZ0600
Datum uitspraak2006-10-20
Datum gepubliceerd2006-10-20
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureKort geding
Instantie naamRechtbank Rotterdam
Zaaknummers270832 / KG ZA 06-881
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2006-10-20
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureKort geding
Instantie naamRechtbank Rotterdam
Zaaknummers270832 / KG ZA 06-881
Statusgepubliceerd
Indicatie
Project RandstadRail; vordering tot stopzetting van bouwwerkzaamheden rond de Weenahal/IJshal te Rotterdam.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
sector civiel recht
Zaak-/rolnummer: 270832 / KG ZA 06-881
Uitspraak: 20 oktober 2006
VONNIS in kort geding in de zaak van:
de vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid
VVE WEENAHOF,
gevestigd te Rotterdam,
eiseres,
procureur mr. P. Willems,
- tegen -
de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE ROTTERDAM,
gevestigd te Rotterdam,
gedaagde,
procureur mr. J.A. van Zuuren,
advocaat mr. B.Th. van Schouwenburg.
Partijen worden hierna aangeduid als "de VvE" respectievelijk "de gemeente".
1. Het verloop van het geding
De voorzieningenrechter heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
- dagvaarding d.d. 18 oktober 2006;
- fax van mr. Willems d.d. 18 oktober 2006 met producties;
- fax van mr. Willems d.d. 19 oktober 2006 met producties;
- fax van mr. Van Schouwenburg d.d. 19 oktober 2006 met producties;
- brief van mr. Van Schouwenburg d.d. 19 oktober 2006 met producties;
- pleitnotities van mr. Willems;
- pleitaantekeningen van mr. Van Schouwenburg.
De raadslieden van partijen hebben de respectieve standpunten toegelicht ter zitting van 19 oktober 2006.
2. Het geschil
De vordering luidt om bij vonnis in kort geding uitvoerbaar bij voorraad:
primair: de gemeente te gelasten en te bevelen, uitvoerbaar op de minuut en op alle dagen en uren,
1. met onmiddellijke ingang alle bouw/boorwerkzaamheden in het kader van het project RandstadRail, althans in ieder geval die rond de Weena-hal/IJshal te staken en gestaakt te houden tot het moment waarop de ermee samenhangende risico’s in kaart zijn gebracht en de door partijen aangestelde externe deskundige instemt met de voorgestane wijze van uitvoeren en totdat algehele en definitieve overeenstemming is bereikt omtrent aansprakelijkheid voor, althans vergoeding van de door belang-hebbenden geleden en mogelijkerwijs nog te lijden schade;
2. voor eigen rekening alle maatregelen te treffen die noodzakelijk zijn om de huidige situatie op bouwkundig juiste wijze te stabiliseren, welke wijze is vast te stellen door Bureau Tauw dan wel een andere, door de voorzie-ningenrechter aan te wijzen onafhankelijk deskundige;
op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,00 per dag of per gedeelte daarvan, voor elke dag dat de gemeente daarmee in gebreke blijft na betekening van dit vonnis;
althans subsidiair: de voorzieningen te treffen die de voorzieningenrechter geraden acht,
met veroordeling van de gemeente in de kosten van deze procedure.
De gemeente heeft de vordering van de VvE gemotiveerd betwist en gecon-cludeerd tot afwijzing daarvan, met veroordeling van de VvE in de kosten van het geding.
3. De beoordeling
3.1
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan:
a. De gemeente realiseert het project RandstadRail. Voor de uitvoering van de werkzaamheden is het noodzakelijk gebleken de ondergrondse veran-kering van de damwand van het complex Weenahal/IJshal door groutan-kers (stalen kabels met een dikte van enkele centimeters die in de grond zijn verankerd) te verwijderen.
b. Op 12 april 2006 heeft de gemeente omtrent de inmiddels gebleken nood-zaak van de verwijdering van de groutankers overleg gevoerd met verte-genwoordigers van de in haar ogen direct belanghebbenden, te weten Groothandelsgebouw N.V., Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam en de VvE.
c. Het doel van het overleg van 12 april 2006 was om de noodzakelijke af-spraken te maken waarmee de belangen van de eigenaren zouden wor-den behartigd en het project RandstadRail zonder vertraging zou kunnen worden gerealiseerd.
d. Afgesproken werd onder meer dat er geen definitieve werkzaamheden aan de ankers zouden worden uitgevoerd alvorens partijen overeenstem-ming zouden hebben bereikt. Voorts werd afgesproken dat "eigenaren Weenahal" een externe deskundige zouden aanwijzen die op kosten van de gemeente een second opinion met betrekking tot de te verrichten werkzaamheden zou uitvoeren.
e. Als extern deskundige werd aangewezen Tauw B.V. (hierna: "Tauw")
f. De gemeente heeft technische voorzieningen getroffen die het in de visie van de door haar ingeschakelde deskundigen mogelijk zouden moeten maken om de groutankers op een technisch verantwoorde wijze buiten gebruik te stellen en te verwijderen.
g. De staalkabels die deel uitmaken van de te verwijderen groutankers zijn op 12 oktober 2006 doorgeknipt.
3.2
De VvE grondt haar vordering op onrechtmatige daad. Zij stelt dat de ge-meente jegens haar onrechtmatig handelt door zonder instemming van Tauw aangevangen werkzaamheden voort te zetten in weerwil van de inmiddels geconstateerde zettingen en schade, en zonder dat overeenstemming is be-reikt over compensatie van mogelijke schade.
3.3
De gemeente heeft aangevoerd dat de VvE niet bevoegdelijk wordt vertegen-woordigd. In reactie daarop heeft de VvE gemotiveerd gesteld dat haar be-stuur mandaat heeft om in noodsituaties maatregelen te treffen en dat de in dit geval aan haar advocaat verstrekte instructies in dat kader zijn verstrekt. Nu de gemeente die stellingen niet heeft weersproken gaat de voorzieningen-rechter ervan uit dat de VvE bevoegdelijk wordt vertegenwoordigd.
3.4
Het spoedeisend belang van de VvE vloeit voort uit de aard van haar vorde-ring voor zover deze ertoe strekt de bouw onmiddellijk stil te leggen en het treffen van voorzieningen te gelasten teneinde het optreden van schade door ontstane instabiliteit van het complex te voorkomen.
3.5
Het complex Weenahal/IJshal bestaat uit twee zelfstandige delen die door partijen zijn aangeduid als "de Weenahof" en "de IJshal". Ter zitting heeft de VvE gesteld dat haar belang de Weenahof en niet de IJshal betreft.
3.6
De relevante door groutankers - en inmiddels door een alternatieve techni-sche voorziening - verankerde damwand is gelegen aan de zijde van de IJs-hal. De ter zitting aanwezige prof. ir. A.F. van Tol, verbonden aan GeoDelft, heeft desgevraagd medegedeeld dat hij en zijn medewerkers de plannen van de gemeente vanaf maart 2006 bekijken en dat naar zijn overtuiging, zoals ook voortvloeit uit de overgelegde rapporten, de stabiliteit van de Weenahof door de werkzaamheden niet in het geding is. Wel kunnen in zijn visie door de werkzaamheden bewegingen in de bodem worden veroorzaakt die tot ge-volg zouden kunnen hebben dat (ook) in de Weenahof dilatatievoegen in beweging komen waardoor enige scheurvorming kan ontstaan, hetgeen ech-ter niet voortvloeit uit enig probleem met de stabiliteit.
3.7
De visie van prof. Van Tol wordt onderschreven door de eveneens ter zitting aanwezige deskundige van GAB Robins Takkenberg B.V., de heer W.H. van Ommen. De heer Van Ommen heeft desgevraagd medegedeeld op 18 oktober 2006 een volgens de huismeester representatief gedeelte van de Weenahof te hebben bezichtigd. Ook hij is van oordeel dat de stabiliteit van het gebouw niet in het geding is. Naar zijn mening bestaat er op grond van hetgeen hem is getoond voorts geen aanleiding om te veronderstellen dat de constructie in beweging is gekomen door de werkzaamheden. In zijn voorlopig verslag van 18 oktober 2006 (productie 6 van de gemeente) rapporteert hij onder meer als volgt:
"Wij werden m.n. gewezen op diverse gebouwdilataties en constateerden dat er ter plaatse, plaatselijk in meer of mindere mate, bewegingen hadden plaatsgevonden. In dit kader is van belang dat dilataties bedoeld zijn om af-zonderlijke bouwdelen vrij van elkaar te laten werken e.e.a. om scheurvor-ming te voorkomen. De werking is o.m. het gevolg van thermische invloe-den.
Wij hebben (vooralsnog) geen waarnemingen kunnen doen die erop wijzen dat er recent meer dan de gebruikelijke vervormingen zijn opgetreden.
(…)
Wij hebben verder vastgesteld dat enige dilataties waren overgestucadoord. Ter plaatse van de voeg namen wij scheurvorming waar. Dit is inherent aan de gemaakte constructie. De stuclaag is immers niet in staat de beweging te "volgen".
Op grond van onze (voorlopige) bevindingen is er voor ons geen aanleiding aan te nemen dat het pand onder invloed van de in uitvoering genomen werkzaamheden (tijdelijk) instabiel geraakt is.
De ter plaatse van de dilatatievoegen waargenomen reparaties wijzen erop dat het geheel altijd al behoorlijk gewerkt heeft."
3.8
De ter zitting aanwezige deskundige van Tauw, ir. J.W. Spaan, heeft desge-vraagd medegedeeld dat de Weenahof buiten de opdracht van Tauw valt.
3.9
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de VvE haar stellingen omtrent in de Weenahof geconstateerde zettingen en schade, en de oorzaken daarvan, onvoldoende heeft onderbouwd om toewijzing van enig deel van haar vorde-ring te kunnen rechtvaardigen. De VvE heeft geen rapport overgelegd van een deskundige die stopzetting van de bouw/boorwerkzaamheden en/of het treffen van maatregelen ter stabilisering adviseert. Evenmin heeft de VvE op andere wijze aannemelijk gemaakt dat door de werkzaamheden in de Weenahof zettingen en schade zijn opgetreden en/of zullen optreden. De en-kele stelling dat dit het geval is, acht de voorzieningenrechter in het licht van de gemotiveerde en gedocumenteerde betwisting van de zijde van de ge-meente onvoldoende om toewijzing van de door de VvE gevorderde ingrij-pende voorzieningen te kunnen rechtvaardigen.
3.10
De voorzieningenrechter acht in het kader van dit kort geding een plaatsop-neming niet zinvol. De voorzieningenrechter is immers geen technisch expert zodat hij bij een plaatsopneming de technische oorzaken van eventuele be-vindingen niet zelfstandig zal kunnen beoordelen, terwijl de VvE zich niet door een technisch deskundige heeft laten bijstaan. Onder de gegeven om-standigheden kan een plaatsopneming het gebrek aan technische onderbou-wing van de vordering van de VvE niet compenseren.
3.11
Ook de stelling van de VvE dat Tauw niet heeft ingestemd met de werkzaam-heden die reeds door de gemeente zijn verricht, kan toewijzing van de vorde-ring van de VvE niet rechtvaardigen. Noch uit de notulen van de bespreking van 12 april 2006, noch uit de overige overgelegde producties is af te leiden dat er tussen de gemeente en de VvE een overeenkomst tot stand is gekomen die meebrengt dat de VvE de gemeente kan doen verbieden bepaalde werk-zaamheden te verrichten zolang Tauw niet met het verrichten van die werk-zaamheden heeft ingestemd.
3.12
Bij de bespreking van 12 april 2006 was de VvE slechts betrokken als een van de belanghebbenden, niet als eigenaar van de IJshal of als bevoegd verte-genwoordiger van de eigenaren van de IJshal (en van de te verwijderen groutankers). Op 12 april 2006 werden afspraken gemaakt tussen enerzijds de gemeente en anderzijds vertegenwoordigers van Groothandelsgebouw N.V., Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam en de VvE gezamenlijk. Betreffende verte-genwoordigers werden door de gemeente beschouwd als vertegenwoordigers van de VvE IJshal. Voor zover mag worden aangenomen dat de VvE IJshal be-voegdelijk werd vertegenwoordigd, vloeien uit de tussen de gemeente en de VvE IJshal tot stand gekomen overeenkomst verplichtingen voort voor ener-zijds de Gemeente en anderzijds de VvE IJshal. De VvE (Weenahof) kan daar-aan naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet zonder meer rechten ontlenen.
3.13
Verdere beoordeling van de vraag welke rechten de VvE mogelijk aan de tus-sen de gemeente en de VvE IJshal gemaakte afspraken zou kunnen ontlenen, is in het kader van dit kort geding niet zinvol. Immers, vast staat dat de staal-kabels die deel uitmaken van de groutankers reeds op 12 oktober 2006 zijn doorgeknipt. Vanaf het moment waarop de staalkabels, voorafgaande aan het doorknippen, zijn ontspannen, vervullen de groutankers hun functie niet meer. Stopzetting van de werkzaamheden kan uiteraard niet ongedaan ma-ken hetgeen reeds heeft plaatsgevonden. Definitieve werkzaamheden aan de groutankers zijn reeds uitgevoerd. Voor het in dit stadium bevelen van te treffen (aanvullende) maatregelen ter stabilisatie van de bestaande toestand zou aanleiding kunnen bestaan indien de VvE aannemelijk zou hebben ge-maakt dat sprake is van een instabiele toestand als gevolg waarvan schade aan de Weenahof dreigt te ontstaan. Dat er sprake is van een instabiele toe-stand heeft de VvE echter niet aannemelijk gemaakt, terwijl het gelet op het voor haar kenbare zeer ingrijpende karakter van haar vordering in de rede lag dat zij haar stellingen daaromtrent deugdelijk zou onderbouwen.
3.14
De stelling van de VvE dat de gemeente onrechtmatig handelt door werk-zaamheden te verrichten voordat overeenstemming is bereikt over compen-satie van mogelijk door (de leden van) de VvE te lijden schade, acht de voor-zieningenrechter onjuist. In dit verband is van belang dat de VvE niet aan-nemelijk heeft gemaakt dat de VvE of haar leden door de werkzaamheden schade zullen lijden. Indien de gemeente een onrechtmatige daad pleegt je-gens (leden van) de VvE waaruit schade voortvloeit, is de gemeente boven-dien reeds op grond van de wet (artikel 6:162 BW) gehouden die schade te vergoeden.
3.15
De voorzieningenrechter merkt nog op dat indien door een deskundige zou worden geoordeeld dat niet onaannemelijk is dat door de reeds verrichte en nog te verrichten werkzaamheden schade aan de Weenahof is ontstaan of zal ontstaan, van de gemeente zou kunnen worden gevergd dat zij er in overleg met de VvE voor zorg draagt dat de bestaande toestand van de Weenahof en van de daarin aanwezige appartementen, voor zover dat nog niet is geschied, deugdelijk wordt opgenomen en vastgelegd zodat eventuele aanspraken van de VvE en/of haar leden op schadevergoeding op correcte wijze kunnen wor-den afgewikkeld.
3.16
De slotsom is dat er op dit moment, op basis van hetgeen in dit kort geding is gesteld en gebleken, geen grond bestaat voor het treffen van de door de VvE gevorderde voorzieningen. De vordering van de VvE zal derhalve worden afgewezen. De VvE zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroor-deeld in de kosten van het geding.
4. De beslissing
De voorzieningenrechter,
wijst af de vorderingen van de VvE;
veroordeelt de VvE in de kosten van dit kort geding, tot aan deze uitspraak aan de zijde van de gemeente bepaald op € 248,00 aan verschotten en op € 816,00 aan salaris voor de procureur.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bouwman, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Kalmthout, griffier.
Uitgesproken ter openbare terechtzitting.
1729/1775