
Jurisprudentie
AZ0586
Datum uitspraak2006-08-29
Datum gepubliceerd2006-10-20
RechtsgebiedPersonen-en familierecht
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof 's-Hertogenbosch
ZaaknummersR200600644
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2006-10-20
RechtsgebiedPersonen-en familierecht
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof 's-Hertogenbosch
ZaaknummersR200600644
Statusgepubliceerd
Indicatie
Aanstonds niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep tegen echtscheidingsbeschikking
Voorzover het hoger beroep is gericht tegen de uitgesproken echtscheiding, met aanhouding van iedere overige beslissing.
Uitspraak
BSU
29 augustus 2006
Rekestenkamer
Rekestnummer R200600644
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Beschikking
in de zaak in hoger beroep van: [X.],
wonende te [woonplaats],
appellante in principaal appel,
geïntimeerde in incidenteel appel,
hierna: de vrouw,
procureur: mr. J.E. Lenglet,
t e g e n
[Y.],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde in principaal appel,
appellant in incidenteel appel,
hierna: de man,
procureur: mr. J.J.M. Cliteur.
1. Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Breda van 15 maart 2006, waarvan de inhoud bij partijen bekend is.
2. Het geding in hoger beroep
2.1. Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie op 13 juni 2006, heeft de vrouw verzocht -kort weergegeven- voormelde beschikking te vernietigen voor wat betreft de daarin vastgestelde door de man te betalen bijdrage in haar levensonderhoud en opnieuw rechtdoende deze bijdrage vast te stellen op € 750,00 (per maand) tot 1 augustus 2007 en op € 1.100,00 per maand vanaf 1 augustus 2007, althans op een zodanig bedrag als het hof redelijk en billijk zal achten, door de man aan de vrouw bij vooruitbetaling te voldoen.
2.2. Bij verweerschrift, ingekomen ter griffie op 12 juli 2006, heeft de man verzocht het verzoek van de vrouw in hoger beroep af te wijzen. Tevens heeft de man daarbij incidenteel hoger beroep ingesteld tegen voormelde beschikking en verzocht die beschikking te vernietigen voorzover daarin is beslist met betrekking tot de door hem te betalen bijdrage in het levens- onderhoud van de vrouw en, opnieuw rechtdoende de door hem aan de vrouw verschuldigde onderhoudsbijdrage met ingang van 15 maart 2006 vast te stellen op nihil, onder veroordeling van de vrouw tot terugbetaling van het teveel betaalde. Subsidiair heeft de man verzocht voormelde beschikking te bekrachtigen voorzover het de alimentatie van € 38,-- per maand betreft en te bepalen dat de alimentatie eerst 4 jaar na 15 maart 2006 zal kunnen worden verhoogd (behoudens tussentijdse wijzigingen). Ten aanzien van de boedel heeft de man verzocht voormelde beschikking te vernietigen en opnieuw recht- doende te bepalen dat alle tot de huwelijksgemeenschap behorende goederen, activa en passiva (behoudens het restaurant in [plaatsnaam]) zullen worden toebedeeld aan de man.
2.3. Bij verweerschrift in het incidenteel appel, ter griffie ingekomen op 9 augustus 2006, heeft de vrouw verzocht de grieven van de man ongegrond te verklaren met bekrachtiging van dat deel van de beschikking waartegen de man in incidenteel appel is gekomen.
2.4. Bij brieven van 13 juni 2006 en 22 juni 2006 heeft de advocaat van de man om afgifte van een zogenaamde verklaring van non-appel gevraagd, nu de rechtbank bij voorlopige voorziening heeft bepaald dat de man € 666,-- per maand aan alimentatie aan de vrouw kan betalen en de partneralimentatie in de beschikking waarvan beroep tot 1 januari 2007 is bepaald op € 38,-- per maand.
Aan dat verzoek kan de griffier van het hof niet voldoen nu de vrouw in haar verzoekschrift aan het hof heeft aangegeven dat het hoger beroep zich richt tegen de gehele echtscheidingsbeschikking en derhalve ook tegen de uitgesproken echtscheiding.
2.5. Omdat de vrouw echter geen grief heeft aangevoerd tegen de door de rechtbank uitgesproken echtscheiding en het incidenteel hoger beroep van de man slechts betrekking heeft op de in de bestreden beschikking neergelegde beslissingen met betrekking tot de partneralimentatie en de verdeling van de gemeenschappelijke goederen van partijen, heeft de griffier van het hof bij brief van 3 juli 2006 aan de procureurs van partijen bericht dat het hof voornemens is ambtshalve aanstonds te beslissen op het hoger beroep voorzover het is gericht tegen de echtscheiding en iedere verdere beslissing aan te houden. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld aan het hof te berichten of zij daarvoor een mondelinge behandeling wensen.
2.6. De advocaat van de man heeft bij brief van 5 juli 2006 aan het hof bericht dat aan de zijde van de man geen behoefte bestaat aan een mondelinge behandeling van het appel tegen de echtscheiding en dat de advocaat van de vrouw telefonisch heeft laten weten dat zij evenmin een mondelinge behandeling wenst.
2.7. Nu de vrouw geen grief heeft aangevoerd tegen de door de rechtbank in de bestreden beschikking uitgesproken echtscheiding en in het petitum van haar beroepschrift heeft verzocht die beschikking slechts te vernietigen voorzover daarin is beslist met betrekking tot de door de man te betalen bijdrage in haar levensonderhoud, dient de vrouw aanstonds niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar hoger beroep voorzover dat is gericht tegen de echtscheiding.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
3. De beslissing
Het hof:
verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in haar hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Breda van 15 maart 2006 voorzover daarbij tussen partijen de echtscheiding is uitgesproken;
houdt iedere verdere beslissing in het principaal en incidenteel appel aan.
Deze beschikking is gegeven door mrs. Kranenburg, Van Soest-Van Dijkhuizen en Bijleveld-Van der Slikke, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 29 augustus 2006 in tegenwoordigheid van de griffier.