
Jurisprudentie
AZ0555
Datum uitspraak2006-10-18
Datum gepubliceerd2006-10-19
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Haarlem
Zaaknummers316998 / CV EXPL 06-7114
Statusgepubliceerd
SectorSector kanton
Datum gepubliceerd2006-10-19
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Haarlem
Zaaknummers316998 / CV EXPL 06-7114
Statusgepubliceerd
SectorSector kanton
Indicatie
Ziekenhuis vordert betaling van telefoongesprekken van patiënt die tijdens opname een telefoon van het ziekenhuis huurt. Het ziekenhuis heeft onvoldoende gespecificeerd welke gesprekken door de patiënt zijn gevoerd, met name gelet op het feit dat ook gesprekken zijn gevoerd op het moment dat de patiënt onder narcose in de operatiekamer lag. De patiënt had de in rekening gebrachte gesprekken gemotiveerd weersproken, onder meer door te vermelden wie (een fysiotherapeut en verpleegkundige) ook van zijn telefoon gebruik hadden gemaakt. Het ziekenhuis had dus nader moeten specificeren. Dat is niet gebeurd, zodat de vordering integraal is afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK HAARLEM
Sector kanton
Locatie Haarlem
zaak/rolnr.: 316998 / CV EXPL 06-7114
datum uitspraak: 18 oktober 2006
VONNIS VAN DE KANTONRECHTER
inzake
de stichting Stichting Kennemer Gasthuis
te Haarlem
eisende partij
hierna te noemen: de Stichting
gemachtigde J. Harteveld
tegen
[gedaagde]
te [woonplaats]
gedaagde partij
hierna te noemen: [gedaagde]
procederende in persoon
De procedure
Voor de loop van het geding verwijst de kantonrechter naar de volgende stukken, waarvan de inhoud als hier ingevoegd is te beschouwen:
- de dagvaarding van 11 juli 2006, met producties,
- de conclusie van antwoord,
- de conclusie van repliek, met producties,
- en de conclusie van dupliek, met productie.
Daar de productie die [gedaagde] bij de conclusie van dupliek heeft overgelegd niet in de beoordeling van het geschil zal worden betrokken, heeft de kantonrechter besloten de Stichting niet meer in staat te stellen op deze productie te reageren.
Vonnis is bepaald op heden.
De feiten
Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de onweerspro-ken inhoud van de overgelegde producties, staat tussen partij-en het volgende vast:
a. [gedaagde] is van 28 oktober 2004 tot en met 6 november 2004 in het ziekenhuis van de Stichting opgenomen geweest.
b. Aan [gedaagde] is aldaar met zijn toestemming een telefoon verstrekt.
c. [gedaagde] is op 29 oktober 2004 geopereerd, omstreeks 15.00 uur naar zijn kamer teruggebracht en om 18.00 uur bijgekomen uit zijn narcose.
d. Op 3 november 2004 heeft [gedaagde] omstreeks 23.00 uur met de aan hem verstrekte telefoon een bevriende buurman gebeld.
e. De Stichting heeft aan [gedaagde] op 14 december 2004 een totaal van € 29,10 voor het gebruik van de telefoon gefactureerd.
f. Op het overzicht van gespreksdetails dat de Stichting bij dagvaarding heeft verstrekt, staan twee uitgaande telefoongesprekken vermeld die [gedaagde] op 29 oktober 2004 om 14.40 uur respectievelijk om 15.35 uur zou hebben gevoerd.
De vordering
De Stichting vordert (samengevat) veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 97,37, te vermeerderen met wettelijke rente en met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding.
De Stichting stelt daartoe het volgende. [gedaagde] heeft tijdens zijn verblijf in het ziekenhuis van de Stichting de gefactureerde telefoongesprekken gevoerd, een en ander onder de bij de Stichting geldende en door [gedaagde] geaccepteerde voorwaarden, zijnde de Algemene Betalingsvoorwaarden van de Stichting. Conform deze betalingsvoorwaarden maakt de Stichting aanspraak op de wettelijke rente vanaf 30 dagen na de factuurdatum. De wettelijke rente bedraagt vanaf de vervaldatum tot aan de dag der dagvaarding € 1,55.
Conform haar betalingsvoorwaarden maakt Stichting eveneens aanspraak op alle kosten, zowel gerechtelijke als buitengerechtelijke, die de Stichting ter incassering van haar vordering heeft moeten maken, namelijk de administratiekosten, gefixeerd op € 22,69 en de buitengerechtelijke invorderingskosten inclusief BTW ten bedrage van € 44,03.
De bevriende buurman, wiens nummer op de gespreksspecificatie staat, heeft telefonisch aan de Stichting bevestigd dat [gedaagde] hem tijdens zijn verblijf bij de Stichting zes maal gebeld heeft.
Het verweer
[gedaagde] betwist de vordering. Hij voert daartoe onder meer het volgende aan.
[gedaagde] heeft er alleen mee ingestemd dat hem bij de Stichting een telefoon werd verstrekt, onder de voorwaarde dat met deze telefoon alleen inkomende gesprekken zouden kunnen worden gevoerd. [gedaagde] is er pas op 3 november 2004 achter gekomen dat er met de telefoon ook uitgaand kon worden gebeld, en wel omdat hij een fysiotherapeut en later een verpleegster betrapte op het gebruik van zijn telefoon. [gedaagde] heeft tijdens zijn verblijf in het ziekenhuis van de Stichting slechts één uitgaand telefoongesprek gevoerd en wel de bevriende buurman. Deze heeft [gedaagde] laten weten dat hij niet aan de Stichting heeft verklaard dat [gedaagde] hem in de bedoelde periode zes keer gebeld heeft. Op de specificatie staat verder dat [gedaagde] een aantal malen het nummer zou hebben gebeld waarop alleen zijn echtgenote bereikbaar was. Dit kan niet juist zijn, omdat de echtgenote van [gedaagde] grotendeels doof is, waardoor zij de telefoon niet kan horen overgaan.
De beoordeling van het geschil
Vast staat dat op de specificatie die de Stichting heeft verstrekt, in ieder geval twee telefoongesprekken staan die zijn gepleegd op een datum en tijdstip waarop [gedaagde] onbetwist heeft gesteld dat hij geopereerd werd c.q. nog onder narcose was. Deze telefoongesprekken kunnen daarom niet door [gedaagde] zijn gepleegd. Daarmee staat voor de kantonrechter genoegzaam vast dat in ieder geval een aantal telefoongesprekken op de telefoonrekening onterecht aan [gedaagde] in rekening zijn gebracht.
Het had vervolgens op de weg van de Stichting gelegen om aan te tonen welke gesprekken door [gedaagde] wél zijn gevoerd en welk bedrag [gedaagde] op grond van deze gesprekken aan de Stichting verschuldigd is. Dit is naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende gebeurd. De Stichting heeft wel gesteld dat bevriende buurman heeft verklaard dat [gedaagde] hem gedurende zijn opname zes keer heeft gebeld, maar zij heeft van deze stelling geen bewijs overgelegd noch bewijs daarvan aangeboden. Nu [gedaagde] voldoende gemotiveerd weerspreekt dat hij destijds zes keer met die buurman heeft gebeld of dat de buurman zulks aan de Stichting heeft verklaard, heeft de Stichting onvoldoende aangetoond dat deze gesprekken zijn gevoerd. Van het ene telefoontje dat [gedaagde] wel erkent te hebben gepleegd heeft de Stichting niet gespecificeerd wat de kosten daarvoor bedragen, zodat ook de vordering ten aanzien van dit telefoongesprek niet kunnen worden toegewezen. Voor de overige telefoongesprekken geldt eveneens dat onvoldoende is komen vast te staan dat [gedaagde] deze heeft gevoerd.
Gezien het voorgaande moet de vordering die de Stichting tegen [gedaagde] heeft ingesteld integraal worden afgewezen.
De Stichting zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten, die aan de zijde van [gedaagde] tot en met vandaag worden begroot op €50,00.
Beslissing
De kantonrechter:
- wijst de vordering af;
- veroordeelt de Stichting tot betaling van de proceskosten, welke aan de zijde van [gedaagde] tot en met heden worden begroot op €50,00;
Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.P. Veenhof en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.