Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AZ0519

Datum uitspraak2006-10-19
Datum gepubliceerd2006-10-19
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Zwolle
Zaaknummers07/620365-05
Statusgepubliceerd


Indicatie

vrijspraak in medicijnzaak


Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD Meervoudige strafkamer te Lelystad Parketnummer: 07/620365-05 Uitspraak: 19 oktober 2006 S T R A F V O N N I S in de zaak van het openbaar ministerie tegen: [verdachte] Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 9 mei 2006, op 11 juli 2006 en op 5 oktober 2006. De verdachte is ter terechtzitting van 9 mei 2006 en van 5 oktober 2006 verschenen, telkens bijgestaan door mr. N.D.J. Kooij, advocaat te Almere. De officier van justitie, mr. I.M. Muller, heeft ter terechtzitting subsidiair gevorderd: ? de veroordeling van verdachte ter zake het primair ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 jaar, met aftrek op grond van artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht; ? afwijzing van het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis. TENLASTELEGGING (volgt tenlastelegging, zoals ter terechtzitting van 11 juli 2006 overeenkomstig het bepaalde in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering is aangepast). De rechtbank duidt de op de aangepaste tenlastelegging genoemde onderdelen beginnend met het primair tenlastegelegde en eindigend met het uiterst subsidiair tenlastegelegde aan als A tot en met J. BEWIJS De verdachte dient van het haar onder A tot en met F tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat er naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende bewijs voorhanden is dat de verklaring van verdachte, omtrent hetgeen op 24 december 2005 zou zijn voorgevallen in haar woning, geheel uitsluit. De verdachte dient van het haar onder G, H, I en J tenlastegelegde te worden vrijgesproken omdat daarvoor eveneens onvoldoende wettig bewijs -namelijk slechts de enkele verklaring van verdachte-, voorhanden is. BESLISSING Het tenlastegelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken. Aldus gewezen door mr. G.H. Meijer, voorzitter, mrs. F. van der Maden en H. Th. Pos, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C.R. Verstraeten, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 oktober 2006. Mr. Van der Maden voornoemd, was buiten staat dit vonnis te ondertekenen.