
Jurisprudentie
AZ0511
Datum uitspraak2006-10-19
Datum gepubliceerd2006-10-19
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureKort geding
Instantie naamRechtbank Zutphen
Zaaknummers80371 / KG ZA 06-241
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2006-10-19
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureKort geding
Instantie naamRechtbank Zutphen
Zaaknummers80371 / KG ZA 06-241
Statusgepubliceerd
Indicatie
Spoedeisend belang van Wolborgh onvoldoende aannemelijk geworden om de Parochie te bevelen te gehengen en te gedogen dat eenieder gebruik mag maken van het bestaande pad over het terrein van de Parochie om naar het klooster te gaan. Primaire vordering daarom afgewezen.
Zonder nader onderzoek naar de feiten, waarvoor in kort geding geen plaats is, is voorshands onvoldoende aannemelijk dat de bodemrechter - later oordelend - het door Wolborgh bij haar subsidiaire vordering geëiste tracé zal aanwijzen als noodweg. De subsidiaire vordering komt dan ook niet voor toewijzing in aanmerking. Dit zou anders kunnen zijn indien Wolborgh een zodanig spoedeisend belang bij deze vordering heeft dat het oordeel van de bodemrechter niet kan worden afgewacht. Dienaangaande is door Wolborgh slechts aangevoerd, dat zij financiële schade lijdt door het opschorten van de beslissing op de noodzakelijke wijziging van het bestemmingsplan door de gemeente Bronckhorst. Dit is echter geen spoedeisend belang als hiervoor bedoeld.
De subsidiaire vordering van Wolborgh wordt daarom eveneens afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK Zutphen
Sector Civiel – Afdeling Handel
zaaknummer / rolnummer: 80371 / KG ZA 06-241
Vonnis in kort geding van 19 oktober 2006
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
WOLBORGH PROJEKTONTWIKKELING B.V.,
gevestigd te Hengelo,
eiseres,
procureur mr. W.H.A. Buiting,
advocaat mr. M.H.M. Deppenbroek te Doetinchem,
tegen
het rechtspersoonlijkheid bezittende Kerkgenootschap
R.K. PAROCHIE CHRISTUS KONING,
zetelende te Vorden,
gedaagde,
verschenen bij [naam A], bestuurslid, [naam B], bestuurslid-secretaris,
[naam C], bestuurslid, en [naam D], rentmeester/makelaar.
Partijen zullen hierna Wolborgh en de Parochie genoemd worden.
1. De procedure
1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding, betekend op 19 september 2006
- de mondelinge behandeling ter terechtzitting van 5 oktober 2006
- de pleitnota van Wolborgh
- de pleitnota van de Parochie.
1.2 Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
2.1 Wolborgh heeft bij op 20 juni 1997 ten overstaan van notaris van Exel te Doetinchem verleden akte van de Nederlandse Provincie van de Orde der Minnebroeders te Utrecht in eigendom verkregen het klooster Kranenburg te Vorden, gelegen op het perceel plaatselijk bekend als [straat] te Vorden, kadastraal bekend als gemeente Vorden sectie [letter] nummers [nummers] en [nummers]. Het klooster is niet bereikbaar via een openbare weg.
2.2 De Parochie is eigenares van het perceel grond aan [straat] te Vorden, kadastraal bekend als gemeente Vorden sectie [letter] nummer [nummers]. Op dit perceel grond bevindt zich de Paduakerk, thans in gebruik als heiligenbeeldenmuseum Kranenburg.
2.3 Over het aan de Parochie in eigendom toebehorende perceel nummer [nummers] loopt vanaf de vooringang van het klooster aan de zijde van [straat] eerst in west-noordwestelijke richting en daarna in zuidwestelijke richting naar de perceelsgrens van het perceel nummer [nummers] en daarna in oost-zuidoostelijke richting langs de erfgrens van perceel nummer [nummers] en tot de meest zuidelijke punt daarvan een gedeeltelijk verhard pad.
2.4 Vanaf de bouw van het klooster, begin 1900, hebben vooral de minderbroeders het pad gebruikt als loop-, brevier- en fietspad. Voorts werd het pad gebruikt door bezoekers en leveranciers van het klooster.
2.5 In de periode van april 1997 tot juni 2001 zijn tussen Wolborgh en de Parochie besprekingen gevoerd over aankoop door Wolborgh van het stuk grond waarop vorenbedoeld pad is gelegen ten behoeve van de ontsluiting van het klooster naar [straat].
2.6 Wolborgh is voornemens in het klooster een woon-/zorgcentrum te vestigen. De gemeente Bronckhorst heeft de beslissing over de daarvoor benodigde en door Wolborgh verzochte wijziging van het bestemmingsplan aangehouden.
3. Het geschil
3.1 Wolborgh vordert , dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
Primair:
1. De Parochie, op straffe van een dwangsom van EUR 5.000,00 per dag dat De Parochie nalaat aan dit onderdeel van het vonnis geheel of gedeeltelijk te voldoen met een maximum van EUR 250.000,00, zal gelasten te gehengen en te gedogen dat eenieder die wenst te komen van [straat] te Vorden en te gaan naar het perceel kadastraal bekend als gemeente Vorden, sectie [letter], nummer [nummers] en vice versa, komt en gaat over de verharde weg op perceel kadastraal bekend als gemeente Vorden, sectie [letter], nummer [nummers], en te verbieden deze verharde weg af te sluiten totdat in eerste aanleg vonnis is gewezen in de aanhangig te maken bodemprocedure omtrent het recht van uitweg van Wolborgh over het perceel kadastraal bekend als gemeente Vorden, sectie [letter], nummer [nummers], onder oplegging van de verplichting aan eiseres om binnen zes weken na dit vonnis die bodemprocedure aanhangig te maken;
Subsidiair:
2. de Parochie zal gelasten ten behoeve van de eigenaar van het perceel kadastraal bekend als gemeente Vorden, sectie [letter], nummer [nummers] een noodweg aan te wijzen die loopt over de aanwezige verharde weg over het perceel kadastraal bekend als gemeente Vorden, sectie [letter], nummer [nummers] vanaf de vooringang van het klooster aan de zijde van [straat] eerst in west-noordwestelijke richting, daarna in zuid-zuidwestelijke richting naar de perceelsgrens van het perceel kadastraal bekend als gemeente Vorden, sectie [letter], nummer [nummers], daarna in oost-zuidoostelijke richting langs de erfgrens van het perceel kadastraal bekend als gemeente Vorden, sectie [letter], nummer [nummers] tot het meest zuidelijke punt van dat perceel, welke noodweg geldt tot twee weken nadat in eerste aanleg vonnis is gewezen in de aanhangig te maken bodemprocedure omtrent het recht van uitweg van Wolborgh over het perceel kadastraal bekend als gemeente Vorden, sectie [letter], nummer [nummers], onder oplegging van de verplichting aan eiseres om binnen zes weken na dit vonnis die bodemprocedure aanhangig te maken;
Meer subsidiair:
3. de Parochie zal gelasten ten behoeve van de eigenaar van het perceel kadastraal bekend als gemeente Vorden, sectie [letter]. nummer [nummers] een noodweg aan te wijzen die loopt over de aanwezige verharde weg over het perceel kadastraal bekend als gemeente Vorden, sectie [letter], nummer [nummers], welke noodweg geldt tot twee weken nadat in eerste aanleg vonnis is gewezen in de aanhangig te maken bodemprocedure omtrent het recht van uitweg van Wolborgh over het perceel kadastraal bekend als gemeente Vorden, sectie [letter], nummer [nummers], onder oplegging van de verplichting aan eiseres om binnen zes weken na dit vonnis die bodemprocedure aanhangig te maken,
4. zoals de voorzieningenrechter in goede justitie zal vermenen te behoren;
5. in alle gevallen de Parochie zal veroordelen in de kosten van deze procedure.
3.2 De Parochie voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4. De beoordeling
4.1 Tussen partijen staat onweersproken vast, dat thans door of namens Wolborgh geen activiteiten plaatsvinden op het terrein van het klooster en dat zulks binnen afzienbare tijd ook niet zal gaan geschieden noch dat de Parochie voornemens zou zijn het gebruik van het pad, zoals dat steeds heeft plaatsgevonden, te gaan verbieden of dat pad af te gaan sluiten. Voorts zijn door Wolborgh geen feiten en/of omstandigheden aangevoerd of op andere wijze aannemelijk gemaakt, waaruit valt af te leiden dat zij anderszins een spoedeisend belang heeft bij haar primaire vordering. Deze vordering moet daarom worden afgewezen.
4.2 Ter ondersteuning van het wettelijk vereiste spoedeisend belang bij haar subsidiaire vordering heeft Wolborgh aangevoerd, dat de gemeente Bronckhorst medewerking aan de vereiste wijziging van het bestemmingsplan heeft opgeschort totdat duidelijkheid bestaat over het door Wolborgh gepretendeerde recht van uitweg vanaf het klooster naar de openbare weg. De Parochie heeft deze stelling van Wolborgh niet, althans onvoldoende gemotiveerd betwist, zodat het spoedeisend belang van Wolborgh bij haar subsidiaire vordering voldoende aannemelijk is.
4.3 Aan haar subsidiaire vordering tot aanwijzing van de daarbij omschreven noodweg heeft Wolborgh ten grondslag gelegd, dat het terrein van het klooster is ingesloten en geen behoorlijke toegang heeft tot een openbare weg. Voorts heeft Wolborgh aangevoerd, dat de huidige percelen [nummers], [nummers] en [nummers] in het verleden één perceel vormden, toen genummerd [nummers], hetwelk in eigendom toebehoorde aan de Parochie, zodat perceel [nummers] krachtens het bepaalde in het derde lid van artikel 57 van boek 5 van het Burgerlijk Wetboek het eerst voor de belasting met een noodweg in aanmerking komt.
4.4 Door de Parochie is ten verwere aangevoerd, dat perceel [nummers] destijds weliswaar grensde aan [straat] doch niet ter hoogte van de kerk en/of het klooster maar aan de oostzijde van het perceel voorbij het huidige nummer [straat]. Voorts had het westelijke gedeelte van [nummers], welk gedeelte Wolborgh thans in eigendom bezit, uitweg op de openbare weg [straat] aan de noord-westzijde.
De afstand van een uitweg over het huidige perceel [nummers], waarvan een derde welke niet in rechte is betrokken de eigendom bezit, bedraagt ongeveer 8 meter, terwijl de door Wolborgh geëiste noodweg een lengte heeft van ongeveer 95 meter.
4.5 Zonder nader onderzoek naar de feiten, waarvoor in kort geding geen plaats is, is voorshands onvoldoende aannemelijk dat de bodemrechter - later oordelend - het door Wolborgh bij haar subsidiaire vordering geëiste tracé zal aanwijzen als noodweg. De subsidiaire vordering komt dan ook niet voor toewijzing in aanmerking. Dit zou anders kunnen zijn indien Wolborgh een zodanig spoedeisend belang bij deze vordering heeft dat het oordeel van de bodemrechter niet kan worden afgewacht. Dienaangaande is door Wolborgh slechts aangevoerd, dat zij financiële schade lijdt door het opschorten van de beslissing op de noodzakelijke wijziging van het bestemmingsplan door de gemeente Bronckhorst. Dit is echter geen spoedeisend belang als hiervoor bedoeld.
De subsidiaire vordering van Wolborgh moet daarom eveneens worden afgewezen.
4.6 De meer subsidiaire vordering van Wolborgh moet op de hiervoor vermelde gronden eveneens worden afgewezen.
4.7 Wolborgh zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van de Parochie worden begroot op EUR 248,00 wegens vast recht.
5. De beslissing
De voorzieningenrechter
5.1 wijst de vorderingen van Wolborgh af,
5.2 veroordeelt Wolborgh in de proceskosten, aan de zijde van de Parochie tot op heden begroot op EUR 248,00.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.E.F. Hillen en in het openbaar uitgesproken op 19 oktober 2006.
cm/hi