
Jurisprudentie
AZ0476
Datum uitspraak2006-02-20
Datum gepubliceerd2006-10-19
RechtsgebiedPersonen-en familierecht
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Maastricht
ZaaknummersKanton 180604 EJ VERZ 05-2 en 94455 / FA RK 04-980
Statusgepubliceerd
SectorSector kanton
Datum gepubliceerd2006-10-19
RechtsgebiedPersonen-en familierecht
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Maastricht
ZaaknummersKanton 180604 EJ VERZ 05-2 en 94455 / FA RK 04-980
Statusgepubliceerd
SectorSector kanton
Indicatie
De vrouw oefent alleen het ouderlijk gezag uit over het uit de verbroken relatie van partijen geboren minderjarig kind. De kantonrechter verklaart de man ontvankelijk in zijn verzoek hem gezamenlijk met de moeder te belasten met het ouderlijk gezag en laat daarbij art. 1:253c BW buiten toepassing gelet op de inmiddels in het EVRM en het Verdrag van de rechten van het kind verankerde uitgangspunten en in aanmerking nemende de inhoud en strekking van de voorgenomen wetswijzigingen op dit punt.
De kantonrechter wijst dit verzoek af gelet op de vrees van de kantonrechter dat de man het hebben van ouderlijk gezag niet zal beperken tot het samen met de vrouw nemen van belangrijke beslissingen, doch dat hij ook zijn invloed wenst uit te oefenen op de normale dagelijkse gang van zaken in het gezin van de vrouw, hetgeen steeds weer tot conflicten zal leiden.
Uitspraak
beschikking
RECHTBANK MAASTRICHT
Sector Kanton Locatie Maastricht
Sector Civiel, unit familie
Datum uitspraak: 20 februari 2006
zaaknummers: Kanton 180604 EJ VERZ 05-2
94455 / FA RK 04-980
De kantonrechter/rechtbank heeft de navolgende beschikking gegeven in bovengenoemde zaken betreffende:
[naam verzoeker],
verzoeker, verder te noemen de man,
wonende te [A.],
procureur mr. J.A.M.G. Vogels,
advocaat mr. J.A.M.P. Keijser te Nijmegen,
en:
[naam verweerder],
wederpartij, verder te noemen de vrouw,
wonende te [S.],
procureur mr. R.M.J. Schoonbrood.
Gezien de beschikking van de rechtbank van 24 december 2004, waarbij onder meer het verzoek inzake het gezamenlijke gezag is verwezen naar de kantonrechter.
1. Verder verloop van de procedure:
In zaaknummer 180604
De kantonrechter heeft bij brief van 23 mei 2005 de Raad voor de Kinderbescherming verzocht een advies uit te brengen.
In beide zaken
De Raad voor de Kinderbescherming te Maastricht, hierna: de raad, heeft op 28 juli 2005 een rapport uitgebracht.
Op 9 november 2005 is een brief van de advocaat van de man binnengekomen.
De zaken zijn gezamenlijk behandeld ter terechtzitting van 15 december 2005.
Van die behandeling is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.
2. Verdere beoordeling:
De rechtbank heeft zich bij voornoemde beschikking onbevoegd verklaard van het verzoek tot wijziging van het ouderlijk gezag kennis te nemen en heeft dit verzoek ter verdere afdoening verwezen naar de kantonrechter.
Gelet op de verknochtheid van de verzoeken zal de kinderrechter, tevens in haar hoedanigheid van kantonrechter-plv., de zaken gevoegd behandelen.
In de zaak nr. 180604:
Met betrekking tot de vraag of de man ontvankelijk is in zijn verzoek tot wijziging van het ouderlijk gezag is de kantonrechter van oordeel dat de man in zijn verzoek kan worden ontvangen. Weliswaar geeft artikel 1:253c BW de tot het gezag bevoegde vader, die nimmer het gezag met de moeder gezamenlijk heeft uitgeoefend, niet de mogelijkheid te verzoeken hem gezamenlijk met de moeder met het gezag te belasten, maar de kantonrechter laat dit artikel buiten toepassing gelet op de inmiddels in het EVRM en het Verdrag van de rechten van het kind verankerde uitgangspunten en in aanmerking nemende verder de inhoud en strekking van de voorgenomen wijziging van de wettelijke bepalingen als vervat in de nota van wijziging met nummer 29 353 vergaderjaar 2003-2004 en de daaraan ten grondslag liggende gewijzigde inzichten ten aanzien van het verkrijgen van gezamenlijk gezag, dat, voor zover hier relevant, strekt tot wijziging van het thans geldende artikel 1:253c BW in die zin, dat de tot het gezag bevoegde man, die nimmer het gezamenlijk gezag met de vrouw heeft uitgeoefend, de kantonrechter kan verzoeken hem tezamen met de vrouw met het gezag over het kind te belasten.
De raad heeft geadviseerd de ouders gezamenlijk te belasten met het ouderlijk gezag over [naam kind].
De raad is tijdens het onderzoek gebleken dat beide ouders belangrijk zijn voor [naam kind]. De vrouw heeft vanaf de geboorte de zorgtaken voor [naam kind] op zich genomen, terwijl [naam kind] met haar vader eveneens een goede band heeft opgebouwd. Beide ouders voelen zich verantwoordelijk voor [naam kind] en tonen inzet en betrokkenheid om de zaken zo goed mogelijk voor haar te regelen. De raad is tijdens het onderzoek gebleken dat de ouders ondanks communicatieve missers, toch veel samen kunnen regelen. De raad is voorts gebleken dat de omgang tussen [naam kind] en haar vader goed loopt.
De vrouw heeft ter zitting verklaard niet in te stemmen met dit verzoek. Zij is bevreesd dat indien de ouders samen het ouderlijk gezag over [naam kind] zullen uitoefenen de conflicten met de man weer zullen oplaaien, omdat de man iedere beslissing van de vrouw zal aangrijpen om daar niet mee akkoord te gaan. Gezamenlijk ouderlijk gezag houdt in dat de ouders met elkaar moeten gaan overleggen en de vrouw vreest dat juist deze overlegsituaties zullen zorgen voor enorme spanningen, waardoor het welzijn van [naam kind] schade zal ondervinden.
De man ziet geen enkele reden hem niet, samen met de vrouw, te belasten met het ouderlijk gezag. De man kan in de huidige gezagsituatie niet ingrijpen als hij ziet dat de vrouw beslissingen neemt waar hij het niet mee eens is. De man is voorts bevreesd voor de willekeur van de vrouw.
Omdat voornoemde nota van wijziging het in artikel 1:253c lid 2 BW geformuleerde criterium in stand houdt, namelijk dat de verzochte gezagswijziging in het belang van de minderjarige wenselijk wordt geacht, zal de kantonrechter ook dit criterium hanteren. De door wijziging van het ouderlijk gezag in het eenhoofdig ouderlijk gezag gehanteerde maatstaf of een onaanvaardbaar risico bestaat dat de minderjarige klem of verloren dreigt te geraken in de communicatiestoornissen tussen de ouders en er geen uitzicht op bestaat dat die situatie binnen afzienbare termijn verbetert, moet als een te beperkte toets gelden. Daarnaast moet ook nog in de beoordeling worden betrokken of sprake is van andere mogelijke gevolgen van de verzochte gezagswijziging van het eenhoofdig ouderlijk gezag in het gezamenlijk ouderlijk gezag die al dan niet in het belang van het kind wenselijk kunnen zijn.
Uit het rapport van de raad als ook uit het verhandelde ter zitting is de kantonrechter gebleken dat de vrouw gericht is op samenwerking met de man wat betreft het nemen van beslissingen ten aanzien van [naam kind], maar zij is anderszins huiverig voor overheersing van de man op dit vlak wat betreft de dagelijkse gang van zaken. De man is een persoon die graag de touwtjes in handen heeft en zelf bepaalt wat er gebeurt. In de huidige situatie, waarin hij geen gezag heeft, voelt de man zich ondergeschikt aan de vrouw en dat strookt niet met zijn persoonlijkheid. De man wil dan ook gezamenlijk gezag, omdat hij thans niet kan ingrijpen als de vrouw in zijn ogen verkeerde beslissingen neemt, terwijl de vrouw vreest dat de conflicten met de man in alle hevigheid zullen oplaaien zodra hij tevens belast wordt met het ouderlijk gezag en dat hij iedere beslissing van haar zal aangrijpen om daar niet mee in te stemmen.
Tussen partijen zijn verschillende procedures met betrekking tot [naam kind] gevoerd. Ondanks het feit dat hun communicatie soms zeer moeizaam verloopt is er thans een omgangsregeling. Voorts is het duidelijk dat de man het niet eens is met de wijze waarop de vrouw een aantal zaken bij haar thuis heeft geregeld.
Gelet op het vorenstaande vreest de kantonrechter dan ook dat de man het hebben van ouderlijk gezag niet zal beperken tot het samen met de vrouw nemen van belangrijke beslissingen, doch dat hij ook zijn invloed wenst uit te oefenen op de normale dagelijkse gang van zaken in het gezin van de vrouw, hetgeen steeds weer tot conflicten zal leiden. Gezamenlijk ouderlijk gezag houdt dat namelijk niet in. De ouder bij wie een kind verblijft, derhalve ook de ouder bij wie een kind verblijft tijdens een omgangsregeling, neemt beslissingen over de dagelijkse zaken zoals bedtijd, etenstijd en oppas. Over dit soort zaken dient er over en weer vertrouwen te zijn en de kantonrechter bemerkt dit vertrouwen bij de man niet.
Dit alles in samenhang bezien met de jeugdige leeftijd van [naam kind], verwacht de kantonrechter dat de te verwachten invloed van de man op de vrouw bij gezamenlijk ouderlijk gezag en de daarmee gepaard gaande communicatie een negatieve weerslag zal hebben op [naam kind]. De invloed van de man op de vrouw roept thans reeds veel spanning op bij de vrouw. Zodra de ouders samen het ouderlijk gezag zullen uitoefenen, verwacht de kantonrechter dat de invloed van de man op de vrouw alleen maar zal toenemen, hetgeen niet zonder gevolgen voor de relatie tussen [naam kind] en haar moeder zal zijn. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat gezamenlijk ouderlijk gezag in belang van [naam kind] niet wenselijk is en dat vooralsnog het eenhoofdige ouderlijke gezag dient te worden gehandhaafd.
In zaaknummer 94455:
Gelet op vorenstaande beslissing zal de rechtbank de man niet ontvankelijk verklaren in zijn verzoek tot wijziging van de hoofdverblijfplaats van [naam kind]. De met het gezag belaste ouder(s) neemt/nemen hierover een beslissing. Nu de vrouw alleen belast blijft met het ouderlijk gezag, neemt zij hierin een beslissing.
Ten aanzien van het vaststellen van een omgangsregeling zijn de ouders overeengekomen dat de bij beschikking van 24 december 2004 vastgestelde omgangsregeling dient te worden gehandhaafd, met dien verstande dat de omgang zal ingaan op vrijdag om 12.00 uur, zolang de schooltijden van [naam kind] dat toelaten. Gelet op de spanningen bij de vrouw om [naam kind] naar de man te brengen, zal de rechtbank bepalen dat de man [naam kind] bij de vrouw zal ophalen en daar weer zal terugbrengen.
3. Beslissing:
In zaaknummer 180604:
De kantonrechter:
Wijst het verzoek tot wijziging van het ouderlijk gezag af.
In zaaknummer 94455:
De rechtbank:
Verklaart de man niet ontvankelijk in zijn verzoek tot wijziging van de hoofdverblijfplaats.
Stelt vast dat de man omgang zal hebben met zijn dochter [naam kind] en wel:
- eenmaal per veertien dagen van vrijdag 12.00 uur en zodra de schooltijden dit verhinderen, van na school, tot zondag 17.00 uur
- de helft van de schoolvakanties en feestdagen, door de ouders nader in te vullen.
Bepaalt dat de man [naam kind] ter effectuering van deze omgangsregeling bij de vrouw komt halen en na afloop van de omgang daar weer terugbrengt.
Wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.J. Hazen, kinderrechter, tevens kantonrechter-plv. en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2006 in tegenwoordigheid van L.M.H. Beckers, griffier.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een procureur (advocaat) - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak;