Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AZ0411

Datum uitspraak2006-03-31
Datum gepubliceerd2006-10-19
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamCollege van Beroep voor het bedrijfsleven
ZaaknummersAWB 05/80 (art. 8:29 Awb)
Statusgepubliceerd


Indicatie

Besluit innovatiesubsidie samenwerkingsprojecten


Uitspraak

College van Beroep voor het bedrijfsleven No. AWB 05/80 31 maart 2006 27317 Beslissing ingevolge artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht in de zaak van: A, h.o.d.n. B, appellant tegen de Minister van Economische Zaken, verweerder, gemachtigde: mr. R. Volkers, werkzaam bij verweerders agentschap SenterNovem. 1. De procedure Op 29 februari 2005 heeft het College van appellant een beroepschrift ontvangen, waarbij beroep wordt ingesteld tegen een besluit van 20 december 2004 van verweerder. Bij dit besluit heeft verweerder beslist op het bezwaar van appellant tegen verweerders primaire besluit van 31 augustus 2004, waarbij appellantes aanvraag om subsidie op grond van het Besluit innovatiesubsidie samenwerkingsprojecten is afgewezen. Bij brief van 2 maart 2005 heeft appellant de gronden van zijn beroep aangevuld. Bij brief van 31 maart 2005 heeft verweerder een verweerschrift ingediend. Bij brief van 19 april 2005 heeft appellant het College verzocht verweerder op te dragen om in deze procedure de volledige projectanalyse betreffende zijn aanvraag om subsidie, opgesteld door een medewerker van SenterNovem, te overleggen. Bij griffiersbrief van 2 maart 2006 is verweerder verzocht om bedoelde projectanalyse aan het College te doen toekomen. Bij brief van 16 maart 2006 heeft verweerder het betreffende stuk overgelegd. Voorts heeft verweerder met een beroep op artikel 8:29, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) verzocht dit stuk niet volledig aan appellant ter kennis te brengen. 2. Overwegingen 2.1 Ter beoordeling staat de vraag of beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is voor de onderdelen van de projectanalyse waarop het verzoek van verweerder betrekking heeft. Ingevolge het bepaalde bij artikel 19, eerste lid, Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie, juncto artikel 8:29, eerste lid, Awb, voorzover hier van belang, kunnen partijen die verplicht zijn stukken over te leggen, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, het College meedelen dat uitsluitend het College van die stukken kennis zal mogen nemen. Uit het derde lid van artikel 8:29 Awb volgt dat het College beslist of de beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is. De vraag of sprake is van "gewichtige redenen" voor geheimhouding vergt, naar mede blijkt uit de Memorie van Toelichting bij de Awb, een afweging van belangen. Hierbij zijn enerzijds aan de orde het belang dat partijen over en weer gelijkelijk beschikken over de voor de beslechting van het geschil relevante informatie en het belang dat de rechter beschikt over alle informatie die nodig is om de hem voorgelegde zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen; anderzijds speelt een rol het belang dat bepaalde gegevens niet, althans slechts in beperkte mate, openbaar worden. De omstandigheid dat een bestuursorgaan een verzoek om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur zou kunnen afwijzen is in een gerechtelijke procedure tussen partijen niet doorslaggevend. Het College is van oordeel dat verweerder onvoldoende zwaarwegende argumenten heeft aangedragen voor een geslaagd beroep op geheimhouding van de volledige projectanalyse. Hiertoe neemt het College in aanmerking dat de projectanalyse ter voorlichting dient van de Adviescommissie innovatiesubsidie samenwerkingsprojecten (hierna: Adviescommissie) en een eerste beoordeling van het project bevat in het licht van de subsidieregeling door een medewerker van SenterNovem. Gezien de functie en de inhoud van de projectanalyse is aannemelijk dat de projectanalyse bij de vorming van het oordeel van de Adviescommissie een rol heeft gespeeld. Dit in aanmerking nemende heeft appellant een gerechtvaardigd belang bij kennisneming van de analyse. De omstandigheid dat een medewerker over een aantal aspecten van de aanvraag een (persoonlijk) standpunt heeft ingenomen en de projectanalyse in zoverre de persoonlijke opvatting van een medewerker bevat vormt in het licht van het hiervoor weergegeven normatief kader, geen gewichtige reden die beperking van de kennisneming rechtvaardigt. Het College is er niet van overtuigd dat kennisneming van de volledige analyse door appellant de belangen van verweerder zou schaden. Meer in het bijzonder valt niet, althans niet zonder nadere motivering, in te zien dat het verstrekken van de volledige projectanalyse aan de aanvrager met zich brengt dat de medewerker deze analyse niet meer in vrijheid zou kunnen opstellen. Het verzoek om beperking van de kennisneming van de volledige projectanalyse dient derhalve te worden afgewezen. 2.2 Conform artikel 12, zesde lid, van zijn procesregeling zal het College bedoelde projectanalyse aan verweerder doen terugzenden. Verweerder wordt in de gelegenheid gesteld binnen twee weken na verzending van deze beslissing de projectanalyse alsnog als voor appellant toegankelijk gedingstuk in te brengen. Mitsdien wordt beslist als volgt. 3. De beslissing Het College: - beslist dat beperking van de kennisneming ten aanzien van de volledige projectanalyse met betrekking tot projectnummer IS042039 niet gerechtvaardigd is; - gelast de griffier, dit stuk terug te zenden aan verweerder; - stelt verweerder in de gelegenheid, binnen twee weken na verzending van deze beslissing dit stuk alsnog als voor appellant toegankelijk gedingstuk over te leggen; - houdt iedere verdere beslissing aan. Aldus gegeven door mr. C. Wolters, in tegenwoordigheid van mr. A. Graefe als griffier, op 31 maart 2006. w.g. C.M. Wolters w.g. A. Graefe