
Jurisprudentie
AZ0388
Datum uitspraak2006-10-17
Datum gepubliceerd2006-10-18
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Zutphen
Zaaknummers06/460338-06
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2006-10-18
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Zutphen
Zaaknummers06/460338-06
Statusgepubliceerd
Indicatie
De rechtbank veroordeelt verdachte voor opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de in preventieve hechtenis doorgebrachte tijd.
Uitspraak
RECHTBANK ZUTPHEN
Sector Straf
Meervoudige kamer
Parketnummer: 06/460338-06
Uitspraak d.d.: 17 oktober 2006
tegenspraak/ dip
VERKORT VONNIS
in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren te [plaats] op [geboortedatum],
wonende te [plaats],
thans verblijvende in P.I. Achterhoek, Lunettestraat, Zutphen.
Onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van
3 oktober 2006.
Ter terechtzitting gegeven beslissingen
Ter terechtzitting is de volgende beslissing gegeven:
De rechtbank heeft het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
De tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 29 juni 2006 te Hulshorst, gemeente Nunspeet, opzettelijk
brand heeft gesticht in een (houten) chalet, althans een (sta)caravan, immers
heeft verdachte toen aldaar opzettelijk een hoeveelheid benzine, althans met
een brandbare stof, over de vloer van dat houten chalet, althans die
(sta)caravan gesprenkeld en/of gegoten, en vervolgens die benzine, althans
die brandbare stof met een aansteker aangestoken,in elk geval opzettelijk
(open) vuur in aanraking gebracht met benzine, althans met (een) brandbare
stof(fen), ten gevolge waarvan dat (houten) chalet, althans die (sta)caravan
en/of de daarin gelegen goederen (gereedschap), geheel of gedeeltelijk is/zijn
verbrand, in elk geval brand is ontstaan,terwijl daarvan gemeen gevaar voor
goederen (in dat (houten) chalet, althans die (sta)caravan gelegen goederen
en/of in de omgeving van die (sta)caravan bevindende bomen en/of struiken
en/of overige (houten en/of kunststoffen) chalets althans (sta)caravans), in
elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor
zwaar lichamelijk letsel voor personen die zich in de omliggende chalets en/of
(sta)caravans bevonden, in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar
lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was;
art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht
art 157 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht
ALTHANS dat
hij op of omstreeks 29 juni 2006 te Hulshorst, gemeente Nunspeet, ter
uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om opzettelijk brand te
stichten in een (houten) chalet, althans een (sta) caravan,met dat opzet een
hoeveelheid benzine, althans met een brandbare stof, over de vloer van dat
houten chalet, althans die (sta)caravan heeft gesprenkeld en/of gegoten, en
vervolgens die benzine, althans die brandbare stof met een aansteker heeft
aangestoken,in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met
benzine, althans met (een) brandbare stof(fen), in elk geval met dat opzet
(open) vuur in aanraking heeft gebracht met benzine, althans met (een)
brandbare stof(fen), waardoor (korte tijd) brand is ontstaan,terwijl daarvan
gemeen gevaar voor goederen (in dat (houten) chalet, althans die (sta)caravan
gelegen goederen en/of in de omgeving van die (sta)caravan bevindende bomen
en/of struiken en/of overige (houten en/of kunststoffen) chalets althans
(sta)caravans), in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar
en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor personen die zich in de
omliggende chalets en/of (sta)caravans bevonden, in elk geval levensgevaar
en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen en/of
levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten was,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht
art 157 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht
art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht
Taal- en/of schrijffouten
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1 primair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op 29 juni 2006 te Hulshorst, gemeente Nunspeet, opzettelijk brand heeft gesticht in een houten chalet, immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk een hoeveelheid benzine over de vloer van dat houten chalet gegoten, en vervolgens die benzine, met een aansteker, aangestoken, ten gevolge waarvan dat houten chalet en de daarin gelegen goederen (gereedschap) gedeeltelijk zijn verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor zich in de omgeving van dat houten chalet bevindende bomen en struiken en overige houten en/of kunststoffen chalets, althans (sta)caravans), te duchten was;
Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde
Nu geen bewijsmiddelen voorhanden zijn waaruit blijkt dat zich in de omliggende chalets en/of stacaravans mensen bevonden, hetgeen ten laste is gelegd, zal de rechtbank verdachte van dit onderdeel vrijspreken.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezene levert op het misdrijf:
Opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is.
Strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
Oplegging van straf en/of maatregel
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I).
De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen - en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden – dat verdachte zich onder invloed van alcohol heeft schuldig gemaakt aan brandstichting in een chalet op een caravanterrein, als gevolg waarvan schade is ontstaan. Uit het dossier en het behandelde ter terechtzitting is gebleken dat verdachte handelde uit wrok jegens de eigenaar van het terrein. Verdachte heeft door zijn handelen gevaar veroorzaakt voor de directe omgeving van het chalet. Delicten als onderhavige veroorzaken in de samenleving gevoelens van onrust en onveiligheid.
Anderzijds neemt de rechtbank in aanmerking dat de schade uiteindelijk, gelukkig, beperkt is gebleven en voorts dat verdachte, ondanks langdurige bestaande alcoholproblematiek, een beperkt strafblad heeft.
Aangezien niet is bewezenverklaard dat levensgevaar voor personen te duchten is geweest, zal de rechtbank een lagere straf opleggen dan door de officier van justitie is geëist.
De rechtbank acht een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank zal voorts de bijzondere voorwaarde stellen, dat verdachte zich tijdens de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door de reclassering.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Deze beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 157 van het
Wetboek van Strafrecht.
Beslissing
De rechtbank beslist als volgt.
Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder feit 1 primair tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 216 (tweehonderdzestien) dagen.
Bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 120 (honderdtwintig) dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.
Stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de reclassering , zolang de reclassering dit noodzakelijk oordeelt.
Geeft de reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarde hulp en steun te verlenen.
Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.
Aldus gewezen door mrs. Van der Hooft, voorzitter, de Bie en Hemrica, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Erp, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 17 oktober 2006.