Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AZ0360

Datum uitspraak2006-10-10
Datum gepubliceerd2006-11-01
RechtsgebiedBelasting
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Haarlem
Zaaknummers05/5930
Statusgepubliceerd


Indicatie

Indelingskwestie; GN-post 2206 versus 2208. Indeling van een drank waarin zowel gegiste als gedistilleerde alcohol aanwezig is. Op grond van de GS-toelichting op post 2206 blijft het onderhavige product ingedeeld onder deze post omdat het karakter van de drank ook na toevoeging van de gedestilleerde alcohol behouden is gebleven.


Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM Sector bestuursrecht, meervoudige douanekamer Procedurenummer: AWB 05/5930 DK Uitspraakdatum: 10 oktober 2006 Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen X N.V., gevestigd te Z, eiseres, en de inspecteur van de Belastingdienst P, verweerder. 1. Ontstaan en loop van het geding Op 27 december 2004 heeft verweerder twee beschikkingen betreffende bindende tariefinlichtingen (hierna: BTI’s) afgegeven met referentiekenmerken (...) en (...). Na daartegen gemaakt bezwaar heeft verweerder bij uitspraken op bezwaar met dagtekening 30 september 2005, de BTI’s gehandhaafd. Eiseres heeft daartegen bij brief van 1 november 2005, ontvangen bij de rechtbank op 3 november 2005, beroep ingesteld. Bij brief van 8 december 2005 heeft eiseres het beroepschrift aangevuld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 mei 2006. Namens eiseres is daar verschenen als gemachtigde A (B Belastingadviseurs te Q), bijgestaan door C en D. Namens verweerder is verschenen E. Aangezien bij de rechtbank onduidelijkheid bestond omtrent de feiten is het onderzoek heropend en een monster opgevraagd van de hierna onder 2.5 bedoelde vruchtenwijn. Het tweede onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 september 2006. Namens eiseres is daar verschenen als gemachtigde A (B Belastingadviseurs te Q), bijgestaan door C en D. Eiseres heeft als deskundigen meegenomen F en G, beiden werkzaam bij H BV. Namens verweerder is verschenen E. 2. Feiten Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat het volgende vast: 2.1. De onderneming van eiseres houdt zich - onder meer - bezig met de handel in alcoholhoudende dranken. 2.2. Eiseres heeft voor twee producten, te weten a-product en b-product (hierna ook: de onderhavige producten), zijnde alcoholhoudende dranken met een alcoholgehalte van 5% bij een kamertemperatuur van 20 graden Celcius, BTI’s aangevraagd en verzocht de goederen in te delen onder goederencode 2206 00 59 van het gemeenschappelijk douanetarief (GDT). Naar aanleiding van de aanvraag heeft het douanelaboratorium de producten onderzocht. De uitslagen van het monsteronderzoek van beide producten vermelden onder meer het volgende: “Beschouwing t.b.v. het geharmoniseerd systeem: De samenstelling van de alcohol [komt] chemisch gezien overeen met een mengsel van gegiste en gedistilleerde alcohol, waarin minder dan 50 % gegiste alcohol aanwezig is. Als zodanig komt dit product in aanmerking voor indeling in tp. 2208.” 2.3. In afwijking van de door eiseres voorgestane goederencode heeft verweerder de BTI’s afgegeven met indeling onder 2208 90 69 van het GDT. De onderhavige producten worden daarin omschreven als “alcoholhoudende drank met een blauwe kleur” respectievelijk “met een witte (clouded) kleur, verpakt in een van een kroonkurk voorzien flesje met een inhoud van 275 ml. De drank bevat 5 volumepercenten ethylalcohol gemeten bij een temperatuur van 20 graden Celcius, met bestanddelen waaruit blijkt dat een deel, minder dan de helft, van deze alcohol is verkregen door vergisting. Daarnaast bevat de drank onder meer water, suiker, de voedingszuren citroenzuur (E 330) en natriumcitraat (E 331), de natuurlijke conserveermiddelen kaliumsorbaat (E 202) en kaliumbenzoaat (E 212).” 2.4. Blijkens een door eiseres overgelegd receptuur is bij het a-product N % van in het product aanwezige alcohol afkomstig van vruchtenwijn en voor N % van wodka. Voor het b-product zijn de percentages respectievelijk N en N. Volgens de receptuur van eiseres bestaat een miljoen liter van het b-product uit: - N liter gegiste drank (vruchtenwijn met 14,9 % alcohol), - N liter alcoholvrije drank (gedemineraliseerd water), - N liter gedistilleerde alcohol met een percentage van 80% en - N liter siroop, - N liter smaak/kleurstoffen en conserveringsstoffen. Voor het a-product geldt een gelijke samenstelling, behoudens voor wat betreft de smaak/kleurstoffen. 2.5. Blijkens de door eiseres overgelegde receptuur van de leverancier H B.V. bestaat de vruchtenwijn met de nummers (...) en (...) uit apple juice (N %), kiwi juice (N %), glucosesyrup (N %) en water (N %). Nadat deze grondstoffen zijn vermengd vindt sterilisatie plaats, wordt gist toegevoegd en vindt gisting van het product plaats. Tenslotte ondergaat het product de bewerkingen “[a-bewerking]”, “[b-bewerking]” en “[c-bewerking]”. De leverancier garandeert dat “all alcohol comes via fermentation” en dat “there is no distillation process at any step”. Verder verklaart de leverancier: “Both versions have a fruit wine taste and smell and have also a yellowish colour”. 2.6. Verweerder heeft voor de vruchtenwijnen met de nummers (...) en (...) op 27 juli 2004 een BTI afgegeven met referentie (...). Volgens deze BTI is het goed ingedeeld onder tariefpost 2206 00 89 en wordt het goed als volgt omschreven: “Reukloze lichtgele vloeistof met een zurige geur en een alcohol-volumegehalte van 14,9 vol, gemeten bij een temperatuur van 20 graden celsius. Aan de hoeveelheid in de alcohol aanwezige gistingsbestanddelen kan worden afgeleid dat de alcohol voor meer dan de helft is verkregen door gisting. Het product wordt als bulkgoed in daarvoor bestemde containers aangeboden.”. De BTI vermeldt als motivering voor de indeling van het goed: “De indeling is vastgesteld op basis van de algemene regels 1 en 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur, de bevindingen van het Douane Laboratorium te R en de tekst van de GN-codes 2206, 2206 00 en 2206 0099.” 2.7. Eiseres heeft ter zitting gesteld dat de vruchtenwijn, in diverse stappen gezuiverd wordt. Partijen hebben ter zitting bevestigd dat door de wijze van zuivering een neutrale, karakterloze alcohol ontstaat, waaruit de bijproducten van het gistingsproces, glycerol en foezel grotendeels zijn verdwenen. Aangezien de rechtbank het deel van deze verklaring omtrent het ontstaan van een neutrale en karakterloze alcohol in het licht van de verklaring van de leverancier dat de vruchtenwijn een geur en smaak van vruchtenwijn heeft en geelachtig van kleur is, en de hierboven onder 2.6 opgenomen omschrijving van de vruchtenwijn in de BTI, niet goed kon begrijpen, heeft de rechtbank het onder 1 genoemde monster op het onderzoek ter zitting op 19 september 2006 met partijen op organoleptische eigenschappen beoordeeld. Van het monster bestaande uit twee ondoorzichtige witte flessen van een halve liter waarop een etiket met de tekst: “H BV Fruitwine Nr.: (...) 14% alc. By vol. Batch (...)” is een fles geopend en een deel van de inhoud uitgeschonken in doorzichtige plastic bekers. De kleur is vergeleken met helder water. Vastgesteld is dat deze vruchtenwijn nagenoeg kleurloos is en een licht zurige smaak en geur heeft. Verweerder heeft de geur spiritusachtige genoemd, terwijl eiseres de geur meer wijnachtig heeft geduid. Eiseres heeft daarbij opgemerkt dat smaak en geur enigszins veranderen nadat de vruchtenwijn enige tijd open heeft gestaan. Verweerder heeft nog opgemerkt dat dit monster alhoewel vervaardigd volgens hetzelfde recept, mogelijk niet hetzelfde is als de vruchtenwijn verwerkt in de onderhavige producten. Eiseres heeft hiervan gezegd dat de vruchtenwijn vervaardigd wordt van natuurproducten en dat daardoor elke productie, alhoewel volgens dezelfde receptuur vervaardigd, niet exact gelijk is. 2.8. In een brief van 9 juni 2005 heeft het douanelaboratorium de navolgende uitleg over haar werkwijze gegeven: “[De producten] zijn niet aan te merken als een gegiste drank van post 2206 omdat het gehalte aan foezel-alcoholen te laag is. (...) Het Douane Laboratorium meet bijproducten die ontstaan naast alcohol bij gisting van suiker. (...) Gegiste alcohol kan gezuiverd worden door enerzijds destillatie en andere zuiveringstechnieken zoals ultrafiltratie, osmose, absorptie etc. Na destillatie van gegiste alcohol bevat de alcohol geen glycerol, vaak worden ook de foezelalcoholen verwijderd en wordt de alcoholconcentratie verhoogd. Ook de kleur en geur veranderen. De andere zuiveringstechnieken hebben als resultaat dat de glycerol, foezelalcoholen, de kleur en de geur voor een groot deel verwijderd worden. Door deze andere zuiveringstechniek ontstaat een neutrale, kleurloze, karakterloze alcohol. In de onderstaande tabel is opgenomen: - Het gehalte aan gistingsbestanddelen, welke in volledig gegiste, niet gezuiverde, alcohol aanwezig is. Dit gehalte is verkregen uit een groot aantal analysegegevens, welke in de loop van de jaren door het Douane Laboratorium zijn uitgevoerd. - Het gehalte aan gistingsbestanddelen, welke minimaal aanwezig moet zijn om aan te merken dat 50 % van de totale hoeveelheid alcohol, uit gegiste ongezuiverde alcohol bestaat. Gemiddeld 95% spreiding* Statistisch minder dan 50% gegiste alcohol bij een gehalte van Som “4” foezelalcoholen 240 g/100 l alcohol 100-380 g/100 l alcohol < 70 g/100 l alcohol Glycerol 62 g/l alcohol 32-92 g/l alcohol <20 g/l alcohol 95% spreiding: 95% van de volledige, niet gezuiverde gegiste alcohol heeft een waarde binnen deze grenzen. In de monsters b-product (lab.nr. (...)) en a-product (lab.nr. (...) is het volgende gemeten: X b-product a-product Alcoholgehalte 5,0 %(v/v) 5,0%(v/v) Som “4”foezelalcoholen 20 g/100 l alcohol Voldoet niet 35 g/100 l alcohol Voldoet niet Glycerol 10 g/l alcohol Voldoet niet 10 g/l alcohol Voldoet niet Indien het gehalte van de som foezelalcoholen en/of het gehalte glycerol niet voldoet aan de statistische waarde van 50 % gegiste alcohol, moet geconcludeerd worden dat de totale hoeveelheid alcohol, chemisch bezien, voor minder dan 50 % afkomstig is van gisting. Uit bovenstaande meetgegevens moet derhalve geconcludeerd worden dat de monsters b-product en a-product niet aan de criteria voor een gegiste drank van post 2206 voldoen.” 2.9. Eiseres heeft de onderhavige producten laten onderzoeken door I Ltd. en door haar eigen laboratorium. Eerstgenoemd laboratorium heeft op 13 januari 2005 analyse certificaten afgegeven, waaruit blijkt dat de producten b-product en a-product respectievelijk 0,9 en 0,8 gram glycerol per liter bevatten. In een brief van 30 juni 2005 verwijst J van het laboratorium van eiseres hiernaar als volgt “(...) These results (taking in account of analytical uncertainty) confirm the levels found in our own laboratory using another technique (enzymatic) wich by its highly-specific nature serves to eliminate any doubt concerning the identity of the substance when measured by chromatography alone. They constitute the proof of the fermentation character of the fruit wine used, and proportion of this fruit wine in the final products, which in turn demonstrates that at least 50% of the alcohol in the final products is contributed by the fruit wine(...)”. Voorts blijkt uit deze brief dat aan de juistheid van de methode van het douanelaboratorium om verhouding van hoeveelheden bijproducten van het gistingsproces af te zetten tegen de alcohol wordt getwijfeld: “The logic of using ratios of amounts of fermentation by-products to alcohol (rather than absolute values) is based on enoligical practices, which are “rules of thumb”. As far as we know they have no legal basis in the wine sector, but in any case there would certainly be no basis for extending such criteria from wines to all fermented products, nor are we aware of any published data concerning such ratios in other fermented products.” 3. Geschil In geschil is of de onderhavige producten dienen te worden ingedeeld onder post 2206 00 59 van het GDT, zoals eiseres voorstaat, danwel onder post 2208 9069 van het GDT, hetgeen verweerder bepleit. 4. Standpunten van partijen 4.1. Eiseres betoogt dat verweerder ten onrechte voorbij is gegaan aan de onder 2.9 genoemde onderzoeken waaruit volgt dat het percentage gegiste alcohol in de onderhavige producten wel degelijk meer dan 50 % van de totale hoeveelheid alcohol bedraagt. Onduidelijk is op grond waarvan de uitslag van het onderzoek van de Douane zou moeten prevaleren boven die van de onderzoeken die eiseres heeft laten verrichten. Voorts stelt eiseres dat zij aan de beleidsregel van 15 januari 2003 (opgenomen hierna onder 5.3) het in rechte te beschermen vertrouwen heeft mogen ontlenen dat de indeling dient te geschieden op basis van de hoeveelheden toegevoegde gegiste en gedistilleerde alcohol. 4.2. De inspecteur is van mening dat de resultaten van het onderzoek van de douane bepalend zijn voor de indeling van de goederen bij de afgifte van een BTI. Op basis van analysegegevens, verkregen door eerdere ervaringen, is vastgesteld dat het percentage gegiste alcohol minder dan 50 % bedroeg van de totale hoeveelheid alcohol. De uitleg die eiseres geeft aan het beleidsbesluit van 15 januari 2003 is onjuist. Ook in dit besluit is het belangrijkste criterium dat de alcohol in de drank voor meer dan 50 % uit gegiste alcohol moet bestaan. 5. Posten van het GDT, toelichting en regelgeving 5.1. De door partijen voorgestane posten luiden als volgt: Post 2206 00 59 2206 00 Andere gegiste dranken (bijvoorbeeld appelwijn, perenwijn, honigdrank); mengsels van gegiste dranken en mengsels van gegiste dranken met alcoholvrije dranken, elders genoemd noch elders onder begrepen: (...) - andere: (...) - - niet mousserend, in verpakkingen inhoudende: - - - niet meer dan 2 l: (...) 2206 00 59 - - - - andere Post 2208 9069 2208 Ethylalcohol, niet gedenatureerd, met een alcohol-volumegehalte van minder dan 80 % vol; gedistilleerde dranken, likeuren en andere dranken die gedistilleerde alcohol bevatten: (...) 2208 90 - andere: (...) - - andere gedistilleerde dranken en andere dranken die gedistilleerde alcohol bevatten, in verpakkingen inhoudende: - - - niet meer dan 2 l: (...) - - - - andere: (...) 2208 90 69 - - - - - andere dranken die gedistilleerde alcohol bevatten 5.2. De GS-toelichting bij post 2206 luidt voor zover van belang: “Deze post omvat gegiste dranken van alle soorten, andere dan die bedoeld bij de posten 2203 tot en met 2205. (...) Bedoelde dranken kunnen van nature mousserend zijn of door toevoeging van kooldioxide mousserend zijn gemaakt. Zij blijven ook onder deze post ingedeeld wanneer alcohol is toegevoegd of het alcoholgehalte is verhoogd door een verdere vergisting, voorzover zij het karakter hebben behouden van producten als bedoeld bij deze post. Deze post omvat eveneens mengsels van alcoholvrije dranken en gegiste dranken en mengsels van gegiste dranken als bedoeld bij de voorgaande posten van dit hoofdstuk, bijvoorbeeld mengsels van limonade en bier of wijn, mengsels van bier en wijn, met een alcoholgehalte van meer dan 0,5 % vol.” 5.3. In het besluit van 15 januari 2003, nr. CPP2002/3563M, heeft de Staatssecretaris de volgende beleidsregel neergelegd: "Alcoholhoudende dranken die zowel gegiste alcohol als gedistilleerde alcohol bevatten, zoals breezers en shooters, moeten worden ingedeeld in tariefpost 2208. Indien deze dranken het karakter van een gegiste drank hebben kunnen zij in tariefpost 2206 worden ingedeeld. Daarvan is sprake als meer dan 50 % van het totale alcoholpercentage blijft bestaan uit gegiste alcohol." 5.4. In het besluit van 7 oktober 2005, nr. CPP2005/1510M, heeft de Staatscretaris de hierboven genoemde beleidsregel ingetrokken en de navolgende beleidsregel, dat een verduidelijking is van het ingetrokken besluit, neergelegd: “Alcoholhoudende dranken die zowel gegiste alcohol als gedistilleerde alcohol bevatten moeten worden ingedeeld in tariefpost 2208 van de gecombineerde nomenclatuur. Indien deze dranken, niet zijnde gedistilleerde dranken en likeuren, het karakter van een gegiste drank hebben moeten zij onder tariefpost 2206 worden ingedeeld. Hiervan is sprake als wordt vastgesteld dat meer dan 50 gewichtspercenten van het totale alcoholvolumepercentage de gistingskenmerken heeft van ongezuiverde, gegiste alcohol.” 6. Beoordeling van het geschil 6.1. Dit geschil betreft de toepassing van het Gemeenschapsrecht, in het bijzonder de op basis van de gecombineerde nomenclatuur van goederen af te geven bindende tariefinlichting als bedoeld in artikel 12 van het Communautair Douanewetboek (hierna CDW). De uniforme toepassing van dit recht binnen de lidstaten van de Europese Unie laat geen ruimte voor bindende nationale bepalingen, tenzij het gemeenschapsrecht hiertoe uitdrukkelijk ruimte laat. Dit is hier niet het geval. De rechtbank is daarom van oordeel dat in het onderhavige geschil aan de hierboven onder 5.3 en 5.4 genoemde besluiten geen bindende werking kan worden toegekend. 6.2. Voor de indeling zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten. Volgens de bewoordingen van de post worden onder post 2208 dranken ingedeeld die gedistilleerde alcohol bevatten. De producten waarvoor de BTI’s zijn afgegeven bevatten gedistilleerde alcohol en zouden derhalve onder deze post kunnen worden ingedeeld. 6.3. Blijkens GS-toelichting op post 2206, waar onder meer andere gegiste dranken worden ingedeeld, omvat deze post gegiste dranken van alle soorten, andere dan die bedoeld bij de posten 2203 tot en met 2205. Deze dranken blijven volgens genoemde toelichting eveneens onder deze post ingedeeld wanneer alcohol is toegevoegd, voorzover de producten het karakter hebben behouden van producten als bedoeld bij deze post. 6.4. Hoewel een toelichting op een post geen kracht van wet heeft, vormt zij een belangrijk hulpmiddel bij de uitlegging van de betreffende post. De GS-toelichting op post 2206 geeft de rechtbank aanleiding te onderzoeken of zich in dit geval de in deze toelichting genoemde situatie voordoet die ertoe leidt dat de onderhavige producten moeten worden ingedeeld onder post 2206. 6.5. Blijkens de bewoording van de post omvat post 2206 00 de volgende producten: - andere gegiste dranken (bijvoorbeeld appelwijn, perenwijn, honingdrank);- mengsels van gegiste dranken en - mengsels van gegiste dranken met alcoholvrije dranken, elders genoemd noch elders begrepen. Naar het oordeel van de rechtbank wordt met "Zij" in de zinsnede "Zij blijven ook onder deze post ingedeeld wanneer alcohol is toegevoegd" uit de GS-toelichting op post 2206 verwezen naar deze drie soorten dranken. Deze (soorten) dranken blijven dan ook onder post 2206 ingedeeld, voor zover zij het karakter hebben behouden van producten als bedoeld in deze post, wanneer alcohol is toegevoegd. 6.6. Uit de onder 2.5 tot en met 2.7 genoemde feiten is voor de rechtbank voldoende aannemelijk geworden dat de onder 2.5 genoemde vruchtenwijn een drank is die ingedeeld moet worden in post 2206 00, zijnde een mengsel van gegiste dranken met alcoholvrije dranken. 6.7. Vermenging van deze vruchtenwijn met de overige onder 2.4. genoemde ingrediënten, met uitzondering van de gedistilleerde alcohol, heeft naar oordeel van de rechtbank niet tot gevolg dat deze drank elders ingedeeld moet worden. Het blijft een mengsel van gegiste dranken met alcoholvrije dranken als bedoeld onder post 2206 00. Van deze drank moet, volgens de toelichting bij post 2206 het karakter na toevoeging van alcohol behouden blijven. De rechtbank zal dan ook allereerst het karakter van deze drank moeten vaststellen. 6.8. De rechtbank is van oordeel dat het karakter van een mengsel van gegiste dranken met alcoholvrije dranken niet uitsluitend wordt bepaald door het percentage gegiste alcohol, maar dat het karakter met name ook wordt bepaald door organoleptische eigenschappen als smaak en presentatie (uiterlijk). 6.9. De rechtbank stelt vast dat de onder 6.7 bedoelde drank bestaat uit het a-product respectievelijk b-product zonder toevoeging van de gedistilleerde alcohol. Het karakter van deze dranken wordt bepaald door het alcohol percentage dat circa 2,5 procent bedraagt, het uiterlijk, welke hoofdzakelijk wordt bepaald door de toevoegingen die de mengsels een blauwe kleur respectievelijk een witte (clouded) kleur verlenen en de smaak welke hoofdzakelijk wordt bepaald door de toegevoegde smaakstoffen en de vruchtenwijn. 6.10. De enkele toevoeging van de onder 2.4 genoemde gedistilleerde alcohol in de dranken overeenkomstig de hoeveelheden in de daar bedoelde receptuur, leidt ertoe dat het alcoholpercentage stijgt van ongeveer 2,5 procent naar ongeveer 5 procent, waardoor de alcohol in de dranken iets sterker in de smaak waarneembaar zal zijn. De toevoeging van de gedistilleerde alcohol heeft geen invloed op het uiterlijk van de dranken. Gelet op de in absolute termen geringe stijging van het alcoholpercentage, de geringe smaakverandering daardoor en het feit dat de presentatie (uiterlijk) niet wijzigt is de rechtbank van oordeel dat het karakter van de onder 6.7 bedoelde drank na de toevoeging van de alcohol behouden blijft. 6.11. De stelling van verweerder dat de onderhavige producten moeten worden ingedeeld onder post 2208, omdat door het douanelaboratorium is vastgesteld dat het percentage gegiste alcohol minder dan 50 procent bedroeg van de totale hoeveelheid alcohol, moet worden verworpen. De door het douanelaboratorium gehanteerde methode, hiervoor onder 2.8 beschreven en er kort gezegd op neerkomend dat voor de beantwoording van de vraag of meer dan 50% van een de totale hoeveelheid alcohol bestaat uit gegiste alcohol bepalend is of voldoende gistingsbestanddelen worden aangetroffen, is immers niet gebaseerd op enig verbindend voorschrift. Bovendien wordt de juistheid van deze methode bestreden door het laboratorium van eiseres. Verweerder heeft hiertegenover niet overtuigend aannemelijk gemaakt dat haar methode moet worden gevolgd. Voorts heeft verweerder niet aannemelijk gemaakt dat de bevindingen van de door eiseres ingeschakelde laboratoria niet juist zijn, noch dat de producten niet overeenkomstig de in geding gebrachte recepturen zijn bereid. 6.12. Op grond van het hiervoor overwogene concludeert de rechtbank dat de onderhavige producten gelet op de voorrangsregel zoals deze is verwoord in de GS-toelichting moeten worden ingedeeld onder post 2206 00 59. Het gelijk is aan eiseres. De rechtbank zal het beroep gegrond verklaren. 7. Proceskosten In de omstandigheid dat het beroep gegrond is, ziet de rechtbank aanleiding verweerder te veroordelen in de proceskosten van eiseres, vastgesteld met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht op € 824,50. (1,5 punt voor het verschijnen ter zitting en nadere zitting x 1,5 (gewicht van de zaak) x € 322 per punt). Voor het uitspreken van een integrale proceskostenvergoeding, zoals door eiseres is verzocht, zijn geen bijzondere omstandigheden aangevoerd. De kosten van de door eiseres meegebrachte deskundigen heeft de rechtbank begroot op € 100. 8. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt de uitspraken waarvan beroep; - vernietigt de BTI, nummer (...) en de BTI, nummer (...); - stelt vast dat de producten moeten worden ingedeeld onder post 2206 00 59 van het GDT; - veroordeelt de inspecteur in de proceskosten, vastgesteld op € 824,50, en wijst de Staat der Nederlanden aan deze kosten aan eiseres te voldoen; - gelast de Staat der Nederlanden het griffierecht van € 276 aan eiseres te vergoeden. Deze uitspraak is gedaan op 10 oktober 2006 en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken door mr. A.J. Roke, mr. E. Jochem en mr. L.G. Jobse in tegenwoordigheid van mr. O. Nijhuis, griffier. Afschrift verzonden aan partijen op: De rechtbank heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van de uitspraak in geanonimiseerde vorm. Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum: - hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam (douanekamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam, dan wel - beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag, mits de wederpartij daarmee schriftelijk instemt. N.B. Bij het bestuursorgaan berust de bevoegdheid tot het instellen van beroep in cassatie niet bij de ambtenaar die de procedure voor de rechtbank heeft gevoerd. Bij het instellen van hoger beroep dan wel beroep in cassatie dient het volgende in acht te worden genomen: 1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd; 2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: a. de naam en het adres van de indiener; b. een dagtekening; c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep dan wel het beroep in cassatie is ingesteld; d. de gronden van het hoger beroep dan wel het beroep in cassatie. Bij het instellen van beroep in cassatie dient daarnaast in acht te worden genomen dat bij het beroepschrift een schriftelijke verklaring van de wederpartij wordt gevoegd, inhoudende dat wordt ingestemd met het instellen van beroep in cassatie tegen de uitspraak van de rechtbank.