
Jurisprudentie
AZ0267
Datum uitspraak2006-08-15
Datum gepubliceerd2006-10-17
RechtsgebiedPersonen-en familierecht
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Alkmaar
Zaaknummers141447
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2006-10-17
RechtsgebiedPersonen-en familierecht
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Alkmaar
Zaaknummers141447
Statusgepubliceerd
Indicatie
BOPZ-beschikking na klachtprocedure ex art. 41a BOPZ.Klacht gegrond. Overplaatsing naar de Forensisch Psychiatrische Afdeling om toepassing van niet in het behandelplan opgenomen dwangmedicatie mogelijk te maken is een zo ingrijpende wijziging van het voorgestelde behandelplan, dat hierover vooraf overleg met klager had dienen plaats te vinden.
Uitspraak
BESCHIKKING
RECHTBANK TE ALKMAAR
Sector civiel recht
Kenmerk : 141447
Datum beschikking :15 augustus 2006
Beschikking van de meervoudige kamer voor behandeling van burgerlijke zaken
Inzake:
[verzoeker], verbijvende in het Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg Noord-Holland-Noord te Heiloo;
nader te noemen: [verzoeker];
tegen
[gerekwestreerde], werkzaam als beleidspsychiater bij het Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg NoordHolland-Noord te Heiloo, nader te noemen: [gerekwestreerde].
Verloop van de procedure
Op 31 juli 2006 heeft [verzoeker] een verzoekschrift ingediend ex artikel 41a lid 5 Wet Bopz tegen de beslissing van de klachtencommissie GGZ-centrum Westfriesland/GGZ Dijk en DuinIGGZ Noord-Holland-Noord d.d. 26 juli 2006, waarbij zijn klachten ongegrond zijn verklaard.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 3 augustus 2006, waarna de zaak is verwezen naar de meervoudige kamer van de rechtbank. Op 10 augustus 2006 is de mondelinge behandeling voortgezet.
Gehoord zijn, betrokkene en zijn advocaat mevr. L.B. Vellenga-van Nieuwkerk, [naam](psychiater), [naam](patiƫntenvertrouwenspersoon), [naam](teamleider FPA), [naam](manager), [naam](verpleegkundige Heiloo 1), [naam](verpleegkundige Heiloo 1).
Van de behandeling is telkens proces-verbaal opgemaakt.
Behandeling van de zaak
Op verzoek van de Officier van Justitie is bij beschikking van 12 juni 2006 een machtiging tot voortgezet verblijf verleend ten aanzien van [verzoeker]. Bij dit verzoek is een - overigens niet door [verzoeker] ondertekend - behandelingsplan overgelegd gedateerd 2 juni 2006. Dit behandelingsplan heeft derhalve de status van "voorgesteld behandelingsplan", als bedoeld in artikel 38 Wet Bopz.. Van dit behandelingsplan maakt een signaleringsplan deel uit. In dit signaleringsplan is beschreven wat het beleid is wanneer het gedrag van [verzoeker] ingrijpen noodzakelijk maakt, onder andere toepassen van (dwang)medicatie - het spuiten van acutard - en tijdelijke 1 uurafzondering op Olvendijk 1.
Bij brief van 14 juli 2006 heeft W.[gerekwestreerde], nader te noemen [gerekwestreerde], aan [verzoeker] zijn voornemen kenbaar gemaakt om ingevolge artikel 38 Wet Bopz dwangbehandeling - het toedienen van Clozapine - op hem toe te passen en hem gedurende een periode van 3 maanden naar de Forensisch Psychiatrische Afdeling(FPA)over te plaatsen, omdat de FPA een grote expertise heeft in het uitvoeren van dwangbehandeling. Dit middel noch plaatsing in de FPA staan beschreven in het behandelings- en signaleringsplan.
Naar het oordeel van de rechtbank betekent de door [gerekwestreerde] voorgestelde dwangbehandeling en overplaatsing in een zeer gesloten setting met zeer weinig vrijheden, een zo ingrijpende wijziging van het voorgestelde behandelingsplan van 2 juni 2006, dat hierover vooraf overleg met [verzoeker] had dienen plaats te vinden. Hiervan is de rechtbank op geen enkele wijze gebleken.
Artikel 38 lid 5 ziet op toepassing van gedwongen behandeling gebaseerd op een overeengekomen dan wel voorgesteld behandelingsplan. Nu hiervan geen sprake is doet zich hier geen situatie voor als bedoeld in dat artikel en mag de door [gerekwestreerde] voorgenomen en inmiddels op 26 juli 2006 in gang gezette dwangbehandeling in deze vorm en op die locatie niet (langer) toegepast worden.
Toepassing van niet in het behandelingsplan opgenomen (dwang)middelen en maatregelen zou, op grond van artikel 39 Wet Bopz ter overbrugging van tijdelijke noodsituaties wel kunnen, maar van een dergelijke situatie is niet gebleken. Weliswaar hebben zich in mei 2006 ernstige incidenten voorgedaan, maar op het moment van uitvoering van de door [gerekwestreerde] voorgenomen dwangbehandeling was daarvan geen sprake.
Op grond van het bovenstaande acht de rechtbank de klacht in beide onderdelen gegrond.
[verzoeker] heeft bij pleidooi tevens verzocht om, indien zijn klacht gegrond wordt verklaard, hem een schadevergoeding toe te kennen omdat de dwangbehandeling dan onrechtmatig is geweest.
Nu het verblijf en de dwangbehandeling van [verzoeker] op de FPA vanaf 26 juli 2006 tot aan de datum van deze beschikking onrechtmatig is geweest zal de rechtbank ten laste van de Stichting Geestelijke Gezondheidszorg Noord-Holland-Noord aan [verzoeker] een schadevergoeding toekennen van Euro 70 per dag, in totaal derhalve Euro 1400.
Beslissing
Verklaart de klacht gegrond. Vernietigt de bestreden beslissing van 14 juni 2006.
Kent aan [verzoeker], ten laste van de Stichting Geestelijke Gezondheidszorg Noord-Holland Noord, een schadevergoeding toe van Euro 1400.
Wijst het verzoek voor het overige af.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige kamer voor behandeling van burgerlijke zaken in bovengenoemde rechtbank, waarin zitting hadden mrs. A.S. van Leeuwen, M. Zijp en M.E.J. van Lieshout-Segers, in tegenwoordigheid van mr. D.A. Kalter-Groot als griffier.