
Jurisprudentie
AZ0185
Datum uitspraak2006-09-07
Datum gepubliceerd2006-10-16
RechtsgebiedBelasting
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank 's-Gravenhage
ZaaknummersAWB 05/8115 RIOOLR
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2006-10-16
RechtsgebiedBelasting
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank 's-Gravenhage
ZaaknummersAWB 05/8115 RIOOLR
Statusgepubliceerd
Indicatie
De Verordening rioolrechten 2003 van verweerder voorziet in een rioolafvoerretributie. In de Verordening wordt het aantal m3 afvalwater gesteld op het aantal m³ dat wordt toegevoerd. Naar de loods wordt geen water toegevoerd. Nu er geen water naar de loods wordt toegevoerd dient de hoeveelheid afgevoerd water ook op nihil te worden gesteld. In dat geval kan er geen rioolafvoerretributie worden geheven. Dat in de Verordening een tarief voor de eerste 400m³ of een gedeelte daarvan is bepaald maakt dit niet anders, er wordt immers in het geheel geen water toe/afgevoerd, dus ook geen gedeelte van de eerste 400 m³.
Uitspraak
RECHTBANK 's-GRAVENHAGE
Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer
Procedurenummer: AWB 05/8115 RIOOLR
Uitspraakdatum: 7 september 2006
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen
[X. ] B.V., gevestigd te [Y.], eiseres,
en
de heffingsambtenaar van de gemeente [P.], verweerder.
De bestreden uitspraak op bezwaar
De uitspraak van verweerder van 10 oktober 2005 op het bezwaar van eiseres tegen de aan haar voor het belastingjaar 2002 en 2004 opgelegde aanslagen rioolrecht, aanslagnummers [000000000] en [000000001], en tegen de haar voor het belastingjaar 2002 opgelegde aanslag afvalstoffenheffing, aanslagnummer [000000003].
Zitting
Het onderzoek ter zitting heeft in eerste instantie plaatsgevonden op 19 mei 2006. Het onderzoek ter zitting is geschorst. De voortzetting ervan is bepaald op 24 augustus 2006. Eiseres is daar, met kennisgeving aan de rechtbank, niet verschenen.
Namens verweerder is verschenen [gemachtigde]
1. Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar, voor zover deze betrekking heeft op de aanslagen rioolrecht;
- vermindert de belastingaanslag over 2004 tot nihil en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde besluit;
- verklaart dat verweerder heeft toegezegd hetzelfde te zullen doen of reeds heeft gedaan met betrekking tot de aanslag rioolrecht over 2002;
- gelast dat de gemeente [P.] het door eiseres betaalde griffierecht van € 276 vergoedt.
2. Gronden
2.1. Met dagtekening 30 juni 2004 is aan eiseres een aanslag rioolrecht voor het jaar 2004 (aanslagnummer [000000001]) opgelegd tot een bedrag van € 156,84. Deze aanslag heeft betrekking op het pand [a-weg huisnummer] te [A.]. Ter zitting is gebleken dat alleen deze aanslag in geding is. De aanslag afvalstoffenheffing 2002 is bij de uitspraak op bezwaar verminderd tot nihil en verweerder heeft, anders dan in de uitspraak en in het verweerschrift gesteld, ter zitting nog verklaard de aanslagen rioolrecht over eerdere jaren dan 2004 te hebben verminderd dan wel alsnog te zullen verminderen tot nihil. In haar beroepschrift tekent eiseres ook alleen beroep aan tegen de aanslag rioolrecht 2004.
2.2. Eiseres stelt dat zij ten onrechte is aangeslagen. Aan haar directeur en groot aandeelhouder de heer [B.] is voor de woning op deze locatie al een aanslag rioolrecht 2004 opgelegd. Eiseres meent dat de woning en de loods een juridische eenheid zijn. De loods produceert geen afvalwater en heeft geen eigen watermeter. Daarbij is er maar één rioolaansluiting.
2.3. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de [a-weg huisnummer] bestaat uit een woning en een loods, die gezien moeten worden als gedeeltes die blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt. Dat de gedeeltes slechts over één aansluitpunt beschikken maakt niet uit. Verweerder verwijst daarbij naar het oordeel van het Hof Leeuwarden van 11 september 1998; nr.525/97 (BB 1999,253). Verweerder stelt zich voorts, naar aanleiding van de behandeling ter zitting van 19 mei 2006, op het standpunt dat, ondanks dat de loods geen eigen waterpunt heeft en er naar dat object geen water wordt toegevoerd, op grond van artikel 5, onderdeel a, van de Verordening op de heffing en de invordering van rioolrechten 2003 van de gemeente [A.], wel geheven kan worden.
2.4. Bij raadsbesluit van 19 december 2002 is vastgesteld de "Verordening rioolrechten 2003" voor de gemeente [P.] (hierna: de Verordening). Deze luidt, voor zover hier van belang:
'Artikel 1 - Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van deze verordening wordt:
a. (...)
b. onder afvalwater verstaan water en stoffen die worden afgevoerd via de gemeentelijke riolering;
c. onder eigendom verstaan een roerende of een onroerende zaak
d. onder verbruiksperiode verstaan de periode waarop de afrekening van het waterleiding- bedrijf betrekking heeft.
Artikel 2 - Belastbaar feit en belastingplicht
1. Onder de naam 'rioolrechten' wordt een recht geheven van de gebruiker van een eigendom van waaruit afvalwater direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd.
2. (...)
Artikel 3 - Zelfstandige gedeelten
Indien gedeelten van een in artikel 2 bedoeld eigendom blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, worden de rechten geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als een geheel worden gebruikt, deze als één eigendom worden aangemerkt.
Artikel 4 - Maatstaf van heffing
1. Het recht als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt geheven naar het aantal kubieke meters afvalwater dat vanuit het eigendom wordt afgevoerd.
2. Het aantal kubieke meters afvalwater wordt gesteld op het aantal kubieke meters water dat in de laatste aan het einde van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het eigendom is toegevoerd en/of is opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend.
3. (...)
Artikel 5 - Belastingtarieven
Het recht als bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt:
a. voor de eerste 400 m³ afgevoerd afvalwater of een gedeelte daarvan € 147,96
b. voor iedere volgende 50 m³ afgevoerd afvalwater of een gedeelte daarvan (...)'
2.5. Het standpunt van eiseres dat de woning en de loods niet als zelfstandig gebruikte gedeelten kunnen worden aangemerkt wordt door de rechtbank niet gevolgd. Uit de stukken blijkt dat het eigendom bestaat uit een woning met garage en een daarachter gelegen loods, de bedrijfsruimte. Door verweerder is voldoende aannemelijk gemaakt dat het feitelijk gebruik van het eigendom, de bedrijfsruimte enerzijds en de woning met garage anderzijds, zodanig is dat dit naar verkeersopvatting aangemerkt moet worden als afzonderlijk gebruik. Daarbij is mede van belang dat een loods per definitie een andere gebruiksfunctie heeft dan een woning. Dat op grond van aangegane contractuele verplichtingen de woning niet anders dan tezamen met het bedrijfsgebouw mag worden gebruikt, verhuurd of vervreemd kan hieraan niet afdoen. Een dergelijk splitsingsverbod beperkt immers niet de (feitelijke) mogelijkheid om elk gedeelte afzonderlijk te gebruiken.
2.6. De rechtbank zal vervolgens treden in de vraag of de Verordening de grondslag kan vormen voor de aan eiseres opgelegde aanslag rioolrecht 2004. Daarbij is van belang dat de Verordening naar zijn aard voorziet in de heffing van een zogenoemde rioolafvoerretributie, waarbij het belastbare feit is gelegen in de door de gemeente verleende dienst, bestaande uit de afvoer van afvalwater via de gemeentelijke riolering. Vindt geen afvoer van afvalwater plaats, dan kan geen rioolafvoerretributie worden geheven.
2.7. Niet in geding is dat de loods hemelwater afvoert op het riool. Aldus is voldaan aan het gestelde in artikel 2, eerste lid, van de Verordening. Partijen zijn het erover eens dat de loods geen waterpunt bevat, via welke water naar de loods wordt toegevoerd en/of opgepompt. In het tweede lid van artikel 4 van de Verordening wordt de hoeveelheid afgevoerd water direct gerelateerd aan de hoeveelheid toegevoerd water. Nu er geen water naar de loods wordt toegevoerd dient de hoeveelheid afgevoerd water eveneens op nihil te worden gesteld. Zoals hierboven reeds onder 2.6. is overwogen houdt dit in dat in het onderhavige geval geen rioolafvoerretributie kan worden geheven.
2.8. Het bepaalde in artikel 5, onderdeel a, van de Verordening maakt dit niet anders. In deze bepaling wordt het tarief van het recht geregeld. Daarbij is voor de eerste 400 m³, dan wel een gedeelte daarvan, het tarief bepaald op - in 2004 - € 156,84. Naar de loods wordt echter geen enkele hoeveelheid water toegevoerd, zodat gelet op het tweede lid van artikel 4 van de Verordening ook geen water wordt afgevoerd en dus ook geen gedeelte van de eerste 400 m³.
2.9. Gelet op het vorenstaande is het beroep gegrond verklaard.
2.10. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, omdat niet is gesteld dat eiseres kosten heeft gemaakt die op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen.
Deze uitspraak is gedaan op 7 september 2006 en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken door mr. Tj. van Rij, in tegenwoordigheid van mr. P.C. Stroebel, griffier.