
Jurisprudentie
AZ0102
Datum uitspraak2006-08-30
Datum gepubliceerd2006-10-13
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Middelburg
Zaaknummers12/700053-06
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2006-10-13
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Middelburg
Zaaknummers12/700053-06
Statusgepubliceerd
Indicatie
Poging tot afpersing, meermalen gepleegd
Uitspraak
RECHTBANK MIDDELBURG
Sector strafrecht
meervoudige kamer
Parketnummers: 12/700053-06 en 12/015305-04 (tul)
Datum uitspraak: 30 augustus 2006
Tegenspraak
------------------------------------------------
Datum inverzekeringstelling: 22 maart 2006
Schorsing voorlopige hechtenis: 24 maart 2006
Opheffing schorsing voorlopige hechtenis: 30 maart 2006
Datum voorlopige hechtenis: 4 april 2006
------------------------------------------------
V O N N I S
van de rechtbank Middelburg, meervoudige kamer voor strafzaken, in de strafzaken tegen:
[verdachte]
geboren op [geboortedatum - en plaats],
wonende te [adres]
thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting Huis van Bewaring De Boschpoort te Breda, Nassausingel 26,
ter terechtzitting verschenen.
Als raadsman van de verdachte is ter terechtzitting verschenen mr. E.G.M. Smit, advocaat te Middelburg.
Onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van
17 augustus 2006.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie
mr. M. Overmeer en van hetgeen door en/of namens de verdachte naar voren is gebracht.
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden.
De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat de rechtbank de tenuitvoerlegging zal gelasten van de bij het vonnis van de meervoudige kamer te Middelburg d.d. 28 februari 2005 aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de tijd van 6 maanden.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging luidt als volgt.
Aan verdachte wordt tenlastegelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 15 maart 2006 tot en met 21 maart 2006, in de gemeente Middelburg en/of in de gemeente Vlissingen en/of in de gemeente Goes, in elk geval in het arrondissement Middelburg, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om samen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van 1500,- Euro, in elk geval van een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), die [slachtoffer] (meermalen) heeft gebeld en/of die [slachtoffer] tijdens deze telefoongesprekken in dreigende bewoordingen en/of op dreigende en/of dwingende toon en/of met dreigende en/of dwingende intonatie heeft verteld dat hij op (dinsdag) 21 maart 2006 bij de Mac Donalds op of aan de openbare weg(en), te weten de Schroeweg en/of de Statenlaan, Middelburg en/of bij de Shell in Middelburg-Zuid 1500,- Euro moest geven aan, althans in een auto achter laten voor hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) en/of hij, verdachte
en/of zijn mededader(s) op 21 augustus is/zijn gereden naar de directe omgeving van die Mac Donalds en/of op de parkeerplaats van die Mac Donalds heeft gekeken of het geld dat zou zijn achtergelaten door die [slachtoffer] in een
auto zonder betrapping zou kunnen worden gepakt, en waarbij het dreigende en/of dwingende karakter van die telefoongesprekken (onder andere) blijkt uit het feit dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) in de gesprekken met die [slachtoffer]:
- (gedeeltelijk) met stemverheffing spreekt en/of rochelende en/of spuwende
geluiden maakt, en/of
- gebruik maakt van een valse naam ([valse naam]), en/of
- refereert [[naam]naam] die [slachtoffer] tot 19 augustus 2005 (telkens) door bedreiging met geweld heeft gedwongen tot de afgifte(n) van hoeveelheden geld (ondere ander van Euro 1500,-), en/of
- (onder andere) heeft gezegd:
"Kijk, zal ik jou effe duidelijk maken, dat van [naam], was helemaal nog niet klaar, dat weet jij zelf ook donders goed, snap je. En wat [naam] van jou vroeg, dat is niet de helft van wat ik jou nu vraag. Snap je wat ik bedoel" en/of
"Dat weet jij ook donders goed, jij betaalt dat bedrag en dan is het meteen klaar, begrijp je." en/of
"En als je geen problemen wilt, kom dan alleen" en/of
"Nou weet je wat, dan kom je niet, dan zie ik je vandaag of morgen wel op je
werk" en/of
"Nou dan ga je me leren kennen" en/of terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht
art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht
art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht
en voor zover terzake het onder 1 telastgelegde een veroordeling niet mocht kunnen volgen, terzake dat
hij in of omstreeks de periode van 15 maart 2006 tot en met 21 maart 2006, in de gemeente Middelburg en/of in de gemeente Vlissingen en/of in de gemeente Goes, in elk geval in het arrondissement Middelburg, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om samen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, [slachtoffer] door
geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die [slachtoffer] wederrechtelijk te dwingen tot de afgifte van 1500,- Euro, die [slachtoffer] (meermalen) heeft gebeld en/of die [slachtoffer] tijdens deze telefoongesprekken in dreigende bewoordingen en/of op dreigende en/of dwingende toon en/of met dreigende en/of dwingende intonatie heeft verteld dat hij op (dinsdag) 21 maart 2006 bij de Mac Donalds te Middelburg en/of bij de Shell in Middelburg-Zuid 1500,- Euro moest geven aan, althans in een auto achter laten voor hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) en/of hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) op 21 augustus is/zijn gereden naar de directe omgeving
van die Mac Donalds en/of op de parkeerplaats van die Mac Donalds heeft gekeken of het geld dat zou zijn achtergelaten door die [slachtoffer] in een auto zonder betrapping zou kunnen worden gepakt, en waarbij het dreigende en/of dwingende karakter van die telefoongesprekken (onder andere) blijkt uit het feit dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)
in de gesprekken met die [slachtoffer]:
- (gedeeltelijk) met stemverheffing spreekt en/of rochelende en/of spuwende geluiden maakt, en/of
- gebruik maakt van een valse naam ([valse naam]), en/of
- refereert aan [naam] die [slachtoffer] tot 19 augustus 2005 (telkens) door bedreiging met geweld heeft gedwongen tot de afgifte(n) van hoeveelheden geld (ondere ander van Euro 1500,-), en/of
- (onder andere) heeft gezegd:
"Kijk, zal ik jou effe duidelijk maken, dat van [naam], was helemaal nog niet klaar, dat weet jij zelf ook donders goed, snap je. En wat [naam] van jou vroeg, dat is niet de helft van wat ik jou nu vraag. Snap je wat ik bedoel"
en/of
"Dat weet jij ook donders goed, jij betaalt dat bedrag en dan is het meteen klaar, begrijp je. Het is niet dat ik je morgen of overmorgen weer ga bellen, van dit of dat, snap je" en/of
"En als je geen problemen wilt, kom dan alleen" en/of
"Nou weet je wat, dan kom je niet, dan zie ik je vandaag of morgen wel op je werk" en/of
"Ja, weet je wat, ik kom ze wel even naar je toe" en/of
"He luister, [naam slachtoffer], weet je, ik zie je morgen wel op je werk of als je wil kom ik nu wel even langs dat is ook geen probleem" en/of
"Nou dan ga je me leren kennen" en/of
"Ja ik wil er ook vanaf zijn weet je, maar als jij zo'n spelletje zo'n grappig spelletje met mij speelt, je wil niet dat ik naar je werk kom, je wil niet dat ik naar je huis kom", terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
art 284 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht
art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht
art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht
De kennelijke verschrijving in de tenlastelegging wordt verbeterd zoals blijkt uit de bewezenverklaring.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan met dien verstande dat:
hij in de periode van 15 maart 2006 tot en met 21 maart 2006, in het arrondissement Middelburg,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van 1500,- Euro, toebehorende aan [slachtoffer], die [slachtoffer] (meermalen) heeft gebeld en/of die [slachtoffer] tijdens deze telefoongesprekken met dreigende of dwingende intonatie heeft verteld dat hij op dinsdag 21 maart 2006 bij de Mac Donalds aan de openbare weg, te weten de Schroeweg of de Statenlaan, Middelburg of bij de Shell in Middelburg-Zuid 1500,- Euro moest achter laten voor hem op 21 maart 2006 is gereden naar de directe omgeving van die Mac Donalds en op de parkeerplaats van die Mac Donalds heeft gekeken of het geld dat zou zijn achtergelaten door die [slachtoffer] in een auto zonder betrapping zou kunnen worden gepakt, en waarbij het dreigende en/of dwingende karakter van die telefoongesprekken (onder andere) blijkt uit het feit dat hij, verdachte, in de gesprekken met die [slachtoffer]:
-gedeeltelijk met stemverheffing spreekt
- gebruik maakt van een valse naam ([valse naam]), en
- refereert aan [naam] die [slachtoffer] tot 19 augustus 2005 telkens door bedreiging met geweld heeft gedwongen tot de afgiften van hoeveelheden geld ondere ander van Euro 1500,-, en
- onder andere heeft gezegd:
"Kijk, zal ik jou effe duidelijk maken, dat van [naam], was helemaal nog niet klaar, dat weet jij zelf ook donders goed, snap je. En wat [naam] van jou vroeg, dat is niet de helft van wat ik jou nu vraag. Snap je wat ik bedoel"
en/of
"Dat weet jij ook donders goed, jij betaalt dat bedrag en dan is het meteen klaar, begrijp je." en
"En als je geen problemen wilt, kom dan alleen" en
"Nou weet je wat, dan kom je niet, dan zie ik je vandaag of morgen wel op je werk" en
"Nou dan ga je me leren kennen" en
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
Hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hier bewezen is verklaard, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Bewijsverweer
De raadsman heeft aangevoerd dat het bedreigend gehalte van de door verdachte gevoerde telefoongesprekken zeer gering is. Het lijkt erop alsof het slachtoffer in deze gesprekken probeert verdachte over te halen om bedreigingen te uiten, aan het eind is het zelfs het slachtoffer dat de verdachte opbelt, zodat deze telefoongesprekken te bestempelen zijn als ‘zuigende’ gesprekken. Er is volgens de raadsman dan ook sprake van vrijwillige terugtred, zodat verdachte van het primair tenlastegelegde moet worden vrijgesproken.
Bewijsoverweging
Gelet op de zich in het dossier bevindende stukken en de verklaring van verdachte ter zitting gaat de rechtbank uit van het volgende. Verdachte heeft het slachtoffer, [slachtoffer], op woensdag 15 maart 2006 op diens werk gebeld. In dat telefoongesprek heeft verdachte een valse naam gebruikt en tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij aan verdachte € 1.500 moest betalen en daarbij verwezen naar [naam], van wie verdachte wist dat hij [slachtoffer] in het verleden had afgeperst. Verdachte heeft in dat gesprek voorts gezegd dat [slachtoffer] het geld dinsdagavond bij de Mc Donalds in Middelburg aan hem moest overhandigen en dat als [slachtoffer] geen problemen wilde hij alleen moest komen.
Op de bewuste dinsdag heeft verdachte [slachtoffer], die inmiddels de politie had ingeschakeld, meerdere malen gebeld. In deze gesprekken heeft verdachte weer verwezen naar Erdal en gezegd dat hij [slachtoffer] even goed duidelijk zal maken dat dat met [naam] nog helemaal niet klaar was en dat wat [naam] hem destijds vroeg nog niet de helft is van wat verdachte hem nu vraagt. In deze gesprekken heeft verdachte ook meerdere malen gezegd dat als [slachtoffer] niet mee wil werken, verdachte dan wel bij hem op zijn werk langs zal komen. [slachtoffer] heeft aangegeven dat hij verdachte helemaal niet kent, waarop verdachte heeft gezegd dat hij hem dan wel gaat leren kennen en dat als [slachtoffer] een spelletje wil spelen hij zo wel naar zijn huis toekomt. De inhoud van voornoemde gesprekken, zoals in de tenlastelegging opgenomen, in onderling verband en samenhang bezien en in de context waarbinnen deze gesprekken hebben plaatsgevonden, zijn van dien aard dat zij naar het oordeel van de rechtbank zijn aan te merken als bedreiging met geweld, zoals bedoeld in artikel 317 Wetboek van Strafrecht. Uit de omstandigheid dat [slachtoffer] meerdere malen heeft geprobeerd verdachte ertoe te bewegen het geld bij de Mc Donalds op te halen en uit de omstandigheid dat [slachtoffer] uiteindelijk zelf naar de verdachte belt, kan niet worden afgeleid dat [slachtoffer] hetgeen verdachte in de telefoongesprekken tegen hem heeft gezegd niet heeft opgevat en heeft op mogen vatten als bedreiging met geweld.
Voorts blijkt uit de zich in het dossier bevindende stukken dat verdachte zich op de afgesproken datum en tijd met de auto naar de Mc Donalds in Middelburg heeft begeven, dat zijn bijrijder daar is uitgestapt en heeft rondgekeken. Uit de ten tijde en nadien gevoerde telefoongesprekken blijkt dat verdachte het oneens was met de wijze van afhandelen en daarom het geld niet ophaalde. In het laatste telefoongesprek dat verdachte met [slachtoffer] heeft gevoerd, heeft verdachte aangegeven dat [slachtoffer] nog wel wat van hem gaat horen, dat ze elkaar nog wel tegenkomen en dat de dagen lang zijn. Dit laatste, in combinatie met al hetgeen hiervoor is overwogen leidt de rechtbank tot het oordeel dat van vrijwillige terugtred geen sprake is. Het verweer van de raadsman wordt dan ook verworpen.
Bewijsvoering
De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
In die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist met de bewijsmiddelen, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit vonnis zal worden gehecht.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het primair bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op.
Poging tot afpersing, meermalen gepleegd.
Strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Motivering van de op te leggen sanctie
Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met het volgende:
- de ernst van het feit en de omstandigheden, waaronder dit is begaan;
- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
Voor wat betreft de ernst van het feit en de omstandigheden, waaronder dit is begaan, heeft de rechtbank in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft met gebruikmaking van een valse naam geprobeerd om [slachtoffer] een geldbedrag af te persen. Verdachte heeft daarbij misbruik gemaakt van de wetenschap dat [slachtoffer] reeds eerder was afgeperst en dat hij vanwege zijn niet al te sterke persoonlijkheid, waarschijnlijk gemakkelijk geld zou afgeven. Verdachte heeft met zijn handelen een voor verdachte dreigende situatie doen ontstaan en hem angst bezorgd. Verdachte heeft kennelijk alleen oog gehad voor zijn eigen geldelijk gewin en is daarbij geheel voorbij gegaan aan de gevoelens van en de mogelijke psychische gevolgen voor [slachtoffer]. De rechtbank rekent het de verdachte in het bijzonder aan dat hij aldus heeft gehandeld, terwijl hij wist dat die [slachtoffer] al een keer eerder met een dergelijke situatie te kampen heeft gehad.
Voor wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:
- het op naam van de verdachte staand uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister d.d. 22 maart 2006;
- het over de verdachte uitgebrachte vroeghulprapport d.d. 24 maart 2006 van de Reclassering Nederland, Regio Breda - Middelburg;
- het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport d.d. 8 mei 2006 van de Reclassering Nederland, Regio Breda - Middelburg.
De ernst van het feit rechtvaardigt in beginsel een gevangenisstraf van aanzienlijke duur. Bij het bepalen van de strafmaat neemt de rechtbank in aanmerking dat de verdachte, blijkens een hem betreffend uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister, bij – inmiddels onherroepelijk – vonnis van de rechtbank te Middelburg van 28 februari 2005 ter zake van onder meer afpersing is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Klaarblijkelijk heeft deze veroordeling verdachte er niet van weerhouden zich opnieuw aan het misdrijf van poging tot afpersing schuldig te maken..
Uit het voorlichtingsrapport van de Reclassering blijkt dat verdachte zich gedurende de proeftijd van de hiervoor genoemde veroordeling aan de aan hem gestelde voorwaarden heeft gehouden en dat het van belang is dat het toezicht wordt voortgezet, mogelijk met deelneming vaan de Goldsteintraining.
Op grond van het bovenstaande acht de rechtbank een gevangenisstraf, waarvan een gedeelte voorwaardelijk, van na te melden duur passend en geboden.
Vordering tenuitvoerlegging
Bij vonnis van 28 februari 2005 heeft de meervoudige kamer in deze rechtbank de verdachte ter zake van medeplegen van opzettelijk iemand van de vrijheid beroven en beroofd houden, afpersing terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht veroordeeld tot onder meer een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met een proeftijd van twee jaar onder de voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit.
Deze proeftijd liep nog ten tijde van het begaan van het bewezenverklaarde feit.
De rechtbank is van oordeel dat de vordering van het openbaar ministerie tot gehele tenuitvoerlegging van die voorwaardelijke straf gegrond is, nu uit de overige inhoud van dit vonnis blijkt dat de verdachte de genoemde voorwaarde niet heeft nageleefd.
De rechtbank acht echter termen aanwezig om, in plaats van de last tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, een werkstraf voor de duur van 180 uren, subsidiair 90 hechtenis op te leggen.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 14g, 45 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.
DE BESLISSING
De rechtbank beslist als volgt.
Zij verklaart bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven heeft begaan.
Zij verklaart niet bewezen hetgeen ter zake meer of anders ten laste is gelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Zij bepaalt dat het bewezenverklaarde het hierboven vermelde strafbare feit oplevert.
Zij verklaart de verdachte te dier zake strafbaar.
Zij veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden.
Zij bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 2 (twee) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders mocht worden gelast.
Zij stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.
Zij bepaalt dat de tenuitvoerlegging kan worden gelast indien:
- de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.
- de veroordeelde na te melden bijzondere voorwaarde niet naleeft:
- de veroordeelde dient zich gedurende de proeftijd te gedragen naar de aanwijzingen die hem zullen worden gegeven door of namens de Reclassering Nederland, regio Middelburg, ook als dat inhoudt het volgen van de Goldsteintraining, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt.
Zij verstrekt aan genoemde instelling opdracht om aan de veroordeelde hulp en steun te verlenen bij de naleving van de genoemde bijzondere voorwaarde.
Zij beveelt dat de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.
Zij legt aan verdachte op in de plaats van de tenuitvoerlegging van de op 28 februari 2005 door de meervoudige kamer in deze rechtbank opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden: een taakstraf, te weten een werkstraf voor de duur van 180 (eenhonderd tachtig) uren, met bevel dat indien de veroordeelde deze taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 90 (negentig) dagen.
Zij heft het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte op met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan die van het onvoorwaardelijk gedeelte van de opgelegde vrijheidsstraf.
Dit vonnis is gewezen door: mr. R.J.G. Lameijer, voorzitter, mrs. I.J.M Woltring en N.C.W. Haesen, rechters, in tegenwoordigheid van A.J. Polderdijk als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 30 augustus 2006.
Mrs. Lameijer en Woltring zijn buiten staat dit vonnis te tekenen.