
Jurisprudentie
AQ4577
Datum uitspraak2004-07-13
Datum gepubliceerd2004-07-22
RechtsgebiedBijstandszaken
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers02/819 NABW
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2004-07-22
RechtsgebiedBijstandszaken
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers02/819 NABW
Statusgepubliceerd
Indicatie
Herziening van het recht op bijstand. Terugvordering bijstand. Indeling in tariefgroep in het jaar 1995.
Uitspraak
02/819 NABW
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellante], wonende te [woonplaats], appellante,
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerhugowaard, gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Namens appellante heeft D.J. Ansink, registeraccountant te Alkmaar, op bij het aanvullend beroepschrift aangegeven gronden hoger beroep ingesteld tegen de door de rechtbank Alkmaar op 28 december 2001 tussen partijen gewezen uitspraak, reg.nr. 00/1237, waarnaar hierbij wordt verwezen.
Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend en desgevraagd nadere stukken ingezonden.
Het geding is behandeld ter zitting van 1 juni 2004, waar appellante in persoon is verschenen, bijgestaan door de heer Ansink, en waar gedaagde - zoals aangekondigd - niet is verschenen.
II. MOTIVERING
Appellante heeft sedert 1 december 1991 algemene bijstand ontvangen, laatstelijk op grond van de Algemene bijstandswet (Abw).
Bij besluit van 4 juli 2000 heeft gedaagde de door appellante gemaakte bezwaren tegen:
- het besluit van 30 juni 1999 betreffende de herziening van de uitkering van appellante over de periode van 1 december 1991 tot en met 31 januari 1996, en de terugvordering van de gemaakte kosten van bijstand over de periode van 1 april 1994 tot en met 31 januari 1996 tot een bedrag van f 5.615,57, niet-ontvankelijk verklaard;
- het besluit van 23 november 1999, inhoudende de afwijzing van het verzoek om bijzondere bijstand in de kosten van de belastingaanslag over 1995 tot een bedrag van f 1.678,--, ongegrond verklaard;
- de in de brief van 5 januari 2000 vervatte mededeling dat gedaagde op het loon van appellante beslag heeft gelegd, niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het tegen het besluit van 4 juli 2000 ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Appellante heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.
De Raad stelt allereerst ambtshalve vast dat appellante bij de rechtbank geen beroep heeft ingesteld tegen het besluit van 4 juli 2000, voorzover daarbij het bezwaar van appellante tegen de brief van 5 januari 2000 niet-ontvankelijk is verklaard. Door zich hierover niettemin uit te laten heeft de rechtbank gehandeld in strijd met artikel 8:69, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), zodat de aangevallen uitspraak in zoverre voor vernietiging in aanmerking komt.
De Raad overweegt voorts als volgt.
Met betrekking tot het besluit van 30 juni 1999
De bezwaren van appellante zijn onder meer gericht tegen de hoogte van het door gedaagde in het besluit van 30 juni 1999 vastgestelde terugvorderingsbedrag. Volgens appellante heeft gedaagde bij die vaststelling ten onrechte geen rekening gehouden met de belastingaanslag over 1995. Deze aanslag is volgens appellante het gevolg van een door gedaagde onjuist toegepaste tariefgroepindeling en zou om die reden op het terug te vorderen bedrag in mindering gebracht moeten worden.
Gelet hierop is de Raad, anders dan gedaagde, van oordeel dat er een relatie aanwezig is tussen de door appellante naar voren gebrachte bezwaren en het besluit van 30 juni 1999. Gedaagde heeft derhalve het bezwaar van appellante tegen dit besluit ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Het besluit van 4 juli 2000 komt dan ook in zoverre voor vernietiging in aanmerking, alsmede de aangevallen uitspraak waarbij dat besluit in stand is gelaten.
Gedaagde zal met inachtneming van deze uitspraak een nieuw besluit op het bezwaar van appellante dienen te nemen. Daarbij ligt het in de rede na te gaan wat de oorzaak is van de belastingaanslag over 1995. Daaruit zou kunnen blijken dat het aan appellante over 1995 toe te rekenen inkomen achteraf bezien lager is geweest dan destijds is aangenomen en/of dat een onjuiste tariefgroepindeling over dat jaar heeft plaatsgevonden. De Raad merkt in dat verband nog op dat appellante, zoals zij ter zitting desgevraagd heeft bevestigd, door gedaagde over de jaren 1994 en 1996, in tegenstelling tot 1995, wel in de juiste tariefgroep is ingedeeld.
Met betrekking tot het besluit van 23 november 1999
Naar vaste rechtspraak van de Raad wordt in beginsel geen bijstand verleend over een periode welke voorafgaat aan de datum waarop de aanvraag is ingediend. Van dat uitgangspunt kan worden afgeweken, indien bijzondere omstandigheden zulks rechtvaardigen.
Van dergelijke omstandigheden is de Raad in het geval van appellante niet gebleken, zulks te minder nu appellante de belastingaanslag over 1995 blijkens de gedingstukken reeds op 29 oktober 1996, en derhalve ruim voor het onderhavige verzoek om bijzondere bijstand, heeft voldaan.
De Raad ziet ten slotte aanleiding om gedaagde te veroordelen in de proceskosten van appellante. Deze worden begroot op € 322,-- in beroep en € 644,-- in hoger beroep wegens verleende rechtsbijstand.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart het beroep gegrond;
Vernietigt het besluit van 4 juli 2000 voorzover dat ziet op het besluit van 30 juni 1999;
Bepaalt dat gedaagde in zoverre een nieuw besluit op bezwaar neemt met inachtneming van deze uitspraak;
Veroordeelt gedaagde in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 966,--, te betalen door de gemeente Heerhugowaard;
Bepaalt dat de gemeente Heerhugowaard aan appellante het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 109,23 vergoedt.
Aldus gewezen door mr. B.J. van der Net als voorzitter en mr. R.H.M. Roelofs en
mr. A.W.M. Bijloos als leden, in tegenwoordigheid van mr. M.C.M. Hamer als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 13 juli 2004.
(get) B.J. van der Net
(get.) M.C.M. Hamer
MvK06074