Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AQ4470

Datum uitspraak2004-07-22
Datum gepubliceerd2004-07-22
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureKort geding
Instantie naamRechtbank Utrecht
ZaaknummersKG-nr: 180485/KGZA 04-633/ME
Statusgepubliceerd
SectorVoorzieningenrechter


Indicatie

Na de recente kerkfusie waarbij een aantal kerken zijn verenigd in de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), zijn te Blauwkapel-Groenekan twee verschillende kerkgemeenten ontstaan, één binnen PKN-verband en één daarbuiten. Eisers behoren tot de eerste categorie (de PKN-gemeente). Gedaagden vallen buiten het PKN-verband en hebben zich verenigd in de Herstelde Gemeente. Vanaf 1 mei 2004 hebben beide gemeenten een kerkgebouw gedeeld. De PKN-gemeente wenst dat de Herstelde Gemeente met ingang van 1 september 2004 geen gebruik meer maakt van het kerkgebouw. In het kort geding komt onder meer de vraag aan de orde wie eigenaar van het kerkgebouw is. De voorzieningenrechter gaat er vanuit dat de PKN-gemeente de eigenaar is van de goederen van de vroegere Hervormde Gemeente. Zij hoeft daarom niet te dulden dat de Herstelde Gemeente gebruik blijft maken van die goederen (inclusief het kerkgebouw). De vordering wordt toegewezen.


Uitspraak

KG-nr: 180485/KGZA 04-633/ME RECHTBANK UTRECHT Secter Handels - en Familierecht VONNIS van de voorzieningenrechter in het kort geding van: de kerkelijke rechtspersonen HERVORMDE GEMEENTE TE BLAUWKAPEL-GROENEKAN, en DIACONIE DER HERVORMDE GEMEENTE TE BLAUWKAPEL-GROENEKAN, beiden gevestigd te Groenekan, e i s e r s , procureur: mr.J.M. van Noort, advocaten: mr. G.C.W. van der Feltz en mr. E.L. de Zwaan, te 's-Gravenhage. - t e g e n - 1. het kerkgenootschap zich noemende HERSTELD NEDERLANDSE HERVORMDE KERK TE BLAUWKAPEL-GROENEKAN, waarvan de secretaris [-], woont te Groenekan, 2. [gedaagde sub 2], bestuurder (ouderling en notabel) van gedaagde sub 1, wonende te [-], 3. [gedaagde sub 3], bestuurder (notabel) van gedaagde sub 1, wonende te [-], 4. [gedaagde sub 4], bestuurder (voorzitter kerkvoogdij, ouderling) van gedaagde sub 1, wonende te [-], 5. [gedaagde sub 5], bestuurder (secretaris kerkvoogdij) van gedaagde sub 1, wonende te [-], g e d a a g d en , advocaat: mr. W.H. van Baren, te Amsterdam. 1. Het verloop van de procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit het volgende: ? dagvaarding d.d. 7 juli 2004, die in fotokopie aan dit vonnis is gehecht; ? mondelinge behandeling op 9 juli 2004; ? akte houdende vermindering van eis; ? pleitnota's en producties van beide partijen. 1.2. Eisers hebben vonnis gevraagd. Bij fax van 18 juli 2004 hebben eisers bericht dat zij bij een eventueel veroordelend vonnis het opleggen van een dwangsom niet noodzakelijk achten. 2. De feiten 2.1. Op 1 mei 2004 zijn de Nederlandse Hervormde Kerk (hierna de NHK), de Gereformeerde kerken in Nederland (hierna de GKN) en de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden (hierna de ELK) verenigd in de Protestantse Kerk in Nederland (hierna de PKN). Het daartoe strekkende besluit van de NHK (hierna het verenigingsbesluit) is op 12 december 2003 door haar generale synode genomen. 2.2. Een deel van de gemeenteleden van de Hervormde Gemeente te Blauwkapel-Groenekan, waaronder de gedaagden 2 tot en met 5, heeft om principiële redenen besloten de HKN niet in de PKN te volgen en het kerkelijk leven voort te zetten buiten PKN-verband. Aldus is in Blauwkapel-Groenekan omstreeks 1 mei 2004 een situatie ontstaan met twee naast elkaar bestaande kerkgemeenten, één binnen PKN-verband (hierna de PKN-Gemeente) en één daarbuiten. Deze laatste gemeente heeft samen met andere (delen van) hervormde gemeenten die buiten de PKN wensen te blijven de Hersteld Nederlands Hervormde Kerk (HNHK) gevormd en zal hierna worden aangeduid als Herstelde Gemeente. 2.3. Een aantal leden van de Herstelde Gemeente, waaronder gedaagden 2 tot en met 5, vervulde een rol in het bestuur van de Hervormde Gemeente. Na 1 mei 2004 zijn zij doorgegaan met de feitelijke uitoefening van deze functies. Het feitelijke beheer over de goederen van de Hervormde Gemeente (waaronder het kerkgebouw, de begraafplaats, de administraties en de bankrekeningen) is aldus bij hen blijven berusten. De beide gemeenten hebben wel sinds 1 mei 2004 het kerkgebouw gezamenlijk gebruikt op basis van een in de kerkenraadvergadering van 26 april 2004 gemaakte afspraak inhoudende dat de PKN-Gemeente ‘s-zondags om 9.00 en 16.00 uur en de Herstelde Gemeente ‘s-zondags om 11.00 en 18.30 uur een kerkdienst zal houden. 2.4. Het breed moderamen van de classicale vergadering van Utrecht van de PKN heeft bij besluit van 14 juni 2004 de kerkenraad, het college van kerkrentmeesters en het college van diakenen van de Hervormde Gemeente opnieuw samengesteld. Ingevolge dat besluit zijn die organen van de Hervormde Gemeente thans geheel samengesteld uit gemeenteleden die de NHK in de PKN hebben gevolgd. 2.5. Bij besluit van 25 juni 2004 heeft een ander orgaan van de PKN, de Commissie bijzondere zorg met betrekking tot de hervormde gemeenten (hierna CBZ) een voorlopige maatregel ten aanzien van de Hervormde Gemeente in Blauwkapel-Groenekan getroffen. In deze voorlopige maatregel is onder meer bepaald dat het feitelijk beheer over het vermogen van de Hervormde Gemeente per direct aan de PKN-Gemeente ter beschikking dient te worden gesteld. Met betrekking tot het kerkgebouw is voorts bepaald dat: ? de diensten van de PKN-Gemeente voortaan op zondag om 9.00 uur en om 18.30 uur zullen worden gehouden; ? dat het college van rentmeesters van de PKN-Gemeente tot 1 september 2004 bevoegd is het kerkgebouw aan de Herstelde Gemeente ter beschikking te stellen op zondag van 10.45 tot 13.30 uur en van 15.30 tot 17.45 uur; ? dat het kerkgebouw na 1 september 2004 nog uitsluitend aan de PKN-Gemeente ter beschikking zal staan. 2.6. De Herstelde Gemeente heeft de PKN-Gemeente te kennen gegeven zich niet naar de voorlopige maatregel van de CBZ te zullen voegen. 3. Het geschil en de beoordeling 3.1. Voor de volledige inhoud en de grondslagen van de vordering wordt verwezen naar de aangehechte dagvaarding en de akte houdende wijziging van eis. Samengevat houdt de daarin weergegeven vordering in dat de voorzieningenrechter gedaagden op straffe van een dwangsom zal gebieden om, ter uitvoering van de voorlopige maatregel van de CBZ: - ten gunste van eisers af te zien van het gebruik en het beheer van het kerkgebouw en het verenigingsgebouw, anders dan als voorzien in de voorlopige maatregel; - zorg te dragen voor overdracht aan eisers van (het beheer over) de eigendommen van de Hervormde Gemeente en de Diaconie van de Hervormde Gemeente, waaronder de administratie, registers, bankrekeningen en sleutels. 3.2. Aan hun vordering hebben eisers primair de door de CBZ getroffen voorlopige maatregel ten grondslag gelegd. Daarnaast hebben eisers hun vordering mede doen steunen op hun stelling dat zij de Hervormde Gemeente c.q. de Diaconie van de Hervormde Gemeente zijn. Zij beroepen zich aldus op hun eigendomsrecht respectievelijk bestuursbevoegdheid. 3.3. Gedaagden hebben de bevoegdheid van de CBZ tot het uitvaardigen van de onderhavige voorlopige maatregel betwist. De vraag of de CBZ bevoegd was tot het treffen van de onderhavige maatregel is echter voor het geschil tussen partijen niet van doorslaggevende betekenis. Gedaagden hebben besloten de NHK niet te volgen in de PKN. Daaruit vloeit voort dat gedaagden niet aan de kerkorde van de PKN gebonden zijn en gedaagden mitsdien door de voorlopige maatregel van CBZ niet rechtstreeks gebonden kunnen worden. 3.4. Van doorslaggevend belang voor het geschil tussen partijen is wie de eigenaar is van de goederen die toebehoren aan de Hervormde Gemeente in Blauwkapel-Groenekan dan wel aan de Diaconie van de Hervormde Gemeente in Blauwkapel-Groenekan. Zowel de Herstelde Gemeente als de PKN-Gemeente stellen de Hervormde Gemeente te zijn. Eisers beroepen zich hierbij op de kerkorde van de NHK, de HKO en, sinds de fusie, op de kerkorde van de PKN, de PKO. Gedaagden stellen zich echter op het standpunt dat de fusie nietig is en beroepen zich voorts op het feit dat de meerderheid van de leden van de (kerkenraad van de) Hervormde Gemeente thans tot de Herstelde Gemeente behoort. Het subsidiaire standpunt van gedaagde houdt in dat in ieder geval sprake is van medeeigendom, aangezien sprake zou zijn van een kerkscheuring op plaatselijk niveau. 3.5 Voor de beantwoording van de vraag die partijen verdeeld houdt stelt de voorzieningenrechter voorop dat kerkgenootschappen en hun zelfstandige onderdelen, worden geregeerd door hun eigen statuut. Als vaststaand kan worden aangenomen dat de NHK, de GNK en de ELK blijkens de notariële akte van fusie een juridische fusie hebben beoogd met overgang onder algemene titel van het vermogen van de betreffende drie landelijke kerken naar de PKN. Vaststaat tevens dat het besluit tot fusie met de vereiste tweederde meerderheid door de generale synode van de NHK is genomen en dat de door bezwaarde gemeenten en kerkleden daartegen ingebrachte bezwaren door de kerkelijke rechter zijn verworpen. De voorzieningenrechter beschouwt dit als een gegeven. Gedaagden hebben in deze procedure onvoldoende gesteld om te oordelen dat de fusie in strijd zou zijn met het statuut van de NHK of dat het besluitvormingsproces dat tot de fusie heeft geleid niet conform de interne regels van de NHK heeft plaatsgevonden. Voor zover de bezwaren van gedaagden tegen de fusie gelegen zijn op het gebied van geloof en belijdenis merkt de voorzieningenrechter op dat de burgerlijke rechter daarin niet mag treden. Dat de fusie in strijd zou zijn met de wet is vooralsnog evenmin gebleken. De omstandigheid dat titel 7 van boek 2 BW niet op kerkgenootschappen van toepassing is verklaard is daarvoor onvoldoende. Dit noopt immers niet noodzakelijkerwijs tot de conclusie dat kerkgenootschappen niet zouden kunnen fuseren, analoog aan die titel. Uit het vorenstaande volgt dat er vooralsnog vanuit dient te worden gegaan dat de fusie het beoogde rechtsgevolg teweeg heeft gebracht. 3.6. Vaststaat tevens dat de generale synode van de NHK met het aanvaarden van het rapport "Om de eenheid en heelheid van de kerk" de hervormde kerkorde aldus heeft uitgelegd dat de hervormde gemeenten, ook al hebben zij eigen rechtspersoonlijkheid, onderdelen zijn van de NHK. Uit het rapport volgt dat een gemeente zich als zodanig niet van de HKN kan losmaken en dat slechts individuele leden kunnen bedanken voor het lidmaatschap. Daaruit volgt tevens dat een hervormde gemeente na de fusie automatisch onderdeel van de PKN wordt, ook wanneer een groot aantal gemeenteleden zich, voor of na de fusie, afscheidt van de NHK. Deze door de synode aanvaarde uitleg van de HKO is door de kerkelijke rechter gesanctioneerd. Vaststaat tevens dat de synode van de NHK bij besluit van 13 december 2002 een nieuwe kerkorde, de PKO, heeft vastgesteld en dat deze PKO met daarbij behorende ordinanties en overgangsrecht, uitgaat van dezelfde beginselen als beschreven in het rapport "Om de eenheid en heelheid van de kerk". Het bezwaar dat diverse hervormde gemeenten tegen dat besluit hebben gemaakt is door de bevoegde kerkelijke rechter, eveneens ongegrond verklaard. De voorzieningenrechter beschouwt ook deze synodebesluiten en uitspraken van de kerkelijke rechter als een gegeven. Van belang is daarbij dat gedaagden onvoldoende hebben gesteld om reeds op voorhand aan te nemen dat de door de NHK aan haar eigen kerkorde gegeven uitleg onbegrijpelijk zou zijn, dan wel dat bij de vaststelling daarvan sprake is geweest van onregelmatigheden. Het door gedaagden aangevoerde levert evenmin voldoende grond op om te oordelen dat de uitspraken van de kerkelijke rechter naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zouden zijn. Uit het vorenstaande volgt dat er vooralsnog van moet worden uitgegaan dat uitsluitend de PKN-Gemeente de Hervormde Gemeente is en aldus eigenaar is van het kerkgebouw en de overige goederen van de Hervormde Gemeente. 3.7. Dit betekent tevens dat de de PKN-Gemeente vrijelijk over de goederen van de Hervormde Gemeente mag beschikken en niet hoeft te dulden dat anderen zonder haar toestemming inbreuk op haar eigendomsrechten maken. Voor zover gedaagden de feitelijke macht over die eigendommen uitoefenen dienen zij die op eerste verzoek aan eisers over te dragen. Nu gedaagden niet hebben betwist dat zij daartoe niet bereid zijn, ligt de vordering van eisers op dit punt voor toewijzing gereed. 3.8. Voor zover gedaagden zich met betrekking tot het medegebruik van het kerkgebouw beroepen op een afspraak tussen de beide gemeenten overweegt de voorzieningenrechter dat als voldoende vaststaand kan worden aangenomen dat die afspraak een voorlopig karakter droeg. Voor het vervolg dient door de Herstelde Gemeente als uitgangspunt te worden aanvaard dat de PKN-Gemeente eigenaar is van het kerkgebouw en dat (het bestuur van) de PKN-Gemeente het gebruik bepaalt dat van het kerkgebouw wordt gemaakt. Daarbij dient de PKN-Gemeente mede de belangen in het oog te houden van de leden van de Herstelde Gemeente, die zich ten nauwste verbonden voelen met het kerkgebouw en het ook als hun kerk beschouwen. Niet kan echter worden gezegd dat de PKN-Gemeente bij de wijziging van de gebruiksregel conform de CBZ-maatregel met betrekking tot de zondagse kerkdiensten die belangen heeft veronachtzaamd; immers de dienst om 10.45 uur (een meer gebruikelijk tijdstip dan 9.00 uur) is voorlopig aan de Herstelde Gemeente gegund. 3.9. Het vorenstaande betekent dat de vordering zal worden toegewezen zoals in het dictum van dit vonnis vermeld. 3.10. Gedaagden zullen worden veroordeeld in de kosten van dit geding aan de zijde van eisers gevallen. 4. De beslissing De voorzieningenrechter: 4.1. gebiedt gedaagden om onmiddellijk na betekening van dit vonnis ten gunste van eisers af te zien van het gebruik en het beheer van het kerkgebouw en het verenigingsgebouw van de Hervormde Gemeente in Blauwkapel-Groenekan, anders dan met toestemming van eisers en zoals omschreven in de CBZ-maatregel; 4.2. gebiedt gedaagden om binnen acht dagen na betekening van dit vonnis: a. ten gunste van eisers af te zien van het gebruik en het beheer van de overige roerende en onroerende goederen van de Hervormde Gemeente te BlauwkapelGroenekan en van de Diaconie van die gemeente, anders dan voor het gebruik waarover vooraf overeenstemming is bereikt met de kerkenraad respectievelijk de diaken en twee kerkenraadleden van eiser sub 1; b. zorg te dragen voor overhandiging van: ? alle sleutels die toegang geven tot het kerkgebouw, het verenigingsgebouw en de begraafplaats van de Hervormde Gemeente in Blauwkapel-Groenekan, aan de Heer [betrokkene](gedelegeerd) ouderling kerkrentmeester, tevens voorzitter van het college van kerkrentmeesters, wonende te [-]; ? de financiële administratie, de ledenadministratie, het archief, de doop-, trouw- en overlijdensregisters van de Hervormde Gemeente in Blauwkapel-Groenekan, aan [betrokkene]; ? de financiële administratie en andere bescheiden (zoals met betrekking tot de kerktelefoon) van de Diaconie van de Hervormde Gemeente te Blauwkapel-Groenekan aan de heer [betrokkene] (diaken en scriba), wonende te [-]; a. het beheer over te dragen van eventuele bankrekeningen waarop tegoeden staan die toekomen aan of op naam staan van de Hervormde Gemeente te Blauwkapel-Groenekan, en het college van Kerkvoogden (de kerkvoogdij) en de Diaconie etc. van de Hervormde Gemeente te Blauwkapel-Groenekan; b. alle sleutels die toegang geven tot kluizen van de Hervormde Gemeente te Blauwkapel-Groenekan aan de heer [betrokkene] voornoemd af te geven; c. (het beheer over) de productiemiddelen ten behoeve van de kerkbode en het (beheer over) machinerie voor tuinonderhoud van de Hervormde Gemeente te BlauwkapelGroenekan over te dragen aan de heer [betrokkene] voornoemd. 4.3. veroordeelt gedaagden in de kosten van dit geding, tot aan deze uitspraak aan de zijde van eisers begroot op € 703,-- voor salaris van hun procureur en op € 324,78 inclusief BTW voor verschotten; 4.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 4.5. wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd. Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Schepen en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2004.