
Jurisprudentie
AQ4458
Datum uitspraak2004-07-21
Datum gepubliceerd2004-07-21
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank 's-Gravenhage
Zaaknummers09-754123/02
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2004-07-21
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank 's-Gravenhage
Zaaknummers09-754123/02
Statusgepubliceerd
Indicatie
[...] veroordeelt de verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren [...]
Verdachte heeft samen met zijn medeverdachten een grote hoeveelheid cocaïne (ongeveer 446 kilo) in Nederland gebracht. Verdachte heeft daarbij als behartiger van de belangen van de/een afnemer in Duitsland, een belangrijke rol gespeeld. Uit het dossier komt naar voren dat verdachte in die hoedanigheid professioneel handelde.
[...]
Uitspraak
RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE
SECTOR STRAFRECHT
MEERVOUDIGE KAMER
(VERKORT VONNIS)
parketnummer 09-754123/02
's-Gravenhage, 21 juli 2004
De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:
L.J.H.D. C.,
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Haaglanden, locatie Scheveningen, jeugdhuis van bewaring De Sprang, te 's-Gravenhage.
De terechtzitting.
Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 8, 9 en 11 maart 2004, alsmede 6 en 7 juli 2004.
De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr Gijsberts, advocaat te 's-Gravenhage, is ter terechtzitting verschenen en gehoord.
De officier van justitie mr De Vries heeft gevorderd dat verdachte terzake van het hem bij dagvaarding onder 2 primair, 2 subsidiair en 2 meer subsidiair telastgelegde wordt vrijgesproken en dat verdachte terzake van het hem bij dagvaarding onder 1 primair telastgelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.
De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat het blijkens de lijst van inbeslaggenomen, niet teruggegeven voorwerpen - hierna te noemen beslaglijst, waarvan een fotokopie, gemerkt C, aan dit vonnis is gehecht - onder verdachte inbeslaggenomen voorwerp genummerd 1, te weten 1 telefoontoestel, zal worden verbeurdverklaard en de voorwerpen genummerd 2, te weten diverse briefjes, zullen worden teruggegeven aan verdachte.
De officier van justitie heeft medegedeeld dat zij voornemens is te gelegener tijd een ontnemingsvordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht aanhangig te maken.
De telastlegging.
Aan de verdachte is telastgelegd - na nadere omschrijving van de telastlegging ter terechtzitting - hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A, en van de vordering nadere omschrijving telastlegging, gemerkt A1.
Verweer onrechtmatig verkregen bewijs.
De raadsman heeft aangevoerd dat het via het afluisteren van telefoons verkregen bewijs primair dient te worden uitgesloten, subsidiair dient te leiden tot strafvermindering, nu dit bewijs onrechtmatig is verkregen omdat:
- de dringende noodzaak tot het tappen van de telefoon van verdachte niet blijkt uit de tapmachtiging en/of onderliggende stukken;
- uit die machtiging en/of onderliggende stukken onvoldoende blijkt op welk concreet gepleegd strafbaar feit de verdenking tegen verdachte ziet;
- Het bevel tot het opnemen van telecommunicatie op naam van N.N. Leo is gesteld, terwijl de verdenking zich richtte tegen medeverdachte C.H. J..
De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe als volgt.
Uit het onderliggende proces-verbaal d.d. 24 september 2002 bij de vordering machtiging voor het bevel tot het opnemen van telecommunicatie via het nummer 06-45046993 komt naar voren dat een N.N. L. - waarvan later blijkt dat dit verdachte is - meermalen telefoongesprekken in kennelijk verhullende taal voert met de medeverdachte C.H. J., tegen wie al een opsporingsonderzoek liep, waarin telefoons werden afgeluisterd. Het proces-verbaal relateert verder dat het aannemelijk is dat C.H. J. in Zuid-Amerika voorbereidingen treft voor een nieuw verdovende middelentransport en dat communicatie daarover zal plaatsvinden tussen C.H. J. en genoemd telefoonnummer, het nummer waarop deze N.N. L. bereikbaar is. Op grond daarvan heeft de officier van justitie in redelijkheid kunnen concluderen dat er ook tegen deze N.N. L. voldoende verdenking bestond dat hij zich had schuldig gemaakt aan het voorbereiden van een cocaïnetransport. De omschrijving van deze misdrijven is in het bevel ex artikel 126m van het Wetboek van Strafvordering, in samenhang bezien met voornoemd rapport, voldoende omschreven; de door de raadsman gestelde, specifiekere eisen aan deze omschrijving vinden geen grondslag in het recht. Het is evident dat (grootschalige) import van cocaïne een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert. Voorts is evident dat het onderzoek de opneming van telefoongesprekken dringend vorderde, nu aannemelijk is dat in dit stadium van het onderzoek alleen op deze wijze bewijs kon worden vergaard.
Vrijspraak.
De rechtbank acht op grond van het onderzoek ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte bij dagvaarding onder 2 primair, 2 subsidiair en 2 meer subsidiair is telastgelegd, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken.
De bewijsmiddelen.
P.M.
De bewezenverklaring.
Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast. Op grond daarvan is de rechtbank tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat de verdachte het op de dagvaarding 1 primair telastgelegde feit heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht - en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de telastlegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad - de inhoud van de telastlegging, zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.
Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar.
De verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.
Strafmotivering.
Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft samen met zijn medeverdachten een grote hoeveelheid cocaïne (ongeveer 446 kilo) in Nederland gebracht. Verdachte heeft daarbij als behartiger van de belangen van de/een afnemer in Duitsland, een belangrijke rol gespeeld. Uit het dossier komt naar voren dat verdachte in die hoedanigheid professioneel handelde.
Verdachte heeft bij zijn handelen kennelijk slechts oog gehad voor zijn eigen geldelijk gewin. De rechtbank rekent dit verdachte ernstig aan.
Cocaïne is een stof waarvan niet alleen het gebruik schadelijk is voor de volksgezondheid, maar welke ook direct en indirect oorzaak is van vele vormen van criminaliteit. Het binnen het grondgebied van Nederland brengen van een dergelijke stof dient dan ook streng te worden bestraft.
Verdachte is, blijkens een op zijn naam staand uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister, in 1999 tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, is veroordeeld wegens im- en/of export van hard-drugs. Dit heeft hem er kennelijk niet van weerhouden zich thans wederom aan een dergelijk strafbaar feit schuldig te maken.
Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.
Inbeslaggenomen voorwerpen.
De rechtbank zal het blijkens de beslaglijst inbeslaggenomen voorwerp genummerd 1
(1 telefoontoestel) verbeurdverklaren, zijnde dit voorwerp voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien met behulp van dit aan verdachte toebehorende voorwerp het bewezenverklaarde feit is begaan of voorbereid;
De rechtbank zal de teruggave aan verdachte gelasten van de blijkens de beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 2 (diverse briefjes).
De toepasselijke wetsartikelen.
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:
- 33, 33a en 47 van het Wetboek van Strafrecht;
- 2 en 10 van de Opiumwet en de daarbij behorende lijst I.
Beslissing.
De rechtbank,
verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het bij dagvaarding onder 2 primair, 2 subsidiair en 2 meer subsidiair telastgelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het bij dagvaarding onder 1 primair telastgelegde feit heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:
MEDEPLEGEN VAN OPZETTELIJK HANDELEN IN STRIJD MET EEN IN ARTIKEL 2, ONDER A, VAN DE OPIUMWET GEGEVEN VERBOD;
verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte deswege strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren;
bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
in verzekering gesteld op : 21 oktober 2003,
in voorlopige hechtenis gesteld op : 24 oktober 2003;
verklaart verbeurd het blijkens de aan dit vonnis gehechte beslaglijst inbeslaggenomen voorwerp, genummerd 1 (1 telefoontoestel);
gelast de teruggave aan verdachte van de blijkens de aan dit vonnis gehechte beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd 2 (diverse briefjes);
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is telastgelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door
mrs Elkerbout, voorzitter,
Joele en Van den Boom, rechters,
in tegenwoordigheid van Rietbroek, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 21 juli 2004.