Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AQ4131

Datum uitspraak2004-06-02
Datum gepubliceerd2004-07-21
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Haarlem
Zaaknummers238637
Statusgepubliceerd
SectorSector kanton


Indicatie

Procesrecht. Analoge toepassing van artikel 31 Rv nadat achteraf blijkt dat zaak ten onrechte is verwezen naar de sector civiel.


Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM sector kanton, locatie Haarlem zaaknummer: 238637 datum vonnis: 2 juni 2004 VONNIS VAN DE KANTONRECHTER TE HAARLEM in de zaak van: [eiseres], te [woonplaats], EISERES, hierna: [eiseres], gemachtigde mr. E.A.J. Verschuur-van der Voort, --tegen-- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Torsa Engineering Group B.V., te Haarlem, GEDAAGDE, hierna: Torsa, niet verschenen. 1. Het verloop van de procedure Voor de loop van het geding verwijst de kantonrechter naar het door hem tussen partijen gewe-zen en op 19 mei 2004 uitgesproken tussenvonnis houdende verwijzing van de zaak naar de sector civiel bij deze rechtbank. 2. De nadere beoordeling van het geschil 2.1 Nadat de kantonrechter het tussenvonnis van 19 mei had gewezen heeft hij moeten constateren dat de daarin vervatte verwijzingsbeslissing op een kennelijke fout berust. 2.2 De vordering heeft immers betrekking op het feit dat Torsa als derde-beslagene in gebreke is gebleven aan haar verplichting ingevolge artikel 479e Rv te voldoen. 2.3 Artikel 479f Rv bepaalt in dat geval dat de kantonrechter ongeacht het beloop van de vordering bevoegd is daarvan kennis te nemen. 2.4 De kantonrechter moet daarom ambtshalve terugkomen op zijn eerdere beslissing tot verwijzing. Hij acht dit mogelijk analoog aan de bepaling van artikel 31 Rv dat herstel van fouten toestaat. Dit geldt temeer nu het slechts om een tussenbeslis-sing gaat die te vergelijken valt met een rolbeslissing waarop de kantonrechter ook kan terugkomen. Bovendien worden door deze intrekking van de verwijzing de extra proceskosten vermeden die voor partijen gepaard gaan met een behandeling door de sector civiel van deze rechtbank. 2.5 De kantonrechter zal daarom zijn verwijzing intrekken en alsnog de vordering beoordelen. 2.6 De vordering zal worden toegewezen omdat deze niet ongegrond of onrechtmatig is. 3. De slotsom en kosten De vordering wordt toegewezen. Torsa zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proces-kosten worden veroordeeld. 4. De beslissing De kantonrechter: Trekt zijn verwijzing als vervat in het vonnis van 19 mei 2004 in. Veroordeelt Torsa om aan [eiseres] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen: a. de per 26 november 2003 voor afdracht bestemde gelden ad €11.557,50 aan achterstallige alimentatie en kosten alsmede de nog te verschijnen afdrachttermijnen totdat de totale achterstand tot 1 oktober 2003 ad €18.431,00 zal zijn voldaan; b. €1.500,00 wegens de kosten van de rechtsbijstand; c. €146,82 wegens de kosten van executie. Veroordeelt Torsa in de kosten van deze procedure, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiseres] begroot op €260,40 aan verschotten en €325,00 aan salaris voor de gemachtigde, met bepaling dat de explootkosten worden verhoogd met een percentage dat overeenkomt met het percentage bedoeld in artikel 9, 1e lid van de Wet op de Omzetbelasting 1968. Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voor-raad. Aldus gewezen door mr. F.J.P. Veenhof, kantonrechter en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van 2 juni 2004, in tegenwoordigheid van de griffier.