
Jurisprudentie
AQ3769
Datum uitspraak2004-07-13
Datum gepubliceerd2004-07-20
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureVoorlopige voorziening
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200404072/2
Statusgepubliceerd
SectorVoorzitter
Datum gepubliceerd2004-07-20
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureVoorlopige voorziening
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200404072/2
Statusgepubliceerd
SectorVoorzitter
Indicatie
Bij besluit van 14 oktober 2003 heeft de gemeenteraad van Coevorden, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 2 oktober 2003, het bestemmingsplan “Sleen” vastgesteld.
Uitspraak
200404072/2.
Datum uitspraak: 13 juli 2004
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoekers], wonend te [woonplaats],
en
het college van gedeputeerde staten van Drenthe,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 14 oktober 2003 heeft de gemeenteraad van Coevorden, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 2 oktober 2003, het bestemmingsplan “Sleen” vastgesteld.
Bij besluit van 16 maart 2004, kenmerk 6.2/2003009852, heeft verweerder beslist over de goedkeuring van dit plan.
[verzoekers] hebben tegen dit besluit van verweerder beroep ingesteld bij brief van 2 mei 2004, ingekomen bij de Raad van State op 17 mei 2004. Daarnaast hebben zij zich bij brief van dezelfde datum, ingekomen bij de Raad van State op 17 mei 2004, tot de Voorzitter gewend met het verzoek een voorlopige voorziening te treffen als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 2 juli 2004, waar [verzoekers], vertegenwoordigd door [gemachtigde], en verweerder, vertegenwoordigd door B.K. Hendriks, ambtenaar van de provincie, zijn verschenen. Voorts is daar gehoord het college van burgemeester en wethouders, vertegenwoordigd door R.J. Wijnholds, ambtenaar van de gemeente.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. Het plan actualiseert de planologische regeling voor de kern Sleen en voorziet onder meer in een regeling voor de begraafplaats.
2.3. [verzoekers] stellen dat verweerder ten onrechte goedkeuring heeft verleend aan het plandeel met de bestemming “Groenvoorzieningen” op gronden die onder het vorige plan nog voorzagen in uitbreidingsmogelijkheden voor de begraafplaats. Volgens hen heeft de gemeenteraad deze verkleining van de uitbreidingsmogelijkheden onvoldoende kenbaar gemaakt. Verkleining van de uitbreidingsmogelijkheden doet volgens hen afbreuk aan het karakter van de begraafplaats.
2.4. Verweerder heeft geen reden gezien het plandeel in strijd met een goede ruimtelijke ordening te achten en heeft het goedgekeurd. De verkleining van de uitbreidingsmogelijkheden houdt verband met de afstand tot de nabijgelegen brandweerkazerne maar de begraafplaats heeft nog voldoende uitbreidingsmogelijkheden, aldus verweerder.
2.5. De Voorzitter kan ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemeen wet bestuursrecht, een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Hiervoor kan aanleiding bestaan indien inwerkingtreding van het bestreden besluit kan leiden tot onomkeerbare gevolgen voordat in de bodemprocedure uitspraak is gedaan. In dat geval kan de Voorzitter besluiten een ordemaatregel te treffen die dat voorkomt.
2.5.1. Aan de orde is de ruimtelijke inpassing van de begraafplaats in het bestemmingsplan. Daarbij is ten opzichte van de vorige planologische regeling de vorm enigszins gewijzigd en de uitbreidingsmogelijkheid enigszins verkleind. Niet in geschil is dat op de begraafplaats nog ongeveer 125 begravingen kunnen plaatsvinden, zodat naar verwachting voor de komende vijf jaar voldoende graven aanwezig zullen zijn.
Of aan de publicatievereisten die de Wet op de Ruimtelijke Ordening stelt is voldaan, zal in de bodemprocedure nader worden onderzocht. De Voorzitter wijst er daarbij op dat deze vereisten in beginsel toereikend zijn om burgers te informeren over wijzigingen van het planologische regime.
2.5.2. Gelet op het vorenstaande hebben [verzoekers] geen spoedeisend belang als bedoeld in artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht bij schorsing van het bestreden besluit en dient het verzoek te worden afgewezen.
In zoverre verzoekers stellen dat de inrichting van de begraafplaats ook is veranderd, wijst de Voorzitter er op dat de inrichting van de begraafplaats niet in een bestemmingsplan kan worden geregeld. Overigens is ter zitting namens het college van burgemeester en wethouders gesteld dat het ontwerp van de tuinarchitect Jan Vroom in stand blijft.
2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.C.K.W. Bartel, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. P. Klein, ambtenaar van Staat.
w.g. Bartel w.g. Klein
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 13 juli 2004
176-410.